De Bazuinkerk Kampen: Orgelinformatie en Historische Context

De Bazuinkerk in Kampen, gelegen in de muziekwijk De Maten, dankt zijn naam aan het instrument de bazuin, dat een belangrijke rol speelt in de Bijbel, met name bij het aankondigen van de Heer en de wederkomst van Jezus Christus.

Illustratie van een bazuin, een bijbels instrument

Deze kerk is een actief centrum binnen de gemeenschap, met doordeweekse uitvaartdiensten, een aangrenzend rouwcentrum en een begraafplaats, waardoor de Bazuinkerk een bekend punt is voor veel inwoners van Kampen.

De Gemeente van de Bazuinkerk

De gemeente van de Bazuinkerk kenmerkt zich door een grote diversiteit aan leden. Er zijn zowel geboren en getogen Kampenaren als mensen uit diverse delen van het land. De gemeente bestaat voor een aanzienlijk deel uit jonge gezinnen met kinderen, met bijna de helft van de leden onder de 25 jaar. Ook zijn er singles in vrijwel alle leeftijdscategorieën, met veel jongeren tot 20 jaar. De leeftijdsgroep daarboven is relatief kleiner, aangezien velen elders gaan studeren. Daarnaast telt de gemeente vluchtelingen en migranten, vaak afkomstig uit het nabijgelegen asielzoekerscentrum. Sommige leden zijn actief betrokken bij evangelisatie onder asielzoekers en het geven van Nederlandse les. Tevens maakt een groep studenten en docenten van de Theologische Universiteit deel uit van de gemeente.

Met ongeveer 540 leden toont de gemeente een grote betrokkenheid bij de kerk. Dit uit zich in een brede inzet voor korte, soms spontane projecten, georganiseerde groepen, en reguliere projecten, cursussen en initiatieven vanuit en door gemeenteleden. Op het gebied van onderlinge zorg is de Bazuinkerk een positieve gemeenschap, die in situaties van concrete nood snel en intensief kan handelen. Veel van dit werk gebeurt in stilte, maar de intentie is dat niemand in de gemeente alleen hoeft te staan. De kerk streeft ernaar om ook in de stad tot zegen te zijn en onderhoudt goede relaties met veel andere kerken in Kampen, ondanks eventuele inhoudelijke verschillen.

Foto van de gemeenschap van de Bazuinkerk tijdens een bijeenkomst

Orgels in Kampen: Een Historisch Overzicht

Kampen kent een rijke orgelgeschiedenis, met verschillende kerken die belangrijke instrumenten herbergen. De Bazuinkerk zelf is pas sinds maart 1998 in gebruik, voortgekomen uit de Gereformeerde Kerk te Kampen die tot dan toe één kerkgebouw had, de Eudokiakerk. Het nieuwe gebouw, De Bazuinkerk, werd in gebruik genomen op 14 maart 1998 en is ontworpen door ing. J.H.T. De kerkzaal biedt plaats aan 413 vaste en 132 losse zitplaatsen en ligt tegenover de begraafplaats Bovenbroek, waardoor de kerk vaak wordt gebruikt voor uitvaarten.

Het Hinsz-hoofdorgel (Bovenkerk)

Over het oudste orgel, nu het Hinsz-hoofdorgel, is niet veel met zekerheid te zeggen. Aangenomen wordt dat de Bovenkerk een groot orgel verkreeg dat tussen 1520 en 1523 door Johan van Kovelens (of J. van Covelen) werd gebouwd. Het oudste pijpwerk in het orgel, met name de fluiten 4′ en 2′ van het Bovenwerk, is waarschijnlijk afkomstig van Jan Morlet (1629). In 1676 voltooide Jan Slegel een nieuw orgel, waarbij hij materialen van het oude orgel gebruikte.

Albertus Anthoni Hinsz voerde in de jaren 1741-1743 omvangrijke werkzaamheden aan het orgel uit. Hij ontwierp een nieuwe kas, vernieuwde alle windkanalen, laden en het regeringswerk. De bestaande dispositie werd bij deze gelegenheid enigszins uitgebreid. In de jaren 1788/1790 voegden H.H. Freytag en F.C. Schnitger Jr. een vrij pedaal van 8 stemmen toe en een Borstwerk van 4 stemmen, bespeelbaar vanaf het Bovenwerk klavier. Zij plaatsten de Dulciaan 8′ van het Rugwerk op dit nieuwe Borstwerk, en een Fagot 16′ werd geplaatst op de vrijgekomen plaats in het Rugwerk.

Gedurende de negentiende eeuw werkten de orgelbouwers Van Gruisen, Scheuer en Naber aan het instrument. In 1866 gaf de Kamper orgelmaker Zwier van Dijk het Borstwerk een eigen klavier.

Afbeelding van het Hinsz-hoofdorgel in de Bovenkerk

Het Proper-orgel en de ombouw naar het huidige orgel (Nieuwe Kerk)

De Nieuwe Kerk in Kampen, gebouwd in 1910/1911, was de derde kerk van de Gereformeerde Kerk van Kampen. Het eerste orgel van de Nieuwe Kerk, gebouwd door de Kamper orgelmaker Jan Proper, werd op 29 maart 1911 in gebruik genomen. Dit orgel had 17 registers, verdeeld over twee manualen en pedaal, met een pneumatische tractuur en kegelladen. Het front was een ontwerp van kerkarchitect Tj. Kuipers en vertoonde gelijkenissen met het front van het orgel van de Gereformeerde Kerk in Wildervank. Het orgel was opgesteld boven de kansel.

Eind jaren veertig bleek het Proper-orgel in slechte staat, wat leidde tot de zoektocht naar een nieuw orgel. Na advies ingewonnen te hebben bij de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV), werd gekozen voor een nieuw orgel van de firma Bernard Pels te Alkmaar. Dit orgel, het 437e opus van de firma Pels, werd op 25 februari 1959 in gebruik genomen. Het orgel kende echter vanaf het begin problemen. In 1967 volgde een herintonatie door de firma Pels, en in 1980 werd het orgel grondig gereviseerd door de firma Kaat en Tijhuis te Kampen. Hierbij werden de frontpijpen van de Prestant 16′, het prestantenkoor van Hoofdwerk en Zwelwerk, en de fluiten van de manualen vervangen. De Kromhoorn 8′ werd opgeschoven tot 16′ met bijmaking van het groot octaaf, en de samenstelling van de Sesquialter van het Hoofdwerk werd gewijzigd. Tenslotte werd de tractuur gereviseerd en volgde een volledige herintonatie. In de jaren tachtig werden opnieuw vele storingen verholpen en werden de Bazuin 16′ (Pedaal), de Trompet 8 (Hoofdwerk) en enkele balgen door Kaat en Tijhuis vernieuwd.

Vanaf 1999 werd begonnen met de voorbereidingen voor een ingrijpende verbouwing van het orgel. Toen in 2000 plannen voor de verbouwing van de kerk bekend werden, werd het orgel hierin meegenomen. Onder advies van Harry Hamer en Herman Kamp, beiden organist van de Nieuwe Kerk, werd de firma A. Nijsse & Zoon uit Oud-Sabbinge geselecteerd. In 2002 werd het contract getekend, maar door de beperkte capaciteit van Nijsse begonnen de werkzaamheden pas in 2007. Het concept was inmiddels gegroeid naar 53 registers. Op 16 februari 2009 kon het orgel worden opgebouwd in de kerk, geplaatst in de kas uit 1959, met aanpassingen aan de nieuwe situatie. De speeltafel kreeg een plaats in de inspringende onderkast, achter het Rugwerk. Het oorspronkelijke dak van de kas werd verwijderd en het Zwelwerk werd als Bovenwerk geplaatst, waarvoor een nieuwe zwelkast werd gemaakt. De kappen van de torens werden vervangen door rechthoekige kappen. De vorm van het blinderingswerk van de pedaaltorens volgt de boog van de orgelruimte, en dat van het hoofdwerkfront is afgeleid van de bovenzijde van de kanselnis.

De windvoorziening omvat vijf magazijnbalgen, gevoed door de windmotor: drie voor de afzonderlijke manualen en twee voor het pedaal. Het pijpwerk van hoofd- en bovenwerk is piramidaal opgesteld, dat van het Rugwerk staat van de buitenzijde naar het midden aflopend opgesteld. Het pedaalpijpwerk is verdeeld over zes laden, C- en Cis-kant. Op de frontladen staan de Prestant 16′ en de tongwerken 16′ en 8′. Subbas 16′, Octaaf 8′ en Quint 12′ staan aan de zijkant op de bovenlade. Het gebruikte pijpwerk is grotendeels afkomstig uit het oude orgel: hetzij van Pels (1959), hetzij van Kaat en Tijhuis (1980-1991). Ander pijpwerk komt uit een Pels-orgel uit 1956 uit de voorraad van orgelmaker Nijsse of werd nieuw gemaakt. Ter verbreding van het mensuurbeeld werden een aantal registers opgeschoven. Op vrijdag 3 april werd het orgel in gebruik genomen.

Dispositie van het Orgel in de Nieuwe Kerk

Hoofdwerk II C-g3
  • Prestant 16′ - C-H hout uit voorraad orgelmaker; rest metaal 1980
  • Prestant 8′ - C-H 1980, c-d nieuw, dis-g3 1980, drie platen opgeschoven
  • Fluit Harmonique 8′ - uit voorraad orgelmaker, C-H i.c.m. Roerfluit, af fis1 harm.
  • Roerfluit 8′ - C-H hout 1959; rest metaal 1980
  • Quint 6′ - uit voorraad orgelmaker, C-F gedekt, rest conisch open
  • Octaaf 4′ - 1980
  • Gemshoorn 4′ - 1980, was Spitsfluit Rugwerk
  • Tertiaan 3 1/5′ - uit voorraad orgelmaker, prestantmensuur, repeterend
  • Quint 3′ - 1959
  • Octaaf 2′ - 1959, voorheen Rugwerk
  • Mixtuur III-V (2′) - 1980, in samenstelling verlaagd
  • Scherp IV (2/3′) - deels 1959 Rugwerk, aanvullend materiaal Pels uit voorraad orgelmaker
  • Cornet V discant - op verhoogde bank, kopie Naber, uit Geref.
Bovenwerk III C-g3 - in zwelkast
  • Bourdon 16′ - 1980, C-h hout, rest metaal; C-Fis buiten de zwelkast
  • Prestant 8′ - 1959
  • Baarpijp 8′ - C-F i.c.m.

Restauratie orgel Buitenkerk Kampen

Historische Organisten van Kampen

De geschiedenis van de orgelkunst in Kampen wordt gekenmerkt door een reeks getalenteerde organisten die door de eeuwen heen verbonden waren aan de verschillende kerken van de stad.

Organisten van de St.-Nicolaaskerk / Bovenkerk

  • Organist van het Heilige Sacramentsmemorie (vermeld 1483): Vermeld in de archieven als "organista". Was organist van het Heilige Sacramentsmemorie, zoals blijkt uit een overeenkomst uit 1483.
  • Organist van de St.-Nicolaaskerk (aangenomen 1496): Werd op 13 januari 1496 door de kerkmeesters "weder angenoemen" voor drie jaar, wat wijst op een langer dienstverband.
  • Meester Reiner Bogerman (circa 1500-1533): Afkomstig uit Dokkum, ook stadssecretaris van Kampen. Zijn zegel, bewaard aan een brief uit 1518, bevat onder andere drie orgelpijpen.
  • Meester Jan of Johan (1522-1524): Waarschijnlijk organist van de St.-Nicolaaskerk. Mogelijk dezelfde als Meester Jan de Vos van Mechelen.
  • Meester Jan de Vos van Mechelen (vanaf 1527): Zangmeester van de Sint Nicolaaskerk, en vermoedelijk ook organist.
  • Meester Dubbelt Dubbeltsz. (aangesteld 1526): Vermoedelijk de eerste organist die speciaal voor het nieuwe grote orgel werd aangesteld. Had ook een taak bij het in orde houden van de orgels en was stadssecretaris.
  • Romboldo / Romboldus (vanaf 1549): Plaatsvervanger van Meester Dubbeltsz., zoon van Meester Jan de Vos van Mechelen.
  • Meester Jacob Borchartsz. (vanaf 1565): Plaatsvervanger van Rombout de Vos. Moest eerst een jaar in de leer gaan bij een ervaren meester.
  • Heer Goessen van Voerst: Nam de functie waar gedurende de leertijd van Jacob Borchartsz.
  • Meester Jacob Borchartsz. (na leertijd): Bleef zeer lang organist van de St. Nicolaas- of Bovenkerk, ook tijdens politieke en religieuze omwentelingen.
  • Gerrit Lucasz. (circa 1572): Mogelijk de 'officiële' organist gedurende de bezetting door graaf Willem van den Berg.
  • Willem Andriessen: Repareerde het kleine orgel en deed kleine herstellingen aan het grote orgel. Nam na de dood van Jan de Vos van Mechelen diens post waar.
  • Heer Jan (priester en organist): Samen met Willem Andriessen betrokken bij reparaties aan het orgel.
  • Johan Thijssen / Jan Matthijsen (1587/1588 - 1612): Ontving jaarlijks 160 gulden voor zijn taak als organist van de Bovenkerk.
  • Meester Arent Jansen van Munster (1612-1618): Waarnemend organist voor de Bovenkerk tijdens een interimperiode.
  • Johan Cornelissen (vanaf 1632): Mogelijk de zoon van klokkenist Johan Cornelissen. Had een drieledige functie: organist, klokkenist en bazuinspeler.
  • Cornelis Jansen (tot 1664): Tijdens zijn organistschap werd begonnen met de renovatie van het orgel.
  • Hendrik van Benthem "de Jonge" (1664 - circa 1673): Aangesteld als organist van de Bovenkerk en klokkenist op het nieuwe Hemony-klokkenspel.
  • Gijsbert van Steenwijck (circa 1673 - 1679): Afkomstig uit Arnhem, kreeg een salaris van 500 gulden. Was een begaafd musicus en componist.
  • Adriaan Kempher (1679 - 1691): Kwam vanuit Monnikendam naar Kampen. Zijn tractement liep op van 350 tot 500 gulden per jaar.
  • Helmich Bakker (benoemd, overleden voor komst): Eerste benoemde opvolger van Kempher, maar overleed voor hij kon aantreden.
  • Theodorus / Derck Holtius (1691 - circa 1700): Sinds 1681 organist van de Bergkerk te Deventer.
  • Luichjen Wolters (vanaf 1705): Geboren in Groningen, eerst benoemd tot organist van de Waalse of Franse Kerk.
  • Bernard Breunissen (1737 - 1740): Uit Bergen op Zoom, benoemd op 9 november 1737. Overleed na drie jaar.
  • Willem Bruinier Jz. (vanaf 1741): Zoon van koster-organist Jan Bruinier. Werd op 3 juni 1741 benoemd.

Andere Organisten en Muzikanten

  • Adriaan (geboren 1985): Cantor-organist van de Bazuinkerk in Kampen sinds 2005. Ontving zijn eerste orgellessen op 10-jarige leeftijd. Studeerde aan het conservatorium van Zwolle.

De concerten op het (tijdelijke) Leeuwenbergh-orgel van Flentrop in de Academiehuis Grote Kerk Zwolle beginnen om 16:00 uur en zijn gratis toegankelijk. De organisten die meewerken, doen dit belangeloos ten gunste van de restauratie van het Schnitgerorgel. Bezoekers wordt na afloop van het concert om een gift gevraagd, die ten goede komt aan de restauratie van het beroemde, meer dan 300 jaar oude Schnitgerorgel uit 1721. Ook is het mogelijk bij te dragen door de aankoop van CD’s, een beeldadoptie, een pijpadoptie of door het kopen van wijn.

Foto van het Leeuwenbergh-orgel van Flentrop

tags: #bazuinkerk #kampen #orgel