De hervormde gemeente van Oud-Alblas kent een rijke geschiedenis, gekenmerkt door trouw aan het Woord van God en de inzet van vele predikanten. Vanaf de Reformatie tot in de 20e eeuw heeft de gemeente rondom het Woord van God samengekomen. De kerkgeschiedenis van een plaatselijke gemeente is een teken van Gods trouw, net als de grotere kerkgeschiedenis. Eeuwenlang is in de kerk van Oud-Alblas de gemeente van Christus samengekomen rondom het Woord van God. Die gemeente was er al vóór de Reformatie. Door de Reformatie heeft God Zijn gemeente opgericht uit het diepe verval en het heldere licht van Zijn Woord laten schijnen in duistere harten. Vierhonderd jaar heeft de verkondiging van Gods Woord beslag gelegd op de gemeente. Dat kan niet zonder vrucht blijven, want Gods Woord keert nooit ledig tot Hem terug; het doet wat Hem behaagt.
Het dorp Oud-Alblas ligt aan het veenriviertje de Alblas. Waarschijnlijk gaat de bewoningsgeschiedenis terug tot de tijd van de Romeinen. Er was reeds een kerkgebouw in de late Middeleeuwen. De toren van het huidige kerkgebouw dateert uit 1393. De eerste twee predikanten werden in combinatie met Alblasserdam beroepen. Sinds die tijd had het dorp in de Alblasserwaard een eigen predikant. De gemeente hoorde vanaf de Reformatie een rechtzinnige prediking.

Predikanten vanaf 1853
Dit artikel biedt een overzicht van de predikanten die Oud-Alblas gediend hebben vanaf de komst van ds. Knap in 1853 tot en met het vertrek van ds. J. van Rootselaar in 1951. De gemeente was in de eeuwen daarvoor al gegroeid tot een hechte gemeenschap. In de loop der eeuwen deden zich ook ‘zamenrottingen’ en ‘beroerten’ voor.
Ds. Jan Jacob Knap (1853-1855)
Ds. Jan Jacob Knap (1806-1865) werd dominee in Oud-Alblas nadat de gemeente lange tijd gediend was door ds. J.J. Kam. Ds. Kam had jarenlang voortdurend ruzie met de kerkvoogdij, een ruzie die duurde tot hij in juni 1852 met emeritaat ging. In de vacature werd tweemaal een beroep uitgebracht op ds. J.J. Knap te Heeg, die echter bedankte. Vervolgens kreeg ds. A. van Henvaarden te Fijnaart en Heiningen een beroep, maar ook hij bedankte. Ds. Knap bleef echter de meest begeerde predikant, en opnieuw werd hij beroepen. Nu met goed gevolg. Op 10 april 1853 vond de bevestiging en intrede plaats. De nieuwe predikant preekte bij deze gelegenheid over 2 Korinthe 4:5.
Het aantal zitplaatsen werd voor zijn komst al vermeerderd door de bouw van een galerij. Knap was een vooraanstaand predikant van het Friese Réveil. Hij vond met name zegen op zijn arbeid in het Friese Heeg. In Oud-Alblas vond hij een goede ingang: het aantal kerkgangers nam snel toe, zodat in 1853 besloten werd het kerkgebouw uit te breiden. Ds. Knap waarschuwde vooral tegen een werelds leven. Toch constateerde hij dat veel gemeenteleden zich met hun rechtzinnigheid en godsdienst verzetten tegen de genade van God in Christus. Ds. Knap ruilde de oude preekjas voor de toga, wat hem door sommige gemeenteleden niet in dank werd afgenomen. Sommigen zeiden toen in Oud-Alblas: "Nu staat Sinterklaas op de preekstoel."

Indrukwekkend moet de doopdienst van 12 februari 1854 geweest zijn, toen de drie joodse zussen Belia, Rebecca en Lea Harst het teken en zegel van het Nieuwe Verbond ontvingen. Ds. Knap preekte uit Hand. 10:47: "Kan ook iemand het water weren dat deze niet gedoopt zouden worden?" Na de doopsbediening zei ds. Knap: "Neem de drie aan in liefde, ze zijn verlaten van ouders en bloedverwanten. Hun onbekeerde volksgenoten vloeken hen. Maar geeft gij ze een plaats in uw hart.”
Ds. Knap vertrok naar Putten en nam op 4 november 1855 afscheid van de gemeente, waar hij met zegen had gewerkt. Uit Putten schreef hij op 11 december 1855: "Nog dikwijls ben ik in gedachten bij u. Neen, lieve vrienden. Nooit zal ik u vergeten. Nooit! Nooit! Gij hebt ons altijd zoo veel genoegen gedaan en zouden wij hen niet liefhebben, in wier hart wij weten, dat wij eens zoo ruime plaats hebben?"
Ds. Alphonse Pierre Antoine du Cloux (1856-1857)
Opvolger van ds. Knap werd zijn geestverwant en 'Vriend der Waarheid' ds. Alphonse Pierre Antoine du Cloux (1808-1890). Du Cloux was in zijn eerste gemeente Vierhouten en Zoutkamp in conflict gekomen met ds. H. de Cock te Ulrum, die kinderen uit zijn gemeente zonder toestemming doopte. Later kwam hij tot bekering en werd hij een voorvechter van de gereformeerde leer in de Nederlandse Hervormde Kerk.
Ds. Du Cloux was al eerder vergeefs beroepen. Hij nam een tweede beroep aan, werd bevestigd op 1 juni 1856 en hield zijn intreepreek over 1 Korinthe 2:2. In de korte periode dat hij Oud-Alblas diende - nog geen 11 maanden - trok hij veel kerkgangers uit de Alblasserwaard. Willem Verheij uit Ameide schreef daarover: 'Deze predikant had bijzonder veel zegen op zijn dienstwerk. Het hele dorp was uitwendig omgekeerd. Ik besloot er met Pinksteren heen te gaan en kwam op zaterdagavond te Oud-Alblas en bevond het zoals ik gehoord had, de herbergen leeg en de kerk vol. Zondags werd ik bijzonder gesticht onder de pinksterstof, 's Maandagsmorgens was ik van plan naar mijn vrienden in Groot-Ammers te gaan, maar ik gevoelde bijzondere trek om hem ook voor de derde maal te horen en bleef. Toen sprak hij over de woorden: "Blus den Geest niet uit'. Ik werd zo wonderlijk gesteld dat ik er geen verslag van geven kan.’
Ds. Du Cloux nam op 19 april 1857 afscheid met een preek over 2 Korinthe 13:11-14.
Andere predikanten in de 19e eeuw
Na ds. Du Cloux dienden de predikanten Jacob van de Werff (1858-1859), Jan Adam ten Bokkel Huinink (1860-1866), Josinus Joannes Ruijs (1867-1868) en Arnold van Griethuijsen (1868-1873) de gemeente.
Ds. Adam Frans Simons (1874-1877)
Ds. Adam Frans Simons (1837-1906), kwam van Kesteren en preekte op 22 november 1874 intree. Van hem verschenen twee prekenbundels in druk. Maar de dominee hield niet alleen van schrijven en uitgeven, hij hield ook van eten. In zijn vorige gemeente had hij de kelder van de pastorie laten volzetten met kazen. In Bergschenhoek was dat zelfs een geslachte koe! Het vele eten maakte hem op de duur ontzettend dik: hij kon bijna de kansel niet meer beklimmen. Hoewel er in Bergschenhoek slechts één huis tussen de kerk en de pastorie stond, liet hij zich met het rijtuig naar de kerk brengen. Ds. Simons, die een begaafd predikant was, vertrok in januari 1877 naar Aalst.
Ds. Gerrit Boxman (1877-1886)
Ds. Gerrit Boxman diende de gemeente van 1877 tot 1886.
Ds. Dirk Martens Boonstra (1886-1891)
Ds. Dirk Martens Boonstra (1854-1920) deed op 21 november 1886 intree met een preek uit Openbaring 6:6. Hij raakte onder de indruk van het streven naar reformatie der kerk, zoals de dolerenden voorstonden en gaf zijn visie weer in de brochure Een woord aan Belijders der Gereformeerde Religie in het Ned. Herv. Kerkgenootschap, uitgegeven in 1887. Hij schreef onomwonden: "Door een gouvernementaal kerkgenootschap, uit gehechtheid aan de kerkleer, te verlaten, is men wellicht des te meer, lid gebleven van de Hervormde Kerk." Niet lang na het verschijnen van de brochure nam hij een beroep aan naar de dolerende gemeente van Zwolle. Hij schreef in het notulenboek: "Uit Sion zegene de Heere Zijn volk en gemeente te Oud-Alblas." In 1893 - Boonstra was predikant te Schiedam - keerde hij terug naar de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij preekte in Schiedam geen afscheid en vertrok naar Oene. Vanaf 1911 tot zijn overlijden in 1920 was hij hoofdbestuurslid van de Gereformeerde Bond.
Dr. Jan Daniël de Lind van Wijngaarden (1892-1895)
Het negentiende beroep in de vacature Boonstra werd uitgebracht op kandidaat Jan Daniël de Lind van Wijngaarden (1862-1939) uit Numansdorp. Deze kandidaat was bijzonder begaafd op gebied van geschiedenis, letteren en wijsbegeerte. Hij begon pas op zijn twintigste levensjaar met de gymnasiale studie. Verder studeerde hij te Leiden aan de Rijksuniversiteit en promoveerde in 1891 op de predikant Antonius Walaeus. Hij werd op 3 januari 1892 in het predikambt bevestigd. Hij herinnerde zich 25 jaar later: "Met beslistheid beantwoordde ik de vragen, aan mij gedaan, met de u bekende belofte: ja, ik, van ganscher harte! En toen ik daarop moest nederknielen, was het mij, alsof God zelf Zijne handen over mij uitbreidde en mij met kracht omgordde tot mijn ambt. Indien ooit het gevoel mij overmeesterd heeft, dan zeker in die oogenblikken, aan den voet van het spreekgestoelte, met het aangezicht naar de gemeente, mijn hart opgeheven tot Hem, Wiens heerlijkheid te verkondigen de wellust was van mijn ziel."
Ds. De Lind van Wijngaarden bewaarde goede herinneringen aan Oud-Alblas: "De gemeente, waarvan vele leden onderlegd waren in de waarheid Gods, had mij met toegenegenheid ontvangen en heeft mij ook in mijne eerste jaren met liefde gedragen. Nooit vergeet ik het ogenblik dat ik van haar afscheid nam, toen ik vaarwel moest zeggen aan zovelen, met wie ik op bijzondere wijze verbonden was geworden." Dit afscheid vond plaats op 21 april 1895 met een preek over Openbaring 2:11. In 1895 droeg hij zelfs een prekenbundel op aan Oud-Alblas: Overdenkingen op den weg des levens.
Dr. De Lind van Wijngaarden behoorde tot de oprichters van de Gereformeerde Bond. Ook was hij van 1901 tot 1931 voorzitter van de Gereformeerde Zendingsbond.
Predikanten in de 20e eeuw
Ds. Pieter Kuylman (1895-1899)
Oud-Alblas was de tweede gemeente van ds. Pieter Kuylman (1866-1963). Hij was gekomen uit Bunnik en Vechten. Zijn studievriend ds. F.F.J. van der Plassche uit Gouderak had hem er op 1 december 1895 bevestigd. Ds. Kuylman hield de touwtjes strak in handen; hij was ook niet bang om tuchtmaatregelen te nemen. Ambtsdragers die te laat op een kerkenraadsvergadering kwamen, kregen een boete. Ds. Kuylman hoorde tot de meer bevindelijke hervormd-gereformeerde predikanten. Hij hield van stropen met lijmstokken op vogels. Hij vertrok op 6 oktober 1899 naar Zegveld en preekte over enkele woorden uit Jesaja 55. Ds. Kuylman werd bij de oprichting bestuurslid van de Gereformeerde Zendingsbond, wat hij enkele jaren geweest is.

Ds. Menno Buiskool (1900-1902)
Ds. Menno Buiskool (1856-1924) te Dordrecht preekte intree op 30 september 1900 uit 2 Korinthe 12:9a. Het was het zesde beroep dat de gemeente uitbracht. Ds. Buiskool, van afkomst een Groninger, had twee broers die ook predikant waren. Zij waren van de vrijzinnige richting. Buiskool verdiepte zich op de Rijksuniversiteit te Utrecht in de gereformeerde theologie en is dat zijn hele leven blijven doen. Hij hield van een open en eerlijke sfeer en zei op de eerste kerkenraadsvergadering dat de broeders geheel vrij waren om hun gevoelens naar het Woord van God te uiten. Hij diende de gemeente ruim twee jaar en vertrok op 21 december 1902 naar Hoogeveen.
Ds. Cornelis Johannes Six Dijkstra JJzn. (1904-1920)
Het was eigenlijk niet de bedoeling geweest om ds. Cornelis Johannes Six Dijkstra JJzn. (1861-1928) in de vacature ds. Buiskool te beroepen. De kerkenraad had al vijf beroepen uitgebracht en voor het zesde beroep was men naar Oud-Vossemeer gegaan om daar ds. P. de Looze te beluisteren. Maar dat liep anders. Toen de broeders op 12 juni 1904 in de kerk zaten, bleek niet hij, maar ds. Six Dijkstra van St.-Maartensdijk op de preekstoel te staan. Deze dominee was blijkbaar zo goed bevallen dat men prompt besloot om ds. Six Dijkstra te beroepen. Hij nam het beroep aan en werd op 30 oktober 1904 in de gemeente verbonden. Hij hield zijn intrede uit 2 Petrus 1:19.
Ds. Six Dijkstra diende de gemeente vijftien jaar. Hij maakte er de Eerste Wereldoorlog mee. 'Het is een bange tijd', schreef hij in het notulenboek. Over zichzelf schreef hij: 'Heere, is het Uw wil, schrijver dezes weg te nemen van deze plaats, voor de vrede komt. Uw wil geschiedde! Maar dat het Evangelie van Uwe genade in Uwen lieven Zoon, door hem verkondigd, de overhand krijge!' Op zondag 25 juli 1920 nam hij afscheid met zijn intreetekst. De kerk was altijd overvol, vooral ook omdat velen uit de omtrek kwamen om hem te horen.
Ds. Jacob Johannes van de Pol (1922-1943)
In de vacature ds. Six Dijkstra werden achtereenvolgens de predikanten P. Kruyt, T. Lekkerkerker, J.J. Timmer en J. Kraay beroepen. Lodewijk Verheul uit Giessendam gaf een poosje catechisatie. De gemeente beriep vervolgens ds. Jacob Johannes van de Pol (1878-1943) te Ooltgensplaat, die het aannam en op 27 augustus 1922 intree preekte over 2 Petrus 1:19. Op verzoek van de predikant, die een groot voorstander was van begeleidend orgelspel, ging de kerkvoogdij over tot instelling van een orgelcommissie. De firma Valckx en Van Kouteren kreeg opdracht een instrument te bouwen.
Ds. Roeland Willem Steur (1936-1941)
Na elf beroepen te hebben uitgebracht viel de keus op Roeland Willem Steur (1908-1986), kandidaat te Burgh in Zeeland. Hij werd op 1 maart 1936 door ds. J.C. van Apeldoorn in het predikambt bevestigd, waarna hij zijn intrede hield met de woorden van Psalm 121:1 en 2. Ds. Steur was bescheiden in zijn optreden. Van hem werd gezegd dat hij in stilheid en vertrouwen zijn weg ging. Hij had geen strijdlustig karakter, maar was zachtmoedig. Hij vertrok in oktober 1941 naar Oldebroek.
Ds. Gerrit den Duyn (1942-1948)
Zijn opvolger was ds. Gerrit den Duyn, die de gemeente diende van 1942 tot 1948.
Ds. Jacob van Rootselaar (1949-1951)
Jacob van Rootselaar (1906-1990) kwam uit Oosterwolde en werd op 3 april 1949 door zijn vader ds. O.J. van Rootselaar bevestigd. In de middagdienst hield ds. J. van Rootselaar zijn intreepreek over Hebreeën 12 vers 24. Het aantal kerkgangers nam toe, zodat het aantal zitplaatsen op de galerij uitgebreid moest worden. Als gevolg van de nieuwe kerkorde werd de kerkenraad uitgebreid van 4 naar 6 personen. Ds. Van Rootselaar vertrok op 26 augustus 1951 naar Wijk, maar bleef meeleven met de gemeente. Hij was een van de grondleggers van de stichting Hulp Oost-Europa. In een 'In Memoriam' werd hij getypeerd als een man 'van ongekunstelde eenvoud, met een oprecht kinderlijk geloof en gestempeld door de gave der dankbaarheid.'
Kerkgebouw en Interieur
Met de uitbreiding van het kerkgebouw kreeg het interieur een grondige opknapbeurt. De eiken preekstoel werd gevernist, en vanwege de uitbreiding van de kerk verplaatst. Voor de kansel staat de lessenaar van de voorlezer, die Oud-Alblas tot 1954 gekend heeft.
De godsdienst in de Alblasserwaard kent een rijke religieuze geschiedenis die diep verweven is met het landschap, de gemeenschappen en de cultuur van het gebied. In de middeleeuwen viel de Alblasserwaard onder het bisdom Utrecht. De eerste kerken ontstonden als kleine parochies, vaak gebouwd op de hogere oeverwallen langs de rivieren. Deze kerken waren het centrum van het dorpsleven: hier werd niet alleen gebeden, maar ook recht gesproken, vergaderd en gefeest. De invloed van kloosters in de regio - zoals die van de cisterciënzers - speelde een rol bij de ontginning van het land en de vorming van de eerste nederzettingen.
Met de komst van de Reformatie in de 16e eeuw veranderde het religieuze landschap ingrijpend. De Alblasserwaard sloot zich opvallend snel en breed aan bij het protestantisme. De gereformeerde leer vond weerklank bij de agrarische bevolking, die waarde hechtte aan soberheid en discipline. De Reformatie bracht niet alleen een nieuwe geloofsbeleving, maar ook een nieuwe manier van samenleven. In de eeuwen na de Reformatie ontwikkelde de Alblasserwaard zich tot een regio met een sterk orthodox-protestant karakter. De Nadere Reformatie liet diepe sporen na: vroomheid, soberheid en gemeenschapszin werden belangrijke waarden.
In de 19e eeuw leidde de Afscheiding (1834) en later de Doleantie (1886) tot nieuwe kerkgenootschappen. De 20e eeuw bracht modernisering, mobiliteit en secularisatie. Toch bleef de Alblasserwaard religieus gezien een opvallend stabiele regio. Hoewel kerkbezoek afnam, bleven veel dorpen een sterke protestantse signatuur behouden. Kerken speelden een belangrijke rol bij maatschappelijke initiatieven, van jeugdwerk tot zorg en cultuur. Tegelijkertijd ontstond er meer ruimte voor nieuwe stromingen en voor samenwerking tussen kerken. Vandaag de dag is de Alblasserwaard een gebied waar traditie en vernieuwing hand in hand gaan. De streek blijft bekend om haar sterke protestantse signatuur, maar kent steeds meer diversiteit door migratie en instroom van nieuwe bewoners.