Tijdens de predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond, die vorige week in Doorn plaatsvond, sprak ds. A.J. Mensink het openingswoord uit. Dit woord was een pleidooi voor bekering, een proces waardoor we verlost worden van het draaien om onze eigen as.
De Brief die de Vraag Stelde
Het begon allemaal met een brief. Een brief van een langdurig betrokken lid, gemeentelid en ambtsdrager van kerk en bond. Met de zorgelijke vraag óf, en een serieus vermoeden dát het in hervormd-gereformeerd spreken en preken nauwelijks meer over bekering gaat. De schrijver vroeg zich af of men, in tegenstelling tot onze voorgangers, bekering niet meer nodig acht.
De brief was niet zuur of bitter, maar bewogen en geestelijk. Hoewel men zo'n brief, en daarmee de hele vraag, terzijde zou kunnen schuiven - bijvoorbeeld uit vermoeidheid van een quasi-reformatorische bekeringstheologie, of uit de noodzaak om zich voortdurend te verdedigen tegen de stelling dat een mens bekeerd *moet* worden en dat dit gepreekt *moet* worden. Want, zo stelt men, wij preken niet dat een mens bekeerd moet worden, omdat dat niet de grondslag van onze zaligheid is; die grondslag is immers Christus.
Wanneer zo'n brief over bekering dan toch opduikt, vouwt men hem soms met een zucht van verdriet en mededogen weer dicht. Men preekt dan liever weer over het machtige werk van God, Drie-enig: Vader, Zoon en Heilige Geest. Niet over wat *moet*, maar over wat God *doet*. Dat de Heilige Geest geen oprecht geloof in onze harten *moet* ontsteken, maar het daadwerkelijk *ontsteekt*. En dat dit door de Geest gewerkte geloof ons niet wedergeboren *moet* laten worden, maar ons daadwerkelijk wedergeboren *laat* worden (artikel 24 NGB). En de vraag is of we dát wel doen.
Bekering in Historisch Perspectief
Ook Dietrich Bonhoeffer begon met de bekering. De eerste zin in zijn boek 'Navolging' luidt immers: "Goedkope genade is de doodsvijand van onze kerken." Waar zo gehakt wordt, vallen de spaanders. Als het geloof losgemaakt wordt van de gehoorzaamheid, hebben wij van de genade dumpgoed gemaakt. De centrale vraag van Bonhoeffer aan het Duitse, en daarmee het continentale christendom, was de vraag naar de bekering - de bekering als levensstijl. Bonhoeffer begon zijn 'Navolging' ermee.
Begon ook Maarten Luther er niet mee? De eerste van zijn 95 stellingen uit 1517 luidt immers: "Het leven van de gelovigen op aarde moet één gedurige boetedoening zijn." Boetvaardigheid strekt zich uit tot het moment dat wij in het Koninkrijk der hemelen binnengaan - ons leven lang dus, volgens de vierde stelling. Weliswaar deed hij deze stellingen in de context van de roomse biecht- en boetepraktijk, waar hij zelf geestelijk in gestikt was, maar er zit ook iets algemeens in. Drs. K. Exalto schrijft dat in Luthers eerste stellingen over de boetvaardigheid de eerste trekken van zijn reformatorische ethiek zichtbaar worden.
En begon Johannes de Doper zijn prediking niet mee? Zijn optreden bij de Jordaan laat zich kenmerken door de prediking van de bekering, en de doop van de bekering. Het Koninkrijk der hemelen is in Christus nabij gekomen. De waarheid en gerechtigheid van het Koninkrijk Gods worden in Christus geopenbaard. De Heere Christus zal in de Bergrede het Koninkrijk dan ook verbinden aan gerechtigheid: "Zoek eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid." (Matteüs 6:33).
Een belangrijke vraag bij deze bekeringsprediking van Johannes is of we met een heilshistorisch of met een heilsordelijk gegeven te maken hebben. Zonder de heilshistorie hier uit het oog te verliezen, meent men de prediking van Johannes vooral op te moeten vatten als een boodschap die inherent is aan de Koninkrijksprediking van alle tijden en alle plaatsen. In de Koninkrijksprediking stelt de Heere Zich tegenwoordig als een God van zuivere waarheid en gerechtigheid. Zijn genadige heerschappij is er één van waarheid en gerechtigheid. Waar God gediend wordt, wordt Hij gediend in waarheid en gerechtigheid. Het moge duidelijk zijn (en het moet ook duidelijk worden) dat deze stijl van het Koninkrijk haaks staat op onze werkelijkheid - een werkelijkheid van zonde, onwaarheid en ongerechtigheid. Tussen onze werkelijkheid en die van de Heere bestaat geen aansluiting maar kortsluiting. Daarom vonkt het ook zo in de christelijke prediking! Want wie een kind van de Koning en dus ook een kind van het Koninkrijk wil zijn, zal zich in de orde van dit Koninkrijk moeten voegen. Zal er zich bekerend in moeten voegen. Anders komt hij er niet buiten te staan, maar staat hij er metterdaad buiten.
De heiliging van het leven beweegt zich daarom voortdurend over de wissel van de bekering. Dat valt voor een trein die het liefst rechtuit rijdt, niet mee. Wissels breken de snelheid, wissels schuren, wissels dwingen tot een andere richting.
Opvallend is tegelijk dat het woord ‘bekering’ in het Oude Testament bij uitstek een verbondswoord is. Bij het teken van het verbond, de besnijdenis, hoort de besnijdenis van het hart en van het leven. De oproep tot bekering gaat weliswaar uit tot de heidenvolken als die in Ninevé - maar geen enkel volk wordt zo herhaaldelijk en bewogen opgeroepen tot bekering als Gods eigen volk Israël.
Bekering is de levensstijl van het verbond, van het Koninkrijk der hemelen. Waarin zichtbaar wordt dat we met de levende God te maken hebben: een leven dat zich niet laat leiden door de patronen en structuren van het oude leven, de oude wereld, de oude mens - een leven dat van beneden is. Maar een leven dat van boven is, omdat er licht van Boven op viel en valt. En wij ons niet langer krommen naar de aarde, maar ons uitstrekken naar de God van de hemel. Onze eerste beginselen worden gekruisigd, en dus wordt ook ons vlees gekruisigd. Want bekering is boeiend. Ze boeit ons aan Christus. En maakt ons los van de slavernij van het vlees en de zonde. Zo prediken wij de bekering. Doen wij dat niet, dan preken wij de bevestiging. Dan preken wij therapie, geen evangelie. En gaan de brieven tegen ons getuigen. Niet alleen die van kerkgangers en Bonhoeffer.

Bekering in de Praktijk van het Ambt
Het nadenken over bekering als grondwoord wordt uitgewerkt aan de hand van drie voorbeelden uit de hoofdvelden van het ambtelijk werk van dienaren van het Woord.
1. De Prediking
Prediking is de dwaze wijze waarop de levende God Zich tegenwoordig stelt. Daar zit iets ontzaglijk confronterends in: de ontdekking van wie Hij is, is tegelijkertijd de ontdekking van wie wij zijn. In de prediking schijnt licht - en dat licht valt over ons leven. Het legt de verborgenheden van ons bestaan bloot. Onze kromheid en verdraaidheid worden aan het licht gebracht, ontmaskerend - maar ook zo bevrijdend! Ons wordt genadig de waarheid gezegd. Over het onze wordt het oordeel geopenbaard, we liggen verloren. En daarom drijft de Heilige Geest ons ertoe, onszelf te verliezen, te verliezen aan Hem. Om van bovenaf te leren denken, van God uit. En om daardoor dus ook ons ongeloof te kruisigen, onze zelfzucht. Om wérkelijk het Onze Vader te leren bidden: Uw Naam worde geheiligd - niet de mijne; Uw Koninkrijk kome - niet het mijne; Uw wil geschiede - niet de mijne.
In elke preek komt een moment waarop duidelijk wordt dat wij slechts door bekering deel krijgen aan het Koninkrijk van Christus. In elke preek word ik op de wissel gezet, waardoor ik mij moet toewenden naar God en Zijn Koninkrijk, en ik dus al het mijne moet opgeven en verliezen. Dan wordt mijn leven dienstbaar, dan wordt het een offer, dan wordt het diaconaal.
Preken wij de bekering? Roepen we er de gemeente concreet toe op? Preken wij, omwille van de heiligheid van God én om het behoud van die ons horen, de noodzakelijke, en voortdurende bekering als wijze waarop wij met de Heere leven? Preken we ook de zegen die God aan de bekering verbindt? De vrede die Hij geeft wanneer Hij ons zet in de vrijheid van Christus, de zegen van de nieuwe gehoorzaamheid? Houdt het de gemeente voor dat er niets heerlijkers is dan door de Heilige Geest gelijkvormig te worden gemaakt aan het beeld van Christus.
2. De Catechese
Het woord ‘bekering’ is ook in de catechese onmisbaar. Hoe leer je onze jongeren het leven met God? Hoe leer je het je eigen kinderen, ook als je ziet dat al die mooie en uitnodigende volzinnen over het geloof niet zomaar opgepakt worden? Denk aan catecheselessen over de gemeente, het gemeente-zijn. Terecht stellen we ons als doel om de jongeren in de gemeente te laten ingroeien, hen te leren dat zij deel zijn van de gemeente. We gebruiken mooie en bijbelse beelden over het ene lichaam en de vele delen, en het elkaar dienen in de liefde. 'Jij bent voor ons ook zo’n onmisbaar lichaamsdeel.' Tegelijk breken we onze benen over shopgedrag en individualisme - niet alleen bij jongeren trouwens.
Waarom lukt het ons maar zo moeilijk met die hooggeroemde liefde? Waarom landen onze hoge idealen ten aanzien van het gemeente-zijn niet? Omdat onze eigenliefde ertussen zit. Liefde vraagt een offer, liefde vraagt bekering, ook in het gemeente-zijn. Wil de liefde voor God en mijn naaste opstaan, dan zal de liefde voor mijzelf moeten sterven. Door deze dingen te benoemen en de bijbelse weg van de bekering te wijzen, helpen we onze jongeren écht verder. Ook daar waar ze van ons radicaliteit in prediking en catechese verwachten. Wanneer in de catechese de praktijk van het geloof aan de orde is, kan het woord ‘bekering’ niet ontbreken.
3. Het Pastoraat
In het pastoraat raken dienaren van het Woord en herders van de gemeente betrokken bij veel problemen en gebrokenheid, niet in de laatste plaats op het gebied van huwelijk en relaties. Men voelt zich er als mens vaak machteloos bij en waakt ervoor om onderdeel van het conflict te worden. Maar hoe geef je geestelijk leiding aan een relatie die zo vastgelopen is dat men helemaal los van elkaar is geraakt? En hoe doe je dat, zonder in het vaarwater van professionele hulpverleners te geraken?
Vanuit het Woord vragen we dan naar de weg van de Heere, naar de weg van Zijn Koninkrijk in deze concrete situatie. Dat is de weg waarin heling en troost geschonken en gevonden wordt. Dat is de weg waarin het gebrokene geheeld en het afgedwaalde teruggebracht wordt. We mogen een christen eerlijk en vrijmoedig vragen wat in deze situatie voor hem/haar bekering inhoudt. Wat nodig is, om zelf en samen weer op de weg van het Koninkrijk te kunnen gaan. Om tot een nieuwe verhouding te komen waarin het Koninkrijk van God oplicht. Dan brengen we de bekering dus ook veel existentiëler ter sprake dan alleen in oppervlakkige, moralistische vermaningen. Omdat het in de bekering (om met de Christelijke dogmatiek te spreken) om een excentrische gerichtheid gaat.
Dát is het verlossende van het bekerende werk van de Heilige Geest: we worden verlost *van* het dodelijke draaien om onze eigen as, en verlost *tot* het dienen van God in vrijheid en vreze. Maar een echt gereformeerde ambtsdrager is er zelf ook een voorbeeld van. Ook u is het misschien wel eens gevraagd: dominee, bent u bekeerd? Dan denk je: is dat niet zichtbaar dan? Of komt dat omdat ze niets van onze mens merken of weten? Omdat we pilaarheiligen lijken te zijn?
Als de catechisanten vragen: ‘Dominee, waar hebt u nou strijd mee?’, durft u het dan écht te zeggen? Ik durfde het niet. Ik durfde mijn imago als nette, keurige dominee niet op te geven, te kruisigen. In de kerk willen we graag nette mensen voor elkaar zijn. Onze échte zonden belijden we daarom niet - met als gevolg dat we elkaar de zonden ook niet meer weten te vergeven. En met elkaar ook amper de weg van bekering kunnen en durven gaan.
Als ik écht over bekering wil spreken en preken, moet ook mijn oude mens voor de bijl gaan. Moet ik als dienaar van het Woord ook zélf mijn zonden belijden - niet pas in mijn afscheidsdienst. Maar ter plekke. Moet ik geen bekeerde, maar een zich bekerende dominee zijn. Het lijkt mij naadloos aan te sluiten bij het hedendaagse pleidooi voor navolging. En naadloos aan te sluiten bij het diepe verlangen om werkelijk missionair in de wereld te staan. Dan wordt zelfs missionaire ethiek mogelijk. Omdat bekering een heerlijk werk, een wezenseigen werk van de Heilige Geest is, een werk van alle tijden en van alle plaatsen.
Mijn Pelgrimspad: Annemiek bezoekt de Gereformeerde Kerk Mariënberg
De Pastorale Kant van Bekering
Ds. A.J. Mensink benadrukt dat bekering, een kernbegrip in de Bijbel, allereerst te maken heeft met de goede visie op God. De centrale bijbelse vraag is immers: Wie is de HEERE? Daarom is er aandacht voor de pastorale kant van de betekenis van bekering.
Als de Heilige God wonderen heeft gedaan voor Israël en daarom gehoorzaamheid vraagt, wekt Hij Zijn volk tot verandering wanneer deze gehoorzaamheid uitblijft. Waarom? Omdat Hij de zonde niet verdraagt. Toch kan men de vraag stellen waarom deze geestelijke verandering (nog) nodig is, aangezien God toch Zelf ingesteld heeft dat er via de offerdienst vergeving is? De tegenvraag is of de HEERE tevreden is met alleen vergeving. Heb je dan voldoende zicht op Zijn heiligheid? God neemt de zonde kennelijk zo hoog op dat Hij een complete verlossing wil van vergeving én bekering. Alleen op deze manier wordt het zondeprobleem opgelost.
Als bekering vervaagt, verandert ook je visie op de mens. Het is dan minder ingrijpend dat je zondaar bent voor God. Zonder bekering kom je in afgoderij terecht. Dat lijkt een vreemde gedachte, want bij afgoden denk je meestal aan zaken die tussen ons mensen en God instaan: bijvoorbeeld egoïsme, geldzucht, seksverslaving, verkeerd mediagebruik en sportverdwazing.
Lees de volledige tekst van dit artikel in De Waarheidsvriend van donderdag 1 september 2022. Neem een jaarabonnement (€ 49,95). Als welkomstgeschenk ontvangt u De Waarheidsvriend twee maanden gratis.
Vragen en Worstelingen Rondom Bekering
Er leven veel vragen en worstelingen rondom het begrip bekering, zoals blijkt uit de ingestuurde brieven:
- Een persoon voelt de noodzaak van bekering, maar ervaart moeite met het daadwerkelijk bekeren. Men vraagt zich af hoe God iemand kan bekeren als het hart er niet voor openstaat, en twijfelt aan de echtheid van het verlangen tot bekering.
- Een andere vraagsteller worstelt met de oproep tot bekering in de Bijbel ("Bekeert U!"). Betekent dit dat men zichzelf moet bekeren, in tegenstelling tot het idee dat bekering een gave van God is? Er is ook twijfel over de somberheid van bekeringsverhalen versus de eenvoud van redding door geloof.
- Er is kritiek op de preekpraktijk die, door steeds te vragen naar de "staat van je geloof", twijfel zaait bij gelovigen, terwijl de prediking zich juist tot bekeerde mensen zou moeten richten.
- Een lid van de Gereformeerde Gemeenten hoort elke zondag dat men bekeerd moet worden, maar krijgt geen duidelijke uitleg over hoe dit moet. Men vraagt zich af of de prediking wel de waarheid vertelt.
- Een nieuwkomer in het christelijk geloof begrijpt het concept bekering niet goed, vooral in de context van reformatorische kerken waar het als moeilijk bereikbaar wordt voorgesteld. De vraag is of men zichzelf kan bekeren of moet wachten tot God dit doet.
Uitleg en Perspectieven op Bekering
Verschillende predikanten en denkers bieden antwoorden en perspectieven op deze vragen:
- Ds. A.J. Mensink benadrukt dat bekering een proces is waarbij men het oude leven zonder God verlaat en verder leeft met de Heer. Hij vergelijkt het met een lichtschakelaar: hoewel de installatie achter de schakelaar ingewikkeld is, hoef je die niet volledig te begrijpen om het licht aan te doen. De geestelijke energie tot bekering komt van God. Er is een onderscheid tussen de 'eerste bekering' en de 'dagelijkse bekering'.
- Ds. H. antwoordt op de vraag hoe men bekeerd wordt met: "Geloof in de Heere Jezus Christus en je zult zalig worden!" Hij benadrukt dat het een gave van God is, waarvoor men moet bidden en volharden.
- Ds. N.M. wijst op de bijbelkring als een plek waar mensen, ongeacht hun kennis of twijfels, leren buigen voor het Woord. Hij benadrukt het belang van hetWoord zelf, het luisteren naar elkaar, en het verbinden van de tekst met het eigen leven.
- Een andere bijdrage stelt dat bekering een levenslang proces is, met een binnenkant (berouw, vreugde in God) en een buitenkant (dagelijkse keuzes). Dit proces ademt een 'evangelische sfeer' van liefde en blijdschap, ondanks innerlijke pijn.
- Verder wordt bekering gezien als de doodsteek voor menselijke hoogmoed, waardoor men naast de ander leert staan en vergevingsgezind wordt. Het helpt ook bij een goed zicht op jezelf, en voorkomt geestelijk zelfbedrog.
- De prediking van bekering heeft een ontdekkende en appellerende kant, waarbij de belangrijkste afgoden van onze tijd - geld, seks en macht - ontmaskerd worden. Er is een nauwe samenhang tussen bekering en geloof in Christus.
- De vraag of men zichzelf kan bekeren wordt beantwoord met het idee dat men wel moet handelen (kloppen op de deur), maar dat de deur opengaat door Gods genade. Het geloof is niet de oorzaak van behoud, maar de toerekening van Christus' gehoorzaamheid.
- Er wordt op gewezen dat bekering geen stilstand is, maar groei. Voor gedoopte leden is het belangrijk om de keuze voor het geloof te maken, terwijl belijdende leden voedsel nodig hebben om te groeien.
- De nadruk wordt gelegd op het eenzijdige Godswerk. Bekering is niet primair een menselijke prestatie, maar een werk van de Heilige Geest.
- De bijbeltekst Jesaja 55:1 wordt aangehaald: "O alle gij dorstigen, komt tot de wateren... koopt zonder geld en zonder prijs, wijn en melk." Het Evangelie sluit niemand uit die zichzelf niet uitsluit.

tags: #bekering #gereformeerde #bond