Jeugdherinneringen en de Zondagse Uitstap
De herinneringen aan de jaren dertig van de vorige eeuw, specifiek in de omgeving van Oegstgeest, Rijnsburg en Katwijk, roepen beelden op van een leven met strikte regels en onverwachte gebeurtenissen. Een typische zondag begon vroeg, rond acht uur 's ochtends, en duurde tot laat in de avond, soms wel veertien uur. Het gezin, bestaande uit meerdere kinderen, maakte zich klaar voor een uitstap naar het strand. De voorbereidingen waren praktisch: het eten, bestaande uit broodjes, werd onderin de kinderwagen geplaatst, met de baby erbovenop. Deze kinderwagen, omschreven als een olijfgroene, met een dubbele bodem die met twee kleppen geopend kon worden, diende ook als een soort kist voor de baby. Vier flessen limonade-gazeuse, twee in de smaak van champagne-pils en twee frambozen, werden erin gelegd. Bovenop de limonade kwamen trommels met broodjes, en de resterende ruimte werd gevuld met rollen frujetta en kleine peren.
Het vertrek van het grote gezin trok de aandacht van omstanders. De ik-persoon, hoewel zich ongemakkelijk voelend door de blikken, probeerde dit te negeren, net als zijn vader. Hun bestemming was het strand, waar de vader een uitkijkpost zocht. De reis naar het strand werd onderbroken door de noodzaak om te stoppen voor de kerkdienst. Moeder bleef bij de baby op het strand.
Tijdens de uitstap deden zich verschillende gebeurtenissen voor die de jeugdige perceptie van de ik-persoon kleurden. Bij aankomst op het strand observeerde de ik-persoon vissers. Een van hen ving een krab, sneed de scharen eraf, haalde wat vlees uit het lijfje, bevestigde dit aan zijn hengel en wierp de krab terug in zee. Dit tafereel deed de ik-persoon snel terugkeren naar zijn ouders.
Een ander incident betrof een plank met verroeste spijkers die de broer van de ik-persoon probeerde mee te nemen. De vader greep in en waarschuwde voor bloedvergiftiging, waarna de broer de plank begroef en de locatie markeerde met een takje. Dit wees op een zekere inventiviteit en een verborgen agenda van de broer.

Rituelen, Geloof en de Angst voor het Onbekende
De religieuze context van die tijd speelde een belangrijke rol. Na de kerkdienst werd het meegebrachte eten genuttigd. De broer van de ik-persoon, die in ondiepe plassen op het strand liep, drukte de ik-persoon op het hart dat er iets verschrikkelijks zou gebeuren als er niet geofferd werd voor de zon op haar hoogst stond. Hij drong aan op hulp bij het vinden van krabben voor het offer.
De ik-persoon vond een krab en probeerde deze onopgemerkt in zijn zak te steken, maar zijn broer greep zijn hand en drukte deze over de plank met verroeste spijkers. Het lijfje van de krab kraakte en de ik-persoon voelde een spijker in zijn hand. Zijn broer verbood hem dit aan hun vader te vertellen. De gewonde hand werd in het water gestoken, waarna de ik-persoon terugkeerde naar zijn ouders.
Vader deed een dutje, en de ik-persoon kreeg toestemming om hagedissen te gaan zoeken. Hij ontmoette een jongen die hem naar een plek met veel hagedissen leidde. De ik-persoon voelde zich echter ongemakkelijk bij het gedrag van de jongen en vluchtte met de bak hagedissen. Terug in de duinen deed hij ook een dutje. Bij thuiskomst werd de bak met hagedissen onder de baby gezet, wat bij de ik-persoon angst opriep.
Thuis gekomen, haalde de ik-persoon de levenloze hagedissen uit de bak en legde ze op het aanrecht. Moeder gooide ze in de prullenbak, wat leidde tot woede bij de ik-persoon, die vond dat ze begraven moesten worden. Vader stuurde hem zonder eten naar bed. Later bracht zijn broer stiekem een broodje, en de ik-persoon informeerde naar het tijdstip van de vuilnisman, met de gedachte aan de dode hagedissen in de vuilnisbak.

De Krab en de Hagedissen: Symbolen van Kwetsbaarheid en Onderdrukking
De gebeurtenissen rond de krab en de hagedissen lijken symbolisch te zijn voor de kwetsbaarheid en de onderdrukking die de ik-persoon ervaart. De krab, die door de visser wordt mishandeld maar ook wordt gebruikt als aas, weerspiegelt een wereld waarin leven en lijden dicht bij elkaar liggen. De spijker in de hand van de ik-persoon, veroorzaakt door de handeling van zijn broer, symboliseert de pijn en het verraad binnen de familiedynamiek.
De hagedissen, die eerst levend werden verzameld en later levenloos werden weggegooid, vertegenwoordigen een verloren onschuld en de impact van volwassen onverschilligheid. De reactie van de ik-persoon, die hun begrafenis eist, toont zijn behoefte aan respect voor zelfs het kleinste leven, een contrast met de hardheid van zijn omgeving.
De Vissers en hun Werkwijze
Een gedetailleerdere beschrijving van de vissers en hun techniek op het strand geeft verdere inkleuring aan de omgeving. Met lange snoeren aan hun hengels, zonder dobbers, konden ze het aas op het zand zien liggen. Een visser ving een grote krab, liet deze op de stenen dansen om hem van de haak te krijgen. De krab kroop weg tussen de basaltblokken. De visser haalde hem tevoorschijn en gebruikte een oculeermes om de scharen af te snijden en een stukje vlees uit het rugschild te peuteren. Hij legde een steen op de krab en verklaarde dat het vlees vers bleef als de krab niet werd gedood. Het stukje vlees werd aan de haak bevestigd.
De ik-persoon observeerde de krab van dichtbij, hoorde piepende geluidjes en zag kleine armpjes bewegen, die hem deden denken aan een uurwerk. De ogen op steeltjes staken tegen de zanderige onderkant van de steen. Dit detail benadrukt de gruwelijke aard van de handeling en de kwetsbaarheid van het dier.

De Wandeling door het Landschap: Contrasten en Observaties
De wandeling door het landschap onthult een reeks observaties die het leven in die tijd typeren. Langs het water, waar rotte uien dreven, werd opgemerkt dat dit een uitgelezen plek was om de dobber uit te gooien, met de suggestie dat de vis er voor het opscheppen was. De bloemenveiling, met bossen bloemen in het water, werd door vader geïnterpreteerd als 'het leven dat uitloopt op de dood'.
De passage langs de spoorlijn, waar de stoomtram voorbij denderde, en het pad dat gemacadamiseerd was, maakte het lopen minder gemakkelijk. Grote vlierstruiken en brandnetels onttrokken de groentevelden aan het oog, met hier en daar een glimp van bouwland, anjers of gladiolen, en bouwvallige schuurtjes. De kalkovens, vreemde lichtgrijze bouwwerken, en de bergen schelpen bij de kalkovens, droegen bij aan het beeld van een industrieel en tegelijkertijd natuurlijk landschap.
De meidoornstruiken, gekromd door de zeewind, en de laag kruipende bramen, markeerden de nadering van de duinen. De duinen zelf, blauwgrijs van helm en duindoorns, vormden een contrast met de frisse, korte grasvelden. De waarschuwing van vader om uit te kijken met pootjebaden in de zee, en de blik op de donkerblauwe zee, rondden de beschrijving van de kustlijn af.

De Kerk, het Offer en de Broodjes
De kerkdienst, hoewel kort beschreven, vormde een centraal punt in de dag. Terugkerend van de kerk zat moeder nog steeds in dezelfde houding. De ik-persoon volgde met zijn blik de bordjes met 'verboden zich in de helm te bevinden'. Vader maande hem zich erbuiten te houden. Moeder legde de broodjes, die ze van plan was uit te reiken, bijna schuldig terug, haar handen boven de geopende trommel.
De ik-persoon, met zijn handen langzaam in elkaar gelegd, keek voorzichtig rond. Kinderen met dichtgeknepen ogen, mogelijk tegen de zon, en zijn oudste broer, die hij ervan verdacht ook door zijn oogharen te kijken. Vader bad hardop, en het zachte gerommel van de branding leek een antwoord van God. De verdeling van de broodjes, met de vraag 'Jij ham', 'Kaas', en de ik-persoon die broodjes naar een hond wierp, illustreert de alledaagse gang van zaken, met een subtiele rebellie.
Tussen de Tenten: Een Ontdekking van het Verborgen Leven
Na het eten kropen de broer en de ik-persoon tussen de tenten. De broer wenkte de ik-persoon om stil te zijn en keek met hem in een tent waar een dikke, naakte vrouw stond, met de rug naar hen toegekeerd. Ze haalde een handdoek tussen haar dijen heen en weer. De broer blies op zijn hand, wat een luide scheet veroorzaakte. De vrouw reageerde geschrokken.
De broer plaagde de vrouw, die vervolgens haar dijen stevig tegen elkaar klemde. Een man met een dik rood hoofd verscheen en bedreigde de ik-persoon met geweld. De ik-persoon trok zich terug, terwijl de man nog steeds boos was.

De Verliezen en het Zorgzame Gebaar
Een ander deel van de herinneringen betreft een verblijf op Rottumerplaat, waar de ik-persoon alleen de zee inging om zich te reinigen. Hij stapelde levensmiddelen op, waarbij hij twee blikjes koffieroom vond die hij verdunde met water. Hij begon met het redden van een zeehondje, dat hij afspoelde en voeding gaf. De zon op het mulle zand werd als een gevaar gezien voor het dier.
De ik-persoon realiseerde zich dat hij zijn scholekster verwaarloosde. Hij vond het dier terug, maar werd gevolgd door de ouders van de scholekster. Hij nam het zeehondje mee naar de tent, waar hij het voerde. Het dier leek intelligent en wist wat er van hem verwacht werd. De ik-persoon fotografeerde het zeehondje, dat echter steeds weer onder het zand kwam te zitten.
De broer van de ik-persoon smokkelde later een broodje mee, wat de ik-persoon deed denken aan de dode hagedissen. Dit gebaar van de broer, ondanks eerdere hardheid, toont een complexere relatie.
Jan Wolkers' Werk: Een Spiegel van zijn Leven en Tijd
De fragmenten uit de tekst, hoewel soms onsamenhangend, bieden een inkijkje in de wereld van Jan Wolkers. De vermelding van zijn boeken, zoals "Turks fruit" en "De achtertuin", en de beschrijving van de impact van zijn werk op jonge lezers, laten zien hoe hij de maatschappij van zijn tijd heeft beïnvloed. Zijn werk wordt gekenmerkt door een rauwe sensualiteit, een confrontatie met de seksualiteit en een kritische blik op sociale conventies.
De brieven aan Annemarie Nauta, zijn tweede vrouw, onthullen een intiemere kant van Wolkers, waarin hij smeekt om "geile berichten" en geniet van het leven in Parijs. Dit contrasteert met de meer beschouwende en soms melancholische toon van andere passages. De tekst suggereert dat Wolkers' werk een weerspiegeling is van zijn eigen leven, zijn ervaringen en zijn zoektocht naar betekenis in een wereld die constant in beweging was.
Bankjesverhalen | Jan Wolkers in Oegstgeest
tags: #jan #wolkers #dominee #mieren #pindadoppen