Er is een oud gezegde dat zegt dat je een mens herkent aan zijn uitspraken, net zoals je een kweker herkent aan zijn appels. In de evangelielezing van Lucas 6 staat het verhaal van de blinde die de blinde leidt centraal, het verhaal van de leerling en de meester, en het bekende beeld van de balk en de splinter. Hoewel deze verhalen op het eerste gezicht verschillend lijken, gaan ze in essentie over één fundamenteel thema: de uitnodiging, zo niet de opdracht, om te kiezen voor het goede, het juiste leven. Een leven dat in lijn is met je zielsbestemming en Gods bedoeling met jou.
Wanneer je leeft volgens je innerlijke roeping, wordt dit zichtbaar voor anderen. Sterker nog, als er in je dagelijkse leven niets verandert en alles bij het oude blijft, dan heeft de innerlijke omkering naar de Liefde nog niet plaatsgevonden. Een leven dat geleefd wordt vanuit Liefde is zichtbaar en hoorbaar; het manifesteert zich in iemands woorden en daden.
Een actueel voorbeeld hiervan zien we in de geopolitieke wereld, waar de uitspraken en daden van leiders hun ware aard onthullen. Maar er zijn ook eenvoudigere voorbeelden te bedenken van hoe onze innerlijke wereld zich naar buiten toe manifesteert. Als je bijvoorbeeld een grote passie hebt voor muziek en tegelijkertijd een gelovig mens bent, zou dit kunnen leiden tot het dirigeren van een kerkkoor of deelname daaraan. Op dezelfde manier, als je een bekwame timmerman bent en gelovig, zou je een kerk kunnen bouwen.
‘Leven naar je zielsbestemming’ betekent niet dat je plotseling iets buitengewoon moeilijks moet ondernemen. Het is belangrijk om de lat niet onnodig hoog te leggen, maar te leven naar je eigen maat, je eigen talenten en je eigen vermogens.

De Balk en de Splinter: Een Diepere Betekenis
De verhalen over de blinde die de blinde leidt, de meester en de leerling, en de balk en de splinter gaan in essentie over de mate waarin we leven met de Liefde die God is. ‘Blind zijn’ betekent in deze context dat we niet beseffen hoeveel er nog te winnen valt, dat het leven vanuit de Liefde binnen handbereik ligt en slechts opgepakt hoeft te worden. Ondanks dit gebrek aan inzicht, zijn we vaak geneigd om anderen te beoordelen. We ergeren ons aan het gedrag van de buurvrouw, de situatie op het werk of binnen de familie, of zelfs aan een politieke leider. Deze ergernis aan anderen verhult echter het feit dat ons eigen leven nog niet volledig in het teken staat van de Liefde. We hebben niet eens in de gaten dat er een balk in ons eigen oog zit.
Op onze weg naar een leven in Liefde blijven we leerlingen, met Jezus als ons voorbeeld. Zolang we niet meer weten dan Hij, is het gepast om bescheiden te blijven en ons niet te richten op de fouten van anderen. Het is belangrijk te beseffen dat ieder mens zijn eigen leven leidt en dat we daar geen oordeel over te vellen hebben. Het is een bevrijdende ontdekking dat we meestal geen oordeel hoeven te hebben over de zaken van anderen. Laat de buurvrouw met haar gedrag, en laat anderen hun leven leiden op hun eigen plaats.
Herkenning door Vruchten en Daden
Het einde van het evangelie brengt ons terug bij de eerste lezing: aan de vruchten herkent men de stam. Aan wat je zegt, kan men je hart herkennen. Aan wat je doet, kan men zien wat er in je leeft. Men kan tegenwerpen dat iemand ook goede dingen kan doen om aardig gevonden te worden. Hoewel dit mogelijk is, is het nog altijd beter dan iets slechts te doen.
Hoe beginnen we concreet op de weg naar een leven uit Liefde? Alleen nadenken of luisteren naar een preek is niet voldoende. Het moet in jezelf beginnen. Twee eenvoudige, maar potentieel moeilijke tips, die de basis vormen van de Benedictijnse spiritualiteit, zijn hierbij behulpzaam.
De eerste tip is om te stoppen met het uitspreken van negatieve dingen. Door dit te doen, zal je spraak veranderen. Je zult eerst nadenken voordat je iets zegt, en vervolgens andere dingen gaan zeggen. Dit is het begin van wat vandaag centraal staat: het zichtbaar worden van je innerlijke transformatie in je dagelijkse leven. Het geheim in jou zal zijn weg naar buiten vinden. Want het is een geheim, zonder plan of gids, enkel een diep innerlijk weten.
Veel mensen willen de wereld verbeteren, maar beginnen aan de verkeerde kant door te proberen anderen te veranderen in plaats van zichzelf. Toch is er maar één weg om de wereld te verbeteren: begin bij jezelf. Niets lijkt voor de mens zo moeilijk als het accepteren van eigen fouten. Als we zelf een fout maken, zijn we snel geneigd ons te verontschuldigen. Maar als een ander fouten maakt, werkt het op onze zenuwen. Als we zelf fouten maken, zijn we slechts een beetje nerveus. Als een ander bij zijn mening blijft, is hij eigenzinnig; doen we dat zelf, dan zijn we standvastig. Als een ander tijd nodig heeft om iets te doen, is hij traag; hebben wij zelf eeuwigheid nodig, dan zijn we bedachtzaam.
Het is jammer dat we de fouten van anderen zo snel opmerken. Het is altijd de schuld van de anderen, waardoor wijzelf niet hoeven te veranderen. We leven allemaal met splinters en balken in onze ogen, vreemde voorwerpen die daar niet thuishoren.

Jezus' Visie op Oordeel en Liefde
Wanneer Jezus zo gemakkelijk omgaat met zondaars en tollenaars, is dat omdat Hij duidelijk ziet dat dit niet de mens is zoals God hem geschapen heeft. Er is blijkbaar iets vreemds, iets pijnlijks binnengedrongen waarvan hij verlost moet worden. Onlangs vertelde een jongeman, die zich inschreef voor zijn huwelijk, dat hij niet bang was dat zijn huwelijk zou mislukken, ondanks de gebeurtenissen in de wereld. Hij zei: ‘Ik probeer bij mijn meisje altijd het goede te zien, in elke mens is toch ook iets goddelijks. Zo probeer ik ook op mijn werk bij iedereen het goede te zien.’ De anderen vonden hem naïef, maar hij geloofde en ervoer dat iedere mens iets goeds in zich heeft.
Deze jongeman had begrepen wat Jezus ons vandaag in het evangelie wil zeggen: oordeel niet en je zult niet geoordeeld worden. Oordeel niet, want we leven allemaal van Gods barmhartigheid, die ons aanneemt met de balk in ons oog. Als God altijd het goede in ons wil zien, zelfs als het diep verborgen is, dan moeten wij ook proberen het goede bij de anderen te zien. Kritiseer nooit een ander voordat je zelf een stuk van zijn weg hebt afgelegd. Als we de mens echt zouden kennen, hem zouden zien met de ogen van het hart, dan zouden we milder zijn in ons oordeel.
Kan een blinde een andere blinde leiden? Vallen zij dan niet beiden in dezelfde kuil? Met je vingers kun je goed duidelijk maken wat je wilt en hoe je over een ander denkt. Bijvoorbeeld door in de klas je vinger op te steken. Welke vinger gebruik je daarvoor? Inderdaad: je wijsvinger. Maar wat gebeurt er als je je wijsvinger naar voren wijst? Wat kun je daarmee allemaal uitdrukken? Je kunt je wijsvinger gebruiken om de ander aan te wijzen als je boos bent. Maar als je goed kijkt, zie je ook waar je andere vier vingers naar wijzen… De andere vier vingers wijzen naar jezelf. Wat kun jij zelf in een ruzie of in je boosheid anders doen?
Dat bedoelt Jezus vandaag als Hij spreekt over de balk en de splinter. De splinter, een klein stukje hout, is dat wat je bij de ander ziet, waar je misschien wel boos om bent. Maar het grotere stuk hout, de balk, die dingen die je zelf fout doet, die wil je even niet zien. We bidden U om het geschenk van de liefde, want als wij zonder liefde door het leven gaan, dan zijn wij niets. Leer ons lief te hebben, zodat we geduldig en vriendelijk zullen zijn en niet steeds van ons af zullen wijzen uit boosheid, jaloezie of angst. Laat ons niet hard zijn of vlug op onze tenen getrapt, laten we geen plezier vinden in het bijhouden van de fouten van de ander. Want U leert ons dat er niets is dat uw liefde niet aankan, er zijn geen grenzen aan uw liefde, hoeveel fouten wij ook gemaakt hebben, of hoeveel splinters we ook bij de ander gevonden hebben. Uw liefde kent geen einde.
Jezus als Inspiratiebron
Omdat het de laatste zondag van de Epifanie is, wordt aan de evangelielezing een slotvers toegevoegd. Het optreden van Jezus maakt indruk. Niet zo lang geleden had ik een gesprek met een oudere meneer. Hij vertelde over zijn leven en zijn moeite met de kerk, waar hij niet meer kwam. Maar, zei hij, de figuur van Jezus is voor hem altijd een inspiratiebron gebleven. Zo zijn er meer mensen die teleurgesteld zijn in de kerk, om allerlei redenen, maar geboeid blijven door de figuur van Jezus. De Jezus die we vandaag ontmoeten in de lezing, de wijsheidsleraar, de moreel hoogstaande mens die ons voorhoudt hoe je leven moet, leven kunt: zonder oordeel, met mildheid, begripvol maar beslist. Niet geloven met mooie en hoogdravende woorden, maar geloven metterdaad.
De wijsheid van Jezus is niet iets voor bijzondere ingewijden; het is een levensleer die iedereen kan aanspreken, zeker zoals het in algemene wijsheidsregels wordt verwoord. Zoals dus nog steeds de wijsheid van Jezus ook mensen buiten de kerk blijkt te raken. Bijzonder is dat Jezus zijn wijsheden zelf niet opvat als vrijblijvende adviezen. Alles komt erop aan dat je het woord niet alleen hoort, maar ook doet. Dat blijkt hier de kern van de zaak te zijn.
Dit is de oude profetenklacht, die we op een vergelijkbare manier tegenkomen bij Jeremia. Hij waarschuwde met name voor de gedachte ‘Ons kan niets gebeuren’. Zijn oproep aan het volk was om hun leven te beteren. Het is jammer dat we de fouten van anderen zo vlug opmerken. Het is altijd de schuld van de anderen, en zo hoeven wij zelf helemaal niet te veranderen. Het kwaad ligt altijd buiten ons.
Het zegt iets dat de wijsheid van deze spreuk na 2000 jaar nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Omdat het iets zegt over de menselijke natuur, hardnekkig en halsstarrig. Daarom blijven die woorden van belang. Jezus nodigt ons steeds weer uit om onszelf te overwinnen, om voorbij onze menselijke neigingen en natuurlijke reflexen uit te komen. Daarom lijkt het op het eerste gezicht misschien dat Hij niet veel meer leert dan alledaagse wijsheid, die ieder ander ook bedenken kan. Dit krijgt nog een diepere lading, en dan kom ik terug op waarmee we begonnen, met het karakter van deze zondag op de drempel van Epifanie naar Veertigdagentijd.
Ieder jaar nodigt de liturgische gang door het jaar je uit om die beweging mee te maken, mee te vieren, als het ware op een spirituele manier te verinnerlijken. Jezus is onder ons gekomen, als mens tussen de mensen, als Een van ons. Even menselijk als wij menselijk zijn, even weerloos als wij mensen. En Hij gaat in deze menselijke wereld van alle tijden zijn eigen weg. De weg van het lijden, van de volgehouden weerloosheid, de weg van de meeste weerstand, dat is de Veertigdagentijd op weg naar Pasen. Het ene hangt met het andere samen: Zijn menselijkheid krijgt gestalte in zijn leer en in zijn leven. Als je dat met elkaar in verband brengt, dan krijgen de woorden die we vandaag overdenken een eigen achtergrond en diepgang.
Over het fundament waarop je je huis bouwt. Over de volheid van het hart waar de mond van overstroomt. Over de boom en de vruchten. Over de balk en de splinter en over het vermogen om scherp genoeg te kunnen zien om de ander werkelijk vooruit te kunnen helpen. We kennen deze woorden vaak nog beter uit de Bergrede die je bij Matteüs vindt. Lucas’ versie wijkt wat af. Bij Lucas ligt de nadruk meer op het feit dat Jezus zijn onderricht geeft aan zijn leerlingen. Zij staan model en symbool voor de kerk, die op het moment dat het evangelie wordt geschreven al praktijk is. Lucas’ versie benadrukt dat de kerk als geloofsgemeenschap ervoor moet waken zelfgenoegzaam te worden, te veel te oordelen, te makkelijk uit te gaan van eigen gelijk. Lucas bewaart als het ware een kritische afstand, is kerkkritischer. Dat maakt dat de woorden van Jezus hier meer in ons eigen vlees snijden; dat ze vooral bedoeld zijn om zelf in de kritische spiegel te kijken, eerder dan die anderen voor te houden. Dat is precies waar het in dat woord van balk en splinter omgaat. Zelfkritiek die vóór kritiek op de ander komt.
De meester op mijn lagere school leerde ons ooit, dat als je met je vinger verwijtend naar een ander wijst, tenminste drie vingers verscholen naar je zelf terugwijzen. Jezus oordeelt niet. Hij is scherp, maar hij oordeelt niet. Hij helpt jou om je innerlijke hindernissen op te ruimen. Met zijn wijsheid schept hij ruimte, om te groeien in geloof. ‘Pas als iemand zich alles heeft eigen gemaakt, zal hij de gelijke zijn van zijn leermeester.’ Geloven, Jezus navolgen, is een leven lang groeien in dat proces. Net als Jezus worden die het ons heeft voorgedaan, is ook een regel.
De kerk kan daarbij soms een hindernis zijn. Hoe belangrijk is het dan dat je door al die uiterlijkheden heen het zicht op Jezus zelf niet verliest. Als we erin slagen alle zelfgenoegzaamheid uit te bannen; als we bereid zijn om altijd weer kritisch naar onszelf te kijken en niet te snel te oordelen, de ander op een afstand houden en onszelf buiten schot - balk en splinter; als we doen wat we zeggen en zeggen en verkondigen wat we doen, dan kan zelfs de kerk een plaats worden waar we het leven leren leven.
Wijsheid in Tijd van Carnaval
Zusters en broeders, het lijkt een beetje op goddelijke ironie! De lezingen van deze eucharistieviering spreken ons vandaag over wijsheid, en dat op deze carnavalszondag! Carnaval, het feest van de zotten en de dwazen. Laten we echter voorzichtig zijn en niet denken dat wij aan de goede kant van de streep staan. Paulus zegt het namelijk zeer duidelijk, dat wat voor de wereld dwaas was heeft God uitgekozen tot wijsheid en wat in de wereld voor wijs gehouden wordt, is in Gods oog dwaasheid.
Ieder mens is op zoek naar wijsheid, en daarmee bedoelen we de kunst van een goed en gelukkig leven. Zelfs in onze geseculariseerde samenleving struikel je over de boeken van bekende en onbekende auteurs die vol wijsheden staan en je de weg wijzen naar een goed en gelukkig leven. Wellicht heeft de Kerk hier de boot gemist en in haar recente geschiedenis te weinig gedaan aan het begeleiden van haar gelovigen op de weg naar een goed en gelukkig leven? Haar aandacht voor het hiernamaals heeft haar het leven hier op aarde doen vergeten.
We ontmoeten Jezus vandaag opnieuw op de vlakte waar Lucas Hem een lange rede laat houden over het door God gewilde goede en gelukkige leven, die veel overeenkomst vertoont met de zo bekende Bergrede van Matteus. Lucas kiest er bewust voor om Jezus deze woorden niet hoog op een berg te laten uitspreken, ver van de dagelijkse realiteit, maar in de vlakte, vlak voor het moment dat de leerlingen twee aan twee uitgezonden worden om de blijde boodschap te verkondigen en mensen te begeleiden op de weg naar een goed en gelukkig leven.
Volgens Jezus zijn wij allemaal geroepen om wijze mensen te zijn. Wijsheid is niet voorbehouden aan een bepaalde klasse. Wijs ben je als je in Jezus Gods wijsheid weet te ontdekken. Op jouw beurt mag je die doorleefde wijsheid dan weer verkondigen aan anderen. Deze verkondigers - en besef goed dat wij allemaal als gedoopten geroepen zijn om verkondigers te zijn - moeten zich van een aantal dingen goed bewust zijn. Ten eerste, waar wil jij als verkondiger van de blijde boodschap de mensen naartoe leiden? Vervolgens, ben jij je als verkondiger bewust van je eigen nood aan verlossing? Zijn jouw daden als verkondiger in overeenstemming met je woorden?
Veel spirituele leiders, vroeger en nu, lijken mensen naar een goed en gelukkig leven te leiden, maar als je goed kijkt, merk je dat het hen vooral om zichzelf gaat. Zij zetten zichzelf in het centrum, heersen in plaats van dienen en verrijken zich vaak ten koste van de mensen die zich aan hun leiding toevertrouwen. Deze zogenaamde leiders zijn blind en trekken een andere blinde mee in een diepe val. Jezus getuigt van zichzelf: “Ik ben het ware licht. Wie Mij volgt zal niet dwalen in de duisternis.” Hij is dat ware licht omdat Hij niet zichzelf in het volle licht plaatst, maar altijd het licht richt op de Vader.
Veel spirituele leiders weten precies en vlug wat er aan iemand mankeert. Hun woorden en boeken getuigen vaak van een snelkookpanhulp. Als je dit en dat doet, dan ben je gegarandeerd van je problemen af. Het zijn vaak oplossingen die niet doorleefd zijn. Laat staan doorleefd door henzelf. Ze weten niet hoe ze de balk uit hun eigen oog moeten halen, maar concentreren zich op de splinter in het oog van de ander. Maar door de balk die uit hun oog steekt, kunnen zij niet eens tot bij de ander komen. Echte verkondigers weten dat zijzelf op de allereerste plaats nood hebben aan de verlossing door Jezus en zijn blijde boodschap.
Veel verkondigers van het evangelie weten met veel mooie woorden een boodschap te verkondigen, maar hun daden getuigen van het tegendeel. De Kerk in onze dagen wordt er hard mee geconfronteerd. De hypocrisie druipt er van af. Echte verkondigers herken je niet zozeer aan hun woorden, maar wel aan hun daden. De boom ken je aan zijn vruchten.
We mogen Jezus vandaag ontmoeten als Gods Wijsheid. Hij is de wijze spirituele leider die wij nodig hebben. In Hem zien wij dat zijn daden in overeenstemming zijn met zijn woorden. Hij heeft in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd en kent onze armoede uit ervaring. Hij wijst niet naar zichzelf, maar altijd naar de Vader. Zo is Hij Gods Wijsheid en door Hem te volgen lopen wij in het volle licht, mogen wij zien met een zuiver oog en ons te goed doen aan de goede vruchten die van Zijn boom afvallen.
De Bergrede: Een Gids voor het Leven
Als we Jezus willen leren kennen, kunnen we het beste de evangeliën lezen. Om het nog specifieker te maken: de Bergrede. Zoals de naam al zegt, is deze rede uitgesproken op een berg. In de preek die Jezus op de berg houdt, gaat het over het Koninkrijk van God. Hij legt de grondregels van dit koninkrijk uit aan zijn discipelen. Jezus spreekt troostende woorden - wie zoekt zal vinden, maar ook scherpe woorden - over splinters en balken. Vandaag staan we stil bij die laatste woorden.
“Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: ‘Laat mij de splinter uit je oog verwijderen’, zolang je nog een balk in je eigen oog hebt? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen.
In dit bijbelgedeelte is de boodschap van Jezus glashelder. Een volgeling van Jezus moet zich niet als rechter over een ander stellen. Die plaats is alleen voor God. Van Jezus’ volgelingen wordt verwacht dat ze vergevingsgezind zijn. We hebben namelijk vergeving en genade van God ontvangen. De gedachte van het meten met twee maten was bekend onder de Joden. Om die reden benadrukt Jezus het hier. Met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. De voorbeelden die hierboven genoemd worden, zijn overdreven neergezet door Jezus. Een splinter is in vergelijking met een balk iets onbeduidends. Als dat in je oog komt, hoeft dat jouw zicht niet te belemmeren. Een balk is iets wat je totaal verblindt. Jezus probeert hier duidelijk te maken dat je je niet moet richten op de kleine fout bij een ander, als je zelf grove fouten maakt. Hij neemt ons en de mensen om ons heen in bescherming, door te zeggen dat we niet te snel moeten oordelen over anderen. Door ons tekort aan inzicht in eigen fouten, kunnen we weleens hard zijn naar anderen. Daar wil Jezus ons voor behoeden. Wij kunnen uit onze ‘slof’ schieten naar anderen, hoewel ze dat niet verdiend hebben. We kunnen hard zijn naar anderen als we onze dag niet hebben. Daarom, zegt Jezus, kun je het oordeel beter overlaten aan God.
In vers 6 wordt uitgelegd hoe we dan wel moeten omgaan met onze naasten. Jezus zegt niet dat je fouten niet mag aanwijzen bij anderen. Alleen moeten we dit niet doen vanuit een kritische geest. We moeten ons niet verheffen boven de ander. Pas als we vanuit Gods genade leven en onze eigen zwakheden kennen, lukt het ons om de ander te helpen met zijn of haar fouten. We zullen dan de ander ook anders benaderen, omdat we zelf inzicht hebben in onze fouten. Het lukt ons dan om barmhartig te zijn naar de ander, in plaats van harde woorden te spreken. Als we vanuit een genadige houding anderen op hun fouten wijzen, doen we dat niet om hen daarmee af te wijzen. We doen dat om hen terug te brengen op een recht spoor.
Het is goed om te zien wanneer iemand succesvol opstaat tegen dronkenschap, ook al is hij er zelf nooit schuldig aan geweest. Alle verontwaardiging die hij er overheen laat stromen is terecht, want is dat niet het grote net van de duivel waarin hij menigten vangt? Ik kan verwoed tegen overspel zijn, tegen diefstal of tegen welke andere immoraliteit ook die ik zelf niet in de praktijk breng. Toch kunnen mijn eigen zonden het tegen mij uitroepen. Het is onmogelijk om mijn eigen zonden ongedaan te maken door de zonde van anderen te benoemen. Anderen wijzen op hun ondeugd is een goedkope deugd. Er is niets makkelijker in deze wereld dan voortdurend op de populaire gebreken te wijzen, maar het omdraaien van de nek van een van mijn lievelingszonden is veel zwaarder en een duidelijker kenmerk van de bekering.
Het ernstig strijden tegen de zonde van een ander is misschien prijzenswaardig, maar geen kenmerk van genade in het hart. Natuurlijke mensen zijn hierin soms de grootste leiders geweest. Het verafschuwen van mijn eigen zonde, het vernederen van mijzelf om mijn eigen zonde en er met zicht op God naar te streven dit valse pad te verlaten, daar is iets meer dan alleen menselijke natuur voor nodig. Let er op dat Jehu erg verbitterd was over één zonde. Alleen het noemen van de naam van Baäl bracht het bloed al naar zijn gezicht. Zo zijn er mensen in deze wereld die een afkeer hebben van één bepaalde zonde, ze houden ervan om op die zonde in te slaan, hun ziel wordt vurig als er alleen nog maar over gesproken wordt. De Heere Jezus Christus kan terecht omschreven worden als de “Vriend van zondaren”, maar nooit als de “Vriend van critici”.