Radicale Protestanten: Opkomst en Ontwikkeling van Orthodox-Protestantse Organisaties

Dit proefschrift, getiteld Radicale Protestanten. Opkomst en ontwikkeling van de EO, de EH en de ChristenUnie en hun voorlopers, onderzoekt de reacties van orthodox-protestanten op de secularisatie vanaf de jaren zestig. De centrale vraag is in hoeverre organisaties als de Evangelische Omroep (EO), de ChristenUnie en andere orthodox-protestantse instellingen hun oorspronkelijke, meer fundamentele, opvattingen hebben losgelaten.

De Context van Secularisatie en Orthodox-Protestantse Reacties

Historicus Remco van Mulligen beschrijft in zijn proefschrift hoe orthodoxe protestanten omgingen met de toenemende secularisatie. Juist in een tijd waarin religie, met name het christendom, naar verwachting zou verdwijnen, toonde een religieuze beweging van zich succesvol te zijn. De EO en de ChristenUnie worden in dit verband als vitaal en modern beschouwd, wat vragen oproept over het aanpassingsvermogen van het christelijk geloof en de mogelijkheid van een comeback.

grafiek die de dalende trend van religiositeit in Nederland weergeeft, contrasterend met de stabiliteit of groei van specifieke orthodox-protestantse organisaties

Onderscheid tussen Reformatorische en Evangelische Christenen

Binnen het orthodox-protestantisme worden belangrijke onderscheidingen gemaakt tussen reformatorische en evangelische christenen.

Reformatorische Christenen

Reformatorische christenen zijn hervormd of gereformeerd. De nadruk ligt hier op het idee dat de mens van nature geneigd is tot het kwade en daarom Gods verlossing nodig heeft. Kennis van God wordt verkregen via de Bijbel. Traditionele kerkdiensten met orgelmuziek, psalmzang en een preek van de dominee kenmerken deze stroming. Binnen deze groep bestaat echter ook een aanzienlijke vrijzinnige beweging, die geloof vooral vertaalt naar sociaal activisme.

Evangelische Beweging

De evangelische beweging legt daarentegen meer nadruk op de persoon van Jezus Christus, met wie men door gebed en Bijbellezing een persoonlijke relatie kan aangaan. Deze stroming kenmerkt zich door meer uitbundigheid en vreugde, maar soms ook door minder diepgang. Evangelische christenen staan vaak wars van traditie en maken gebruik van moderne middelen zoals kunst en popmuziek om hun geloof te beleven.

De Oprichting van de Evangelische Omroep (EO)

De wijziging van de omroepwet in de tweede helft van de jaren zestig, die de mogelijkheid bood aan nieuwe omroepen om zendtijd te verkrijgen, leidde tot de oprichting van de EO. Enkele reformatorische dominees en evangelisten namen hierin het initiatief. Factoren die bijdroegen aan het succes van de EO waren:

  • De EO die de stem van een specifiek deel van de bevolking vertolkte.
  • De mogelijkheid voor leden om tegelijkertijd lid te zijn van de EO en een andere omroep, zoals de NCRV.
  • Politieke welwillendheid, zoals de zendmachtiging die de EO in 1972 ontving van minister Piet Engels.

Het Nationaal Evangelisch Verband (NEV) en de RPF

In de jaren zestig beschikten radicale protestanten niet over een eigen politieke partij, maar wel over het Nationaal Evangelisch Verband (NEV). Het NEV ontstond in 1966 vanuit het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV), een kleine christelijke partij met een beperkt ledenbestand. Ondanks de beperkingen van het GPV, had deze partij sinds 1963 een succesvol Kamerlid, Piet Jongeling, die ook buiten de vrijgemaakte kringen populair was.

Het GPV weigerde echter niet-vrijgemaakte leden toe te laten. Het NEV, als een soort satellietpartij, deed niet zelfstandig aan verkiezingen mee en moest dezelfde politieke standpunten als het GPV innemen. Toen het NEV de wens uitsprak om op eigen benen te staan, verbrak het GPV in 1972 de relatie. Het NEV ging vervolgens verder als een zelfstandige politieke partij, met leden uit reformatorische en evangelische kringen, en een sterke sympathie voor de EO. Deze kenmerken deden denken aan de latere ChristenUnie.

historische foto van een bijeenkomst van het Nationaal Evangelisch Verband

Bert Dorenbos: Exponent van de Beweging

Bert Dorenbos, voormalig EO-directeur en leider van de anti-abortusclub Schreeuw om Leven, wordt gezien als een typische exponent van deze beweging. Dorenbos, oorspronkelijk niet zeer stellig in zijn geloofsovertuiging, werd beïnvloed door de maatschappelijke veranderingen in de jaren zestig. Van 1974 tot 1987 was hij directeur van de EO, met de ambitie om de omroep uit te bouwen tot een multimedial imperium, vergelijkbaar met een Amerikaans evangelisch tv-station.

Zijn plannen omvatten de toevoeging van een krant, platenmaatschappij, universiteit, psychiatrisch tehuis en zelfs een pretpark aan de EO. In 1982 leidde dit tot een conflict binnen de omroep, mede door onenigheid over zijn leiderschapsstijl en het 'imperium'-idee. Na dit conflict werd Dorenbos' macht ingeperkt, wat leidde tot zijn vertrek en de oprichting van Schreeuw om Leven. De toon van de EO werd minder provocerend, en botste soms met de acties van Schreeuw om Leven. Dorenbos' vertrek werd ingegeven doordat de nieuwe koers van de EO niet meer paste bij zijn radicale acties.

De Evangelische Hogeschool (EH) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF)

De Evangelische Hogeschool (EH) bevond zich in een meer precaire positie dan de EO en de RPF. Hoewel de EO aanspraak kon maken op aanzienlijke subsidies en zendtijd, en de RPF als politieke partij met beperkte middelen kon opereren, opereerde de EH in het onderwijsveld waar schaalvergroting centraal stond. De overheid was terughoudend met subsidiëring, waardoor de hogeschool afhankelijk was van donaties uit de achterban.

Rond 1990 ontstond er interne onrust bij de EH, met name rond de pogingen om een orthodox-protestantse universiteit op te richten. Dit leidde tot publieke conflicten die de media haalden. De Reformatorische Politieke Federatie (RPF) werd opgericht op 15 maart 1975 als een federatie van het Nationaal Evangelisch Verband (NEV), de Gespreksgroep van AR-gezinden en het Reformatorisch Politiek Jongeren Contact. De RPF trachtte politiek te bedrijven in overeenstemming met Bijbelse normen en wilde de traditie van de ARP en CHU voortzetten. De partij verzette zich tegen abortus, euthanasie en het homohuwelijk, en pleitte voor een sterke nationale defensie.

diagram dat de oprichting van de RPF toont, met de NEV en andere groeperingen als voorlopers

De Oprichting van de ChristenUnie

In 2000 werd de ChristenUnie opgericht, een fusie van de RPF en het GPV. De oprichting was niet zonder scepsis, met name vanuit het GPV. De RPF had altijd gepleit voor een orthodox-christelijke partij met ruimte voor zowel reformatorische als evangelische richtingen, wat niet strookte met de exclusieve identiteit van het GPV. Culturele verschillen speelden ook een rol.

De scepsis bleek grotendeels ongegrond. Oud-GPV'ers bekleden vaak belangrijke bestuurlijke functies binnen de ChristenUnie, en de stijl van de partij, zowel onder André Rouvoet als Arie Slob, leunt sterk op de zakelijkheid van het GPV. Voormalige RPF-leden uiten echter vaak hun ontevredenheid, omdat zij de expliciete christelijke getuigenis in de partijuitingen missen, iets wat bij de SGP van Kees van der Staaij nog wel aanwezig is.

De Cyclische Theorie van Secularisatie en Orthodoxie

De theorie van socioloog Steve Bruce suggereert een cyclus van religieuze ontwikkeling: orthodoxe organisaties worden vrijzinniger, wat leidt tot afsplitsingen van orthodoxe gelovigen. Na verloop van tijd worden ook deze nieuwe organisaties vrijzinniger, wat opnieuw tot afsplitsingen leidt. Hoewel het te vroeg is om definitief te oordelen, lijkt onderzoek naar de EO en de ChristenUnie deze cyclus te bevestigen. Het orthodoxe protestantisme staat mogelijk aan de vooravond van een nieuwe opgang.

De Vroegrenaissance (Hofcultuur) | Kunst Algemeen | Art History Animation

De RPF en de Evangelische Beweging: Een Complexe Verhouding

De RPF stuurde in het voorjaar van 1981 een circulaire naar evangelischen met de oproep lid te worden, waarbij de nadruk lag op het onfeilbare Woord van God, zoals beleden in de Drie Formulieren van Enigheid. Critici, waaronder prof. dr. J. Reiling en prof. dr. J. Veenhof, wezen echter op de onduidelijkheid van deze formulering en de poging om reformatorische en evangelische belangen te verenigen zonder de kern van de belijdenisgeschriften aan te tasten. Dit leidde tot discussies over de precieze grondslag van de RPF.

De RPF trachtte een breed spectrum aan christenen aan te spreken, wat leidde tot de aanwezigheid van personen uit pinkstergemeenten en vrije evangelische gemeenten op de kieslijsten. De naam 'reformatorisch' werd door sommigen, zoals J.J. Frinsel, als minder passend ervaren, en er werd gesuggereerd dat een naam als 'Evangelisch-Politieke Federatie' (EPF) eerlijker zou zijn geweest. De sterke bindingen tussen de RPF en evangelische organisaties, zoals de EO en de Evangelische Hogeschool, werden ook benadrukt.

De Geschiedenis van het GPV en de RPF

Het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV), opgericht in 1948, was een kleine, centrumrechtse, christendemocratische partij die zich richtte op protestantse christenen. Kenmerkend was het 'getuigenis'-karakter, waarbij waarden en principes centraal stonden boven het regeren. Het GPV ontstond uit een afsplitsing van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) na de 'Vrijmaking' binnen de Gereformeerde Kerken in 1944.

De Reformatorische Politieke Federatie (RPF), opgericht in 1975, deelde veel standpunten met het GPV, maar kende geen kerkgenootschapsverplichting voor haar leden. De RPF ontstond deels uit onvrede binnen het NEV en bij verontruste ARP'ers en CHU'ers die zich niet thuis voelden in de vorming van het CDA. De RPF richtte zich op het bieden van een alternatief voor het CDA en had een duidelijke kritiek op de 'verwereldlijking' van de christendemocratische partijen.

De verhouding tussen de SGP, RPF en GPV werd gekenmerkt door samenwerking, met name in de jaren tachtig. De RPF en het GPV hadden vergelijkbare groottes en kiezersgroepen, wat uiteindelijk leidde tot de fusiebesprekingen die resulteerden in de oprichting van de ChristenUnie in 2001. De RPF en het GPV hielden in 2003 op te bestaan.

Vergelijking tussen SGP en RPF

Er bestonden duidelijke verschillen tussen de SGP en de RPF, ondanks hun gedeelde protestants-christelijke achtergrond. De RPF stond meer open voor vrouwen in de politiek, gebruikte radio en televisie, en omarmde moderne communicatiemiddelen, in tegenstelling tot de meer traditionele opvattingen van de SGP. De RPF profileerde zich als 'fris' en 'rechtuit', wat contrasteerde met het imago van de SGP als 'ouderwets' en 'verkrampt'.

Kritiek op de SGP betrof onder andere haar standpunten over vrouwen in de politiek, het gebruik van radio en tv, en de exclusieve nadruk op de Statenvertaling. De RPF daarentegen, met haar nadruk op een brede basis en moderne aanpak, wist meer jongeren aan te spreken. De RPF streefde naar een politiek die Bijbelse normen hanteerde, maar deed dit op een manier die beter aansloot bij de hedendaagse samenleving en de diversiteit binnen het orthodox-protestantisme.

vergelijkende tabel van de standpunten van de SGP en RPF over diverse maatschappelijke thema's

tags: #nationaal #evangelisch #verband #rpf