De oude kerk heeft door de eeuwen heen voor de plaatselijke gemeenschap een belangrijke, centrale rol vervuld. In dorpen is de kerk vaak niet alleen het oudste gebouw, maar ook het gebouw waarover het meest is geschreven en waarvan de meeste oude afbeeldingen bestaan. Talloze lijnen uit de lokale geschiedenis komen samen in het kerkgebouw, en de kerkarchieven vormen dan ook een rijke bron. De studie van het kerkgebouw zelf kan echter evenzeer nieuwe inzichten opleveren. Uit de talrijke bouwsporen die oude kerken laten zien, blijkt hoe voortdurend er is gewijzigd en uitgebreid, aangepast, gemoderniseerd en, gedurende de laatste honderd jaar, gerestaureerd. Aan dit alles wordt hier aandacht besteed, eerst in algemene zin en daarna in een reeks van individuele kerkbeschrijvingen.

Kerken op Voorne-Putten: Een Historisch Overzicht
In het onderhavige gebied bevinden zich twaalf kerkgebouwen waarvan de geschiedenis rechtstreeks teruggaat tot een parochiestichting in de middeleeuwen. Daarnaast zijn er nog twee gebouwen, beide te Brielle, waarin een middeleeuwse kapel herkenbaar is: de voormalige begijnhofkapel, nu een bedrijfsgebouw, en de Jacobskerk, die werd opgetrokken als gasthuiskapel bij het St.-Jacobsgasthuis. Bovendien is in Geervliet op de begane grond van het stadhuisje nog te zien welk deel van het oorspronkelijk gevestigde gasthuis als kapel diende.
Middeleeuwse Parochies en Dekanaten
In de middeleeuwen behoorden de eilanden Voorne en Putten tot verschillende dekanaten van het bisdom Utrecht. Voorne maakte deel uit van het dekanaat Selandia, dat later werd gesplitst in de dekanaten Walcheren, Suutbevelant en Scolden. Het dekanaat Scolden omvatte ook de heerlijkheid Voern. In de 13e eeuw ontstond het 'decanatus de Somerlant', genoemd naar het door de heren van Voorne in leen uitgegeven Zomerland. Dit nieuwe dekanaat, dat Voorne, Goeree en het westelijk deel van Overflakkee omvatte, werd ook wel 'decanatus dominii de Voerne' genoemd. Putten behoorde tot het dekanaat Hollant, en werd omstreeks 1340 afgesplitst als een apart dekanaat.
Parochies op Voorne
Van de twaalf middeleeuwse parochies op Voorne zijn er thans acht nog herkenbaar als woonkern met een oorspronkelijk middeleeuws kerkgebouw: Oostvoorne, Rockanje, Zwartewaal, Heenvliet, Abbenbroek, Oudenhoorn, Nieuwenhoorn en Nieuw-Helvoet. Bij de vier overige parochies, die rond het huidige Brielle moeten worden gezocht, ligt de situatie gecompliceerder. De oudste hiervan was Rugge, met een aan Sint Nicolaas gewijde parochiekerk. Ten noordoosten van Rugge lag Maarland, waar de Sint-Pieterskerk dienst ging doen als bedehuis voor de groeiende kern van Brielle. Tegen het einde van de 13e eeuw kreeg Brielle een eigen parochiekerk, de Catharijnekerk. De vierde parochie, Nieuwland, ontstond vermoedelijk in de 14e eeuw in een nieuwe polder ten oosten van Brielle.
Parochies op Putten
Van de zeven parochies op Putten zijn er tegenwoordig zes als woonkern terug te vinden: Geervliet, Spijkenisse, Hekelingen, Simonshaven, Biert en Zuidland. Alleen het dorp Putten is, zoals eerder vermeld, geheel verdwenen, samen met zijn kerk. Van de genoemde zes kernen bezitten drie (Geervliet, Spijkenisse en Zuidland) nog hun oorspronkelijk middeleeuwse kerkgebouw. In Simonshaven werd in 1855 een nieuwe kerk gebouwd op de fundamenten van de oude. Hekelingen sloopte zijn middeleeuwse kerk kort na 1850. Biert is nu slechts een gehucht.

Kloosters en Kapellen
Brielle telde vijf kloosters: het nonnenklooster van Sint-Catharina, het Clarissenklooster, het Brigittenklooster, en de kloosters van de Cellebroeders en de Cellezusters. Deze lagen grotendeels onbebouwd ten westen van de kerkhoven van de Catharijne- en de Pieterskerk. Tegenwoordig is van deze kloosters, op het Brigittenpoortje na, niets meer over. De complexen van de Brigitten en de Cellebroeders werden in respectievelijk 1558 en 1566 door de stad Brielle aangekocht; de andere kloosters kwamen door de omwenteling van 1572 leeg te staan en werden voor nieuwe functies gebruikt.
Kloosters buiten Brielle
Ook de twee kloostercomplexen buiten de stad Brielle, te Rugge, zijn heden ten dage verdwenen. Op de plaats van de huidige Bedevaartskapel van de H.H. Martelaren van Gorcum stond eertijds de parochiekerk van Rugge. Ten noordwesten van deze kerk lag het in 1403 gestichte Regulierenklooster. Dit klooster kende een voorspoedige ontwikkeling en bezat uitgestrekte bezittingen. In 1405 kregen de regulieren de beschikking over een oratorium met twee altaren, en in 1413 werd de kloosterkerk voltooid met een hoofdaltaar ter ere van O.L. Vrouw en St.-Elisabeth, en nog zes andere altaren.
Huiskapellen en Kapittelstichtingen
De heren van Voorne bezaten al in de 13e eeuw een aan Sint-Pancras gewijde kapel op hun hof te Oostvoorne. Deze kapel werd in het begin van de 15e eeuw in steen hersteld en uitgebreid met een nieuw, stenen koor. Ook op het hof van de heren van Maarland stond in de 13e eeuw een kapel, die uitgroeide tot de Maarlandse Sint-Pieterskerk. Aparte aandacht verdienen voorts vier kapittelstichtingen in het gebied: in Geervliet (1307), de Catharijnekerk te Brielle (datum onbekend), de Sint-Pancraskapel te Oostvoorne (1349) en de kerk van Abbenbroek (1483).

De Protestantse Gemeente Oudenhoorn
Ontstaan en Ontwikkeling van de Kerk in Oudenhoorn
Bij de bedijking van de Polder Oudenhoorn in 1355 werd bepaald dat van elke honderd gemeten nieuw bedijkt land er één moest worden bestemd voor de bouw van de kerk. De kerk is waarschijnlijk in 1363 gebouwd. Na de reformatie ging de kerk over in protestantse handen. De geschiedenis van de kerk is er één van verbouwingen en renovaties. In 1915 brandde de kerk geheel af, maar veel inventaris kon worden gered. In 1921 kon de nieuwe kerk in gebruik worden genomen. In 2019 is een nieuwe toiletgroep gebouwd, en in 2013/2014 heeft een grondige restauratie plaatsgevonden.
Profiel van de Protestantse Gemeente Oudenhoorn
De gemeente wil opkomen voor mensen in hun kwetsbaarheid, zowel lokaal als daarbuiten, met een grote rol voor pastoraat en diaconaat. De gemeente wil een open en gastvrije gemeente zijn, waar iedereen een plaats kan vinden. De zondagse eredienst is het brandpunt van het gemeenteleven, beginnend om 9.30 uur. De gemeente heeft één predikantsplaats voor 60% van een volledige aanstelling. Het kerkgebouw, gelegen aan Ring 1, vormt het middelpunt van het dorp en is naast de erediensten ook het toneel van diverse activiteiten. De gemeente is verdeeld in twee secties: sectie 1 omvat de gemeenteleden in het dorp, en sectie 2 de leden die zich verbonden voelen maar elders wonen. Per 1 januari 2024 telt de gemeente 72 belijdende leden, 143 doopleden en 172 ingeschreven als blijkgever van verbondenheid.

De Rol van de Kerkenraad
De hoofdtaak van de kerkenraad is het bepalen en coördineren van het beleid, het vaststellen van begrotingen en jaarrekeningen, en het beroepen van predikanten en benoemen van ambtsdragers. Het voorzitterschap wordt vervuld door een kerkenraadslid. Een grote groep vrijwilligers draagt bij aan de gemeente met hun talenten en inzet, vormgevend aan een open, betrokken en eigentijdse manier van geloven.
Kerkenraad en Gemeenteactiviteiten
De kerkenraad stelt zich ten doel het houden van erediensten, het bevorderen van gemeenschapsgevoel en geloofsbeleving, het verlenen van pastorale en diaconale zorg, het coördineren en waarderen van vrijwilligerswerk, het juist beheren van bezittingen en gelden, en het regelmatig en goed informeren van gemeenteleden via het kerkblad en de website.
Pastoraat en Diaconie
Het pastoraat wordt uitgevoerd door de predikant en de ouderlingen, die contact onderhouden met gemeenteleden door huisbezoeken en andere sociaal-religieuze contacten. Het pastoraat omvat onder andere het herdenken van gestorvenen en het contact met jongeren via catechese. Het werk van de diaconie omvat het omzien naar elkaar lokaal en wereldwijd, met activiteiten als ondersteuning bij acute nood, het organiseren van diensten, het collecteren, het dienen aan tafel tijdens het Heilig Avondmaal, het bieden van vervoer aan zieken, en het verzorgen van de wekelijkse bloemengroet naar zieken. Het jaarlijkse collecteplan wordt opgesteld op basis van het collecteplan van Kerk in Actie.
College van Kerkrentmeesters
Het College van Kerkrentmeesters is verantwoordelijk voor de financiën, eigendommen en bezittingen van de gemeente. Diverse activiteiten, waaronder een wekelijkse rommelmarkt, worden ondernomen om geld in te zamelen voor het onderhoud. Gelden voor pastoraal werk worden aangewend voor zorg binnen de gemeente. Werkgroepen en commissies leggen financiële verantwoording af aan het college, dat op zijn beurt verantwoording aflegt aan de kerkenraad.
De Dorpskerk van Nieuwenhoorn
Ontstaan van Nieuwenhoorn en de Dorpskerk
De geschiedenis van de Dorpskerk van Nieuwenhoorn is nauw verbonden met het ontstaan van het dorp, dat volgde op de bedijking van de Nieuwenhoornse polder. De bedijking van de Nieuwenhoornse polder werd op 28 december 1367 geregeld door Machteld, Vrouwe van Voorne. De bedijking was in 1368 voltooid. In nieuwe polders werd vrijwel direct na drooglegging een dorp en een kerk gesticht, gefinancierd uit de opbrengsten van het nieuw uit te geven land.
Bouwgeschiedenis van de Dorpskerk
Hoewel er vrijwel niets bekend is over de eerste fase van de kerkgeschiedenis, dateert de oudste bekende vermelding van de kerk van 1453. De kerk werd in traditionele katholieke kruisvorm gebouwd, met het koor als belangrijkste deel. Resten van de fundering van het koor zijn in 1977 en 1987 uitgegraven. De kerktoren werd waarschijnlijk aan het einde van de 15e eeuw opgetrokken en is met de aan- of verbouw van 1512 met de kerk verbonden. In 1524 werd een bronzen luidklok in de toren aangebracht.

Kerkgebouwen in Zuidland
De Sint-Bartholomeuskerk
Het kerkgebouw van de voormalige Hervormde Gemeente, de huidige Dorpskerk, dateert uit de eerste helft van de vijftiende eeuw. De toren is omstreeks 1470 gebouwd. Kort daarna verrees, parallel aan het bestaande gebouw, een tweede beuk. De kerk en toren waren gewijd aan Sint Bartholomeus. In 1759 kreeg de toren een uurwerk. In 1918 werden kerk en toren door brand verwoest, waarna in 1919 een nieuwe bel in de gerestaureerde toren werd gehangen.
Reformatie en Vervolging in Zuidland
Al in 1523 was het nodig het Zuidlandse kerkvolk te vermanen over hun gedrag. De ideeën van Maarten Luther verspreidden zich snel, en ook in Zuidland (toen nog 'Westenryk' genaamd) kreeg de nieuwe leer aanhang. Op 18 april 1529 weigerden Catelijne Bouwens en Lijbe Leips te buigen voor de monstrans tijdens een processie. Dit leidde tot confrontaties, waarna zij en Adriaen Cram werden opgepakt. Catelijne Bouwens werd veroordeeld tot de brandstapel, Adriaen Cram kreeg een gloeiende priem door zijn tong, en Lijbe Leips kreeg een milde straf.
Verdere Vervolgingen
Ook de doopsgezinden vonden aanhangers in het dorp. Een volgelinge van Menno Simonszoon werd in 1538 veroordeeld en verbrand. Op 19 november 1559 werden Jan Jansz. Brant en zijn zwangere vrouw Weintje Claesdr. beschuldigd van ketterij en veroordeeld tot de dood. Jan Jansz. Brant werd verdronken in de slotgracht van het kasteel van Geervliet. Weintje Claesdr. beviel in de gevangenis en werd na de bevalling verdronken in een diepe put, die sindsdien 'de Onzalige' werd genoemd.
Verandering naar Protestantisme
Ondanks de vervolgingen zette de nieuwe leer zich door. Pastoor Marcus Overwaart werd in 1553 verdacht van het verkondigen van Luthers gedachtegoed. In de decennia daarna ging de parochie langzamerhand over tot het protestantisme. In de negentiende eeuw ontstond er opnieuw rumoer door de toenemende staatscontrole over de Nederlandse Hervormde Kerk en een gematigde predikant. In 1887 brak een kerkscheuring plaats, waarbij de 'dolerenden' uit de kerk werden gezet. De nieuwe gemeente kerkte in verschillende lokalen totdat de verschillen tussen gereformeerden en hervormden in de afgelopen decennia verwaterden en beide gemeenten 'Samen op Weg' gingen, wat leidde tot de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland in 2004.

Brand en Herbouw in Zuidland
Op 23 juni 1918 ging het kerkgebouw van de Hervormde Gemeente verloren door blikseminslag. Enkele stoelen, bijbels, de lezenaar, kaarsenstandaards en de doopbekkenhouder konden worden gered, evenals het zilveren doopbekken, het avondmaalsgerij en de oude Statenbijbel. De zerken die de vloer sierden, werden kapotgeslagen. De kerk werd opnieuw opgetrokken, waarbij slechts een gedeeltelijke reconstructie werd nagestreefd en de zuiderzijbeuk niet werd gehandhaafd. De herbouw vereiste een hypotheek omdat de verzekering te laag was.
Kerkgebouw in Odoorn
Het koor van de kerk te Odoorn is opgetrokken met granieten zwerfstenen tot ongeveer 3.75 meter hoogte, daarboven uit baksteen. Aan de oostzijde zijn de resten van twee kleine rondboogvensters te zien. De grote spitsboogvensters in de zwerfsteen zijn later ingehakt. Het koor is overdekt door een koepelachtig gewelf. Het schip, dat dateert uit dezelfde tijd, werd in 1856 afgebroken. De huidige kerk uit 1856 is een eenvoudig gebouw met pilasters en rondboogvensters. In 1897 brandde de kerk geheel uit.

tags: #hervormde #gemeente #oudenhoorn