Echtpaar Van der Ham bezoekt na twaalf jaar weer zendingspost in Kenia

Twaalf jaar nadat Jaap en Coby van der Ham het zendingsveld in Kenia verlieten, keren zij terug naar Lokichar. De vragen tuimelen over elkaar heen terwijl hun terreinwagen door de zandvlakte van Turkanaland stuift: Leeft de oude Loïs nog? Wat is er van hun zendingspost geworden? Is de gemeente van Lokichar gegroeid? Is de Heere doorgegaan met Zijn werk? Hoe hebben de mensen daar de droogte doorstaan?

Woestijnlandschap van Turkanaland met doornstruiken en droge aarde

Het is zaterdagmiddag in Lokichar, waar de tropenzon langzaam zijn harde karakter verliest. De lucht trilt van de warmte en het kwik heeft de 40 graden aangetikt. De rood-gele aarde, bezaaid met bomen en doornstruiken, is kurkdroog; regen van betekenis is de afgelopen drie jaar niet gevallen.

Ontmoeting met de Turkana

In de verte verschijnen rijzige gestalten in traditionele kledij: Turkana, leden van een nomadenstam in Noordwest-Kenia. Hoewel schaars gekleed, stralen ze een zekere statigheid uit. Met hun lange, magere benen bewegen ze zich langzaam voort, snel hun kleden vastgrijpend bij een opstekend briesje om hun naaktheid te bedekken.

Meer stipjes verschijnen aan de horizon, allen op weg naar een groepje bomen aan de rand van het dorp, waar het dorpshoofd heeft aangekondigd dat Van der Ham, door hen "Pandam" genoemd, en zijn vrouw "Mamma Coby" zullen arriveren. Een bonte menigte verzamelt zich, waaronder veel vrouwen. Hun huid glanst van dierenvet ter bescherming tegen de zon, en hun halzen zijn onzichtbaar door de vele rijen kleurrijke kralen. Velen lijken ouder dan hun werkelijke leeftijd door het zware leven in de woestijnachtige omgeving.

Jonge vrouwen dragen hun kinderen, de allerkleinsten op de rug gebonden, terwijl de rest van het kroost dansend meehuppelt. Het is duidelijk dat de bevolking van Lokichar in menigte is uitgestroomd.

Turkana-vrouwen met traditionele kralenversieringen en kinderen

Een hartverwarmend weerzien

De twee stoelen die klaarstaan voor de ex-zendingsarbeiders zijn nog leeg; er is vertraging opgetreden. De Afrikanen storen zich hier niet aan en de zwarte evangelist van het dorp, Samuel Ekales, stelt voor een lied te zingen. Met meerstemmige overgave wordt Gods Naam geprezen, een geluid dat tot in de wijde omtrek te horen is en door sommigen begeleid wordt met zelfgemaakte muziekinstrumenten.

Dan horen de mensen de aankomende Toyota Landcruiser. Ondanks pogingen om iedereen op de plaats te houden, rennen enkele Turkana's op de auto af. Even later lopen Jaap en Coby van der Ham, omringd door dorpsbewoners, de menigte tegemoet. Een wonderlijke en hartverwarmende ontmoeting volgt.

Sommige vrouwen uiten hun vreugde met een hoog, huilend geluid, terwijl ze hun tong snel op en neer bewegen. De menigte springt op, sommigen huppelen in het rond. "God bracht ons onze mensen weer," klinkt het in vele variaties.

Coby roept "Esther!" als een vrouw, die als meisje bij het echtpaar Van der Ham werkte, snikkend om haar hals valt. Esther, die haar tranen snel wegveegt met een doek, schaamt zich voor haar emoties, aangezien Turkana's gewend zijn hun gevoelens te bedwingen, zelfs bij het verlies van een kind.

Persoonlijke verhalen en hoop

"Daar heb je Loïs," zegt Jaap, wijzend naar een oude vrouw. Loïs leeft nog en hoewel ze niet kan lezen of schrijven, bekleedt ze een belangrijke plaats in de kerk als een "moeder Israëls". Ze getuigt van haar God na een grote levensverandering, waarbij ze haar heidense amuletten aflegde. "We hebben altijd voor jullie gebeden," zegt ze, terwijl ze Jaaps hand schudt. Ondanks het verlies van haar man en een zoon vorig jaar, belijdt ze dat ze dit alles in de kracht van de Heere heeft gedragen en dankbaar is voor alles.

Iets buiten de menigte staat Paul, een voormalige jongen van rond de twaalf die nu onderwijzer is en lesgeeft aan gehandicapte kinderen. Zijn ogen missen het licht. Coby loopt naar hem toe en hij zegt stralend: "Ja, het gaat goed met me. Jij was mijn moeder, die altijd voor mij hebt gezorgd." Zijn woorden raken haar zichtbaar.

Gezicht van een Turkana-man met een serene uitdrukking

Een dienst van dankbaarheid en troost

Een bijeenkomst met schriftlezing, gebed en veel zang volgt. Jaap spreekt de Turkana's in hun eigen taal toe met weidse gebaren, tot grote vreugde van zijn toehoorders. Coby deelt haar blijdschap om hen weer te zien, maar ook haar verdriet om degenen die zijn overleden.

Na een oproep van een ouderling om de volgende dag weer naar de kerk te komen, gaat de groep uiteen. Jaap en Coby zitten onder een afdak van palmenbladeren, dat Jaap zelf heeft gemaakt. "Ik ben er stil van," zegt Jaap. "Hun emoties hebben me diep ontroerd," vult Coby aan. Ze zitten achter de eenvoudige woning waar ze tien jaar hebben gewoond, nu met nauwelijks stromend water en zonder elektriciteit. "Je mag dit gerust een beetje thuiskomen noemen," vinden ze beiden.

Het stemt hen dankbaar dat verschillende jongens uit het kindertehuis dat ze hebben gerund nu evangelist zijn geworden. Echter, het overlijden van een flink aantal jonge mensen in de afgelopen jaren heeft hen geschokt. Jaap en Coby vrezen dat aids ook in Turkanaland hard toeslaat, hoewel ze niet zeker weten of de mensen daarvan op de hoogte zijn, aangezien Turkana's gesloten kunnen zijn.

Karoge Lokichar is a small town in Kenya's Turkana County. Lokichar is situated in the heart of them

De betekenis van regen en gemeenschap

Zondagmorgen brengt een verrassing: donkere wolken, hoewel regen in januari onwaarschijnlijk is. Coby denkt aan Rie Staal, een GZB-collega die op 1 februari 1985 in Noord-Kenia overleed na een auto-ongeluk. Het weer was toen vergelijkbaar, en de mensen zeiden: "God huilt ook."

Om negen uur gaan Jaap en Coby naar de kerk. Vóór de ingang vallen de eerste regendruppels. Verrukt kijken de kerkgangers omhoog. Terwijl ze in de kerk zitten, barst een stortbui los. Evangelist Samuel Ekales stelt voor op te staan en God te danken voor de regen.

Na anderhalf uur van zang en gebed is de kerk volgestroomd. De gemeente in Lokichar is gegroeid, en er zijn zelfs ouderlingen die vanuit Lokichar evangeliseren in omliggende dorpen. Jaap gaat voor in de dienst en leest uit Deuteronomium 32, het lied van Mozes in de woestijn, waarin treffende overeenkomsten te vinden zijn tussen het volk van het oude verbond en de Turkana's.

Trouw en ontrouw

De preek gaat over de trouw van de Heere, Die vasthoudt wat Zijn hand begon, ondanks onze ontrouw. Net zoals een adelaar zorgt voor zijn jongen, zorgt de Heere voor Zijn kinderen.

Na de dienst, die tot half twaalf duurt, is er 's middags op de zendingspost een komen en gaan van mensen. Er worden veel goede woorden gesproken en verdriet gedeeld. Als 's avonds de kerkenraad afscheid komt nemen, is het pikdonker. Rond de olielamp wordt zachtjes gepraat, en de oude ouderling Zakayo, wiens naam Zachéüs betekent, spreekt een zegenbede uit: "Ga met God."

Afscheid en hoop

Maandagmorgen volgt het afscheid van Lokichar. Voordat Jaap en Coby vertrekken, vormt de evangelist met ouderlingen en vrouwen een kring om de auto voor een gebed om een behouden reis. Na de laatste handdrukken en omhelzingen rijdt de auto weg. De lucht is nog vol regenwolken, maar een zonnestraal tovert een palet van kleuren tevoorschijn: een regenboog omspant Lokichar.

De volgende bijbelteksten kunnen een bron van troost en hoop zijn voor degenen die rouwen en worstelen met het verlies van een geliefde:

  • "Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen."
  • "Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God."
  • "God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood."
  • "Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart."
  • "Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer."
  • "Maar Jezus zei: 'Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven.'"
  • "Hij die op de troon zat, zei: 'Kijk! Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister.'"
  • "God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood."
  • "Maak je geen zorgen. Ik zorg voor jou."

Een verhaal van verlies en heling: Miriam

Miriam is zes jaar als ze op een nacht ziek wordt en niets binnenhoudt. De volgende dag, een paar uur nadat ze zegt dat ze zich beter voelt, treft haar moeder haar levenloos aan in bed. Spoedige opname in het ziekenhuis heeft geen zin; Miriam is al heengegaan. Later blijkt dat ze is overleden aan een bloedvergiftiging als gevolg van shigella. Haar gezin begraaft haar in Nederland, waarna ze proberen hun leven in Albanië opnieuw vorm te geven, zonder Miriam.

"Albanië was Miriams wereld. Daar ging ze naar school en daar had ze haar vriendinnen. Elke keer als ik naar haar school ging, zag ik Miriams klas naar buiten komen - zonder haar. Miriam en haar zus Yaél sliepen samen op een kamer met twee roze bedden en een bureau met twee roze stoelen. Echt zo’n duo-meidenkamer. Nu was één bed leeg. Haar kast hing nog vol met haar kleding."

Gerdine, Miriams moeder, vervolgt haar verhaal met tranen in haar ogen: "We waren net terug in Albanië toen ik Yaél op haar kamer schooltje hoorde spelen met haar knuffels. Een spel met twee rollen, die zij eerst samen met haar zusje verdeelde. Nu deed Yaél in haar eentje allebei de rollen."

Een lege kinderkamer met een roze bed en een lege kast

Afscheid van Miriams herinneringen

Gerdine's nicht Hanneke, die praktisch is, helpt haar met het uitzoeken van Miriams spullen. In haar eentje zou Gerdine er nooit doorheen zijn gekomen. Ze wilde alle knutselwerkjes, prinsessenjurken en schoenen - Miriam was dol op schoenen - meenemen naar Nederland. Ze namen er twee dagen voor, en bij alles wat Gerdine vasthield, moest ze huilen.

Toen de kinderen weer naar school gingen en hun tas pakten, bleef Miriams schooltas aan de kapstok hangen. Gerdine keek er de hele dag naar, tot ze besloot haar rugzak van het haakje te halen en in de kast te hangen.

Rouw na de begrafenis en herbelevingen

Gerdine realiseert zich dat rouw niet alleen tijdens de periode rond de begrafenis plaatsvindt; ergens begon de rouw pas toen ze Miriam begroef. Daarvoor was ze in paniek en in een regelmodus. Na Miriams begrafenis kwamen er nog zoveel meer emoties, pijn en gemis los. De maand augustus, waarin Miriam overleed, vindt ze moeilijk, maar de afgelopen zomer voelde rustiger. Ze had alles opgeschreven in haar boek "Als de hemel openscheurt," waardoor ze erdoorheen was gegaan en de rauwe randjes eraf gingen. Ze wilde hun verhaal zo mooi mogelijk vertellen, op een manier waarop ook licht doorheen schittert, anders werd het een te donker verhaal. Zes jaar heeft ze eraan gewerkt. Direct na Miriams overlijden wist ze dat haar afscheid een boek zou worden, maar door de gebeurtenissen in die tijd kon het pas later gepubliceerd worden, waardoor ze meer hoop kon doorgeven vanuit haar eigen ontvangen vrede en geheelde staat.

Aan het begin was Gerdine diep gewond. Het verdriet in haar hart blijft, maar de pijn is nu anders. Tijdens het schrijven moest ze door trauma's heen en had ze herbelevingen. Dan zag ze Miriam uitgeput voor zich of ging ze terug naar het moment dat ze haar in het mortuarium zag. Dat kostte haar veel tranen en energie.

Dat ze er niet bij was toen Miriam overleed, vond ze het moeilijkst. Ze was zo dichtbij, met één muurtje tussen hen. Tegen haar nicht Hanneke, die in het ziekenhuis werkt, vertelde ze dat ze bij Miriam had willen zijn op dat moment, om haar te knuffelen en te zeggen: "Ik hou van je." Hanneke zei: "Zo snel kun je die switch niet maken als je gezonde kind opeens sterft. In zo'n situatie kun je je er helemaal niet bij neerleggen dat je kind sterft. Je gaat keihard vechten. Dat scenario waarin je rustig over haar hoofdje aait, is niet realistisch." Dat gaf Gerdine rust.

Illustratie van een engel die een klein meisje vasthoudt en naar boven tilt

Een beeld van geborgenheid

Na Miriams begrafenis gingen ze naar de dominee, die zei: "Je kan God vragen of Hij je een soort van beeld geeft." Als moeder wilde Gerdine graag weten of Miriam rustig was gestorven, niet in paniek of alleen. Daar hebben ze voor gebeden. Na dat bezoekje stapten ze in de auto en opende Gerdine haar telefoon. Ze ontving een bericht van iemand die sterk het gevoel had dat ze dit beeld naar hen moest sturen: een plaatje van een engel die een klein meisje tegen zich aandrukt en naar boven tilt. Die persoon wist niet dat ze daarvoor hadden gebeden. Dat beeld van de engel ademde geborgenheid uit. Gerdine gelooft dat Miriam heel rustig is heengegaan.

Het helpt Gerdine om gemoedsrust te vinden, nadat ze zich een tijd schuldig heeft gevoeld. Dat gevoel is grotendeels weg, maar steekt af en toe nog de kop op. Dan denkt ze: Had ik Miriam maar meer water gegeven, dan hadden we misschien meer tijd kunnen winnen. Het is een innerlijk gevecht. Het helpt om van artsen te horen dat ze dit niet had kunnen voorkomen en om te weten: haar dagen zijn in Gods hand. Hij wist dat ze zes jaar, vier maanden en tien dagen zou worden. Ze leeft door in de hemel.

Steun van anderen en verschillende rouwprocessen

Gerdine was zwanger toen Miriam overleed en ze had nog vier kinderen om voor te zorgen. Zelf kwam ze op de laatste plek. De kinderen bleven spelen en grapjes maken, en ze hadden zorg nodig. Gerdine moest uit bed komen om er voor hen te zijn, wat haar hielp. Door de kinderen bleef er vreugde in hun gezin. Ondertussen voelde ze trapjes in haar buik; dat nieuwe leven in haar troostte haar.

Dat mensen in de weken na Miriams begrafenis voor hen kookten, was heel fijn. Rouwend in de supermarkt proberen keuzes te maken voor het avondeten lukte niet. Ze hadden veel bezoek. Een vriend kwam vaak 's avonds langs en nam een biertje voor Gerdines man mee. In een periode van rouw wordt alles uitvergroot en gebeuren er soms gekke dingen. Het gaf verlichting om daar samen om te kunnen lachen.

Daarnaast las Gerdine veel uit de Bijbel en haalde ze troost uit Gods belofte dat het goed gaat met Miriam. Ze las veel boeken over het hiernamaals en over de nieuwe hemel en aarde, en luisterde veel aanbiddingsmuziek. Het lied 'Nochtans' van de Zuid-Afrikaanse aanbiddingsleider Retief Burger gaat echt door de diepte en is toch hoopvol.

Haar man rouwde heel anders dan zij. Ze waren allebei vader en moeder van Miriam en misten haar, maar gingen daar anders mee om. Daardoor voelden ze zich weleens eenzaam in hun rouw. Maarten zocht afleiding door te fietsen of filmpjes te kijken, terwijl Gerdine juist veel wilde lezen over rouw en theologie, op zoek naar antwoorden. Hij had die behoefte niet, en zij was niet geïnteresseerd in zijn fietstochten.

Zo zaten ze in hetzelfde huis, alleen te rouwen. Toch lukte het hen om weer bruggen te slaan door samen te praten. Meestal vroegen ze niet direct: Hoe gaat het met je? Maar: Hoe was je fietstocht? En zo kwamen de gesprekken vanzelf op wat er diep vanbinnen speelde.

Rouw bij kinderen

Ook de kinderen rouwden anders. Vanaf het begin probeerden ze alles bespreekbaar te houden. Maar het zijn kinderen, zij hebben niet altijd iets aan woorden. Gideon tekende een storm op Miriams kist. Een paar weken later zei hij: "Weet je wat ik op de kist heb getekend? Storm." Toen begreep Gerdine het. Het stormde bij hem vanbinnen, maar hij kon het niet onder woorden brengen.

Yaél heeft met iemand anders een boekje over verdriet doorgenomen. Ze zei tegen Gerdine: "Ik vind het irritant als u gelijk huilt als ik over Miriam praat." Ze had ruimte nodig om met iemand anders te praten. Tijmen is heel creatief. Hij maakte een portret van Miriam en schreef een liedje voor haar.

Kinderen rouwen soms op een manier die je niet ziet. Zo speelde Yaél bij een vriendinnetje met de Barbies. Tijdens het spel zei ze: "Nu doen we alsof ze niet meer ademen." Vervolgens speelde ze dat ze de Barbiepoppen ging reanimeren. Ze moest haar rouw uitspelen.

Gerdine is minder bang voor de dood. Als ze nu aan Miriam denkt, ziet ze vooral leuke dingen, dat ze speelt en danst. De levendige Miriam. Door haar is Gerdine meer vanuit eeuwigheidperspectief gaan leven. Ze is minder bang voor de dood. Dit leven is maar een klein stukje. Ze wil het niet te klein maken. De dood doet echt heel veel pijn. Ze ziet Miriam niet opgroeien, kan haar niet knuffelen, niks meer tegen haar zeggen. Maar ze gelooft ook: de dood is geen afscheid, maar een doorgang.

Boek: Als de hemel openscheurt

Gerdine Blom is moeder van acht kinderen, getrouwd met Maarten en werkt als coach voor zendingswerkers bij zendingsorganisatie GZB. Over de dagen voor en na het verlies van haar dochter schreef zij het boek Als de hemel openscheurt.

Gebed en geloof in Afrika

Een luide schreeuw doet iemand opschrikken. Het geluid komt uit de richting van de prayer room, de ruimte waar mensen altijd terecht kunnen om te bidden. Door het raam ziet men een vrouw heen en weer stampen en schreeuwen. Gebed neemt een belangrijke plaats in het geloofsleven in Afrika in. Er worden vaak gebedsbijeenkomsten georganiseerd, die soms wel de hele nacht door kunnen gaan.

Als iemand een psychose heeft, wordt dat benoemd als demonen en komt de gemeente bij elkaar om te bidden tot de demonen het zwijgen opgelegd zijn. Bij de volgende aanval begint men weer opnieuw. Ook ontmoette men een Congolese vrouw met een zeer lage bloedsuikerspiegel. Terwijl anderen hard baden, regelde men wat te eten. Soms weet men zich geen houding te geven tijdens dit soort sessies. Als Calvinisten zijn we gewend aan orde en rust. Een eerbiedige gebedshouding wordt ons van jongs af aangeleerd. En tegelijkertijd hoeft dat ook niet de norm te zijn.

Groep mensen die met overgave bidden in een Afrikaanse kerk

Passie en organisatie in gebed

Mensen raken vaak tijdens dit soort gebedssessies in vervoering en gaan dan steeds harder schreeuwen en huilen. Soms werpen ze zich ter aarde en slaan zichzelf of op de grond. Dit wordt gezien als een teken van geestelijkheid. Maar men moet vaak denken aan Elia en de Baälpriesters op de berg Karmel. Wat een tegenstelling was dat! De Baälpriesters gingen de hele ochtend door, vergelijkbaar met de eindeloze gebedssessies hier. Toen ze geen antwoord kregen, ging het volume omhoog en deden ze aan zelfkastijding.

Is onze calvinistische houding zoveel beter? Keurige formuliergebeden, prachtige poëtische gebeden, een bepaalde toon, de afspraak wie er begint en eindigt bij een kringgebed? Men weet het niet. Wellicht zijn wij te georganiseerd en proberen we zelfs via onze gebeden God te organiseren. Wel weet men dat de rust en het in stilte tot God naderen beter bij de persoon zelf past.

Gebedspunten vanuit de wereldkerk

Rik en Caroline Mager wonen en werken sinds 2017 in Rwanda. Rik is theologisch trainer en heeft een theologisch trainingscentrum opgezet voor kerkleiders. Caroline werkt met gezinnen in de dorpjes, met focus op het tegengaan van ondervoeding, opvoeding en ontwikkeling. Ze coördineert ook sponsoring van vakscholing voor kansarme studenten.

Er is een enorme opleving binnen de kerken op Cuba. Door alle misère en tekorten heen zoeken mensen God. Men vraagt te bidden voor de voorgangers van de kerken op Cuba waarmee de GZB samenwerkt, dat zij mogen volhouden en hoop blijven delen die er is in Christus. Men bidt dat God het mogelijk maakt om ook dit jaar op Cuba een retraite voor voorgangers te organiseren, aangezien brandstof- en voedseltekort het moeilijk maken om mensen bij elkaar te krijgen.

Men dankt God voor de nieuwe gemeente die ontstaat in de achterstandswijk Rostock-Evershagen, in Oost-Duitsland, waar het Evangelie nauwelijks bekend is. Men dankt Gerrit en Jorine van Dijk, die al jarenlang hun leven delen met de mensen in de wijk en via wie velen voor het eerst iets van de Bijbel en van God horen en zien.

Gerrit en Jorine van Dijk vragen gebed voor Jonas*, een man van begin 50 met veel lichamelijke klachten, die juist in deze moeilijke tijd heeft ontdekt dat God bestaat, maar geloven nog lastig vindt omdat het zo nieuw en vreemd voor hem is.

Veel mensen in de achterstandswijk Rostock-Evershagen hebben weinig stabiele vriendschappen en relaties, wat merkbaar is in de jonge gemeente Haltepunkt E. Soms zijn mensen heel actief betrokken en dan ineens weer weg uit de gemeenschap. Gerrit en Jorine van Dijk vinden dat moeilijk.

Gerrit en Jorine van Dijk, gemeentestichters in Duitsland, zijn dankbaar voor het goede contact met hun buren en ervaren het als een groot cadeau dat ze hun geloof open, zichtbaar en uitnodigend mogen delen met mensen voor wie dat helemaal nieuw is. Uitdelen blijkt vaak ook ontvangen!

Men kan de gebedspunten downloaden om zelf uit te printen of als snelkoppeling op de telefoon zetten via gzb.nl/gebed.

"Zending zonder gebed is ondenkbaar," is de openingszin van het beleidsplan. Vanaf de Vroege Kerk tot de dag van vandaag is gebed de grondtoon in alle zendingswerk. In 2023 focust men zich op de noodzaak en kracht van gebed in zending. Welke plek heeft dit gebed in ons (gemeente)leven? Op deze pagina worden verhalen gedeeld vanuit de wereldkerk, maar ook vanuit gemeenten in Nederland. Men kan iedere dag meebidden voor Gods wereldwijde kerk via de gebedskalender, waar elke dag een actueel gebedspunt op staat. Men kan gratis materialen bestellen om uit te delen in de gemeente. In 2023 zijn er verschillende momenten waarop men, samen met de eigen gemeente, mee kan doen met de GZB.

tags: #voorbede #echtpaar #gzb #overlijden #dochter