De Abdijkerkhof, gelegen in de wijk Loosduinen naast de monumentale Abdijkerk, is een sfeervolle begraafplaats met een rijke geschiedenis. Deze rustige plek dient niet alleen als begraafplaats, maar ook als een plek om te herdenken en de stilte op te zoeken. Sinds de 19e eeuw worden hier mensen begraven, en tot op de dag van vandaag biedt het zowel graven als plekken voor asbestemming. Er zijn particuliere en algemene graven beschikbaar, en na de laatste renovatie in 2007 telt de begraafplaats 450 graven. Tevens is er een urnennis waar asbussen geplaatst kunnen worden. Momenteel zijn er in alle typen graven plaatsen beschikbaar.

De Oorsprong van de Abdijkerk en Loosduinen
De Abdijkerk zelf is een van de oudste gebouwen van Den Haag, gebouwd tussen 1238 en 1250 als kapel van een klooster. De kerk is nog steeds in gebruik voor kerkdiensten en andere activiteiten van de Protestantse Kerk. In vroeger tijden vond de begraving plaats binnen de muren van de Abdijkerk zelf. Echter, toen dit in 1829 verboden werd, ontstond het Abdijkerkhof zoals we dat nu kennen. Hier worden tot op heden overledenen bijgezet.
Het gebied dat nu Loosduinen heet, kent een nog langere bewoningsgeschiedenis. Al zo'n 4.500 jaar geleden leefden er mensen op Loosduins grondgebied. Van de bewoning rond het begin van onze jaartelling zijn vele sporen gevonden van de Romeinen en de Cananefaten, waaronder paardengraven, aardewerk, bronzen voorwerpen en munten. De oorsprong van de naam Loosduinen is echter niet eenduidig te traceren. In de eerste eeuwen na Christus lag de regio aan de rand van het Romeinse rijk.
Loosduinen ontwikkelde zich als dorpskern rondom het klooster. In de twaalfde eeuw stichtte graaf Floris de III op zijn bezittingen in Loosduinen een kapel. De eerste schriftelijke vermelding van Loosduinen, als ‘Losdun’, is te vinden in de annalen van de Abdij van Egmond. In 1186 trouwde graaf Dirk VII van Holland met Aleida van Kleef in de kapel van de villa Losdun. Omstreeks 1228 stichtte graaf Floris IV met zijn vrouw Machteld van Brabant op zijn Loosduinse grafelijke bezittingen een cisterciënzer abdij voor nonnen.

De Legende van Gravin Margaretha van Hennebergh en de Bedevaart
In de 14e en 15e eeuw verwierf de Abdijkerk internationale faam als bedevaartsoord voor vrouwen die kinderloos bleven, mede dankzij een opmerkelijke legende. Op Goede Vrijdag 1276 zou gravin Margaretha van Hennebergh 365 zonen en dochters hebben gebaard. Zij stierf samen met al haar kinderen en werd begraven in Loosduinen. Tot in de achttiende eeuw werd de Abdijkerk bezocht door onvruchtbare vrouwen. Een wandbord waarop dit verhaal wordt verteld, is nog steeds te zien in de Abdijkerk. De twee doopbekkens ter herinnering aan deze legendarische geboorte hangen nog steeds in de kerk, bevestigd op een paneel met de beschrijving in het Nederlands en Latijn. Het zijn echter niet de originele doopbekkens uit de 13e eeuw, die waarschijnlijk in de 16e eeuw door de Spanjaarden zijn gestolen.

Verwoesting van de Abdij en de Rol van de Staten van Holland
Het klooster werd verwoest in de onrustige tijden aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Van het complex bleef voornamelijk de kerk grotendeels gespaard. De Geuzen vernielden de abdij in 1574, waarna de restanten later door de Spanjaarden verder werden verwoest, wat het einde van de abdij betekende. De Staten van Holland restaureerden de kerk en gaven deze in gebruik aan de hervormde gemeente, die tot op de dag van vandaag de erediensten viert.
De Ontwikkeling van Loosduinen als Gemeente en Tuindersdorp
In 1829 werd Loosduinen, na de verbod op begraven binnen de bebouwde kom, een zelfstandige gemeente, wat voortkwam uit de reorganisatie van het bestuur tijdens het Franse bewind. Loosduinen, met Eikenduinen, Poeldijk en Kwintsheul, kreeg F. van der Goes als eerste burgemeester op 21 oktober 1811. Loosduinen bleef een landelijke gemeente, bekend om haar boeren en tuinders. Vooral in de tweede helft van de 19e eeuw groeide de teelt van aardappelen, met export naar Engeland als belangrijke factor. De tuinbouw ontwikkelde zich eveneens sterk, met de teelt onder glas rond 1880. In 1899 werd de Loosduinsche Groentenveiling opgericht door 46 tuinders, die al snel uitgroeide tot 109 leden. De Loosduinse tuinders waren pioniers in Nederland met hun beslissing tot verplicht veilen.
Gedurende de 19e eeuw had 's-Gravenhage voortdurend behoefte aan grondgebied voor stedelijke uitbreiding. Loosduinen lag hierdoor regelmatig onder vuur. In 1903 werd een deel geannexeerd, en na verdere onderhandelingen ging de gemeenteraad van Loosduinen in 1923 akkoord met de totale annexatie door 's-Gravenhage. Er werden afspraken gemaakt om het tuinbouwgebied zoveel mogelijk te behouden, maar deze zijn in de praktijk grotendeels niet gerealiseerd.
De Abdijkerk Door de Eeuwen Heen: Restauraties en Verbouwingen
De Abdijkerk, gebouwd in een overgangsstijl tussen romaans en gotisch, met invloeden van de Scheldegotiek, heeft door de eeuwen heen diverse restauraties en verbouwingen ondergaan. Bij de restauratie in de jaren '70 zijn de later toegevoegde zijbeuken verwijderd en een deel van de oude graven geruimd. Een renovatie in 2011 breidde het kerkhof uit met 40 grafplaatsen. Een ingrijpende restauratie vond plaats van 1969 tot 1974, waarbij het dak werd vernieuwd en het in 1908 aangebouwde deel (inclusief transept) werd gesloopt om de kerk zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Op 15 december 1974 werd de kerk feestelijk heropend.
Het orgel van de Abdijkerk, oorspronkelijk gebouwd in 1780 door de Zwitserse orgelbouwer Johannes Reichner, heeft ook diverse aanpassingen gekend. Na renovaties in 1856 en 1908, waarbij het orgel werd verplaatst toen de kerk twee zijbeuken bijkreeg, werd het in 1975 na restauratie opnieuw opgebouwd door Flentrop Orgelbouw. In 2006 werd het orgel uitgebreid met een zelfstandig pedaal uit het oude Witte-orgel van de Kloosterkerk. De totale kosten van deze werkzaamheden bedroegen 240.000 Euro.
Begraafplaats Oud Eik en Duinen: Een Historisch Perspectief
De begraafplaats Oud Eik en Duinen, gelegen naast de Abdijkerk, heeft een geschiedenis die teruggaat tot de dertiende eeuw. De ruïne op de begraafplaats is het oudste deel en herinnert aan een kapel die in 1331 een eigen parochie kreeg. De kapel werd in de tweede helft van de vijftiende eeuw een bekend bedevaartsoord. Na de Reformatie doorstond de kapel de vernielingen, en na het vertrek van de Spanjaarden werd de protestantse gemeenschap verbonden aan de Loosduinse gemeente. De kapel werd in 1851 afgebroken, maar delen van de toren en muren bleven staan.
In de zeventiende eeuw werd de voormalige kapel weer een bedevaartsoord. Door een tekort aan grafruimte in 's-Gravenhage werd er ook weer begraven bij de voormalige kapel, wat leidde tot de exploitatie van een particulier kerkhof. In de loop der tijd werd Oud Eik en Duinen populair bij zowel katholieken als protestanten, en later ook bij personen van naam. De begraafplaats werd diverse malen uitgebreid, en in 1929 werd een kapel gebouwd ten noorden van de ruïne.
In 1978 kocht uitvaartonderneming 't Statenhuys de in financiële problemen verkerende begraafplaats Oud Eik en Duinen. Met investeringen van 't Statenhuys en de gemeente werd het terrein opgeknapt, de ruïne gerestaureerd en tal van grafmonumenten hersteld. Oud Eik en Duinen kent een lange lijst van bekende personen die hier hun laatste rustplaats vonden, waaronder Menno ter Braak, Abraham Kuyper en Willem Drees.

tags: #hervormde #begraafplaats #loosduinen