De Gereformeerde Kerk in het Noord-Brabantse Werkendam werd in 1921 geïnstitueerd door de samenvoeging van de Christelijke Gereformeerde Gemeente en de resterende leden van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende). De Christelijke Gereformeerde Gemeente was in 1836 ontstaan als Christelijke Afgescheidene Gemeente, terwijl de Nederduitsche Gereformeerde Kerk in Werkendam in 1887 ontstond.
De Wortels van de Afscheiding in Werkendam
De Afscheiding van 1834, die in 1834 in Ulrum onder leiding van ds. H. de Cock begon, vond in Werkendam - een uithoek van het Land van Altena langs de Biesbosch - vruchtbare bodem, mede door gebeurtenissen halverwege de achttiende eeuw. Destijds was ds. Johannes Groenewegen (1706-1764) de rechtzinnige hervormde predikant te Werkendam. In zijn ambtstijd, op 3 september 1751, begon een bijzondere gebeurtenis met kinderen tussen twaalf en zestien jaar, die maandenlang voortduurde. Tijdens een huisgodsdienstoefening (ook wel conventikel of gezelschap genoemd) merkten Jacob Groenwegen en zijn geestverwanten dat er ook acht tot tien kinderen aanwezig waren. De kinderen begonnen te huilen en te roepen: ‘Moeten ook wij niet bekeerd zijn?!’ Dit leidde tot een indringende gebedsdienst voor de kinderen, die de aanwezigen dieper raakte.
Hoewel het in Werkendam aanvankelijk rustig leek te blijven na de Afscheiding van 1834, moest de toenmalige predikant, ds. J.H. Bösken (1834-1840), melden dat er in het Land van Altena ‘ergerlijkste en bedroevendste toneelen plaatsvonden’ die een ‘verderfelijksten invloed’ hadden uitgeoefend op de gemeenteleden.
Vorming van de Christelijke Afgescheidene Gemeente
In januari 1836 ontving de kerkenraad de eerste brieven van gemeenteleden die hun naam uit het lidmatenboek wilden laten schrappen en zich afscheidden van het hervormd kerkbestuur, met behoud van hun christelijke identiteit. De kerkenraad kon echter niet aan dit verzoek voldoen bij gebrek aan bewijzen voor de aangevoerde beschuldigingen. De brieven werden in de archiefkist van de kerk opgeborgen.
De exacte datum van de instelling van de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Werkendam is niet bekend, wel dat dit voor 8 oktober 1836 moet zijn geweest. De namen van de eerste kerkenraadsleden waren: ouderlingen Andries Potters en Gerrit van der Stelt, en diaken Cornelis den Dekker.
Eerste Bijeenkomsten en Overheidsbemoeienis
Een deel van de Afgescheidenen uit de naburige gemeente De Werken sloot zich aan bij de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Werkendam, terwijl anderen kerkten in Sleeuwijk of bij Alettinus Branderhorst. Op 27 mei 1838 vond een godsdienstoefening plaats in het huis van de 67-jarige arbeider Joost Biesheuvel in Werkendam, met de 49-jarige korvenmaker Maarten van Driel als ‘leeraar’ of voorlezer. Omdat er meer dan twintig door de overheid toegestane aanwezigen waren en er geen toestemming was gevraagd, kwamen marechaussees tussenbeide en noteerden de namen van de aanwezigen. Biesheuvel en Van Driel werden veroordeeld tot een boete.
Aanvankelijk hielden de Afgescheidenen hun bijeenkomsten in particuliere woningen en boerderijen. In 1840 konden zij terecht in de schuur van Alettinus Branderhorst aan de Bakkerskil in De Kille. De Afgescheidenen in Sleeuwijk hadden in 1839 toestemming gevraagd voor het bouwen van een kerk.
'Naboths Wijnberg': De Eerste Kerk
In 1842 namen de Afgescheidenen in Werkendam-De Werken een bestaande schuur met woning aan de Sleeuwijksedijk in gebruik als kerk. Deze schuur, gelegen op grondgebied van de gemeente De Werken, werd ‘Naboths Wijnberg’ genoemd en lag op ongeveer zestig meter van de gemeentegrens van Werkendam. De kerkzaal bevond zich op de eerste verdieping, boven de woning van Arie Branderhorst.

Het in gebruik nemen van ‘Naboths Wijnberg’ verliep niet zonder slag of stoot. De burgemeester toonde zich bezorgd over de veiligheid van zoveel mensen in de schuur, die bovendien door ouderdom vermolmd was. Hij wees erop dat het in gebruik nemen van de schuur in strijd was met de wet, aangezien voor nieuwe kerken toestemming van de minister nodig was. Ondanks deze bezwaren werd het kerkje in gebruik genomen. Voor de zekerheid werd alsnog toestemming voor de kerkbouw aan de minister gevraagd, die bij Koninklijk Besluit van 17 februari 1843 werd verleend.
De Komst van Predikanten en Verdere Ontwikkelingen
In oktober 1848 kreeg de Christelijke Afgescheidene Gemeente van (De Werken) en Werkendam haar eerste predikant, ds. S.O. Los (1803-1882). Voordien was hij oefenaar geweest in verschillende gemeenten en opgeleid door ds. T.F. Berg.
In 1839 had de Christelijke Afgescheidene Gemeente van De Werken en Sleeuwijk al toestemming gevraagd om een kerk te bouwen, die uiteindelijk in Sleeuwijk kwam te staan. De ‘kerkbestuurders’ van De Werken en Werkendam constateerden in 1853 dat hun gemeente nog niet officieel erkend was. Ze stuurden daarom een rekest aan de koning voor officiële overheidserkenning, ondertekend door drieënnegentig gemeenteleden. Zonder officiële erkenning konden geen rechtspersoonlijke zaken worden ondernomen, zoals de koop van bouwgrond.
Ds. W.H. van Leeuwen en Interne Conflicten
Op 27 december 1858 deed ds. W.H. van Leeuwen (1807-1880) intrede in Werkendam. Na een periode als onderwijzer, besloot hij dominee te worden. Al vrij snel ontstonden er problemen. In 1859 kreeg hij ruzie met ouderling Hendrik Meijer, die ds. Van Leeuwen verweet zich niet te houden aan Artikel 68 van de Dordtse Kerkorde, dat voorschrijft dat de Heidelbergse Catechismus in één jaar afgewerkt moet worden. Meijer had geconstateerd dat ds. Van Leeuwen wel drie of vier keer preekte over één ‘Zondag’, waardoor het onmogelijk was om binnen een jaar klaar te komen. De kerkenraad gaf Meijer ongelijk, waarop hij zich beriep op de classis. Ds. Van Leeuwen noemde hem een huichelaar en vijand van de ‘fundamenteele Waarheid’, en Meijer werd in zijn ambt geschorst.
De zaak ging naar de Provinciale Synode. Ds. Van Leeuwen was echter ziek en kon niet verschijnen. De synode oordeelde dat de predikant in gebreke was gebleven om de beschuldigingen tegen Meijer te bewijzen en deze niet had herroepen. Hij moest schuldbelijdenis doen, anders dreigde schorsing. Dit oordeel werd hem meegedeeld door ds. W.P. de Jonge en ouderling J. van Andel.
Tijdens de ambtsperiode van ds. Van Leeuwen verhuisde de gemeente in 1859 van ‘Naboths Wijnberg’ naar een nieuw gebouw aan de Hoogstraat. Men had daar een stuk grond kunnen kopen. De kerkenraad kreeg toestemming van Gedeputeerde Staten om de oude kerk te verkopen en met de opbrengst een nieuw kerkgebouw te bouwen. De zaak met ouderling Meijer was niet het laatste conflict; in 1862 diende er opnieuw een klacht tegen ds. Van Leeuwen in bij de classis, wegens vermeend voortdurend bezoek aan een vrouwelijk gemeentelid. Dit leidde tot speculaties die het aanzien van predikant en gemeente schaadden. Een classicale commissie deed onderzoek, maar kon geen sluitend bewijs vinden. Ds. Van Leeuwen besloot daarop naar Amerika te emigreren, waar hij predikant werd in Grand Rapids.
Ds. W.J. Weijenberg en Ds. A. ’t Hart
Op 23 augustus 1863 deed ds. W.J. Weijenberg (1819-1885) intrede in Werkendam. Ondanks zijn slechte gezichtsvermogen was hij een begenadigd kanselredenaar die zijn preken uit het hoofd leerde. Hij stond bekend als een geleerd man en vertaalde Calvijns hoofdwerk ‘De Institutie’ in het Nederlands. Over zijn werk in Werkendam is weinig bekend.
Zijn opvolger, ds. A. ’t Hart (1811-1887), deed intrede op 8 juli 1866. Tijdens zijn predikantschap veranderde de naam van de Christelijke Afgescheidene Gemeente in Christelijke Gereformeerde Gemeente, als gevolg van een landelijke kerkfusie met de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis. Ds. ’t Hart was eenentwintig jaar verbonden aan de gemeente, maar het gedenkboek vermeldt hierover geen details.
De Doleantie en Verdere Fusies
Een maand na de intrede van zijn opvolger, ds. J. van Haeringen (1857-1910), op 2 oktober 1887, ontstond in Werkendam door de Doleantie de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende). Deze kerk zou later, in 1921, fuseren met de Christelijke Gereformeerde Gemeente van Werkendam.
Ds. Van Haeringen werd omschreven als een bescheiden man met een vriendelijke uitstraling, die zich graag inzette voor het zendingswerk. Hij voelde zich thuis in Werkendam en verheugde zich in de liefde van de gemeente. In 1888 stichtte hij, samen met de kerkenraad, de christelijke school (de latere Rehobothschool), wat leidde tot moeilijkheden met voorstanders van de openbare school. Omdat christelijke scholen destijds geen subsidie ontvingen, besloot de kerkenraad uit een speciaal fonds het schoolgeld voor minvermogende gemeenteleden te betalen. Kinderen van minvermogende ouders van andere kerkgenootschappen konden ook op school, mits hun kerkelijke leiding het schoolgeld betaalde.
In 1890 moest de kerk aan de Hoogstraat worden uitgebreid vanwege het groeiende ledental.

Na de Doleantie in 1886 ontstond er in veel plaatsen de Nederduitsche Gereformeerde Kerk. De synodes van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken zochten toenadering, wat in 1892 leidde tot een landelijke samengaan onder de naam De Gereformeerde Kerken in Nederland. Plaatselijk bleven de kerken soms zelfstandig, met de oudste als 'A' en de jongste als 'B' aangeduid. In Werkendam hadden enkele leden bezwaren tegen deze samenvoeging.
Archieven en de Oproep tot Informatiedeling
Het archiefmateriaal over de geschiedenis van de kerken en scholen in Werkendam is uitgebreid. Een inventaris beschrijft de inhoud en biedt mogelijkheden om te zoeken naar specifieke informatie. Via de website van het Streekarchief Langstraat Heusden Altena kunnen archieven worden ingezien.
In het najaar van 2024 is er een plan om een boek samen te stellen over de geschiedenis van Hervormd Werkendam. Er zijn in het verleden wel losse artikelen en boekjes verschenen, maar nooit een totaaloverzicht. Er wordt een oproep gedaan aan iedereen met informatie, zoals verhalen, brochures, boeken, foto's, om deze te delen, zodat een compleet beeld kan worden geschetst. Ook het scannen van informatie en het noteren van verhalen door de initiatiefnemer is mogelijk.
Vlaardingen in de middeleeuwen
De Vrije Hervormde Gemeente en het Kerkgebouw aan de Sigmondstraat
In november 2008 kreeg een gemeente voor het eerst een eigen predikant, ds. C.M. Visser. Na zijn vertrek in januari 2013 werd kandidaat L. Treur aangesteld, die in oktober 2019 vertrok. In juni 2021 werd ds. G.J. van Asperen bevestigd.
Aanvankelijk kwam de gemeente bijeen in een zaal van het schippersinternaat ‘De Merwede’, later ook in de aula van rouwcentrum ‘Memoriam’. Vanaf 2005 kreeg men gastvrij onderdak in het kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk. In 2008 waren er plannen voor nieuwbouw aan de Amerscamp, maar deze werden afgezien toen de mogelijkheid ontstond een bestaand kerkgebouw over te nemen. Na grondige renovatie en uitbreiding werd het vernieuwde kerkgebouw aan de Sigmondstraat in april 2011 in gebruik genomen.
Het kerkgebouw aan de Sigmondstraat werd in 1956 gebouwd in opdracht van de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Evangelisatie te Werkendam. Deze groepering ontstond vanuit de Hervormde Gemeente en nodigde hervormd-gereformeerde predikanten uit. Na de komst van ds. J. Smit in 1960 keerde het merendeel van de Evangelisatie terug naar de Hervormde Gemeente. Een klein deel zette de Evangelisatie voort en veranderde in 1971 de naam in Vrije Hervormde Gemeente. Van 1971 tot 1983 was ds. Gerrit Overduin predikant. Na zijn vertrek kon de gemeente geen nieuwe predikant meer beroepen.
De Vereniging voor Christelijk Onderwijs
De Vereniging voor Christelijk Onderwijs werd opgericht bij Koninklijk Besluit van 30 mei 1921 en nam vanaf die datum het bestuur op zich van de christelijke scholen in Werkendam. De eerste school met woning voor het schoolhoofd bevond zich in de Hoogstraat. In 1961 opende het schoolgebouw ‘De Flambouw’ aan de Beukenkampstraat, en op 27 augustus 1975 werd de Hervormde Basisschool ‘t Kompas aan de Snellenweer 1 geopend, ter vervanging van de school aan de Hoogstraat. Er was ook een schooltje voor kinderen in de Biesbosch.

Het archief van deze vereniging is zeer compleet en biedt inzicht in het schoolleven: lesgevenden, leerlingen, bestuursvergaderingen en vakken. Dit archief biedt een rijke bron voor het ontdekken van de geschiedenis van het onderwijs in Werkendam.
Conflicten en Fusies: Kerk A en Kerk B
Na de landelijke samengaan van de kerkverbanden bleven de gereformeerde kerken A en B in Werkendam zelfstandig opereren. Pogingen tot fusie mislukten steeds. Aanvankelijk kon alleen kerk B opgaan in kerk A, omdat deze de oudste rechten had. In 1910 stemde kerk B hiermee in, maar kerk A stelde als eis dat eerst alle schulden van kerk B moesten worden voldaan. Intern had de gereformeerde gemeente ook te kampen met problemen, zoals ruzies en meningsverschillen tussen predikanten en leden. Het werd steeds moeilijker een predikant te vinden die door de gehele gemeente werd geaccepteerd.
Werkendam was een van de weinige dolerende kerken die nog niet waren samengegaan met de gereformeerde kerk. Het verschil tussen kerk A en B werd groter, maar tot 1916 bleef een eventueel samengaan besproken. De classis adviseerde kerk B op te laten gaan in kerk A. Binnen kerk B werd duidelijk dat samengaan niet meer mogelijk was. Een groot deel van de leden had kritiek op kerk A en gaf de voorkeur aan een leesdienst met een oude schrijver boven de prediking van een predikant van kerk A. Uiteindelijk sloot kerk B zich op 18 februari 1920 aan bij het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten.
Het boek ‘Van doleantiekerk tot Bethelkerk’ beschrijft uitgebreid het gemeenteleven onder de verschillende predikanten, met minder nadruk op onenigheden in recentere geschiedenis. Wel worden toespraken tijdens belangrijke bijeenkomsten weergegeven. De problemen uit de tijd van ds. J. Overduin worden uitvoerig beschreven, waarbij na zijn vertrek twee groepen ontstonden die elkaar soms letterlijk te lijf gingen. De uiteindelijke rust binnen de gemeente ontstond tijdens de ambtsperiodes van ds. Van Dam en ds. Hoogerland. Onder laatstgenoemde predikant kon een eigen school worden gesticht en maakte de gemeente een grote groei door, waardoor het kerkgebouw te klein werd. Pas eind 1989 kon een nieuw gebouw, de Bethelkerk, in gebruik worden genomen.