Geschiedenis van De Gereformeerde Kerk te De Krim en Nieuwe Krim

Dit deel belicht belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van De Gereformeerde Kerk te De Krim, tot aan het vertrek van ds. Schiebaan in 1966. De opvolger van ds. D. Veenhuizen (1905-1987) was ds. K. Reenders (1909-1983) uit Ooltgensplaat, die betrekkelijk snel op de preekstoel stond in de gereformeerde kerk van De Krim.

Evangelisatiewerk en de bouw van een evangelisatiegebouwtje

Kort na de komst van ds. Reenders werd begonnen met evangelisatiewerk in de omgeving van Nieuwe Krim, ten noorden van De Krim en net over de grens met Drenthe. Dit gehucht behoorde oorspronkelijk tot De Gereformeerde Kerk te Coevorden. De kerkenraad van De Krim besloot de kerk van Coevorden te verzoeken dit evangelisatiewerk gezamenlijk op te pakken, wat resulteerde in een samenwerking.

In september 1939 werd besloten tot de aankoop van een stuk grond en de bouw van een evangelisatiegebouwtje in Nieuwe Krim. De grond kostte een gulden per vierkante meter en de bouw van het gebouwtje zou fl. 1.234 bedragen. Een belangrijke overweging was de afstand tot de plaatselijke hervormde kerk; volgens wettelijke regels moest deze minstens 200 meter bedragen. De verwarming van de Rehobothschool in De Krim werd gratis ter beschikking gesteld om het gebouwtje in de winter te verwarmen.

Schematische weergave van de locatie van het evangelisatiegebouwtje ten opzichte van de hervormde kerk in Nieuwe Krim.

De Tweede Wereldoorlog en de rol van de kerk

Op 10 mei 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit. Een van de eerste concrete steunacties van de kerk van De Krim was een collecte voor de kerk van Rotterdam-Centrum, wier kerkgebouwen door Duitse bombardementen waren verwoest.

Verzet tegen Winterhulp Nederland

De door de NSB opgerichte organisatie Winterhulp Nederland, die hulp verleende aan behoeftige staatsburgers in bezet gebied, werd door de kerkenraad als onbespreekbaar beschouwd. De kerkenraad weigerde dan ook namen en adressen van hulpbehoevende gemeenteleden te verstrekken, omdat de armen van de kerk door de kerk zelf ondersteund moesten worden.

Opheffing van jeugdverenigingen en voortzetting van catechisatiewerk

In augustus 1942 werden de kerkelijke jeugdverenigingen door de Duitse bezetters opgeheven uit angst dat deze broeinesten van verzet zouden worden. Ondanks deze opheffing werd het verenigingswerk als onderdeel van het catechisatiewerk voortgezet onder leiding van kerkenraadsleden.

Onderduikers en verzetsactiviteiten

De gemeente bood tijdelijk onderdak aan geëvacueerden van elders. De pastorie werd na de komst van hulppredikant ds. Schiebaan mede bewoond door de familie Winkler, die hun woning waren kwijtgeraakt door vordering van de Duitsers. Ds. Schiebaan trachtte gevangengenomen gemeenteleden te bezoeken, maar kreeg hiervoor geen toestemming van de bezetters.

In vele gezinnen werden onderduikers verborgen, waaronder veel Joden. Het verzet was ook in het dorp actief, met bijvoorbeeld wapendroppings. De Duitsers kregen lucht van het verzetswerk en arresteerden een gemeentelid en enkele onderduikers. Na de oorlog bleek dat br. Jan Jansen was omgekomen, evenals br. Albert Hartemink uit Nieuwe Krim, die gefusilleerd werd. Vanwege de voortdurende verzetsactiviteiten waren er veel razzia's in en rond De Krim.

Foto van een onderduikadres uit de Tweede Wereldoorlog.

Speciale kerkdiensten voor onderduikers

Omdat het voor onderduikers te gevaarlijk was om op zondag naar de kerk te komen, werden er af en toe speciale onderduikerskerkdiensten gehouden, laat op de avond in een boerderij.

Dankbetuigingen en restauratie van het orgel

Na de oorlog werd aan de kerk van De Krim een gedenkplaat met een oorkonde geschonken door de kerk van Gouda. Dit was een blijk van dank voor de liefdevolle toewijding en verzorging tijdens de hongerwinter van 1944-1945, waarbij kinderen van de Gereformeerde Kerk te Gouda tijdelijk in De Krim waren geëvacueerd.

In maart 1943 werd besloten het kerkorgel voor ongeveer fl. 3.000 te laten restaureren, waarbij de gelden door middel van collectes bijeengebracht zouden worden.

Maatschappelijke kwesties en kerkelijke schorsingen

Het 'gemengd zwemmen' werd door de kerkenraad afgekeurd en was niet toegestaan.

In juni 1944 ontving de kerkenraad bericht van de generale synode dat hoogleraar dr. K. Schilder (1890-1952) van de Theologische Hogeschool te Kampen was geschorst vanwege zijn aanhoudende verzet tegen synodebesluiten over de betekenis van de doop en het Verbond.

Nieuwe predikanten en de Vrijmaking

Ds. K. Reenders nam op 25 juni 1944 afscheid en vertrok naar de kerk van Naarden. Aanvankelijk werd ds. H.J. Riphagen (1901-1987) uit Harderwijk benoemd tot hulpprediker, die in augustus 1944 werd opgevolgd door hulppredikant ds. F.J.B. Schiebaan (1903-1998) uit Heinenoord. Ds. Schiebaan had vanwege zijn aandeel in het verzet de oorlogsomstandigheden als te heet onder de voeten ervaren in Heinenoord.

Terwijl de gemeenteleden de pastorie in orde maakten en de hulppredikant er zijn intrek nam, ging het beroepingswerk door. Na diverse bedankte beroepen predikanten, werd uiteindelijk ds. Schiebaan beroepen. Hij had na de oorlog weer in Heinenoord gewoond en nam het beroep aan, met intrede op 4 november 1945.

Dr. K. Schilder (1890-1952) leidde in 1944 de 'Vrijmaking', wat leidde tot de oprichting van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). In De Krim bleef het aantal 'vrijgemaakten' echter zeer beperkt; slechts drie gezinnen namen afscheid van de Gereformeerde Kerk van De Krim. Het ledental van de kerk leed hier echter niet onder.

Ontkerkelijking en maatschappelijk werk

Langzamerhand kwam er een kentering in het kerkelijk leven. Dit begon met de emigratie van enkele gezinnen naar Canada en Amerika, en later ook Brazilië. Uiteindelijk kreeg de gestage ontkerkelijking ook vat op de Gereformeerde Kerk van De Krim.

In oktober 1946 stelden vijf zusters uit de gemeente zich beschikbaar voor sociale verzorging. In maart 1948 werd overlegd met de hervormde gemeente en de Christelijke Gereformeerde Kerk over het aanstellen van een gezinshulp. Het gereformeerd maatschappelijk werk, dat landelijk, provinciaal, regionaal en plaatselijk georganiseerd werd, sloeg ook in De Krim aan. Er werd een Stichting voor Gezinszorg opgericht, die in januari 1951 gezinsverzorgster Zr. Huinink aanstelde.

Illustratie van maatschappelijk werk binnen de kerkelijke gemeenschap.

Pastorale arbeid en de verhouding met de hervormde gemeente

Student B. Smilde (1922-2014) uit Leeuwarden werd in november 1946 benoemd voor pastorale arbeid in Nieuwe Krim, met een traktement van fl. 125 per maand. In november 1947 werd hij opgevolgd door student K.A. Schippers (1925-1997), wiens honorarium fl. 1.500 per jaar bedroeg. Volgens ds. Smilde liet de verhouding met de plaatselijke hervormde gemeente te wensen over.

Restauratie van het kerkorgel en fusie

Het kerkorgel uit 1905 voldeed uiteindelijk niet meer aan de eisen. In 1961 werd een nieuw instrument gebouwd door de firma J. Reil te Heerde, waarbij oudere delen van het orgel uit 1905 en enig pijpwerk uit 1949 werden hergebruikt. Adviseur was mr. A.H. Versteeg.

Ds. Schiebaan, die altijd al geïnteresseerd was geweest in het zendingswerk van De Gereformeerde Kerken in Nederland, werd in 1966 benoemd tot secretaris van de Soemba-Brazilië-zending, wat voor hemzelf geheel onverwacht kwam.

Na het vertrek van ds. Schiebaan fuseerden De Gereformeerde Kerk en de plaatselijke hervormde gemeente tot De Protestantse Gemeente De Krim.

tags: #hervormde #school #hollandscheveld