Anglicaanse Rituelen: Buiging naar het Oosten en Gastvrijheid

De Anglicaanse Kerk: Een Verbinding van Traditie en Gemeenschap

De Anglicaanse Kerk heeft door de geschiedenis heen een verbindende rol gespeeld, zowel binnen het Verenigd Koninkrijk als voor haar aanhangers daarbuiten. Gastvrijheid is altijd een van de kernboodschappen geweest binnen deze kerk.

Illustratie van een Anglicaanse kerkdienst met nadruk op gemeenschapsvorming

Rituelen van Gastvrijheid in de Anglicaanse Liturgie

Verschillende rituelen binnen de Anglicaanse kerk benadrukken het belang van gastvrijheid, gemeenschapsgevoel en gelijkheid.

Het Aanbieden van Thee en Maaltijden

Een tastbaar voorbeeld van zo'n ritueel is het aanbieden van thee, koffie, taart en soms zelfs een gemeenschapslunch na de dienst. Dit creëert een moment voor bezinning en onderling gesprek, en wordt gezien als een uiting van geloof.

De Betekenis van 'Thy' en 'Thine' in het Onzevader

De manier waarop het Onzevader wordt opgezegd, kan eveneens in verband worden gebracht met gastvrijheid. In het Engels worden de woorden 'thy' en 'thine' gebruikt, die duiden op een intieme relatie tussen mens en God. Dit staat in contrast met het formele 'U' in het Nederlands, dat een zekere afstand suggereert. Het gebruik van 'thy' en 'thine' haalt de perceptie van God als iets verheven weg en plaatst Hem in alles rondom ons en in onze medemens, wat weer leidt tot een versterkt gemeenschapsgevoel en gastvrijheid.

Brood en Wijn tijdens de Communie

Sinds de Engelse reformatie in de zestiende eeuw krijgt iedereen tijdens de communieviering brood én wijn aangeboden. Dit versterkt het gevoel van verbintenis en gelijkheid binnen de gemeenschap.

De Vredeswens

Een ander ritueel dat gastvrijheid uitdrukt, is de vredeswens tijdens de liturgische dienst. Kerkgangers bewegen zich en schudden handen of omhelzen elkaar, wat de onderlinge verbondenheid symboliseert. Al deze gebruiken tonen aan dat gastvrijheid, gelijkheid en gemeenschapsgevoel een centrale rol spelen binnen de Anglicaanse kerk.

Historische Context: De Engelse Reformatie en haar Gevolgen

De periode van de Engelse Reformatie in de zestiende eeuw was een complexe tijd waarin economische, politieke en religieuze belangen met elkaar verweven waren.

Economische en Sociale Veranderingen

De Engelse monarchie en de opkomende bourgeoisie vonden elkaar in een belangengemeenschap. De laken- en wolhandel vormde de kern van de Engelse export en was lucratief voor alle betrokkenen. De wolindustrie domineerde grote delen van Engeland. Thomas More bekritiseerde in zijn 'Utopia' de sociale ontwrichting die werd veroorzaakt door de onteigening van boerenland door grondheren ten gunste van schapenhouderij. Dit proces, dat door Marx werd geduid als een omwenteling in de Engelse agrarische situatie onder de Tudors, leidde ertoe dat talloze boeren van hun land werden verdreven en tot dagloners werden gereduceerd.

Afbeelding van een middeleeuwse wolmarkt of schapenhouderij

Het woekerkapitaal groeide, en Londen ontwikkelde zich tot een centrum van handel en krediet. De Tudor-monarchie gedijde in een vrijwel absolutistische vorm op deze burgerlijke welstand. De Tudors beperkten de macht van de adel door het instellen van gerechtshoven zoals de Star Chamber, wat leidde tot de beteugeling van opstandige edelen. Het parlement worstelde echter met de koning, ondanks de pogingen van de Tudors om het tot een werktuig van de kroon te maken, met name voor het goedkeuren van belastingheffingen.

De Rol van Hendrik VIII

De Engelse Reformatie werd mede bepaald door subjectieve factoren. Geestelijk werd deze voorbereid door Engelse christen-humanisten, hoewel zij geen religieuze revolutie nastreefden. Toen Hendrik VIII de hervorming ter hand nam, was dit in eerste instantie meer een interne verovering van kerkelijke voorrechten en bezittingen ten gunste van de 'reformators' dan een werkelijk religieuze ommezwaai. De directe aanleiding was persoonlijk: Hendrik VIII wilde een mannelijke troonopvolger en wilde scheiden van Catharina van Aragon, die hem slechts een dochter had geschonken. Paus Paulus III weigerde de scheiding, waarop Hendrik VIII zijn eigen hervorming proclameerde. De Kerk in Engeland had al een aanzienlijke onafhankelijkheid van de Curie verworven, waardoor een schisma nabij was.

Ironisch genoeg had Hendrik VIII, die oorspronkelijk een strijdschrift tegen Luther had geschreven en door de paus tot 'verdediger des geloofs' was benoemd, nu de gelegenheid om zichzelf tot hoofd van de Kerk in Engeland te laten erkennen. Het parlement bevestigde deze stap, ondanks intern verzet. De hervorming van Hendrik VIII was geen theologische revolutie zoals die van Luther of Zwingli. Hij tastte geen dogma's aan; het kerkelijk ritueel bleef grotendeels behouden, evenals de oude zin van de eucharistie en het priestercelibaat. Tegenstanders van zijn hervorming, zoals Thomas More, werden fel bestreden.

Portret van Hendrik VIII

De belangrijkste materiële gevolgen van Hendriks hervorming waren de roof van de bezittingen van rijke abdijen en kloosters, die werden opgeheven en vaak werden verwoest. Dit leidde tot het verlies van culturele waarden, zoals bibliotheken en handschriften, hoewel sommige particuliere verzamelaars deze wisten te redden. Een deel van de clerus koos voor de nieuwe regeling en werd beloond, terwijl kloosterkapitalen werden gebruikt voor de oprichting van nieuwe bisdommen en scholen.

Edward VI en de Protestantisering van de Anglicaanse Kerk

Onder het bewind van Edward VI (1547-1553) werd de Anglicaanse Kerk in zekere mate geprotestantiseerd. Het Book of Common Prayer van 1549 en een geloofsbelijdenis van 42 artikelen getuigen hiervan. De rechtvaardigingsleer was aan Luther ontleend, en de avondmaalsopvatting was die van Calvijn. Tijdens Edwards bewind vluchtten Zwingliaanse en evangelische reformatoren van het vasteland naar Engeland en verspreidden hun ideeën. Calvijn correspondeerde met de regenten van de jonge koning en waarschuwde voor radicale groeperingen.

De Betekenis van Knielen in het Gebed

Het knielen is een gebaar dat in verschillende culturen en religies voorkomt en een gevoel van ootmoed, nederigheid en schuld uitdrukt.

Bijbelse en Theologische Perspectieven

In het Oude Testament wordt het knielen voor Baal genoemd (1 Koningen 19:18). Koning Salomo verrichtte zijn gebed bij de inwijding van de tempel geknield (1 Koningen 8:54). Daniël knielde driemaal daags om te bidden (Daniël 6:11). Calvijn benadrukte dat knielen niet strikt noodzakelijk is, maar wel helpt bij devotie. Het herinnert ons aan onze ongeschiktheid om voor God te staan zonder nederigheid en bereidt het hart voor op ernstige smeekbeden. De Bijbel spoort aan tot knielen voor de Heer (Psalm 95), wat zowel een uiterlijke belijdenis van godsvrucht als een innerlijk gevoel van dankbaarheid vereist.

Calvijn zag het knielen als een teken van nederigheid dat de uitwendige lichaamsoefening gebruikt om de zwakheid van onze geest te ondersteunen. Hij schreef dat de gebaren van het lichaam, zoals knielen, oefeningen zijn die ons tot grotere eerbied voor God leiden. Bij het gebed, aldus Calvijn, neemt de innerlijke gemoedsgesteldheid de eerste plaats in, maar de uiterlijke tekenen hebben een dubbel voordeel: ze oefenen alle lichaamsdelen tot Gods eer en dienst, en helpen onze traagheid te overwinnen. Bij plechtige gebeden is er een derde voordeel: gelovigen betuigen hun toewijding en vuren elkaar aan tot eerbied.

Het Knielen in de Vroege Kerk en de Reformatie

Prof. van Unnik waarschuwt tegen het vereenzelvigen van knielen bij het gebed en bij het ontvangen van de communie. Het eerste was gebruikelijk in de oude Christelijke kerk, het tweede niet. De eerste Christenen kenden verschillende gebedshoudingen: staand, knielend of voorovergebogen. Er waren echter geen vaste voorschriften, behalve dat men op zondag en in de Paastijd niet mocht knielen. Dit kwam doordat knielen een teken was van de val van de mens, terwijl de opstanding werd gevierd. De reden hiervoor wordt aangehaald door Irenaeus en bevestigd door Tertullianus en het concilie van Nicea.

In latere eucharistische liturgieën klonk de oproep om op te staan voor het gebed. Niets wijst erop dat de eucharistie knielend werd ontvangen. De oude kerk verbond het knielen met de val, en wilde daarom de eucharistie niet geknield ontvangen, wat nog steeds het geval is in de Oosterse kerk.

Het gebruik van knielen bij de communie, zoals in de Rooms-Katholieke, Anglicaanse en Lutherse kerken, is pas in de late Middeleeuwen ontstaan, na de invoering van de transsubstantiatie-leer in 1215. Dit leidde tot een toename van verhalen over hostiewonderen en sacramentsverering. Sinds de Reformatie werd knielen juist de Katholieke gebedshouding, met name in Duitsland, om het geloof in de tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie te benadrukken.

Luther, Calvijn en de Reformatie

Luther veranderde weinig aan de vormen van de Avondmaalsdienst en verdedigde de geknielde aanbidding, ondanks zijn kritiek op het misoffer. Dit is te verklaren door zijn Avondmaalsleer van de consubstantiatie. Calvijn wilde niets weten van aanbidding van het sacrament en benadrukte het maaltijdkarakter van het Avondmaal. Hij stelde dat waar geen gemeenschappelijke maaltijd wordt gehouden, het Avondmaal tevergeefs wordt gevierd. Met de eis dat gelovigen aan tafel moesten zitten, verviel het knielend ontvangen van de eucharistie.

Beza, Calvijns opvolger, meende dat knielen bij het ontvangen van de symbolen weliswaar een gestalte van eerbied had, maar omdat het had geleid tot de afschuwelijke broodaanbidding, terecht was weggenomen. Deze gedachten zijn terug te vinden in Nederlandse kerkorden. De Nationale Synode in Dordrecht van 1578 bepaalde dat het knielen werd afgewezen vanwege de superstitie en het gevaar van het aanbidden van het brood, in lijn met de Heidelbergse Catechismus.

Voetius noemde vier bezwaren tegen de kniebuiging: 1) Het is afgoderij en leidt tot misbruiken; 2) Het is ontleend aan het Rooms-Katholicisme; 3) Het sterkt Roomsen in hun opvatting; 4) Het is geen ritus voor een maaltijd, maar voor bidden of smeken. Bij de instelling van het Avondmaal zaten Christus en zijn discipelen, wat overeenkomt met het zitten tijdens de maaltijd.

De conclusie is dat in de Gereformeerde kerken het knielend ontvangen van de communie werd afgewezen omdat men vasthield aan het maaltijdkarakter van het Avondmaal en de harten omhoog richtte waar Christus is (Sursum Corda). Geknield bidden was onder de Hervormden wel in zwang, zelfs op de Synode van Dordrecht. Calvijn zag het knielen als een nuttige oefening voor het gebed, zowel in de binnenkamer als bij het kerkelijk gebed, omdat het de innerlijke gemoedsgesteldheid versterkt en de uiterlijke tekenen de traagheid overwinnen.

Illustratie van knielende gelovigen in een historische setting

De Anglicaanse Kerk: Een Focus op de Liturgie en de Heilige Geest

De Anglicaanse kerkdienst, zoals de Zangdienst 'Nine Lessons and Carols' op zondag 20 december 2020, kent een specifieke structuur met lezingen, liederen en gebeden.

De Structuur van de Dienst

De dienst begint met een aanvangstijd en een aanduiding van het type dienst (Zangdienst). De voorganger, Ds. Birke Rapp, leidt de dienst. Er is geen reservering mogelijk voor deze zangdienst, wat de toegankelijkheid benadrukt. De dienst bevat negen lezingen uit het Oude en Nieuwe Testament, afgewisseld met liederen.

Lezingen en Hun Betekenis

De lezingen omvatten passages uit Genesis, Jesaja, Lucas, Mattheus en Johannes, die het kerstverhaal vertellen en de komst van Jezus aankondigen. De lezingen benadrukken thema's als Gods beloften aan Abraham, de geboorte van de Vredevorst, de profetieën over de komst van de Messias, de aankondiging aan Maria, de geboorte in Bethlehem, de boodschap aan de herders en de aanbidding door de magiërs. De laatste lezing, uit Johannes, benadrukt dat het Woord God was en door Hem alles is ontstaan.

Illustratie van de geboorte van Jezus in een stal

Het Gebaar van Buiging en Aanbidding

De tekst bij Lezing VII, "Zie uw koning! Zie uw koning! Maak voor hem een diepe buiging", verwijst naar het gebaar van aanbidding en respect voor de pasgeboren koning. Dit gebaar van buiging, of knielen, is een universeel teken van eerbied en nederigheid.

De Rol van de Heilige Geest

In Lezing V, de aankondiging aan Maria, wordt benadrukt dat de Heilige Geest over haar zal komen en de kracht van de Allerhoogste haar als een schaduw zal bedekken. Dit onderstreept de goddelijke oorsprong van de geboorte van Jezus.

Gastvrijheid als Centrale Boodschap

De tekst benadrukt dat gastvrijheid een kernboodschap is binnen de Anglicaanse kerk. Dit uit zich niet alleen in de liturgische rituelen, maar ook in de manier waarop de kerk omgaat met haar leden en de bredere gemeenschap. Het idee dat God in een intieme relatie met ons staat, zoals gesuggereerd door het gebruik van 'thy' en 'thine', creëert een gevoel van nabijheid en gemeenschap, wat weer leidt tot gastvrijheid.

tags: #anglicaanse #rituelen #buiging #naar #oosten