De Geschiedenis van Plattelandsvrouwen in Schellinkhout: Een Tijdlijn van Activiteiten en Ontwikkelingen

Inleiding

De geschiedenis van de plattelandsvrouwen in Schellinkhout, zoals vastgelegd in handgeschreven notulenboeken, biedt een fascinerend inzicht in het verenigingsleven en de maatschappelijke ontwikkelingen van de periode 1938-1951. Deze notulen, opgetekend in zes van een harde kaft voorziene boeken, geven een gedetailleerd beeld van de activiteiten, uitdagingen en mijlpalen van de vereniging. Hoewel de namen van alle bestuursfunctionarissen niet altijd volledig leesbaar zijn, worden belangrijke figuren zoals de eerste voorzitster, mevrouw B. Blom-Van Dok, en andere bestuursleden zoals Schippers-de Boer, Klomp-Hulshoff, Klazien Ham en mevrouw Helder-Posch wel genoemd.

Oprichting en Vroege Jaren (1938-1939)

De eerste bijeenkomst van de vereniging vond plaats op maandag 9 januari 1939 in het gymlokaal. Tijdens deze bijeenkomst trad een spreekster op met het onderwerp "Thelma". In de begintijd werden vaak handwerkjes terzijde gelegd om deel te nemen aan de activiteiten. Van Burgemeester en Wethouders kwam een schrijven binnen dat, vanwege de drankwet, geen vergaderingen met betaling voor thee mochten worden gehouden. Aanvankelijk werd overwogen te vergaderen in het café van de heer Leegwater, die zaalhuur vroeg en kosten voor thee per persoon. De tweede vergadering werd echter wel gehouden in het café van Leegwater op 6 februari 1939. Tijdens deze bijeenkomst hield een consulente van het hoofdbestuur een lezing over het doel en de strekking van de bond, gevolgd door thee met een koekje. In deze beginperiode werd voornamelijk voorgelezen uit het blad "Boerderij", en werden gezamenlijk liederen ten gehore gebracht.

schematische weergave van notulenboeken uit de jaren '30

Activiteiten en Ontwikkelingen (1939-1941)

Gedurende 1939 en 1940 bleef de vereniging actief met diverse activiteiten. Er werden lezingen gehouden, zoals over het boek "En eeuwig zingen de bosschen", en er werden regelmatig boekbesprekingen gehouden of voorgelezen uit boeken. De leden volgden diverse cursussen, waaronder koken, het veranderen van bovenkleding, huisverzorging en naaien. Ook werden films vertoond, zoals "de Droste-fabriek" en "het belang van de boer", en werden demonstraties gegeven, bijvoorbeeld over Prisma verftabletten. Afgevaardigden werden gekozen voor de algemene vergaderingen van de bond in Alkmaar en Utrecht. Op 29 mei 1939 bezochten 29 leden onder andere het stadhuis en de AVRO-studio in Hilversum, en verkenden ze schuilkelders, met de hoop op het vermijden van oorlog.

In dezelfde vergadering werd voorgesteld om een zangkoortje op te richten. Op maandag 18 december 1939 werd de eerste kerstavond georganiseerd, waarbij dominee Van Duyl het kerstwijdingswoord verzorgde. De bijeenkomsten werden vaak afgesloten met thee en een bonbon, en door de leden gebakken koek.

Op 12 februari 1940 werd de bijeenkomst voor het eerst toegankelijk voor echtgenoten van de leden, en burgemeester Palenstijn was ook aanwezig. Er werden films vertoond, waaronder "zeppelin vanuit Friedrichshafen naar Rio de Janeiro" en "De heilige berg". Op 23 april 1940 werd medewerking toegezegd aan een bazar van "het Witte Kruis". Het jaarlijkse reisje werd gepland voor 15 mei, met een bezoek aan onder andere de bloemenveiling in Aalsmeer.

Op 17 september 1940 waren er 29 dames aanwezig in het café van de heer Leegwater. Tijdens de rondvraag werd voorgesteld om een fotograaf te laten komen voor identiteitsbewijzen, omdat het naar Hoorn gaan voor velen bezwaarlijk was. Een voorstel om de contributie ineens te innen werd aangenomen. De bijeenkomsten van januari en februari 1941 werden slecht bezocht, waarschijnlijk door de heersende griep en slechte wegen. Na de bijeenkomst van 10 februari 1941 verlieten de dames het lokaal snel vanwege het naderende sluitingsuur.

Tijdens de provinciale voorjaarsvergadering van de bond in Alkmaar op 26 maart 1941 werd gepleit voor het houden van een geit. Een ingekomen brief van het hoofdbestuur van de bond werd voorgelezen. De bond was het niet eens met een benoeming die opgedrongen was. In de pauze trakteerde schooljuffrouw mej. Borsjes, omdat zij ging trouwen.

Bestuurlijke Wijzigingen en Oorlogsjaren (1941-1945)

Op 25 september 1941 vond een spoedvergadering plaats. Later, op 6 oktober 1941, volgde nog een spoedvergadering in de school. Na deze vergaderingen werd aan ieder persoonlijk gevraagd of zij lid van de bond bleven; ongeveer 16 dames bleven dat. Uit de notulen van 3 november 1941 bleek dat ook de secretaresse, mevrouw Klomp-Hulshoff, haar lidmaatschap had opgezegd. De nieuwe secretaresse werd Aafje Best-Best. Door de omstandigheden werd dit jaar in plaats van het kerstfeest het Sint-Nicolaasfeest gevierd. Vanwege beperkte financiële middelen zou mevrouw Has een boekbespreking houden. Op 1 december 1941 werd dit Sinterklaasfeest gevierd met de bekende grabbelmand.

Vervolgens was er 42 maanden lang geen bijeenkomst van de plattelandsvrouwen in Schellinkhout. Na de oorlogsjaren keerde de activiteit terug. De vergadering werd geopend door mevrouw D. en er werd gezongen. Het oude bestuur was deels herkiesbaar. Mevrouw G. Vet-Sluis werd tot nieuwe voorzitster gekozen. De vergaderingen werden soms in het café van de heer Hollenberg gehouden.

Herstel en Verdere Ontwikkelingen (1946-1951)

Op 25 februari 1946 werd met pianobegeleiding van mej. K. de activiteiten hervat. In de vergadering van 1 augustus 1946 werd besloten dat het jaarlijkse reisje naar Bergen zou gaan, met een bezoek aan de volkshoogeschool "de Zandhoeve". Een boerenwagen zou de dames naar Hoorn brengen, waarna de reis per spoor werd vervolgd. De bondsliederen werden weer geprobeerd en klonken al aardig. De vergaderingen werden in het café van de heer Meester gehouden. Mevrouw Roos vroeg of de rondvraag niet eerder gehouden kon worden. Besloten werd om voortaan om 19:00 uur te beginnen, om teleurstelling te voorkomen bij leden die bijdragen wilden leveren.

Er werd meegewerkt aan het oprichten van een bewaarschool. Op 14 mei 1947 werd melding gemaakt van het ophalen van postzegels voor de afdeling Spanbroek ter ondersteuning van de uitzending van 3 kinderen naar een sanatorium. In 1947 werd een bezoek gebracht aan Amsterdam ter bijwoning van de Hollandsche Dag. In 1948 voerde het reisje naar Den Haag, waar op 1 september de tentoonstelling "de Vrouw" werd bezocht, met deelname van ongeveer 40 dames, die ook het Vredespaleis bezochten.

Op 28 december 1948 werd het 10-jarig bestaan gevierd. De dames zorgden voor de tafels, het gebak en andere bijdragen zoals voordrachten en toneelstukjes. Leden die al die tijd in het bestuur hadden gezeten, kregen als dank een cyclaam. Op 6 juli 1949 gingen een groot aantal dames op tegenbezoek naar de afdeling Gersloot in Friesland. Onderweg werd het monument op de Afsluitdijk bezichtigd. Een aantal dames uit Gersloot zong Friese liedjes. Op woensdag 14 september 1949 was er een bestuursverkiezing. Mevrouw G. resigning vanwege ziekte, en mevrouw C. Nobel-Leguit werd de nieuwe voorzitster.

De kerstavond in 1949 werd op 19 december verzorgd door de wika Pietersen, met ongeveer 52 aanwezigen. Het kerstgedeelte volgde de traditionele uitdeling van pakjes uit de grabbelmand. De zieken kregen een plantje of bloemetje, en ook dames die 25 of 40 jaar getrouwd waren en kraamvrouwen ontvingen een attentie uit het ziekenpotje.

Gedurende deze periode werden alle maandelijkse vergaderingen gehouden in het café annex kolfbaan van de heer V.d. Veen. In juli en augustus was er geen vergadering. De in 1949 gekozen voorzitster of presidente, mevrouw C.V. Nobel-Leguit, opende en sloot de vergaderingen op gebruikelijke wijze.

Er werden lezingen gegeven over diverse onderwerpen, waaronder "huidverzorging" en een modeshow. Er waren regelmatig avonden die door eigen krachten werden verzorgd, met voordrachten, zang en toneelstukjes. Ook werden lantaarnplaatjes en films vertoond. Leden van "het Nut" (de plaatselijke nutsvereniging) en dochters werden uitgenodigd voor voorlichting over de nieuwe huishoudschool in Hoorn. Wijdenes-Oosterleek werd ook een paar keer uitgenodigd.

Vrijwel elke vergadering werd het jaarlijkse reisje besproken. Een bezoek aan de bloemenveiling in Aalsmeer was populair. Ook werden er uitstapjes gemaakt naar Haarlem, waar een les werd gevolgd in een keuken met een moderne kookplaat, en naar Bloemendaal, met een bezoek aan de uitkijktoren en het openluchttheater. Een bezoek aan Amsterdam werd ook gemaakt, waar sommigen na het avondeten nog de stad in gingen.

Tijdens de jaarlijkse kerstavond was er meestal de grabbelmand, waarin leden een pakje met een rijmpje deponeerden. Het bestuur diende ook een verzoekschrift in bij de burgemeester. Op 19 februari 1951 vierde de afdeling Schellinkhout haar twaalfeneenhalfjarig bestaan. De gasten werden getracteerd op koffie, een saucijzenbroodje en bowl.

Op 25 juli 1951 kwamen 21 gasten uit het Friese Gersloot op (tegen-)bezoek. Ze werden welkom geheten in het café van de heer V.d. Veen, waarna het bondslied werd gezongen. Als dank voor de uitnodiging bood de voorzitster van de...

Ds. Johan Herman Koster: Een Predikant met Invloed

Ds. Johan Herman Koster, beter bekend als "dominee Koster van Montfoort", diende deze gemeente van 1923 tot 1943, de langste periode van zijn ambtelijke bediening. Zijn loopbaan omvatte ook gemeentes als Wyckel, 's-Grevelduin Capelle, Wouterswoude en Maartensdijk. Na zijn vertrek uit Montfoort bleef zijn hart echter bij de gemeente, zoals blijkt uit zijn brief aan een vriend in 1946.

Vroege Carrière en Theologische Ontwikkeling

Ds. Koster werd geboren in 1881 en studeerde in Utrecht, waar hij voorzitter was van het theologisch dispuut "Excelsior Deo Juvante". Dr. Th. L. Haitjema herinnerde zich vriendschapsbanden met Koster, die aanvankelijk confessioneel predikant was. Later, volgens Haitjema, veranderde Koster in een "bijna ziekelijke stijl" richting de ultrarechtse Gereformeerde Bondsrichting, hoewel hij nooit lid was van die bond.

Roeping en Dienst in Montfoort

Na zijn bekering in Wyckel diende Koster 's-Grevelduin-Capelle. Vanuit deze gemeente werd hij in 1917 beroepen in Montfoort, ter vervanging van ds. J.G. Dekking. Hoewel de kerkenraadsnotulen melding maakten van positieve prestaties, bedankte ds. Koster voor het beroep, net als zijn grootvader en vader eerder deden.

In 1923 werd opnieuw een beroep op ds. Koster uitgebracht, die inmiddels de gemeente Wouterswoude diende. Na diverse andere beroepen die resulteerden in een bedankje, nam hij dit beroep aan en werd op 26 augustus 1923 bevestigd. Zijn intredepredikatie ging over I Korinthiërs 2:2: "Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus en Die gekruisigd."

Kerkelijke Zaken en Gemeentepraktijken in Montfoort

Tijdens zijn lange ambtsperiode in Montfoort schreef ds. Koster zelf de kerkenraadsnotulen, maar deze geven weinig beeld van zijn positie binnen de gemeente en kerk. Vermeldenswaardig is de afspraak uit 1925 om beter toe te zien op de kleding bij huwelijksbevestigingen, na een incident met een bruid. In 1927 werd het idee geopperd om, samen met de gereformeerden, een protestantse begraafplaats te stichten, maar dit kwam er nooit. Opmerkelijk was ook de beslissing in 1930 om vrouwen niet op de lijst van stemgerechtigde lidmaten te zetten, ondanks de reglementen. In 1937 werd een verzoek ingediend om samen te protesteren bij de burgerlijke gemeente vanwege de kermis die op zondag gehouden zou worden.

Een anekdote uit die tijd vertelt hoe ds. Koster, wetende dat de kermis op zondag gehouden zou worden, de kerkdienst extra lang liet duren. Toen een politieagent op de kansel klopte met de vraag hoe lang de dienst nog zou duren, antwoordde Koster: "Beste man, dat is alleen in de hemel bekend," en vervolgde de dienst.

Leiderschap van de Jongelingsvereniging

Tot het takenpakket van Koster behoorde ook het leiden van de jongelingsvereniging 'Dient den Heere'. Hoewel niet formeel opgedragen door de kerkenraad, nam hij op initiatief van de jeugd het voorzitterschap op zich. Onder zijn leiding groeide de vereniging aanzienlijk. Hij vervulde deze rol vijftien jaar lang. Opmerkelijk was dat de jeugd predikanten mocht vragen om voor te gaan in een weekdienst, ook buiten het eigen kerkverband. Dit kwam deels voort uit de behoefte aan afwisseling, waarbij soms ook lezingen met lichtbeelden werden gehouden. Ds. Koster gaf advies over sprekers, zoals in 1925 toen hij een voorstelling over "Hel en hemel van Dante" afraadde vanwege onbekendheid en een vermeende rooms-katholieke inslag, en prof. Wisse aanbeval.

Theologische Standpunten en Controverses

Ds. Koster werd soms ook wel 'dominee verdoemenis' genoemd vanwege zijn ongenuanceerde uitspraken. Zo uitte hij zijn ongenoegen over "scholen met de Bijbel", die volgens hem beter "scholen met de duivel" genoemd konden worden. Hij kon confronterend zijn in zijn prediking, wat leidde tot de opmerking dat hij "een mens in de put preekte en hem dan nog een trap toediende". Koster reageerde hierop dat hij niemand uit de put kon halen, maar dat de hand van God daartoe nodig was.

Een opmerkelijk incident vond plaats toen Jan van Beek een inleiding hield over de rijke man en de arme Lazarus, gebaseerd op een boek van ene Rutherford. Koster vermoedde een sektarisch geschrift en ontdekte dat Jan niet de godzalige Samuel Rutherford had geraadpleegd, maar Joseph Franklin Rutherford, de leider van de Jehova's Getuigen. Dit leidde tot een correctie van de jongeman.

In 1933 werd de omstreden ds. Berkhoff uit Sneek, die ontheven was uit zijn bediening vanwege zijn visie op het duizendjarig rijk, op advies van ds. Koster uitgenodigd om te spreken voor de jongelingsvereniging. Koster deelde Berkhoffs visie op dit onderwerp. Koster kon soms ongenuanceerd uit de hoek komen; zo schreef hij in 1943 dat hij wel wilde voorgaan, mits het niet te koud was in de kerk.

Vertrek en Nasleep

Toen ds. Koster het beroep naar Maartensdijk aannam, werd besloten om de ring te vragen voor predikanten die eens in de veertien dagen zouden optreden, om de overige zondagen te voorzien van predikanten of onderwijzers. Diverse namen werden genoemd, waaronder onderwijzers en predikanten.

Ds. Koster overleed in 1907. Hij was getrouwd met Antje en had twee zonen, Theunis en Jan. De familie Tanja speelde een belangrijke rol in het dorpsleven, zowel kerkelijk als sociaal. Ze waren actief in het verenigingsleven en organiseerden onder andere het dorpsfeest. Niemand deed ooit vergeefs een beroep op de familie Tanja.

De familie Tanja had een bijzondere band met Amerika. Een van de zonen, Hendrik Cornelis Tanja, leende geld om naar Amerika te gaan als melkknecht. Na enkele jaren wist hij zijn vrouw en kinderen over te laten komen. Bij hun aankomst bleken het nicht Antje en haar man Frank te zijn, die hen verwelkomden. Frank schreef nooit terug, maar genoot van hun brieven. Na het overlijden van de ouders, bleven de zussen in de bungalow wonen. Tine overleed in 2002 en Jeltje in 2006.

De Protestantse Gemeente Appingedam en Tjamsweer

De Hervormde Gemeente Tjamsweer is een kleine, zelfstandige geloofsgemeenschap binnen de burgerlijke gemeente Appingedam. Naast Tjamsweer bevindt zich de Protestantse Gemeente Appingedam (PGA), ontstaan uit een fusie tussen de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente van Appingedam in maart 2008. Beide gemeenten behoren tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

Visie en Identiteit van de PKN

De PKN heeft haar visie uiteengezet in "Leren leven van de verwondering", waarin nieuwe kansen en mogelijkheden met behulp van nieuwe middelen worden belicht. De kerk wil zichtbaar en van betekenis zijn in de samenleving, waarbij de plaatselijke gemeente als het kloppende hart wordt beschouwd. Het leven van de gemeente omvat het vertalen, vertellen en verkondigen van Gods woorden, en het bemoedigen en versterken van gelovigen. De veelkleurigheid binnen de kerk wordt gezien als rijkdom en uitdaging. De kerk wil zingeving en levensvragen helpen wijzen, ondanks de geloofscrisis.

Identiteit en Geloofsuiting

De identiteit van een geloofsgemeenschap wordt gezien als een levend proces van mensen die geloof en onzekerheden delen. De Schrift is een richtsnoer, waarbij de Bijbel Gods woorden ter sprake brengt. Er wordt een pluriformiteit in geloofsbeleving erkend, waarbij de waarheid een zoektocht is. De geloofsgemeenschap streeft naar onderlinge contacten en omziet naar elkaar, maar staat ook open naar de wereld. De dienstbaarheid aan mensen in nood en zorg voor de schepping zijn belangrijke aspecten.

De belijdenis dat de God van de Schriften Schepper is van hemel en aarde, en de erkenning van Jezus als Christus, Zoon van God, vormen de grondslag van de identiteit. Vanuit deze identiteit wordt een gemêleerd profiel erkend, enerzijds in traditie, anderzijds in het heden en de toekomst, gesteund door traditie maar met een open vizier naar nieuwe wegen. De kerk wil dienstbaar zijn als één van de kerkelijke gemeenten binnen Appingedam, een "lamp op een standaard", en dienstbaar zijn voor mensen dichtbij en veraf.

Pastoraat en Vorming

De visie en missie van de kerk liggen aan de basis van het pastoraat, met als doel een zorgzame gemeenschap te zijn waar mensen zich geborgen weten. Dit omvat onderling pastoraat, bezoekwerk door ambtsdragers en vrijwilligers, en aandacht voor levensfasen zoals ziekte, rouw, jubilea en verjaardagen. Er wordt catechese aangeboden aan jongeren, en jaarlijks een gezamenlijk programma "Vorming & Toerusting" met omliggende gemeenten.

Jeugdwerk

Vanwege de kleine groep jeugdigen in de Hervormde Gemeente Tjamsweer (HGT), wordt het jeugdwerk zoveel mogelijk gezamenlijk met de Protestantse Gemeente Appingedam (PGA) aangeboden. De kerndoelen van het jeugdwerk zijn evangelisatie, ontmoeting & ontspanning, eredienst en vorming. De kerkenraad is eindverantwoordelijk, en de jeugdouderling heeft een pastorale, communicatieve en coördinerende taak.

Het aanbod omvat onder andere kindernevendienst, waar kinderen op hun eigen niveau kennis maken met Bijbelverhalen. Er wordt gewerkt met een groep kinderen van 4 t/m 12 jaar, met leiding van volwassenen en jeugdleden. Bijzondere activiteiten zijn onder andere het maken van de Palmpaasstok, actie schoenendoos, het Kerstspel en een spaaractie. Voor jonge kinderen (0-4 jaar) is er oppasdienst tijdens de erediensten.

Gezamenlijk met de PGA wordt jongerencatechese aangeboden ("Factor 12+" en "Factor 15+") en jeugdclubs, gecoördineerd door de PGA. Het clubwerk is een laagdrempelige ontmoetingsplek, ook voor kinderen zonder kerkelijke achtergrond. Een belangrijk onderdeel is het zomerkamp.

Collectebijdrage via Appostel

Veel mensen maken gebruik van de app Appostel om bijdragen te doen aan de collectes. Voor elke transactie die via de app wordt gedaan, betaalt de Protestantse Gemeente Apeldoorn €0,39. Met deze app kan een groter bedrag in één keer worden overgemaakt en vervolgens verdeeld over verschillende collectes over een langere periode. Dit voorkomt dat men telkens een groot bedrag aan één collecte geeft en zorgt ervoor dat slechts één keer transactiekosten worden betaald.

Collectebonnen kunnen via de app worden gekocht onder het tabblad 'Financieel'. Bij vragen of problemen wordt aangeraden om hulp te zoeken binnen de wijkgemeente.

tags: #kerstspel #buiten #dominee #koster