Het Hugenotenkruis, een symbool van reformatorische gezindheid, vindt zijn oorsprong in Frankrijk en werd oorspronkelijk gedragen als een sieraad door protestantse vrouwen in de streek ten noorden van Nîmes en Montpellier. Dit kruis, dat tegenwoordig prijkt op het maandblad en briefpapier van diverse verenigingen, kreeg in 1910 een hernieuwde populariteit na exposities van antieke exemplaren ter gelegenheid van de opening van het „Musée du Désert" bij Anduze. Het sieraad werd een herkenningsteken voor protestanten en een symbool van evangelische overtuiging, met een verspreiding naar tal van landen waaronder Nederland, België, Zwitserland, Duitsland, Engeland, Italië, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Deze kruisen werden vervaardigd uit diverse materialen zoals nikkel, zilver, goud, ivoor en hout, en kwamen voor in verschillende vormen, waaronder hangers, broches, spelden en knopen.

De Oorsprong en Symboliek van het Hugenotenkruis
Volgens de brochure „La croix huguenote" van Ds Pierre Bourguet, is het bekende Hugenotenkruis een variant van het Maltezerkruis. Het bestaat uit vier loodrecht op elkaar staande pijlspitsen, verbonden door Franse lelies, met bolletjes aan de acht uiteinden. Meestal hangt onderaan een duif, symbool van de Heilige Geest, met de kop naar beneden. Tot het einde van de 18e eeuw werd deze vogel ook wel als afzonderlijke hanger door katholieke vrouwen gedragen.
Er bestaan twee soorten sieraden die verzamelaars aanduiden als „Hugenotenkruisen". Het ene type heeft een of meer peervormige aanhangsels, die soms ook in combinatie met een hangende duif voorkomen. Deze „peertjes" doen denken aan een stamper, een klepel of een flesje. De laatste interpretatie zou een herinnering kunnen zijn aan de „Sainte Ampoule", de flacon met heilige olie die gebruikt werd bij de zalving van Franse koningen tijdens hun kroning. Deze traditie eindigde in 1824 bij Karel X, hoewel de „Sainte Ampoule" zelf al in 1793 tijdens de Franse Revolutie vernield was.
Tot de tweede helft van de 17e eeuw waren de „Hugenotenkruisen" voorzien van dit peervormige aanhangsel. Later werd gesuggereerd dat het „peertje" symbool stond voor de tranen die vergoten werden tijdens de vervolgingen. Het is echter mogelijk dat deze kruisen oorspronkelijk geen protestantse, maar katholieke sieraden waren.

De Ontwikkeling van het Moderne Hugenotenkruis
Het Hugenotenkruis dat tegenwoordig bekend is, werd bedacht door de goudsmid Maystre (of Maistre) uit Nîmes. Onder invloed van de vervolgingen groeiden de spanningen binnen het Franse protestantisme, en de Heilige Geest ging een belangrijke rol spelen in hun denken. Naast lekenpredikers traden er „geïnspireerden" of profeten op, zoals Elie Marion, die in zijn Gedenkschriften beschreef hoe God in 1701 Zijn Geest overvloedig uitstortte over vele mensen.
In 1688, toen de eerste geïnspireerde predikers verschenen en Frankrijk in oorlog was met de door koning-stadhouder Willem III gevormde coalities, verving de juwelier uit Nîmes het peervormige aanhangsel door de duif van de Heilige Geest. Dit gebeurde in een tijd waarin er ook een ridderorde van de Heilige Geest bestond, bestaande uit 100 rooms-katholieken met de koning aan het hoofd, die een vergelijkbaar kruis met een duif als decoratie droegen.
Het nieuwe Hugenotenkruis met de duif als aanhanger speelde in op de behoefte van de protestanten om op een stille manier getuigenis af te leggen van hun geloof. Het was een subtiele boodschap aan de katholieke autoriteiten dat zij niet het monopolie op de Heilige Geest bezaten. Dat de katholieke geestelijkheid het dragen van het Hugenotenkruis als een uiting van protest begreep, blijkt uit een verordening van de bisschop van Nîmes uit 1731. Hierin werd geëist dat meisjes die zich tot het katholicisme bekeerden, een proeftijd moesten doorstaan, een katholiek kruis moesten dragen en een verklaring moesten overleggen van de juwelier aan wie ze hun Hugenotenkruis hadden verkocht.

De Betekenis van de Symbolen op het Hugenotenkruis
Het Hugenotenkruis, gedragen door onze vervolgde geloofsgenoten als een stil protest en een zichtbaar teken van hun evangelische overtuiging, blijft actueel. Het devies van de dragers zou kunnen zijn: Pro Religione et Libertate - Voor godsdienst en vrijheid.
De basis van het kruis bestaat uit vier pijlen die loodrecht op elkaar staan, vergelijkbaar met het Maltezerkruis. Tussen de pijlen bevinden zich Franse lelies, die symbool staan voor zuiverheid en het Franse koningshuis. Ondanks de vervolgingen toonden de protestanten hiermee hun trouw aan het vaderland.
Op de acht uiteinden van het kruis prijken bolletjes, die door sommigen worden gezien als aanduiding van de acht zaligsprekingen uit de Bergrede (Matteüs 5:3-10). Tussen de armen van het kruis zijn vaak vier open harten aangebracht, die symbool staan voor de liefde tot God en tot elkaar, en die de gelovige herinneren aan het gebod „Hebt elkander lief" (Johannes 13:34). De open harten duiden op toewijding aan het Woord van God.
De cirkel die de armen van het kruis soms verbindt, kan worden geïnterpreteerd als de doornenkroon van Jezus. Anderen zien hierin een Grieks kruis, in tegenstelling tot het Latijnse „martelkruis". De twaalf punten die het kruis in totaal telt, staan symbool voor de Twaalf Artikelen des Geloofs, de centrale geloofsbelijdenis van het christendom.
Onderaan het kruis hangt een duif, die de Heilige Geest symboliseert. Deze duif daalde neer uit de hemel tijdens de doop van Jezus in de Jordaan. De duif kan ook staan voor vrijheid en vrede. Het Maltezerkruis zelf, oorspronkelijk gedragen door ridders, kan duiden op strijd of overwinning.
Het kruis als geheel kan worden gezien als een symbool van de Drie-eenheid: het centrum voor God de Vader, het kruis voor Jezus Christus en de duif voor de Heilige Geest. Het Hugenotenkruis is dus niet slechts een religieus symbool, maar ook een drager van historische betekenis en identiteit.

De Historische Context: Hugenoten en Vervolgingen
De term „hugenoot" is mogelijk afgeleid van Besançon Hugues, leider van een religieuze revolutie in Genève, of een verbastering van „Eidgenossen" (eedgenoten), waarmee Zwitserse aanhangers van Zwingli werden aangeduid. Het woord kan ook verwijzen naar „le Hugon", wat kwade geest betekent, en werd door katholieken als scheldnaam gebruikt.
Hugenoten waren aanhangers van het calvinisme, de Franse stroming binnen het protestantisme. Dit geloof verspreidde zich in het zuiden van Frankrijk en later in regio's als Normandië en Languedoc. In het midden van de 16e eeuw werd het aantal hugenoten geschat op een half miljoen, met aanzienlijke invloed aan het koninklijk hof.
De periode werd gekenmerkt door godsdienstoorlogen, waaronder de Michelade in Nîmes (1567) en de Bartholomeüsnacht in Parijs (1572), een massamoord op duizenden hugenoten. Koning Hendrik IV vaardigde in 1598 het Edict van Nantes uit, dat godsdienstvrijheid garandeerde, zij het op beperkte plaatsen. Dit leidde tot een periode van relatieve rust, maar de contrareformatie zette de druk op de hugenoten voort.
Met steeds meer koninklijke decreten tegen onderwijs en godsdienstuitoefening, ontslagen uit openbare ambten en de ongeldigverklaring van meesterdiploma's, werden de levensomstandigheden van de hugenoten steeds moeilijker. „Dragonnades", de inkwartiering van soldaten in hun huizen, maakten het dagelijks leven onhoudbaar. Na de intrekking van het Edict van Nantes in 1685 door Lodewijk XIV, waren de hugenoten persoonlijk vogelvrij. Het Edict van Fontainebleau verklaarde het openlijk belijden van het calvinisme tot een strafbaar feit, met confiscatie van bezit als gevolg.
Dit leidde tot de keuze tussen „terugkeer naar de moederkerk" of emigratie. Meer dan 300.000 hugenoten verlieten Frankrijk, velen naar Nederland, Zwitserland, Duitsland, Engeland en Zuid-Afrika. Kleine gemeenschappen, bekend als camisards, wisten hun geloof nog een eeuw te belijden in afgelegen gebieden in de Cevennen, door zich uiterlijk als katholiek voor te doen.
Pas in 1787 werd het Edict van Fontainebleau ongedaan gemaakt, waardoor de resterende ondergedoken hugenoten weer openlijk voor hun geloof konden uitkomen. Tijdens de Franse Revolutie speelden zij een belangrijke rol, maar hun invloed werd ingeperkt met de komst van Napoleon Bonaparte.
Tien Minuten Geschiedenis - De Franse Goddelijke Oorlogen (Korte Documentaire)
De Hugenotengemeenschappen Wereldwijd
De emigratie van hugenoten had een significante impact op de landen waar zij zich vestigden. In Duitsland huisvestte Württemberg hugenoten in aparte stadswijken en dorpen, waar tot ver in de 19e eeuw nog Frans werd gesproken. Pruisen, met name Berlijn, werd een belangrijk centrum, getuige de „französischer Dom" op de Gendarmenmarkt.
In Engeland en Ierland vormden hugenoten aanzienlijke gemeenschappen en ondersteunden zij het Engelse gezag. Velen traden in dienst van koning Willem III. Een groep emigreerde naar Zuid-Afrika, waar zij de kolonie van de VOC versterkten. In Franschhoek is nog steeds een Franse sfeer te proeven, met een monument en museum ter nagedachtenis aan de hugenoten. Veel Afrikaners en Kaapse kleurlingen stammen van hugenoten af, met achternamen als Terblanche, Pienaar en Du Plessis.
Een groot aantal hugenoten vestigde zich in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Alleen al in Amsterdam kwamen ongeveer 12.000 hugenoten, die zich verenigden in de Waalse kerk. Waals-Franse gemeenten werden ook in andere steden opgericht. Op het platteland, zoals in Dwingeloo, werden ook hugenoten opgenomen. Veel van hen waren militairen die in dienst waren geweest van Lodewijk XIV, en werden door prins Willem III opgenomen in het Staatse leger. Anderen kwamen terecht aan universiteiten of in het boekenvak, een sector die vreemdelingen toeliet.
Vanuit Nederland trokken enkele families naar Suriname, waar men hoopte op immigranten die de plantages tot bloei konden brengen. De namen van hugenoten duiken later op in de Surinaamse geschiedenis, en hun verhaal is beschreven in literaire werken.
De Hugenotenkruisen die in de Noordoostpolder op de nok van de gereformeerde kerk stonden, waren een symbool voor Protestants Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Het kruis, met zijn vele symbolische elementen, vertegenwoordigt een rijke geschiedenis van geloof, identiteit en veerkracht.