Meerstemmig zingen is het zingen van verschillende melodieën of stemmen tegelijkertijd. Het kan worden gedaan door meerdere mensen of zelfs door één persoon die verschillende stemmen opneemt en samenbrengt. Meerstemmig zingen creëert een rijkere en vollere klank, waarbij elke stem zijn eigen unieke geluid en expressie toevoegt aan het geheel, waardoor er een interessant en harmonieus samenspel ontstaat.
Er valt ontzettend veel te leren over meerstemmig zingen, maar gelukkig kun je met een eenvoudige, goed geplaatste tweede stem al een prachtige harmonie maken. Deze uitgave is geschreven voor C-F gestemde instrumenten, maar dankzij de toevoeging van tabulatuur (cijferschrift) is het ook geschikt voor elk anders gestemd instrument, en met name voor mensen die (nog) geen noten lezen.
De Theorie van Meerstemmig Zingen
Meerstemmig zingen kent een traditie die waarschijnlijk duizenden jaren teruggaat. Zo zijn er zogenaamde ‘primitieve’ culturen die wellicht al sinds de prehistorie meerstemmig zingen. Luister eens naar Afrikaanse samenzang; de meerstemmigheid daarvan zit vaak heel ingenieus in elkaar. Deze vormen van meerstemmige samenzang zijn spontaan ontstaan en zijn veelal op gehoor van generatie op generatie doorgegeven.
Pas ergens in de Middeleeuwen is in de westerse wereld een eerste poging gewaagd om muziek te gaan opschrijven. Polyfonie is een term die vaak (meestal foutief) wordt gebruikt om alle vormen van meerstemmigheid aan te geven. Officieel is polyfone muziek een muziekvorm waarin meerdere melodieën door elkaar lopen en waarin iedere melodie even belangrijk is. Dus in strikte zin is zang begeleid met akkoorden, zoals veel popmuziek, geen polyfone muziek. Dit ondanks het aspect van ‘meerdere tonen tegelijk’. Deze muziek heet monodie, dat eigenlijk twee betekenissen heeft: monofone muziek (één toon) of melodie met akkoordbegeleiding.
Bekende traditionele vormen van polyfone muziek zijn de canon en de fuga. De bekendste canon is wellicht Vader Jacob, waarin iedere groep binnen het koor zijn eigen zin zingt. De fuga is een ingewikkelde vorm van polyfone muziek, waarmee componisten als Bach furore hebben gemaakt.
In de polyfone muziek is het zogeheten contrapunt een belangrijk fenomeen. Het contrapunt geeft het verband aan tussen de twee of meer onafhankelijke melodielijnen in een polyfoon muziekstuk. In de popmuziek wordt echter nauwelijks met een contrapunt gewerkt, omdat het doorgaans niet om polyfonie gaat. Bij popmuziek gaat het om harmonie, wat eenvoudiger is dan polyfonie. Desondanks zijn er popmuzikanten die er wel raad mee weten, zoals wijlen Freddie Mercury van Queen, die nummers schreef met polyfone gedeeltes en contrapunt. Ook in musicals komt dit regelmatig voor.

Manieren om een Tweede Stem te Vinden
In de popmuziek richten we ons op het vinden van een tweede en eventuele derde stem vanuit de harmonie. Daar zijn verschillende manieren voor:
1. De Keukenmeidenterts (Biertertsje)
Dit klinkt wat denigrerend, maar dat is onterecht. De naamgeving is zo, omdat je deze tweede stem met enige muzikale aanleg vrij gemakkelijk en spontaan kunt zingen. Een terts is een afstand van drie tonen. De tweede stem ligt in dit geval een terts boven, maar meestal onder de melodietoon. Die terts moet laddereigen zijn, dus in de toonsoort van het nummer. Afhankelijk van de toonsoort is het daardoor steeds een grote of kleine terts. In feite kan iedereen met muzikale aanleg hem zo zingen. Als je de melodie kent en je krijgt de eerste noot van de tweede stem cadeau, zing je spontaan de hele melodie in keukenmeidenterts mee. Veel muziek, of minstens gedeeltes daarvan, gebruiken deze tweede stem als een logische en prima keuze. Acda & De Munnik gebruiken hem bijvoorbeeld veel.
2. Horizontale Tweede Stem met Kwarten en Quinten
Deze manier overlapt deels de keukenmeidenterts. Je zingt dan meestal deze terts, maar bij grote sprongen in de melodie ga je niet (helemaal) mee. Je probeert de tweede stem dan zo horizontaal mogelijk te houden. Dat betekent dat je niet altijd een terts zingt, maar af en toe een kwart of een kwint (vier of vijf tonen afstand). Steeds binnen de toonsoort van het nummer, dus laddereigen. De keuze of het een kwart of een kwint moet worden, hangt af van het akkoord van dat moment. Je kiest dan een toon die in het akkoord zit. Het voordeel van deze tweede manier is dat het minder ‘lijzig’ klinkt dan het hele nummer de keukenmeidenterts.
3. Verder Horizontale Tweede Stem
In de derde manier probeer je de tweede stem nog meer horizontaal te krijgen, waardoor er nog meer rust komt. Dat doe je door consequent een toon uit het akkoord te zingen en die zo te kiezen dat deze bij de akkoordenwisselingen geen of zo klein mogelijke sprongen maakt. Voor de eerste en tweede manier kun je een heel eind komen met muzikale oren. De derde manier lukt ook nog wel met de nodige muzikaliteit.
4. Gespiegelde Tweede Stem (Contrapuntbenadering)
De vierde manier benadert enigszins de polyfone muziek met het contrapunt. Je spiegelt als het ware de tweede stem aan de eerste stem, zoals Bach dat veel in zijn fuga’s deed. Er is een denkbeeldige as tussen de eerste stem en de tweede stem, die als een soort spiegel functioneert. Gaat de eerste stem omhoog, dan gaat de tweede stem omlaag, en andersom. Steeds binnen de toonsoort. Daardoor gaan de eerste en tweede stem afwisselend naar elkaar toe of van elkaar af. Bij deze manier wordt het meer puzzelen.
5. Tweede Stem vanuit Bas en Melodie
Bij de vijfde manier zijn de hoofdmelodie en de bas het vertrekpunt. Tussen de heen-en-weer springende melodielijn en baslijn kies je een lijn voor de tweede stem die zo horizontaal mogelijk blijft, waarbij je uitgaat van de toonsoort en de akkoorden. Net als de vierde manier vergt dat het nodige puzzelwerk en experimenteren.
Van de eerste naar de vijfde manier wordt het steeds ‘spannender’. Qua spanning in meerstemmigheid kun je dit als opgaande lijn beschouwen: kinderliedjes, Nederlandstalige piratenmuziek, eenvoudige popmuziek, meer ‘geavanceerde’ popmuziek, musical en tot slot jazz.
Praktische Toepassingen en Oefeningen
Het vinden van een tweede stem kan op verschillende manieren geoefend worden:
- Keukenmeidenterts oefenen: Begin met de keukenmeidenterts. Luister onder het zingen goed naar de melodie (de leadstem). Ga niet naar de leadstem toe, maar blijf steeds op je eigen ‘etage’, je eigen hoogte. Zorg dat je je tonen aanpast aan de akkoorden die je hoort. Blijf daarbij zo horizontaal mogelijk, dus vermijd grote sprongen in de melodie die je zingt. Neem jezelf op om de kwaliteit te beoordelen.
- Zingen van akkoorden: Speel een akkoord en zing de laagst hoorbare toon van het gespeelde akkoord. Wissel van akkoorden en zing steeds die laagste toon. Werk zo bijvoorbeeld het akkoordenschema van een liedje door. Zing deze tonen vervolgens tegen de melodie aan. Zo heb je een prima tweede stem voor het hele liedje op een gemakkelijke manier verkregen.
- Arpeggio's zingen: Zing de afzonderlijke tonen van een akkoord achter elkaar; van onder naar boven en eventueel weer terug, als een soort toonladder. Dit is een gehoortraining of solfège, waarmee je vertrouwd raakt met harmonieën en leert wat er in de muziek gebeurt.
- Melodie aanpassen: Verander de oorspronkelijke melodie, maar wel passend op de akkoorden.
- Luisteren naar voorbeelden: Luister naar nummers waarin een tweede stem wordt gezongen.
Online Zangles: Hoe maak of zing je tweede stem?
Meerstemmigheid in de Praktijk
Meestal ligt de tweede stem lager dan de eerste, bijvoorbeeld een "terts" of een "sext". Op een trekzak zit de tweede stem meestal 1 of 2 knopjes onder de eerste stem (lager klinkend dus), maar soms ook erboven. Dit is echter niet altijd zo eenvoudig en vereist oefening.
Het is niet altijd zo dat de tweede stem lager ligt. Intuïtief trekt de aandacht van de luisteraar naar de hoogste stem, dus is het logisch dat dit doorgaans de hoofdmelodie moet zijn. Bij een mannenstem als leadzang met vrouwenstemmen als achtergrondzang ligt dat uiteraard anders, omdat vrouwenstemmen doorgaans hoger zijn dan een mannenstem. In dat geval kan de mannenstem bijvoorbeeld een octaaf hoger worden gedacht om een tweede stem te bedenken.
De tweede (en derde) stem wordt in de popmuziek vaak gebruikt voor het toevoegen van wat drama, of om ‘aan te dikken’, want het klinkt allemaal wat breder en orkestraler. Een meerstemmig gezongen refrein contrasteert dan mooi met een eenstemmig couplet.
Belang van Inademing en Timing
Bij het zingen van de tweede stem gaat het niet alleen om het zingen van de juiste toon, passend bij de melodietoon. Je timing en intonatie moeten ook parallel lopen aan de leadstem. De inademing is cruciaal; de manier van inademen bepaalt veel factoren van die gezongen zin: het volume, de hoeveelheid compressie, eventuele twang, de hoeveelheid lucht enzovoorts. Focus bij het zingen van de tweede stem op de inademing van de leadzanger. Probeer parallel mee te ademen. Als jij net zo inademt als de leadzanger, zal dat ten goede komen aan het synchroon zingen qua timing, intonatie, volume enzovoorts.
De inademing hoort erbij en moet passen bij de gezongen zin. Een verkeerde inademing kan ervoor zorgen dat de zang iets onnatuurlijks krijgt.
Omgaan met Fouten
Tweede stem zingen kan lastig zijn en je kunt natuurlijk fouten maken. Dat hoeft niet altijd een probleem te zijn. Stel je zingt een toon die niet is afgesproken, maar hij klopt muzikaal wel. Niets aan de hand, niemand in het publiek die dat door heeft. Trompettist Miles Davis speelde een toon die niet paste in het akkoord net zo lang tot er een akkoord voorbijkwam waar hij wél paste. Het gaat hierbij om de houding waarmee je met fouten kunt omgaan.
Een laatste tip: zing je veel tweede stem? Zing dan toch af en toe de leadstem. Anders raak je te gewend geraakt om altijd achter iemand anders ‘aan te fietsen’. Zingen, en zeker een tweede stem zingen, leer je in de praktijk. Dus door het veel te doen. Het advies: niets van aantrekken, gewoon doorgaan. Je zult echt niet worden gearresteerd door de ‘zangpolitie’.

Canon Zingen en Spreken
Het aanleren van repertoire is buiten beschouwing gelaten, maar het is belangrijk op te merken dat het uitdelen van liedteksten niet de voorkeur verdient omdat leerlingen veelal geneigd zijn de tekst voor te lezen of op te dreunen. Voor het oefenen van het meerstemmig uitvoeren van een spreektekst volstaan de eerste acht maten van ‘Grandma, grandma’.
Leer de leerlingen de spreektekst aan. De valkuil waar (vak)leerkrachten en vakspecialisten vaak intrappen is dat ze van de spreektekst direct een vierstemmige canon willen maken. Daarmee slaan zij echter een aantal belangrijke oefenstappen over. De meeste leerlingen zullen nog geen of weinig ervaring hebben in het uitvoeren van canons. Bouw het canon zingen of spreken daarom rustig op.
Laat de ene helft van de klas bijvoorbeeld maat vijf en zes - ‘All you need is a walking stick’ - steeds maar herhalen. Deze helft van de klas spreekt dus een ritmisch ostinaat. Een ostinaat is een ritmisch of melodisch herhalend motief. Ostinato is het Italiaanse woord voor koppig. Terwijl de ene helft van de klas het ostinaat spreekt, zet de andere helft van de klas de spreektekst in. Op deze manier ontstaat een eenvoudige vorm van meerstemmigheid.
Een andere aanzet tot tweestemmig uitvoeren van de spreektekst is om als leerkracht de tweede stem uit te voeren. Leerlingen vinden het vaak leuk om het op deze manier op te nemen tegen de leerkracht. Houd wel aandacht voor de kwaliteit van de uitgevoerde muziek.
Hoeveel stemmig een lied als canon gezongen kan worden, is afhankelijk van de vorm van het lied. Niet ieder lied kan als canon worden uitgevoerd!
Ga van eenstemmig naar tweestemmig: als de eerste stem bij maat vijf is, zet de tweede stem in op maat een. Als dit goed gaat, kan er een vierstemmige versie van worden gemaakt, met inzetten op de maten een, drie, vijf en zeven. Kijk voor interessante spreekteksten ook op gehrelsmuziekeducatie.nl.
De Rol van de Leerkracht bij Canon Zingen
Het is af te raden met de leerlingen mee te zingen. Als je dat doet, is het voor jezelf lastig te horen waar ritmische of melodische problemen ontstaan. Daarbij komt dat het voor canon zingen van belang is dat leerlingen een lied autonoom kunnen zingen. Als je meezingt, zul je merken dat ze op jou als leerkracht blijven leunen. De kans is groot dat de leerlingen stoppen met zingen op het moment dat jij zelf niet meer zingt. Niet omdat ze denken dat ze ook moeten stoppen met zingen, maar omdat ze van jouw steun afhankelijk zijn.
Om ervoor te zorgen dat leerlingen op het goede moment inzetten, is het van belang dat de leerkracht de inzetten van de leerlingen duidelijk aangeeft. Het starten van een canon begint met het geven van een inzetgebaar. Tijdens het zingen kan het handig zijn de puls van de muziek met handbewegingen duidelijk te maken. Dit wordt takteren genoemd. Aan het eind van de canon sla je deze af.
De suggesties voor het komen tot een meerstemmige spreektekst zijn voor een groot deel ook toepasbaar op het zingen van een canon. Het is aan te bevelen om een canon niet direct in de eerste les waarin het als lied wordt aangeleerd, als meerstemmige canon te zingen. De leerlingen moeten de canon goed kennen voor je er muzikale grappen mee kunt uithalen. Net als bij de spreektekst, zou je uit deze canon een muzikale zin kunnen halen die als ostinaat kan worden gebruikt. In dit geval zou ik de eerste vier maten gebruiken (‘Drie dwaze heksen vlogen door de lucht’). De ene helft van de klas zingt dit ostinaat.