De Oorzaken en Gevolgen van de Nasser Zefzafi Protesten in de Rif

Na zeven maanden van intensief protest in de Marokkaanse Rif-regio werd Nasser Zefzafi, de leider van de opstand, gearresteerd. Dit brengt de vraag naar voren: waar komt dit protest vandaan en hoe moet het verder? De Rif, een Berberstalige regio in het noorden van Marokko, strekt zich uit van Targuist tot aan Berkane nabij de Algerijnse grens. De twee grootste steden, Al Hoceima en Nador, met respectievelijk 250.000 en 461.726 inwoners, zijn centra van onrust. De oorsprong van dit ongenoegen ligt in de oningeloste beloften van het Marokkaanse regime.

Naar aanleiding van de Arabische Lente in 2011 ging ook de bevolking in Marokko de straat op. Het regime beloofde een nieuwe grondwet die het land naar meer sociale gelijkheid en democratie zou leiden. Hoewel de bevolking zich aanvankelijk neerlegde bij deze beloftes, is na zes jaar geduld op. Burgers eisen nu banen, betaalbare gezondheidszorg, goed onderwijs en, specifiek voor de Rif, erkenning van hun cultureel erfgoed. Zo kunnen Riffijnen nog steeds geen onderwijs in hun eigen taal volgen en wordt de antikoloniale strijd van Khattabi nog steeds niet erkend. De regio beschikt slechts over een kleine universiteit in Nador, waardoor jongeren voor hun opleiding veelal naar Oujda of Fes moeten uitwijken. Ziekenhuizen lijden, net als in de rest van Marokko, onder onderfinanciering. Sinds de jaren tachtig is de privésector actief in de gezondheidszorg, wat leidt tot een grote kloof tussen arm en rijk op dit gebied. Kwalitatieve zorg en onderwijs zijn hierdoor enkel toegankelijk voor wie bereid is aanzienlijk te betalen.

De regio Rif heeft een geschiedenis van opstanden tegen het centrale gezag. In 1958-1959 brak er een grote opstand uit, voortkomend uit de onderontwikkeling van de regio door de Spaanse kolonisator en het uitblijven van verbetering door de centrale overheid. Deze opstand werd hardhandig neergeslagen door de toenmalige prins en latere koning Hassan II. In 1984 participeerde de hele regio aan linkse studentenprotesten tegen het neoliberale beleid dat Marokko moest uitvoeren in opdracht van het IMF. Ook deze protesten werden bloedig onderdrukt.

De Aanleiding van de Hirak-protesten

De directe aanleiding voor de huidige protesten was de dood van een visverkoper, Mohsin Fikri, in oktober van het voorgaande jaar. Hij werd verpletterd in een vuilniswagen tijdens een wanhopige poging om zijn in beslag genomen vis te recupereren nadat hij geweigerd had smeergeld te betalen. De beelden van zijn dood gingen viraal op sociale media, wat leidde tot massale en spontane betogingen in Al Hoceima. Dit incident werd het symbool van de manier waarop Riffijnen zich behandeld voelen door de staat: als vuil. Een eisenpakket voor hun verwaarloosde regio, met sociaaleconomische en culturele eisen, werd opgesteld.

Illustratie van de dood van Mohsin Fikri en de daaropvolgende protesten

Nasser Zefzafi: De Stem van het Verzet

Nasser Zefzafi ontpopte zich tot de meest zichtbare spreekbuis van het protest. Hij communiceerde via filmpjes op sociale media, waarmee hij een grote impact wist te genereren. Zefzafi stamt naar verluidt uit een familie met een politieke achtergrond; zijn overgrootvader was minister van Binnenlandse Zaken in de Rif-Republiek van Mohammed Abdelkrim El Khattabi. Zijn vader was actief binnen de islamitische beweging Adl Wal Ihsaan en later ook voor de Union Nationale des Forces Populaires en de USFP. Zefzafi groeide op in de volkswijk Tudrin n-Malik en werkte onder andere als uitsmijter en telefoonverkoper. Hij kreeg bekendheid als woordvoerder tijdens de protesten na de dood van Mohsin Fikri. Op 26 mei 2017 onderbrak hij een vrijdagpreek in een moskee in Al-Hoceima om de imam te bekritiseren die zich tegen de protesten keerde. Beelden hiervan deelden zich snel op sociale media, wat leidde tot een arrestatiebevel tegen Zefzafi.

Zefzafi wordt beschuldigd van het onderbreken van de vrijdagpreek en het in gedrang brengen van de veiligheid van de Marokkaanse staat. Hij heeft de Marokkaanse koning meerdere keren scherp bekritiseerd via YouTube-video's en op straatprotesten. Hij stelt dat de Marokkaanse staat een beleid voert van politieke, economische, sociale en culturele repressie tegen de Riffijnen en eist een einde aan de tirannie die geweld blijft hanteren. Concreet gaat het om het opeisen van economische, politieke en culturele rechten, waaronder de creatie van werkgelegenheid, goed functionerende en uitgeruste ziekenhuizen en de oprichting van universiteiten. Daarnaast vraagt de beweging expliciet om de opheffing van de militarisering van het Rifgebied, dat sinds de onafhankelijkheid van Marokko in 1956 als militaire zone wordt beschouwd.

De Reactie van het Regime en de Bredere Context

Het Marokkaanse regime reageerde aanvankelijk met de verwachting dat de protesten vanzelf zouden verdwijnen. Na zeven maanden aanhoudende demonstraties toonde het regime echter zijn onvermogen om de situatie te neutraliseren. Er werd geen onderhandelaar naar de regio gestuurd en meer dan 20 activisten werden gearresteerd. Het leger en de oproerpolitie werden ingezet tegen de betogers.

De protesten in Al Hoceima worden niet altijd gezien als een katalysator voor een brede nationale beweging. In het begin van de protesten was de Riffijnse vlag prominent aanwezig, wat ertoe bijdroeg dat sommige Marokkanen de protesten als een regionaal probleem beschouwden. Desondanks steunt de meerderheid van de Marokkanen de protesten principieel, gezien de redelijke eisen die worden gesteld.

De crisis in de Rif is echter niet los te zien van een breder sociaal protest in heel Marokko, dat al sinds de jaren tachtig gaande is. Dit wordt gevoed door economische liberalisering, machtsmisbruik, corruptie en de toe-eigening van publieke rijkdommen door een kleine elite. Sinds de Arabische Lente is dit de tweede poging om structurele verandering teweeg te brengen. De prioriteit voor de volksmobilisatie ligt bij het opbouwen van een sterke sociale beweging met verbindingen naar diverse lagen van de bevolking en het construeren van een coherent verhaal dat ook andere Marokkanen kan aanspreken.

Hoe de Marokkaanse economie een regionale grootmacht wordt

Historische achtergrond en de Rol van de Monarchie

De marginalisering van het Rifgebied gaat terug tot de koloniale periode. De Franse en Spaanse kolonisten investeerden voornamelijk in de stedelijke infrastructuur om economische rijkdommen te verschepen, terwijl de berg- en plattelandsvolkeren zich verzetten tegen de koloniale heerschappij. De antikoloniale strijd onder leiding van Mohammed Abdelkrim El Khattabi is hier een bekend voorbeeld van. De beeltenis van Abdelkrim en de vlag van de Rif-Republiek zijn tijdens de demonstraties nog steeds zichtbaar.

Het beeld van Marokko als een stabiel land in een turbulente regio, vooral na het aantreden van koning Mohammed VI in 1999, heeft geleid tot misvattingen. Hoewel de koning enkele hervormingen doorvoerde, zoals meer persvrijheid en de hervorming van het familierecht, bleef de monarchie de politieke touwtjes stevig in handen houden. Sterker nog, Mohammed VI heeft zijn economische positie versterkt door middel van een uitgebreid economisch imperium. Dit werd deels mogelijk gemaakt door de structurele aanpassingen die Marokko moest uitvoeren na leningen van het IMF en de Wereldbank, wat leidde tot een neoliberale omwenteling.

De economische liberalisering, waaronder de privatisering van overheidsbedrijven, concentreerde de economische macht bij een kleine groep met nauwe banden met de monarchie. Dit ging gepaard met vriendjespolitiek en cliëntelisme, wat leidde tot een "economische plundering" van publieke rijkdommen. Ook buitenlandse investeerders, met name uit Frankrijk en de Golfstaten, profiteerden hiervan, wat de politieke invloed van buitenlands kapitaal vergrootte.

Sociale Ongelijkheid en de Twee Extremen

Het beleid van economische ontwikkeling en groei, met name de lancering van megaprojecten, heeft geleid tot duurdere consumptieprijzen, stijgende huisvestingskosten, gentrificatie en een beperktere toegang tot openbare dienstverlening. De kloof tussen arm en rijk is hierdoor aanzienlijk toegenomen. Steden als Rabat, Casablanca en Tanger worden gekenmerkt door twee extremen: enerzijds de verarmende middenklasse door gebrek aan kansen en sociale voorzieningen, anderzijds grote luxeprojecten die winsten genereren voor een kleine groep investeerders. Het toekomstperspectief voor de gemiddelde Marokkaan beperkt zich vaak tot laagbetaalde banen in de dienstensector.

Deze sociale ongelijkheid is ook zichtbaar in de kloof tussen stedelijke centra en de kleinere steden en dorpen in de Marokkaanse periferie, wat een gevoel van marginalisering versterkt dat teruggaat tot de koloniale periode. De protesten in Al Hoceima zijn tekenend voor de continuïteit, verandering en groei van sociaal protest in het land, waarbij de angst voor autoritaire regimes afneemt.

Internationale Reacties en de Rol van de Diaspora

De protesten trokken ook internationale media-aandacht. De Nederlandse Europarlementariër Kati Piri en Tweede Kamerlid Liliane Ploumen toonden hun betrokkenheid door de rechtszaak van Zefzafi bij te wonen. Zij benadrukten de noodzaak van meer aandacht voor de protesten, met name in landen met een kleiner aantal Marokkanen. De banden tussen Marokko en Frankrijk zijn historisch sterk, wat leidt tot een gematigde houding van Frankrijk ten opzichte van politieke strubbelingen in Marokko.

De Marokkaanse diaspora speelt een rol in het ondersteunen van de volksbeweging in het Rifgebied. Comités zijn opgericht in diverse Europese landen om de protesten te ondersteunen. Nasser Zefzafi benadrukt het belang van objectieve berichtgeving door journalisten met Marokkaanse of Riffijnse roots en roept Marokkanen in Europa op zich aan te sluiten bij de opgerichte comités. Hij stelt dat de protesten vreedzaam zijn en dat de angst voor repressie, die vroeger de bevolking in bedwang hield, afneemt.

Juridische Gevolgen en Toekomstperspectieven

Nasser Zefzafi werd in 2018 veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf voor zijn rol in de Hirak-protesten. Andere prominente leden van de protestbeweging kregen straffen van 15 tot 20 jaar cel. Amnesty International heeft vraagtekens gezet bij de bekentenissen van de demonstranten, die zouden zijn afgelegd onder marteling. De grotendeels vreedzame demonstraties begonnen eind 2016 na de dood van de visverkoper.

Er is hoop op gratie voor Zefzafi en andere activisten. Zijn publieke optreden tijdens het verlof voor de begrafenis van zijn vader heeft deze hoop nieuw leven ingeblazen. Hij benadrukte het belang van het eren van zijn vader en zijn inzet voor heel Marokko. De roep om zijn vrijlating is luider dan ooit. Het regime wordt gezien als bang om Zefzafi vrij te laten, uit vrees dat hij grote groepen kan overtuigen. Echter, hoe langer hij vastzit, hoe populairder hij wordt, vergelijkbaar met het voorbeeld van Nelson Mandela.

De nieuwe Marokkaanse regering, met Aziz Akhannouch als premier, wordt door sommigen verantwoordelijk gehouden voor de dood van Mohsin Fikri, aangezien Akhannouch destijds minister van Landbouw en Visserij was. Hoewel de nieuwe regering stelt de gevangenen te willen vrijlaten, bestaat er twijfel over de voorwaarden waaronder dit zal gebeuren. Activisten vrezen dat de staat hen zal dwingen hun claims te erkennen, zoals het nastreven van een eigen staat. De strijd voor gerechtigheid en erkenning van de rechten van de Riffijnen blijft voortduren.

tags: #waarom #protesteren #nasser #zafzafi