De Unieke Identiteit van de Bergse Vastenavend
In het zuiden van Nederland wordt uitbundig carnaval gevierd, meestal als het inluiden van de vastenperiode. Deze periode begint op Aswoensdag en gaat 40 dagen vooraf aan Pasen. Het is van oorsprong dan ook een echt carnavalsfeest. Echter, de stad Bergen op Zoom, ook wel bekend als Krabbegat tijdens Vastenavend, viert dit feest op een geheel eigen en onderscheidende wijze. Deze unieke identiteit wordt gevormd door tradities, lokale gebruiken en een specifieke benadering van het feest, die het onderscheidt van carnaval elders.
De naam 'Krabbegat' is afkomstig van de plant de Meekrab, die vroeger werd gebruikt vanwege de rode kleurstof en veel werd geteeld in Bergen op Zoom. Hoewel het symbool van Krabbegat niet de plant zelf is, maar het dier dat identiek klinkt: de krab. De inwoners van de stad krijgen gedurende de Vastenavend de naam Krabben.
Een van de meest opvallende kenmerken van de Bergse Vastenavend is het gebruik van de term Vastenavend in plaats van carnaval. Dit komt voort uit de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen het feest opnieuw werd opgestart en gestalte kreeg door de Stichting Vastenavend. Sindsdien wordt bewust gekozen voor de traditionele benaming.
Ten tijde van Vastenavend draagt de stad Bergen op Zoom een andere naam: Krabbegat. In tegenstelling tot andere steden in Noord-Brabant worden er in Bergen op Zoom géén liederen uit andere steden gespeeld, noch "landelijke" zogenaamde carnavalskrakers. De muziek die wel gespeeld wordt, zijn de eigen Vastenavend liedjes van vorige jaren, uitgevoerd door een 'Dweilband', die voornamelijk uit blaasinstrumenten en percussie bestaat en spelend door de binnenstad trekt. Er zijn veel van deze dweilbandjes in de regio Bergen op Zoom, die het hele jaar door speciaal voor het Vastenavend feest repeteren.
Tijdens de Vastenavend spreekt men voornamelijk het plaatselijk dialect: Bergs. Onderscheidend in vergelijking met andere steden in Noord-Brabant is de klederdracht. Deze omvat uitsluitend oude kledij. Deze kleding bestaat vaak uit een blauwe boerenkiel, een traditionele rood met witte strepen getooide zakdoek met de knoop naar voren, en vaak een oud gordijn, of een stuk vitrage, rond de nek en soms ook om de middel. Vanwege de kou, die vaak in deze periode van het jaar heerst, doen met name de vrouwen tegenwoordig wel een bontjas (haast altijd nep) aan over hun kleding. Veel mensen doen ook vaak een soort hoedje op, veelal versierd met allerlei attributen. Wanneer men toch verkleed gaat als bijvoorbeeld Superman of een Prinses, zal deze vreemd aangekeken worden, omdat dit verre van gebruikelijk is. De traditie van het dragen van oude kleding komt van na de Tweede Wereldoorlog.
Een andere belangrijke tip voor wie Bergen op Zoom bezoekt tijdens Vastenavend: zeg Vastenavond. Willem Loeff van Stichting Vastenavend benadrukt dat het feest niet één avond duurt, maar alle dagen Vastenavend heet. Verder is het geen goed idee om een polonaise te starten; in Krabbegat 'dweilt' men door de knieën en neemt men elkaar onder de arm om heen en weer te bewegen. En verwacht geen klassieke carnavalskrakers; er wordt uitsluitend Bergse muziek gedraaid. De kreet in Krabbegat is 'Agge mar leut et!', vergezeld van een handbeweging vanaf de neus.

De Geschiedenis van Vastenavend in Bergen op Zoom
Vastenavend bestaat al sinds mensenheugenis en werd al gevierd toen onze eerste voorvaderen de laatste sneeuw voor hun hol zag smelten en de vroege voorjaarslucht hun jachtvelden weer vrijgaf. Ruim vijfhonderd jaar geleden kreeg Vastenavend ook in Bergen op Zoom een eigen gezicht.
In het regionaal archief van de stad kan men in oude documenten lezen dat het bestuur van de stad, toen de magistraat geheten, al gewend was om Vastenavend te vieren. In 1413 reed er tijdens Vastenavend al een Blauwe Schuit door de straten van de stad. De Blauwe Schuit, een boot op wielen, stond onder leiding van een kapitein die de Heer van Keijenburg werd genoemd. Hoewel er geen archiefmateriaal over bestaat en de datering van het gedicht mogelijk vervalst is, suggereren verschillende publicaties dat er een blauw geverfde boot op wielen door de straten van Bergen op Zoom reed. Zeker is dat deze Blauwe Schuit in 1534 opnieuw werd geverfd en voorzien van wapenschilden.
Ook zijn er rekeningen terug te vinden van feesten uit de late vijftiende eeuw. Feesten van én voor de Heer van Bergen op Zoom, Jan van Glymes, beter bekend als Jan metten Lippe. In die oude documenten wordt ook al over Vastenavend geschreven. De Bergse rederijkerskamer “De Vreugdebloeme” speelde al in 1475 een vastenavendspel over de scheppingsdagen. Rederijkers waren amateurdichters en voordrachtkunstenaars die zich in gildeverband bezig hielden met het schrijven van gedichten en toneelspelen.
De Franse bezetters van 1795 brachten Vastenavend weer terug in de stad en in 1809 vierden men Vastenavend als nooit tevoren. In de eerste helft van de 16e eeuw kreeg het Bergse stadsbestuur steeds meer financiële problemen. Met de hervormingen van 1580 kwamen de vastenavendvieringen in zwaar weer terecht. Hoewel de protestantse kerk aanvankelijk nog wel enige aan vastenavend gerelateerde activiteiten toestond, werd er veelvuldig geprobeerd de festiviteiten de kop in te drukken. Aan het begin van de 17e eeuw werd het dragen van maskers op straffe van 6 gulden verboden. In 1646 merkte het stadsbestuur weer vele overtredingen op en in de decennia hierna werden de verbodsbepalingen meerdere malen opnieuw uitgevaardigd. Hoewel het vieren van vastenavend op straat dus verboden werd, bleek het stadsbestuur maar moeilijk in staat de festiviteiten echt de kop in te drukken.
Tussen 1820 en 1830 richtten hoveniers (tuinders en boeren) hun eigen spaarclubjes op, de zogenaamde “teerklupkes”. Hoveniers kwamen op zondag na de katholieke Hoogmis bij elkaar in hun eigen stamcafé. Na een middagje kaarten en gezellig kletsen doneerden ze wat kleingeld in een kastje met genummerde gleuven, dat aan de muur hing op een prominente plaats in het café. Als Vastenavend zich aankondigde werd het kleingeld uit dat kastje gehaald en de feestavond die ze met dat gespaarde geld konden vieren noemde men “de teeravend”. Door deze “teerklupkes” werd Vastenavend levend gehouden en Vastenavend is nooit meer weg geweest uit onze stad.
Na de Eerste Wereldoorlog werd er, ondanks hevig verzet vanuit de katholieke kerk, een echte organisatie voor het Vastenavendfeest opgezet. Toneelvereniging TOG (Tot Ons Genoegen) organiseerde met een ‘carnavalscomité’ een intocht en een optocht. De rol van Prins werd gespeeld door een hier gelegerd garnizoensofficier, kapitein Warringa. Bij zijn intocht werd hij begeleid door andere officieren van het garnizoen. In die tijd was er ook al een nar en een Grootste Boer.
Het is 1928. De jonge Bergenaar Willem Asselbergs vierde, kort nadat hij gestopt was met zijn priesteropleiding, eindelijk weer Vastenavend in zijn geboortestad Bergen op Zoom. Na een mooie, echte ‘Vastenavend’ (de dinsdagavond voor Aswoensdag) was hij zó vervuld van het feest dat hij zijn ervaringen en gedachten al in de nacht van dinsdag op woensdag in een schrift optekende. In de dagen daarna werkte hij het verder uit en ondertekende het manuscript met zijn pseudoniem Anton van Duinkerken. Enkele maanden later verscheen het als boek onder de toen uitdagende titel ‘De Verdediging van Carnaval’. Overheid en Kerk waren niet blij met het boek, maar het gaf Vastenavend een fundament wat nooit meer is afgebroken.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog was het verboden Vastenavend te vieren. Maar achter gesloten gordijnen van de Bergse huiskamers werd het wel gevierd en zo leefde het feest door in de harten van de Bergenaren.
Na de bevrijding in 1945 stond men voor de vraag “hoe nu verder”. Er werd flink gediscussieerd tussen voor- en tegenstanders. De laatste waren vooral bang dat Bergenaren, “Krabben”, tijdens Vastenavend teveel uit de band zouden springen. Maar toch zag een kleine groep mensen kans om een nieuw begin te maken. Het doel: Vastenavend is één groot volksfeest voor iedereen. Daarom besloten de besturen van Vastenavendverenigingen en teerclubjes om te gaan samenwerken. Ze waren het erover eens dat er leiding gegeven moest worden aan het feest en dat er een Vastenavendoptocht moest komen die de toets der kritiek kon doorstaan. Mensen van het eerste uur waren: Cees Becht en Jac. De plannen werden voorgelegd aan de burgemeester én aan de deken van de katholieke kerk. De ontvangst was niet bepaald hartelijk; overheid en kerk waren bang dat het uit de hand zou lopen. Na lang overleg werd besloten dat er een voorlopig comité opgericht moest worden, dat de opdracht kreeg om veertig “te goeder naam en faam” bekendstaande Bergenaren te vinden, die borg zouden staan voor de nieuwe organisatie van het feest. Zo is het beroemde “Manifest” ontstaan, een open brief aan alle Bergenaren waarin stond beschreven hoe het feest gevierd zou moeten worden. In januari 1946 werd ook de Stichting Vastenavend opgericht. Het eerste bestuur werd gevormd door de mensen van het eerste uur en Willem Besling (d’n Bes) werd als secretaris toegevoegd.
Op zaterdag 2 maart 1946, ‘s middags om 3 uur kwam de eerste (na-oorlogse) Prins de oude Bergse haven binnen gevaren op een hoogaars (een Bergse vissersschuit); Prins Nilles I! Op een arreslee werd Prins Nilles I naar de Grote Markt gereden en de boeren in zijn gevolg volgden op priksleden. Voor de pui van het stadhuis kreeg de Prins van burgemeester Witte de sleutel van de ‘vesting Bergen op Zoom’ overhandigd. Na vijfhonderd jaar kreeg een carnavalsprins eindelijk een officieel ontvangst door het stadsbestuur. De stad zou voor vier dagen in handen zijn van de “leut”. Diezelfde avond werd er op diverse bals en in café’s het “Agge Mar Leut Et” geïntroduceerd als dé vastenavendgroet in ’t Krabbegat.
In de jaren na 1946 werd ieder jaar wel iets toegevoegd aan het feest; een intocht per trein en de “Ellef Gebooje” (1947), het Neuzebal en het “Valle van de Kraai” (1948), de Vastenavendkrant, Steketee en de Dweilploeg (1949), de adjudanten (1950) en het bleef maar groeien. De jaren vijftig waarin nog veel meer op poten werd gezet, de jaren zestig die daar weer op verder bouwden, de jaren zeventig waarin allerlei vernieuwingen werden doorgevoerd...

De Symbolische Figuren van Vastenavend
De Bergse Vastenavend kent enkele prominente figuren die een hoofdrol spelen in de festiviteiten. De verschillende gekozen personages worden op 11 november aan het publiek voorgesteld. Ze zijn dan echter nog niet gekleed in hun kostuum, maar dragen een boerenkiel en de prins draagt een zuidwester.
De Prins
De Prins neemt als leider van Krabbegat de hoofdrol in het vastenavend vieren voor zijn rekening. Hij dient de Krabben te leiden in de Vastenavendviering. De Prins ontvangt tijdens de Vastenavend de sleutel van de stad en is daarmee het hoogste gezag in de stad. De Prins woont zogezegd in het Slikpaleis dat ergens onder water bij de Schorre van de Schelde moet zijn. Met de elfde van de elfde, op 11 november, wordt de Prins ieder jaar gekozen en bij de Geit van Mie d’n Os verschijnt hij dan voor het eerst incognito; gewoon in een blauwe boerenkiel, ‘n zuidwester met een grote, witte struisvogelveer, op zijn rug een visnet van over de schouders en ‘n grote gouden krab die om zijn nek ‘hangt. De Prins gaat dan weer terug naar het Slikpaleis tot drie weken vóór de Vastenavond en verschijnt weer op het Neuzenbal. Op deze avond presenteert de Prins het nieuwe Vastenavondliedje en oefent dat met alle Krabben. De weken voor de echte Vastenavond is hij herkenbaar net zoals op de avond van de elfde van de elfde; in zijn blauwe boerenkiel, zijn zuidwester, zijn gouden krab en zijn visnet waarmee hij de Krabben vangt om ze mee te nemen...
En dan komt de Intocht... dan zie je hem in een heel ander pak. ‘n Schitterend rood-wit prinsenpak en op zijn hoofd een echte kroon. Op de pui van het stadhuis krijgt de Prins van de burgemeester de stadssleutel overhandigd en regeert de leut vier dagen over de stad, in die dagen het Krabbegat genoemd. Tot en met het vallen van de Kraai, dinsdags om 23.30, daags voor Aswoensdag, is de Prins de voornaamste gast op alle bals en op alle plaatsen en gelegenheden waar hij verschijnt. Met de Kindervastenavond, op maandagmiddag speelt hij de held van de kinderen en met de Optocht, op dinsdagmiddag staat de Prins hoog bovenop zijn speciaal voor hem gemaakte prinsenwagen, die ieder jaar weer opnieuw voor hem wordt gebouwd.
De Nar
De Nar hoort bij de Prins als muziek bij de Vastenavond, als dweilen op maandagavond of als worst bij de boerenkool! Maar de Nar is veel meer dan een kleurrijk plaatje naast de Prins. Hij is de enige in het gevolg die zich niet aan alle regeltjes hoeft te houden! De Nar heeft het recht om met alles en iedereen de draak te steken en is niet vies van de goede hekel. Zijn kleurrijk pak is gemaakt in de roodgroene kleuren van de stad. En het wapen van Bergen op Zoom hangt ondersteboven op zijn borst met op zijn hoofd de alom bekende narrenkap met ezelsoren. Je ziet de Nar ook nooit zonder zijn narrenstokje. Daarmee wekt hij de schijn op dat hij heel voornaam is. Prinsen hadden vroeger ook scepters. Maar dat Narrenstokje... is gewoon een oude stoelpoot met kleurige linten en opgeblazen varkensblazen. Goudkleurig!
De Gròòtste Boer
De Gròòtste Boer (Grootste Boer) is de vertegenwoordiger van alle Krabben tijdens de Vastenavond. Zeg maar een soort Vastenavondburgemeester. Binnen de Stichting Vastenavond is hij de baas van de Boerenploeg (zoals het gevolg van de Prins ook wel wordt genoemd). Om te beginnen een rangeertutter, waarmee hij de Boerenploeg aanvoert en de aandacht vraagt als de Prins gaat spreken. Dan zijn blinkend schild op de borst, een zilveren schild waarop ieder jaar het veldteken van het motto staat afgebeeld. Hiermee wordt de belangrijkheid van zijn functie aangegeven. Het bontje, de hermelijn rond zijn nek, draagt de Grootste Boer om duidelijk te maken dat men het niet te bont mag maken tijdens Vastenavond. De Grootste Boer zie je altijd met zijn onafscheidelijke paraplu. Een met spruitjes en wortels versierde parasol, waarmee hij laat zien dat de Vastenavond het feest van de omgekeerde wereld is; een parasol gebruik je in de zomer en niet in de winterse februari! Naast dat chique pak heeft de Grootste Boer ook nog een oud biezen koffertje bij zich, waar zijn beroemde “Ellef Gebòòje” in zitten. Elf geboden waar de Vastenavondvierder zich aan dient te houden in die vier dagen. En ook niet te vergeten: de Grootste Boer draagt altijd een gazen masker.
De Grootste Boer ontvangt op zaterdagmiddag, namens alle Krabben, de Prins op het Station en biedt hem ieder jaar zijn eigen, unieke Prinsenwagen aan om zo de stad in te trekken en op de Mart de sleutel in ontvangst te nemen van de burgemeester. Ook de Grootste Boer rijdt in de Intocht met zijn eigen wagen. Meestal een leutige vertaling van een gezegde of een spreuk. Op de Mart aangekomen leest hij op de pui van het Stadhuis de ’Ellef gebòòje’ voor. Even later, maar dan vanaf het biljart van ‘Hotel De Draak’, praat hij de Prins bij over wat er allemaal is gebeurd het afgelopen jaar. In het begin van de avond ontvangt de Grootste Boer de Gemeenteraad, de Boerenploeg en genode gasten voor de Boerenmaaltijd in de fraaie Hofzaal van het Markiezenhof. Iedereen krijgt ‘n bord boerenkool met worst en twee flesjes bier.
Steketee
Steketee is de altijd en overal vooraan lopende Vastenavendpolitie. Maar wel een politieagent die meer lol dan gezag uitstraalt! Zijn blauwe politiepak is bezaaid met alle mogelijke medailles en onderscheidingen zodat je zijn pak amper meer ziet. Op zijn altijd lachende kop draagt Steketee een oud mod... Steketee is de jongste aanwinst in het gevolg van de prins. Terwijl de prins, nar en Grootste Boer al voor de Tweede Wereldoorlog hun intrede hadden gedaan, zag Steketee pas in 1949 het levenslicht. Als hoofd van de vastenavend-politie heeft Steketee als grootste taak om te zorgen dat de vastenavend leuk blijft. Steketee is gekleed in een ouderwets blauw politiepak met een helm en botte sabel. Steketee wordt meestal afgebeeld als een held op sokken die graag een wit voetje haalt bij de prins.
Wana
Wana is de heks van Reimerswaal, een verwijzing naar het folkloreverhaal Jan Zonder Vrees. In tegenstelling tot het prinselijk gevolg wordt er niet ieder jaar iemand gevraagd om Wana uit te beelden. In plaats daarvan wordt ze enkel af en toe vertolkt tijdens de kindervastenavond.

De Invulling van de Vastenavend: Programma en Tradities
De Vastenavend is een periode vol activiteiten, die zich uitstrekt over meerdere dagen en diverse evenementen omvat.
Zaterdag: Intocht en Sleuteloverdracht
De zaterdag markeert de officiële start van de Vastenavend met de Intocht. Dit is de dag dat de Prins zijn intrede doet en van de burgemeester officieel de “Sleutel van de stad” ontvangt. De Prins komt met de Blauwe Schuit aan op het station van Bergen op Zoom. Na enkele mortierschoten ter ere van zijn komst stapt de prins samen met de nar in de speciaal voor hen vervaardigde wagen, die geheel in het thema is van het vastenavendmotto. Bij het Stadhuis op de Grote Markt krijgt de prins vervolgens de sleutel van de stad overhandigd. De prins en zijn gevolg begeven zich hierna naar Hotel de Draak, waar de boerenploeg samenkomt met de gemeenteraad.
Zondag: Dweilbandfestival en Kindervastenavond
Op zondagmiddag wordt het Dweilbandfestival gehouden. De maandagmiddag van de vastenavend is speciaal voor de kinderen bedoeld. Op de Grote Markt voeren de prins en zijn gevolg een toneelstuk op. Bijzonder is dat tijdens deze voorstelling de Peperbus de toeschouwers op de Grote Markt toespreekt.
Maandag: Dweilavond en Sketches
Op maandagavond worden in verschillende straten van Bergen op Zoom sketches opgevoerd. Deze spelen vaak in op het motto van de vastenavend of op actuele gebeurtenissen. De acts worden in tegenstelling tot de rest van de vastenavend nauwelijks georganiseerd door de Stichting Vastenavend. Hierdoor is de dweilavond samen met de optocht vaak het moment voor de ‘gewone’ krabben om hun eigen creativiteit te tonen.
Dinsdag: De Optocht en de Sluiting
Op dinsdagmiddag vindt een van de grootste carnavalsoptochten van Nederland plaats: De Optocht. Bouwclubs uit Bergen op Zoom en dorpen die hierbij horen presenteren tijdens deze optocht hun vaak metershoge wagens, die bol staan van verwijzingen naar de Bergse vastenavend. De Prins staat hoog bovenop zijn speciaal voor hem gemaakte prinsenwagen.
De Vastenavend wordt afgesloten met De Sluiting. Dit gebeurt op dinsdagavond met een laatste groot evenement in het zalencomplex de Stoelemat. Hierbij worden verschillende acts opgevoerd waarna de prins de stadssleutel moet teruggeven aan de burgemeester. Na de sluiting begeeft de prins zich naar het beeld van Wana dat na de intocht op de Grote Markt is gezet. Hier rondom verzamelen zich om 23:30 alle Krabben. Na het lossen van drie schoten laat de prins de kraai, die op het beeld van Wana staat, omvallen. Met deze symbolische dood van de kraai is het einde van de vastenavend ingeluid.
Speciale Evenementen
Drie weekenden vooraf vindt het Neuzenbal plaats in een van de grootste evenementenzalen van de regio. Tijdens dit bal wordt officieel het thema liedje bekend gemaakt. De naam van het bal verwijst er naar dat er vroeger neuzen werden verkocht als toegangskaarten om de vermakelijkheidsbelasting te ontwijken. Sindsdien is het gebruikelijk om een feestneus op te zetten naar het Neuzenbal.
Intocht Krabbegat Bergen op Zoom Vastenavend 2022
Vastenavend in het Licht van Aswoensdag en de Vasten
Waar carnaval wereldwijd wordt geassocieerd met uitbundigheid voor de start van de vastenperiode, is dit in Bergen op Zoom, met de naam Vastenavend, extra treffend.
Menige feestvierder draait zich na vier dagen leut op woensdagochtend 09:00 uur nog even om, terwijl de eerste mensen de Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk in Bergen op Zoom binnendruppelen. "Wij komen ieder jaar een askruisje halen", vertelt een mevrouw op leeftijd die samen met haar zus de kerk bezoekt. Als de bel in de kerk gaat, gaan de bezoekers netjes staan. Pastoor Paul Verbeek komt binnen met de misdienaars.
“Aswoensdag is de opening van de veertigdaagse vastentijd”, legt Verbeek uit. “Eigenlijk is er maar één vastenavend en dat is dinsdagavond vóór carnaval. Dat is de échte vastenavend vóórdat de vastentijd gaat beginnen”, legt hij uit. Tijdens carnaval mogen de mensen nog even uit hun dak gaan. Na carnaval is de gedachte dat mensen veertig dagen wat soberder gaan leven. Op Aswoensdag hebben de gelovigen zelfs géén vlees op het menu staan. “Ik ga nu wat rustiger aan doen. Een sobere start”, laat een man weten die de viering bezoekt. Twee zussen die vooraan in de kerk zitten doen dit ook. Het askruisje herinnert ons eraan dat wij vergankelijke mensen zijn, vertelt de pastoor. “Tijdens de veertig dagen vasten bereiden de Christenen zich voor op het belangrijkste feest. Dat is Pasen.”
De stad viert op deze manier een cyclus van uitbundigheid gevolgd door bezinning, wat de betekenis van de naam Vastenavend extra kracht bijzet.
Meer Informatie en Geschiedenis
Nieuwsgierig naar nog meer geschiedenis en achtergronden van de Bergse Vastenavend? Er is heel veel terug te vinden in het boek “Ge Wit Nie Wagge Ziet, 55 jare Vastenavend in ’t Krabbegat”. Dit boek is nog verkrijgbaar bij het secretariaat van de Stichting Vastenavend, Postbus 1111, 4600 BC Bergen op Zoom.
De Bergse Vastenavend kent ook een specifieke groet: "Agge mar leut et!". Dit betekent zoveel als "Als je maar plezier hebt!". Deze kreet, samen met de bijbehorende handbeweging, is kenmerkend voor de sfeer van het feest.
In het kort: Vastenavend in Bergen op Zoom is meer dan alleen carnaval; het is een diepgewortelde traditie met een unieke identiteit, gekenmerkt door lokale gebruiken, specifieke klederdracht, eigen muziek en een rijke geschiedenis die tot op de dag van vandaag wordt gevierd.