Geschiedenis van de Hervormde Kerk van Wânswert

De Hervormde kerk van Wânswert, een robuuste middeleeuwse kerk, is gelegen op een hoge terp. Deze terp is ontstaan enkele eeuwen voor onze jaartelling, wat duidt op een lange geschiedenis van permanente bewoning in dit gebied. De naam van het dorp, Wânswert, weerspiegelt deze geschiedenis, waarbij 'wert' verwijst naar een bewoonde hoogte. In de dertiende eeuw werd de naam Wandelswert op schrift gesteld, die later via diverse varianten verkort werd tot Wânswert.

Landschap met de terp en de Hervormde kerk van Wânswert

Architectuur en Bouwgeschiedenis

De Toren

De brede toren van de kerk, die eigendom is van de Stichting, is opgetrokken uit vier weinig versneden geledingen van verschillende hoogte. Een opvallend kenmerk is dat de kerk en de toren nagenoeg even breed zijn. In de westmuur is een later ingebrachte ingang met daarboven een spitsboogvenster te vinden. In de derde geleding bevinden zich aan de oost- en westzijde drie galmgaten, terwijl er aan de zuid- en noordzijde twee zijn. De naar het dorp gekeerde zijde van de bovenste geleding bevat de wijzerplaten die verbonden zijn met het uurwerk.

Het Schip en Koor

De kerk zelf bestaat uit een schip met een versmald, vijfzijdig gesloten koor. Het schip is laatgotisch en werd in de 16e eeuw tegen het koor opgetrokken, gevolgd door de zadeldaktoren. Zowel het schip als de toren zijn grotendeels opgebouwd uit oudere, hergebruikte bakstenen. Dit hergebruik van materialen, een praktijk die ook tegenwoordig nog populair is, werd reeds in vroegere tijden toegepast.

In 1778 werden het koor aan de noordzijde en het oostelijke deel van de noordmuur van het schip bemetseld met nieuwe stenen. Dit is ook het jaar waarin een grote restauratie plaatsvond, waarbij het houten tongewelf met trekbalken werd vernieuwd. Het schip heeft aan de zuidzijde vier korte spitsboogvensters. Het meest westelijke venster is het kortst en bevindt zich boven een voormalige ingang, waarin later een venster voor de consistoriekamer is aangebracht. De noordmuur bevat een kort en spitsbogig venster boven de ingang, en een jonger, rondbogig venster. Het koor heeft aan de zuidzijde twee grote spitsboogvensters van ongeveer gelijke breedte, en aan de noordzijde één.

Al in 1335 werd het koor door een wijbisschop van het bisdom Utrecht gewijd, wat duidt op de hoge ouderdom van dit gedeelte van de kerk. De uitwendige bemetseling uit 1778 en de inwendige bepleistering bemoeilijken nadere waarnemingen aan het koor, maar de inwendig waargenomen tufsteen kan materiaal zijn dat bij een herbouw is toegepast. Het is echter ook mogelijk dat het koor oudere resten bevat en dat de inwendig onregelmatige vijfzijdige vorm in een tufstenen halfronde absis is gehakt.

Detail van de spitsboogvensters aan de zuidzijde van het schip

Interieur en Bijzondere Elementen

Kerkruimte en Inrichting

De kerkruimte wordt overdekt door een in 1794 vernieuwd houten tongewelf met trekbalken. Het interieur kenmerkt zich door een zogenaamde protestantse inrichting, waarbij zowel het schip als het relatief grote koorgedeelte met banken zijn bezet. Alle zitplaatsen zijn gericht naar de preekstoel, wat benadrukt dat 'het woord centraal moet staan' in deze kerk.

De preekstoelkuip en het klankbord dateren uit de tweede helft van de 19e eeuw, terwijl het rugschot en de trap met leuning van oudere datum zijn. Alle onderdelen zijn van eikenhout. Het onderste deel van de preekstoel is in 1902 aangebracht en is van grenenhout, geschilderd in imitatie-eiken.

Grafzerken en Doophek

Het doophek met paneelwerk stamt uit de 18e eeuw. In de 19e eeuw zijn de oorspronkelijke spijlen vervangen door sierelementen in de vorm van krullen. Voor het doophek ligt een grote grafzerk uit 1562 ter nagedachtenis aan Sipt van Goslinga en zijn echtgenote Paerck Zyaerda, die op dezelfde dag, 7 juni, zijn overleden. Zij bewoonden de Goslinga State, die ten zuidoosten van de kerk gelegen was. Deze stins werd kort na 1700 vervangen door een boerderij.

De grafzerk van Sipt van Goslinga en Paerck Zyaerda

Historische Context en Gemeentelijke Ontwikkelingen

Kerkelijke Samenwerkingsverbanden

Sinds 1 mei 2005 zijn de voormalige Hervormde en Gereformeerde gemeenten in Reitsum toegetreden tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De hervormde gemeente ging in 1968 een samenwerkingsverband aan met de Hervormde gemeente Birdaard-Janum. Deze combinatie werd in 1981 uitgebreid met de Gereformeerde Kerk te Reitsum en de Hervormde gemeente te Wanswerd. In 2004 werd de samenwerking met de Hervormde gemeente Birdaard-Janum beëindigd en werd in Burdaard, samen met de Gereformeerde gemeente, een PKN gemeente gevormd.

De Reformatie en Latere Periode

In 1580 vond in Friesland de kerkelijke omwenteling plaats waarbij de Hervormde leer zegevierde. De gemeente te Genum werd in 1605 gecombineerd met Reitsum en Lichtaard. De Gouden Eeuw werd gekenmerkt door grote verschillen tussen leer en leven bij de voorgangers, wat leidde tot berispingen en straffen voor zonden als dronkenschap.

In de Franse tijd speelde ds. Joha van Reitsum een prominente rol, niet alleen in religieuze maar ook in politieke aangelegenheden. Hij was voorzitter van de “Provisionele Representanten van het Volk in Friesland” en speelde een rol in de afschaffing van het erfstadhouderschap.

De 19e Eeuw en de Afscheiding

Op 11 oktober 1863 deed ds. Johannes Jacobus Asueres Ploos van Amstel intrede in Reitsum. Zijn carrière kende verschillende beroepen en terugkeer naar Reitsum. In 1886 vond de doleantie plaats, waarbij vrijwel de gehele gemeente meeging. De synode verklaarde de Hervormde gemeente te Reitsum c.a. vacant, maar ds. Ploos bleef gewoon doorpreken, hoewel hij geschorst was.

De Hervormde gemeente van Wanswerd-Jislum had vanaf de Reformatie tot de Afscheiding en daarna predikanten die de gereformeerde leer brachten. Toch vond de Afscheiding ook in Wanswerd weerklank. De toestand in de Hervormde kerk was zodanig dat de officiële belijdenis werd losgelaten en allerlei ketterijen werden getolereerd. Dit leidde tot de vorming van Afgescheiden gemeenten.

Illustratie van een 19e-eeuwse kerkelijke bijeenkomst

De Hervormde Kerk in Wânswert: Specifieke Kenmerken

Terp en Omgeving

De kerk van Wânswert bevindt zich in het stokoude terpenlandschap dat al enkele eeuwen voor onze jaartelling ontstond. De kerk staat op een hoge terp ten oosten van Dokkum. Aan de zuidzijde is de terp aan het einde van de 19e eeuw voor een groot deel afgegraven. Ter bescherming tegen verzakking werd een kenmerkende keermuur aangelegd, die tevens dient als afrastering van het kerkhof.

Bijzonderheden van de Toren

De toren bestaat uit vier geledingen van verschillende hoogte. In de westmuur bevindt zich een later ingebrachte ingang met daarboven een spitsboogvenster. Een bijzonderheid is dat in de derde geleding aan de oost- en westzijde drie galmgaten zijn aangebracht, terwijl er aan de zuid- en noordzijde slechts twee te vinden zijn.

Hergebruik van Materialen

Voor zowel de kerk als de toren werden merendeels oudere, al gebruikte bakstenen ingezet. Dit duidt op een vroegtijdige toepassing van duurzaam bouwen. Alleen bij de bemetseling van de noordzijde van het koor en het oostelijke deel van de noordmuur van het schip in 1778 kwamen nieuwe stenen aan te pas.

Grafzerken en Orgel

Naast de grafzerk van Sipt van Goslinga en Paerck Zyaerda, bevinden zich in de kerk ook zerken uit 1737 en 1733. In 1674 werd een nieuw orgel besteld bij Harmen Jansz. Dit orgel werd in 1877 vervangen door een nieuw instrument, gebouwd door Willem Hardorff.

Verhaal van Siep Boonstra over de eeuwenoude terpen in Friesland

tags: #hervormde #kerk #wanswerd