De oude kerk heeft door de eeuwen heen voor de plaatselijke gemeenschap een in velerlei opzicht belangrijke, centrale rol vervuld. De kerk is, zeker in de dorpen, niet alleen veelal het oudste gebouw ter plaatse, maar ook het gebouw waarover in het verleden het meest is opgeschreven en waarvan de meeste oude afbeeldingen bestaan. Talloze lijnen komen vanuit de locale geschiedenis juist in het kerkgebouw samen en de kerkarchieven vormen dan ook vaak een rijke bron. De bestudering van het kerkgebouw zelf kan echter evenzeer nieuws aan het licht brengen. Uit de talrijke bouwsporen die de oude kerken laten zien, blijkt hoezeer er bij voortduring is gewijzigd en uitgebreid, aangepast, gemoderniseerd en, gedurende de laatste honderd jaar, gerestaureerd. Aan dit alles wordt hier aandacht besteed, eerst in algemene zin en daarna in een reeks van twaalf individuele kerkbeschrijvingen. Deze beschrijvingen handelen over acht hervormde en drie rooms-katholieke kerkgebouwen en over een voormalige begijnhofkapel.
Kerkelijke Indeling en Middeleeuwse Parochies
Dekanaten en Parochies op Voorne en Putten
In de middeleeuwen behoorden de eilanden Voorne en Putten tot verschillende dekanaten van het bisdom Utrecht. Voorne maakte oorspronkelijk deel uit van het dekanaat Selandia, dat rond 1200 werd gesplitst in drie nieuwe dekanaten: Walcheren, Suutbevelant en Scolden. Scolden omvatte een groot gebied tussen de Schelde en de monding van de Maas, inclusief de heerlijkheid Voern. Rond 1275 werd het dekanaat gesplitst en ontstond het ‘decanatus de Somerlant’, genoemd naar het door de heren van Voorne in leen uitgegeven Zomerland. Dit nieuwe dekanaat, dat Voorne, Goeree en het westelijk deel van Overflakkee omvatte, werd al snel het ‘decanatus dominii de Voerne’ genoemd. Putten behoorde aanvankelijk tot het dekanaat Hollant, maar werd rond 1340 afgesplitst als een apart dekanaat.
De hoofdkerk van het dekanaat Voorne was de kerk van Ouddorp, dat oorspronkelijk Voorne en later Westvoorne heette. Hier werd de eerste parochie gesticht, en de vermelding van een pastoor van Fornhe in 1105 verwijst waarschijnlijk naar deze plaats. Het dekanaat Putten kreeg zijn eerste parochie in het gelijknamige dorp, dat echter in 1533 definitief aan het water werd prijsgegeven.
Middeleeuwse Parochies op Voorne
Van de twaalf middeleeuwse parochies op Voorne zijn er thans acht nog herkenbaar als woonkern met een oorspronkelijk middeleeuws kerkgebouw. Dit zijn: Oostvoorne, Rockanje, Zwartewaal, Heenvliet, Abbenbroek, Oudenhoorn, Nieuwenhoorn en Nieuw-Helvoet. De situatie ligt gecompliceerder bij de vier overige parochies, die zich in of rond het huidige Brielle bevinden.
- Rugge: Een dorpje ten zuidwesten van Brielle met een parochiekerk gewijd aan Sint Nicolaas, die rond 1420 een nieuw koor kreeg.
- Maarland: Een agrarisch complex in de 13e eeuw, dat uitgroeide tot de St.-Pieterskerk. Deze kerk deed ook dienst voor de inwoners van het zich ontwikkelende Brielle.
- Brielle: Tegen het einde van de 13e eeuw kreeg Brielle een eigen parochiekerk, de Catharijnekerk. Maarland en Brielle smolten samen tot een stedelijk centrum, maar de twee parochies bleven bestaan.
- Nieuwland: Ontstond vermoedelijk midden 14e eeuw in een nieuwe polder ten oosten van Brielle.
Middeleeuwse Parochies op Putten
Van de zeven parochies op Putten zijn er tegenwoordig zes als woonkern terug te vinden: Geervliet, Spijkenisse, Hekelingen, Simonshaven, Biert en Zuidland. Alleen het dorp Putten is, zoals eerder vermeld, geheel verdwenen, inclusief de kerk. Drie van de genoemde kernen (Geervliet, Spijkenisse en Zuidland) bezitten nog hun oorspronkelijk middeleeuwse kerkgebouw.
- In Simonshaven brandde de oude kerk in 1855 af en werd op dezelfde plaats een nieuw kerkje gebouwd.
- Hekelingen sloopte kort na 1850 zijn middeleeuwse kerk, die overbodig was geworden door de bouw van een nieuw kerkje elders.
- Biert is tegenwoordig slechts een gehucht.
Kloosters, Kapellen en Gasthuizen
Kloosters in Brielle
Brielle telde vijf kloosters die op de stadsplattegrond van Jacob van Deventer (circa 1560) stonden aangegeven: het nonnenklooster van St.-Catharina, het Clarissenklooster, het Brigittenklooster, en de kloosters van de Cellebroeders en de Cellezusters. Deze lagen in het grotendeels onbebouwde stadsgebied ten westen van de kerkhoven van de Catharijne- en de Pieterskerk. Tegenwoordig is van deze kloosters, op het Brigittenpoortje na, niets meer over. De kloostercomplexen van de Brigitten en de Cellebroeders werden in respectievelijk 1558 en 1556 door de stad Brielle aangekocht. De andere kloosters kwamen na de omwenteling van 1572 leeg te staan.
Het St.-Catharinaklooster werd in 1576 ingericht als woning voor de gouverneur van Brielle. De kapel van het Clarissenklooster deed lange tijd dienst als St.-Jorisdoelen en maakte daarna deel uit van een kazernecomplex.
Kloosters buiten Brielle
Ook van de twee kloostercomplexen die buiten de stad Brielle, te Rugge, waren gelegen, is heden ten dage niets meer over. Op de plaats van de huidige Bedevaartskapel van de H.H. Martelaren van Gorcum bevond zich de parochiekerk van Rugge. Ten noordwesten van deze kerk lag het in 1403 gestichte Regulierenklooster. Dit klooster kende een zeer voorspoedige ontwikkeling, met talrijke schenkingen en uitgestrekte bezittingen. In 1551 werd het jaarlijkse inkomen geschat op 1025 pond, waarmee het na de abdijen van Egmond en Leeuwenhorst het rijkste klooster in Holland was. De regulieren kregen in 1405 de beschikking over een oratorium en bouwden aan de kloosterkerk, die in 1413 voltooid werd met een hoofdaltaar en zes andere altaren.
Verder resteert niets van het leprozenhuis, gelegen buiten de Brielse Zuidpoort aan de weg naar Rugge, dat beschikte over een aan St.-Joris gewijde kapel. Na de plundering door de Watergeuzen op 2 april 1572 volgde in datzelfde jaar de afbraak van alle buiten de stadsmuren gelegen gebouwen. Op 9 juli 1572 werden in de turfschuur van het Regulierenklooster de negentien geestelijken opgehangen die bekend zouden worden als de Martelaren van Gorcum.
Huiskapellen en Kapittelstichtingen
Over huiskapellen van voorname families is weinig bekend. De heren van Voorne bezaten al in de 13e eeuw een aan St.-Pancras gewijde kapel op hun hof te Oostvoorne. Deze kapel werd in het begin van de 15e eeuw in steen hersteld en kreeg een nieuw koor. In 1552 werd een nieuw gebrandschilderd glas aangebracht. Op het hof van de heren van Maarland stond eveneens een kapel, die uitgroeide tot de Maarlandse St.-Pieterskerk.
Vier kapittelstichtingen verdienen aparte aandacht:
- Geervliet: Een kapittel van tien kanunniken, gesticht in 1307 door heer Nicolaas van Putten en Aleida van Strijen. Dit kapittel werd uitgebreid en bleef tot 1571 in Geervliet gevestigd, waarna het naar Haarlem verhuisde.
- Brielle: Een bestaand kapittel van elders werd overgebracht naar de Catharijnekerk te Brielle. Dit kapittel telde acht kanunniken en werd later uitgebreid.
- Oostvoorne: Vrouwe Machteld van Voorne stichtte in 1349 in de St.-Pancraskapel bij de burcht een kapittel van acht kanunniken en een deken.
- Abbenbroek: Een kapittel gesticht in 1483, bestaande uit acht kanunniken.
Nederzettingsvormen en Kerkgebouwen
Ontwikkeling van Dorpskernen
In de polders die ontstonden door opeenvolgende bedijkingen vanaf het einde van de 12e eeuw, werden de woonkernen lange tijd uitsluitend langs en op de dijken gesticht. De huizen werden in een rij tegen de veilige kant van de dijk gebouwd, met de voorgevels naar de op de dijk aangelegde weg. Vaak diende een uitstroomopening van een voormalige getijdekreek als spuikanaal en (buitendijkse) haven. Deze situatie is nog herkenbaar in voormalige havenplaatsjes aan de Bernisse (Geervliet, Heenvliet, Abbenbroek, Zuidland en Simonshaven), maar ook in dorpen zonder havenaanleg zoals Rockanje en Nieuwenhoorn.
Kerkgebouwen binnen de Woonkern
Een kerk die niet aan de rand, maar juist midden in de middeleeuwse woonkern is gelegen, hebben op Voorne-Putten alleen Oostvoorne, Oudenhoorn en Nieuw-Helvoet. Dijken spelen in deze kernen nauwelijks of geen rol.
Bouwgeschiedenis van Kerkgebouwen
Over de vroegste kerkgebouwen is niet veel bekend. In een aantal nederzettingen zal kort na de stichting eerst een houten kerkje zijn verrezen, dat na enige tijd door een stenen gebouw werd vervangen. Met de groei van de nederzettingen ontwikkelden zich ook de kerken, veelal door een reeks van elkaar opvolgende verbouwingen en vernieuwingen, die vrijwel altijd een vergroting van de beschikbare binnenruimte tot gevolg hadden. De groei van het aantal parochianen en de toename van het aantal vicarieën, kapelanieën en altaren speelden hierbij een rol.
Van enkele kerken is bekend dat een calamiteit, meestal een brand, nieuwbouw noodzakelijk maakte, zoals bij de Brielse Catharijnekerk in 1456. Ook vergevorderd verval kon aanleiding zijn tot de bouw van een nieuwe kerk, zoals in Geervliet in 1515. Het is daarom belangrijk te beseffen dat een kerkgebouw in zijn huidige gedaante mogelijk het resultaat is van een ingewikkelde bouwgeschiedenis, waarbij delen zoals koor, schip, toren en transept in verschillende perioden zijn opgetrokken, al dan niet ter vervanging van een oudere constructie. Een dergelijke bouwgeschiedenis laat zich vaak slechts met moeite reconstrueren.
Uitgangspunt bij het onderscheiden van de verschillende middeleeuwse kerktypen op Voorne-Putten is de eenbeukige kerk bestaande uit een koor, een schip en een westtoren.
Anthonius Cornelis (Toon) Berg: Glaskunstenaar
Biografie en Vroege Carrière
Anthonius Cornelis (Toon) Berg werd geboren op 12 mei 1877 in Delft en overleed op 17 maart 1967 in Dordrecht. Hij was de zoon van Barend Berg en Dymphna Maria Hendrica Adriana Planken. Toon Berg trouwde op 11 mei 1904 met zijn nicht Maria Johanna Gerarda (Mies) Planken. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: Antoon en Dina Maria.
Voordat Berg aan zijn glazenierscarrière begon, werkte hij als 15-jarige van zes uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds als smidsjongen in Delft. Direct na zijn werk spoedde hij zich naar de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten, waar hij les kreeg van schilder en tekenaar Fritz Jansen. In 1891 richtte architect Jan Schouten in Delft het atelier ‘t Prinsenhof op, een belangrijke werkplaats voor het ontwerpen en restaureren van gebrandschilderd glas en een opleidingscentrum voor glazeniers. Toon vervolgde hier tussen 1894-1896 zijn opleiding. Bij ‘t Prinsenhof werkte hij samen met diverse kunstenaars, waaronder Jan Mankes, met wie hij een hechte vriendschap opbouwde.
Opleiding en Professionele Ontwikkeling
Toon Berg volgde particuliere lessen bij kunstschilders Constant Artz en Berend Adrianus Bongers. Uiteindelijk leidde Berg zelf anderen op bij ‘t Prinsenhof, zoals Johannes Eduard Hendrik Schilling. In 1909 verhuisden Toon Berg en Henk Schilling naar Dordrecht om te gaan werken bij de Koninklijke Nederlandsche Glasfabriek J.J.B.J. Bouvy. Hier werd Toon aangesteld als chef-ontwerper en leider van het atelier voor gebrand glas.
Filosofische Inslag en het Dolhuys
Toon Berg stond bekend om zijn filosofische inslag, die vaak tot uiting kwam in zijn ontwerpen. Hij koos bewust voor het monumentale Dolhuys in Dordrecht, dat hij in 1911 huurde met de bedoeling er een eigen bedrijf te stichten. Van 1919 tot 1957 dreef hij hier een atelier genaamd Bedrijf voor gebrandschilderd glas. In 1926 kocht Berg via een veiling ook de twee pakhuizen naast het Dolhuis, waardoor het gehele complex zijn eigendom werd. Het Dolhuys huisvest tegenwoordig kantoren, horeca en muziekstudio's en is nog steeds in bezit van Bergs erfgenamen.
In zijn atelier had Berg veertien mensen in dienst, waaronder meesterknecht J. Schreuder. Hij vervaardigde niet alleen gebrandschilderd en geëtst glas, maar ook geslepen glas in lood en glasmozaïeken. Daarnaast onderwees hij in zijn atelier diverse kunstenaars, waaronder Alex Asperslag en Friso ten Holt. Berg voerde ook werken uit naar ontwerpen van andere kunstenaars. Hij was lid van het Dordtse tekengenootschap Pictura en stelde in het Dolhuys atelierruimte beschikbaar voor beginnende kunstenaars.
Stijl, Technieken en Erkenning
Het werk van Berg is geconcentreerd in het gebied rond Dordrecht en Rotterdam, maar verspreid over heel Nederland. Hij ontwierp en vervaardigde beglazingen voor diverse gebouwen, waaronder kerken en scholen, en restaureerde ook ramen. In particuliere opdracht maakte hij gebruiksvoorwerpen, panelen, deuren en verlichtingsarmaturen. Hij ontwierp tevens het toegangshek van het Wantijpark in Dordrecht.
Zijn stijl varieerde van traditioneel-eclectisch tot abstract, met onderwerpen van religieus tot profaan en ornamenteel. Berg experimenteerde veel met technieken, en specialiseerde zich in het werken met geslepen glas in lood. Het Driekoningenraam uit 1924, dat zich in het Stedelijk en Bisschoppelijk Museum Breda bevindt, is een voorbeeld van deze techniek. Dit werk werd in 1925 bekroond met een gouden medaille op de Exposition des arts décoratifs et industriels modernes in Parijs.
De klokkenplaten van de rond 1957 gerestaureerde kerk te Rijswijk zijn ook vermeldenswaard. Berg liet een omvangrijk glazeniersoeuvre na en exposeerde zowel nationaal als internationaal. Helaas ging veel van zijn werk verloren tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Late Periode en Overlijden
Op tachtigjarige leeftijd vond Toon Berg het tijd om het stokje over te dragen aan jongere generaties. Voordat hij zijn atelier in 1957 sloot, rondde hij zijn laatste opdracht af: negen ramen voor de Immanuëlkerk in Maassluis. Op 17 maart 1967 overleed Toon Berg op negentigjarige leeftijd.

Het Orgels van de Lambertuskerk in Strijen
Geschiedenis en Restauraties
In 1836 kwam in Strijen de commissie tot daarstelling van een nieuw orgel bijeen, met als doel de gemeentezang te vermeerderen en te verfraaien. Het orgel werd in 1939 geleverd door de Groningse orgelbouwer Petrus van Oeckelen. In de periode 1909-1926 voerde Gabry onderhouds- en uitbreidingswerkzaamheden uit, gevolgd door Standaart in 1927.
In 1948 werd het orgel door Van Leeuwen algeheel gerestaureerd en uitgebreid met onder andere een zwelwerk, een elektropneumatisch unit pedaal en een nieuwe speeltafelmechaniek. Een groot deel van het originele Van Oeckelen pijpwerk werd vervangen, inclusief het tinnen front. Originele tongwerkregisters verdwenen en labiaalpijpwerk werd grotendeels vervangen of verschoven.
In 1973 functioneerde het orgel nauwelijks meer. J.L. van den Heuvel-Orgelbouw uit Dordrecht kreeg de opdracht het orgel te restaureren en te vergroten naar 33 stemmen, waarbij gebruik werd gemaakt van een aantal originele onderdelen. De historische kas met snijwerk werd gerestaureerd en nieuw eikenhout werd op de oude manier gerookt. In 1997 werden bij een ingrijpende kerkrestauratie de akoestische omstandigheden sterk verbeterd. Van den Heuvel-Orgelbouw voerde aansluitend aanpassingen en onderhoudswerkzaamheden uit.
Concerten en de Commissie Lambertuskerk Concerten Strijen
Sinds 1976 werden concerten verzorgd op het monumentale orgel van de Lambertuskerk. Na de kerkrestauratie van 1994 werd de doelstelling van de commissie verruimd en de naam gewijzigd in de commissie Lambertuskerk Concerten Strijen. De commissie organiseerde open dagen, waarbij het orgel bespeeld kon worden, en verhuurde de kerk aan derden voor concerten. Eind 2010 werd de concertcommissie opgeheven na het laatste concert op 20 november 2010. Vele bekende organisten hebben het orgel bespeeld, waaronder Feike Asma, Piet van Egmond, Cor de Haan en Willem Hendrik Zwart.

Overige Informatie en Kerkelijke Zaken
Diaconie en Kerkelijke Organisatie
De diakenen, voluit lid van één van de beide kerkenraden, vormen samen een college om de dienst der barmhartigheid uit te voeren, zowel dichtbij als ver weg. De middelen hiervoor komen uit eigen bezit en vooral uit collecteopbrengsten. Vijf diakenen uit beide wijken vormen het college van diakenen en vergaderen eens per zes weken. Een vast agendapunt is het vaststellen van het collecterooster, waarbij afgewisseld wordt tussen doelen voor de naaste dichtbij en wereldwijd. Om de gemeente te activeren, wordt een toelichting gegeven op de bestemming van de collecte.
Archieftoegang
Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief en bestaat uit kenmerken, een inleiding, een inventaris of plaatsingslijst, en eventueel bijlagen. De kenmerken omvatten omvang, vindplaats, beschikbaarheid en openbaarheid. De inleiding bevat informatie over de geschiedenis van het archief en de archiefvormer. De inventaris is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken, waarbij de beschrijvingen formeel en globaal zijn.
Beroepingen en Aannames van Predikanten
Berichten over beroepingen, aannames en bevestigingen van predikanten binnen de Nederlandse Hervormde en Gereformeerde Kerken worden regelmatig gepubliceerd. Deze berichten vermelden de namen van de predikanten, de plaatsen waar zij worden beroepen of aangenomen, en soms ook de teksten van hun bevestigings- of intredepreken.
Kerkelijke Overleggen en Werkgroepen
De Commissie van „Kerkelijk Overleg" van de Algemene Synode der Ned. Herv. Kerk houdt zich bezig met diverse themata, onderverdeeld in werkgroepen zoals Kerk en School, Kerk en Jeugd, Kerk en Zending, Kerk en Ziekenzorg, Kerk en Overheid, Kerk en Kerken, Kerk en Prediking, Kerk en Financiën, Kerk en Pers, en Kerk en Gemeenteopbouw.
Herdenkingen en Jubilea
Er wordt melding gemaakt van herdenkingen van ambtsjubilea van predikanten, zoals het 25-jarig jubileum van Ds. A.C.G. den Hertog in Rotterdam en Ds. A.C. Christoffels, die na werkzaam te zijn geweest in Nederlands-Indië, terugkeerde naar Nederland.
Aanpassing Kerkdiensten ivm Verduisteringseisen
In verband met de verduisteringseisen tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten de aanvangstijden van kerkdiensten worden aangepast, waarbij avonddiensten vaak werden verplaatst naar de middag en morgendiensten vervroegd. Ook voor radio-kerkdiensten was een andere regeling nodig.
Broodbonnen voor het Heilig Avondmaal
Kerkeraden van Protestantsche gemeenten konden aanvragen indienen voor broodbonnen voor de viering van het Heilig Avondmaal bij het Secretariaat van de Algemene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk. De aanvragen moesten ten minste veertien dagen vóór de datum van de Avondmaalsviering worden ingezonden.
Glas-in-loodramen in de Boterbeurs, Dordrecht
In de Boterbeurs in Dordrecht, een pand uit 1841 dat verschillende bestemmingen heeft gehad, bevinden zich twee glas-in-loodramen ontworpen door de Dordtse glaskunstenaar Toon Berg. Deze ramen werden in 1940 geplaatst ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Openbare Leeszaal en Bibliotheek, die in het pand gevestigd was. Mevrouw Stoop-Snouck Hurgronje gaf de opdracht voor deze ramen ter nagedachtenis aan haar man, dr. Theodoor Stoop.
De ramen symboliseren de ontwikkeling van de literatuur, taal en schrijfwijze door de eeuwen heen, met acht voorstellingen die de gang van de schrijf- en drukkunst door de eeuwen heen verbeelden. De bijbehorende teksten en opschriften werden aangereikt door geleerden als prof. N. David en dr. A. de Buck. Een van de panelen toont een joodse man met de zevenarmige Menorah en Hebreeuwse teksten, met een opschrift geleverd door de Dordtse rabbijn Barend Josua Katan.
Ondanks beschadigingen en verlies van betekenis na de Tweede Wereldoorlog, blijven de glas-in-loodramen behouden bij de ingrijpende verbouwingen van de Boterbeurs. Een groot aantal panelen is tijdelijk overgebracht naar een atelier om gerestaureerd te worden, waardoor de ramen hun glorie zullen terugkrijgen.
