Rowan Williams: Een Leven in Dienst van de Anglicaanse Kerk en Theologie

Rowan Douglas Williams, geboren in Swansea, Zuid-Wales, in 1950, groeide op in een gezin dat geen lid was van de Anglicaanse Kerk. Zijn moeder behoorde tot een vrije gemeente en zijn vader was lid van de presbyteriaanse kerk. Rowan bracht zijn jeugd door in de kerk van zijn vader en ging er naar de zondagsschool. Op elfjarige leeftijd bezocht hij voor het eerst All Saints, een anglicaans kerkje met een katholiek aandoende liturgie, waarna hij een reguliere kerkganger in de Anglicaanse Kerk werd.

Academische Vorming en Theologische Ontwikkeling

Williams studeerde theologie aan de Universiteit van Cambridge, waar hij een opvallende student was. Naast zijn studie zette hij zich in voor anderen door te helpen in een tehuis voor kinderen met een hersenaandoening en daklozen te ondersteunen. Op zondagen bezocht hij de hoogmis in Little St. Mary's, een anglo-katholieke parochie. De anglo-katholieke stroming binnen de Anglicaanse Kerk kenmerkt zich door een liturgische stijl die sterk lijkt op die van de Rooms-Katholieke Kerk, met een theologie en kerkopvatting die een sterke sociale component omvat.

Gedurende zijn studietijd onderging de theologie een significante modernisering. In continentaal Europa had het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) plaatsgevonden, wat leidde tot een heroriëntatie van de Rooms-Katholieke Kerk op de eigentijdse wereld. Tegelijkertijd verzetten theologen als Karl Barth, Henri de Lubac en Hans Urs von Balthasar zich tegen seculiere invloeden.

Williams ontwikkelde een uitzonderlijke beheersing van Hebreeuws, Grieks en Latijn, waardoor hij primaire teksten kon bestuderen zonder tussenkomst van commentatoren. Zijn grote voorbeeld in Cambridge was Donald MacKinnon, een pleitbezorger van een orthodoxe theologie die zich richtte tegen het moderne Kantiaanse denken, waarin menselijke autonomie centraal staat in plaats van de verlossing van het kwaad door Christus. MacKinnon had niet alleen een inhoudelijke invloed op Williams, maar droeg ook bij aan de complexiteit van zijn denken.

Ondanks de toenemende complexiteit van zijn denken behaalde Williams de hoogste cijfers en onderscheidingen bij zijn afstuderen in Cambridge. Na zijn studie werkte hij aan Wadham College in Oxford aan een proefschrift over Russisch-orthodoxe filosofie en theologie, met name de mystieke theologie van Vladimir Lossky. Om de teksten in hun oorspronkelijke taal te kunnen lezen, leerde hij binnen zes maanden Russisch.

Zijn fascinatie voor de Oosterse Orthodoxie en de Russische romanliteratuur, die hij als tiener had gelezen, leidde hem tot de ontdekking dat de theologie van de kerkvaders zeer vruchtbaar kan zijn voor de moderne tijd, een inzicht dat hij deelde met moderne filosofen als Hegel. Later publiceerde Williams een reader met teksten van Sergej Bulgakov, waaraan hij ideeën ontleende over economie als middel voor sociale samenhang, en schreef hij een boek over Fjodor Dostojevski. Deze Russische denkers openden voor Williams de weg naar de mystieke aspecten van het geloof, met name de triniteit als beeld van de onderlinge liefde van Vader, Zoon en Geest. Dit leidde tot zijn latere theologie van de iconen, waarin hij de triniteit beschrijft als een onbegrijpelijk mysterie en tegelijkertijd een concrete, in de geloofspraktijk ervaren openheid naar mensen.

Een portret van Rowan Williams tijdens zijn studietijd, mogelijk in Cambridge of Oxford.

Theologische Kernpunten en Sociale Betrokkenheid

Verschillende elementen uit de latere theologie van Williams waren al aanwezig in zijn vroege werk: de kritiek op liberale geloofsovertuigingen, de vormende invloed van klassieke theologische teksten, en de erkenning van geloof als een publieke zaak die het gehele menselijke leven omvat. Een centraal punt in Williams' werk is de erkenning van de vreemdheid en complexiteit van God, die in het menselijk geloof altijd het initiatief neemt. Geloof is voor hem niet primair een menselijk zoeken naar waarheid, maar het zich aangesproken weten door een liefdevolle, zichzelf gevende God. De spirituele worstelingen van christelijke heiligen illustreren dit principe.

In 1981 trouwde Rowan met Jane Paul, eveneens theologe. Samen kregen ze een dochter en een zoon. Met Jane ondernam hij reizen naar India, waar hij seminars over interreligieuze dialoog organiseerde, en naar Zuid-Afrika, waar hij anglicaanse projecten in de krottenwijken van Durban bezocht. Deze ervaringen toonden zijn pastorale bewogenheid, die later als bisschop sterk naar voren zou komen. Williams benadrukte dat religie draait om het plaatsmaken voor God, in tegenstelling tot ruimte maken voor jezelf.

Foto van Rowan Williams en zijn vrouw Jane Paul, mogelijk tijdens een van hun reizen.

Kerkelijke Carrière en Leiderschap

In 1991 werd Rowan Williams gekozen als bisschop van Monmouth, een bisdom in Wales met ongeveer vijfentachtig parochies. Hij bezocht wekelijks een parochie en werkte samen met de verantwoordelijke priester. Als voorstander van een pastorale en lokaal sterke kerk benoemde hij meer priesters, wat het bisdom bijna in financiële problemen bracht. Destijds was de discussie over het priesterambt voor vrouwen volop gaande. In 1993 stemde de synode van Wales tegen de toelating van vrouwen tot het priesterschap. Williams ondervond hierdoor de uitdagingen die hem later als Aartsbisschop van Canterbury te wachten stonden. Conservatieven bekritiseerden hem voor het ter stemming brengen van de kwestie, terwijl progressieven hem verweten dat hij de wijding van vrouwelijke priesters niet had weten door te zetten.

Het werd duidelijk dat Williams geen strateeg was, maar een verzoener. Hij geloofde dat de kerk een gemeenschap voor velen moest zijn en zich, geleid door de Heilige Geest, verre moest houden van te veel strategie. Deze overtuiging tekende zijn leiderschap en openheid voor dialoog, maar bleek later ook een zwakte. Vriend en vijand erkenden hem echter als een intellectueel en spiritueel vooraanstaand figuur.

In 1999 werd hij gekozen tot aartsbisschop van Wales, een functie die hij slechts enkele jaren bekleedde voordat hij naar Canterbury werd geroepen.

Aartsbisschop van Canterbury: Een Periode van Verdeeldheid en Uitdagingen

Tien jaar lang was Rowan Williams Aartsbisschop van Canterbury. Deze periode wordt soms zijn 'Calvarie' genoemd, gekenmerkt door afzien en kritiek. Bij zijn afscheid in 2012 werd hij bekritiseerd voor het achterlaten van een verdeelde kerk en het niet oplossen van grote kerkelijke vraagstukken, zoals vrouwelijke bisschoppen, homobisschoppen en de inzegening van het homohuwelijk.

Williams nam vanaf het begin van zijn loopbaan deel aan de discussie over homoseksualiteit. Hij stelde dat de kerk homoseksuele relaties kon erkennen indien het Nieuwe Testament historisch-kritisch werd gelezen en nieuwe inzichten over menselijke seksualiteit werden omarmd. Echter, kerkelijke erkenning zou alleen gelden voor relaties gevormd vanuit trouw en zorg, en niet door doelbewuste zelfzucht, zoals veroordeeld in Romeinen 1. Ondanks zijn pogingen om de discussie te bevorderen, kon hij pijnlijke confrontaties niet vermijden, zoals rond de benoeming van de openlijk homoseksuele bisschop Gene Robinson in de Verenigde Staten en de terugtrekking van Jeffrey John voor de positie als hulpbisschop van Reading op verzoek van Williams. Williams wilde voorkomen dat algemene beleidsbeslissingen over homoseksuele priesters en bisschoppen werden genomen voordat de discussie goed gevoerd was. Bovendien dreigden tegenstanders met afsplitsing van de Anglicaanse Gemeenschap, wat Williams koste wat kost wilde voorkomen.

Tegenstanders van het homohuwelijk bekritiseerden de erkenning van geregistreerde partnerschappen onder zijn bewind, terwijl voorstanders teleurgesteld waren dat hij zijn eigen opvattingen niet in beleid kon omzetten.

Dezelfde kritiek klonk ten aanzien van vrouwelijke bisschoppen. Williams was een uitgesproken voorstander, maar vreesde voor de positie van tegenstanders binnen de Anglicaanse Gemeenschap en wilde een schisma voorkomen. Hoewel hij en zijn opvolger Justin Welby zich in 2012 krachtig uitspraken voor vrouwelijke bisschoppen, haalde het voorstel zes stemmen tekort om de benodigde tweederdemeerderheid te behalen. Dit gebeurde enkele weken voor zijn aftreden en werd beschouwd als een dramatische en onverwachte uitkomst van zijn periode als aartsbisschop.

Rowan Williams on bad Church outreach

Afscheid en Nalatenschap

Bij de aankondiging van zijn aftreden waren de meningen over Williams sterk verdeeld. Sommigen prezen zijn intellect, spiritualiteit, werk voor interreligieuze dialoog, open gesprek met atheïsten en ongelovigen, en zijn progressieve politieke opvattingen. Anderen bekritiseerden zijn bemoeienis met internationale politiek, gebrek aan voortvarend leiderschap en intellectuele wolligheid. De Britse krant The Guardian schreef dat Williams 'vanzelfsprekend had gefaald, omdat dat nu eenmaal bij zijn functie hoorde: 'A good man, an impossible task'.

Na zijn afscheid als primaat van de Anglicaanse Gemeenschap werd Williams benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge en lid van het Britse Hogerhuis (House of Lords). In mei 2014 ontving hij een eredoctoraat van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Rowan Williams' nalatenschap wordt gekenmerkt door zijn diepgaande theologische inzichten, zijn inzet voor sociale rechtvaardigheid en zijn streven naar dialoog binnen een vaak verdeelde kerk en samenleving. Zijn werk blijft een belangrijke bijdrage leveren aan de theologische en maatschappelijke discussies van onze tijd.

tags: #dominee #williams #angliaanse #kerk