Op 1 november 2017 werd herdacht dat het 500 jaar geleden was dat Maarten Luther zijn stellingen op de kerkdeuren spijkerde, wat de start van de Reformatie markeerde. Deze gebeurtenis leidde tot een definitieve kerkscheuring met de rooms-katholieke kerk, een scheiding die tot op de dag van vandaag voortduurt.
Voor protestanten was dit jubileum een feestelijke gelegenheid. Vanuit een rooms-katholiek perspectief kan dit jubileum echter complex zijn, niet vanwege een gebrek aan steun voor de protestantse vieringen of de oecumene, maar omdat de gebeurtenissen nog steeds pijn doen. De Reformatie van 1517 staat symbool voor de grootste kerkscheuring in de geschiedenis van de westerse christelijke kerk, een wond die nog niet is genezen.

De Kritiek van Luther en de Reactie van Rome
De aantijgingen van Maarten Luther tegen de aflatenhandel en andere misstanden binnen de rooms-katholieke kerk van zijn tijd waren terecht. De reactie van het Vaticaan, onder paus Leo X, was echter teleurstellend: Luther werd geëxcommuniceerd. Wat begon als een poging tot hervorming, werd zo de aanleiding voor een blijvende scheuring.
Veel van Luthers kritiek is inmiddels door de rooms-katholieke kerk overgenomen. Het is niet ondenkbaar dat Luther in de toekomst zelfs zou kunnen worden opgenomen in de katholieke heiligenkalender. Zijn inspanningen om de Bijbel toegankelijk te maken voor gewone christenen, met name door zijn Duitse vertaling, hebben mede geleid tot de enorme verscheidenheid aan Bijbelvertalingen die we vandaag kennen. Zelfs de liturgische vernieuwing van het Tweede Vaticaans Concilie, die de liturgie in de volkstaal toestaat, kan worden gezien als een verre echo van Luthers hervormingsdrang.
Een Verdeeld Christendom als Schandvlek
Ondanks deze ontwikkelingen blijft het verdeelde christendom in West-Europa een schandvlek op de morele en religieuze boodschap van het christendom zelf. De vraag hoe Gods kerk op aarde vormgegeven kan worden, is moeilijk te beantwoorden wanneer men niet in staat is om onderlinge eenheid, solidariteit en barmhartigheid te bewaren. Als God niet te groot is om mens te worden, hoe klein zijn mensen dan wel niet om te blijven kibbelen over zijn erfenis?
Het jaar 1517 markeert niet alleen een kerkscheuring, maar ook het begin van grootschalige vernietiging van kerkelijke eigendommen, de moord en marteling van ontelbare geestelijken en eeuwenlange discriminatie van rooms-katholieken. Hoewel Willem van Oranje wordt geprezen voor de introductie van godsdienstvrijheid, gold deze vrijheid aanvankelijk alleen voor de protestantse denominatie. Katholieken werden politiek, economisch en maatschappelijk achtergesteld, en het duurde lang voordat hun emancipatie kon beginnen.
Veel onteigende kerken bleven in protestantse handen, en processies waren lange tijd verboden. De geschiedenis werd in Nederland ook grotendeels geschreven door de protestantse overwinnaars, wat resulteerde in een beeld van Nederland als een land van ijverige calvinisten. De rooms-katholieke kerk werd in dit beeld vaak geassocieerd met corruptie en achterhaalde ideeën. Dit eenzijdige perspectief kan zelfs op scholen nog steeds voor hoofdpijn zorgen bij leerlingen.
De Theologische Kern van de Reformatie
De Reformatie, ingeluid door Maarten Luthers 95 stellingen op 31 oktober 1517, benadrukte de genade van God (sola gratia) als de enige weg tot zijn gunst. Een cruciaal aspect van de Reformatie was echter ook het Schriftgezag (sola scriptura). Luther deed voortdurend een beroep op de Bijbel, die hij het hoogste schat van de kerk noemde. De Bijbel bood volgens Luther een betrouwbaardere weg tot zondevergeving dan de eeuwenoude traditie.
Deze focus op de Bijbel gaf velen zekerheid in hun geloof. De Reformatie legde daarmee de nadruk op het heilzame Schriftgezag als fundament.

De Ontwikkeling van het Protestantse Pastoraat
Het klassiek protestantse pastoraat vindt zijn oorsprong in de Reformatie. Hervormers als Luther, Bucer en Calvijn legden de basis voor een pastoraat dat gericht was op het zielenheil van de mens in een tijd van grote maatschappelijke veranderingen. De prediking en het pastoraat werden gezien als een tweespan, nauw met elkaar verbonden.
Maarten Luther en de Biecht
Luther nam vanuit de middeleeuwse traditie de biecht mee, maar interpreteerde deze anders. Boetedoening was geen eigen werk om verdienstelijk te zijn voor God, maar een gelovige handeling van schuld belijden in vertrouwen op Gods vergeving. De biecht werd gezien als een troostend iets, waarin Gods genade (extra nos) en zijn toekeer tot de mens (pro nobis) centraal stonden.
Voor Luther was het priesterschap van alle gelovigen essentieel. De gemeente aan elkaar toevertrouwd om als biechtvader of biechtmoeder te fungeren. Wederzijds gesprek, vermaning en vertroosting vormden de kern van het pastoraat. Hoewel het bijzondere ambt voortkwam uit het priesterschap van alle gelovigen, werd de dienst aan het Woord, de prediking, aan de gemeente toevertrouwd. Later, in zijn strijd tegen de doperse dwepers, benadrukte Luther de positie van het ambt sterker, en de biecht werd een vorm van geloofsonderzoek voor toelating tot het avondmaal.
Martin Bucer en het Koningschap van Christus
Martin Bucer zag het koningschap van Christus, die zijn kerk regeert door Woord en Geest, als het fundament van de zielzorg. Alle gelovigen zijn door Christus met elkaar verbonden. Bucer benadrukte de samenwerking tussen gemeente en ambt, waarbij het ambt een plaats had binnen de gemeenschap der heiligen, maar een functie van Christus was. Hij onderscheidde drie ambten: episcopaat, presbyteriaat en diaconaat, waarbij het presbyteriaat centraal stond. De diakenen kregen een belangrijke rol in het handen en voeten geven aan de barmhartigheid van Christus.
Ware zielzorg was voor Bucer herderlijke zorg, waarbij ambtsdragers en gemeenteleden samen de schapen onder de herdersstaf van Christus brachten. Tucht was hierbij geen juridische, maar een pastorale zaak. Bucer paste zijn visie toe op verschillende categorieën gemeenteleden, inclusief de niet-gelovigen, wat zijn pastoraat een missionaire kleur gaf. Huisbezoek en persoonlijk gesprek behoorden tot het werkterrein van de ouderlingen, die mensen moesten helpen leven in belijdenis en wandel met God.
Johannes Calvijn en de Orde in het Pastoraat
Johannes Calvijn, die drie jaar met Bucer in Straatsburg werkte, nam veel van zijn ideeën over. Hoewel Calvijn vaak geassocieerd wordt met strenge tucht, tonen recente onderzoeken een genuanceerder beeld. De eer van God en de rust van het geweten waren de twee brandpunten van zijn theologie. Hij legde de nadruk op heiliging als centraal onderdeel van de rechtvaardiging.
Calvijn gaf zijn visie op een christelijke stad en kerkorde vorm in Genève, waarbij het pastoraat hierop gericht was. Zijn vele raadgevende en troostende brieven aan zieken, gevangenen en martelaren getuigen van zijn pastorale betrokkenheid. Het huisbezoek was een essentieel onderdeel, dat in 1550 in Genève als vaste instelling werd ingevoerd, uitgevoerd door predikanten en ouderlingen. Calvijn zag een nauwe relatie tussen ambt en charisma, zonder tegenstelling tussen ambt en gemeente. Hij droeg ook zorg voor de zielzorgers zelf, met brieven aan collega-predikanten om hen te troosten en te vermanen in gemeenschap en solidariteit.
Calvijn streefde naar een pastorale gemeente, een christelijke gemeenschap waar het geloof praktisch werd beleefd. Dit vereiste prediking, onderricht, scholing, belijdenis, kerkorde en pastoraat, met een georganiseerd huisbezoek. Na Calvijn legde Theodorus Beza echter meer nadruk op het regeerambt, wat leidde tot een grotere afstand tussen ambt en gemeente en spanning tussen pastoraat en tucht.
Verschillende Stromingen en Visies op Geloof
Naast het calvinisme kende het protestantisme andere stromingen, zoals de lutheranen, remonstranten en mennonieten. De ideeën van Erasmus, die religieuze vrijheid en de vrije wil van de mens benadrukten, vonden weerklank, met name bij de remonstranten. Hun nadruk op vrijheid van denken en belijden en hun verzet tegen kerkelijke correctie wezen op een groeiende tolerantie.
In de Verlichting werd de nadruk gelegd op de autonomie van het individu en het gebruik van eigen verstand. Kerkelijke bevoogding werd als belemmerend ervaren. Deze visie zien we terug bij Schleiermacher, die religie baseerde op het gemoed en de ervaring. Het doel van de theologie werd de verdieping van het menselijk begrip van innerlijke ervaring, waarbij taal als middel diende. Dit leidde tot een focus op het geleefde leven en een openheid naar de toekomst.
De vrijzinnigheid in Nederland kende een tragische ontwikkeling. De eerste generatie vrijzinnigen verwachtte een toekomst die aan hen toebehoorde, maar hun moderne denken kon individuele gelovigen niet altijd aanspreken. De eensgezindheid nam af, mede door de opkomst van 'mystieke jongeren', 'malcontenten' en 'rechtsmodernen' die het vrijzinnige protestantisme als te afbrekend, intellectualistisch en individualistisch beschouwden.
Hoewel vrijzinnige denkbeelden al langer bestonden, ontstond het vrijzinnig protestantisme pas echt in de negentiende eeuw. De verwachting van een hervorming van kerk en samenleving is echter nooit volledig uitgekomen. Vrijzinnigheid heeft zich ook in verschillende vormen gemanifesteerd, van de filosofische benadering van Friedrich Schleiermacher tot de meer traditionele visie van Eginhard Meijering, die de inhoud van het apostolicum weliswaar intact wilde laten, maar de formuleringen ervan aan de tijd wilde aanpassen.

De Reformatie als Bron van Vernieuwing en Discussie
De herdenking van 500 jaar Reformatie in 2017 was een belangrijke graadmeter voor de toekomst van de oecumene. Het bezoek van paus Franciscus aan Lund symboliseerde de inzet voor het overwinnen van het schisma dat 500 jaar geleden begon. Het herstel van de eenheid werd gezien als de Reformatie van vandaag.
De scheidslijnen tussen kerken waren minder scherp geworden en de dialoog was toegenomen. De overeenstemming over de rechtvaardigingsleer in 1999 had al veel bijgedragen aan het herstel van kerkgemeenschap. De oecumenische herdenking was gericht op het overwinnen van verdeeldheid en het herstel van eenheid. Het initiatief voor de herdenking lag bij de kerkgenootschappen die hun oorsprong vonden in de hervormingen van Maarten Luther.
De commissie voor Eenheid formuleerde de uitgangspunten voor de oecumenische herdenking in het rapport 'Van Conflict naar Gemeenschap'. Dit rapport behandelt de inzet van Luther, de geschiedenis van de Reformatie, de katholieke reactie en de resultaten van de oecumenische dialoog. De leiders van de katholieke kerk en de lutherse wereldfederatie namen het voortouw met hun ontmoeting in Lund, waarmee ze de weg naar eenheid aangaven.
De Ontwikkeling naar Pinksterkerken
De Reformatie, die begon als een hervormingsbeweging binnen de katholieke kerk, heeft geleid tot een enorme diversiteit aan christelijke stromingen. Maarten Luther stelde dat alle gelovigen priesters waren en dat de kerk niet langer nodig was als tussenpersoon tot God. Met de opkomst van de boekdrukkunst werd de Bijbel voor een groter publiek toegankelijk, wat de geboorte van het protestantisme markeerde.
Een belangrijke tussenstap in de ontwikkeling van de Reformatie naar de hedendaagse pinksterkerken is de evangelische beweging, die rond 1738 ontstond. Deze stroming, die gezien kan worden als een radicalere vorm van protestantisme, legt de nadruk op direct contact met God en persoonlijke devotie. Ook had de evangelische beweging een sterke sociale inslag, met aandacht voor de emancipatie van arbeiders, zoals te zien is bij het Leger des Heils.

Binnen de evangelische beweging deden zich sindsdien regelmatig 'opwekkingen' voor. Wanneer kerken te machtig, elitair of intellectueel werden geacht, ontstond er een verlangen bij 'gewone mensen' om terug te keren naar de basis. Dit leidde vaak tot afsplitsingen en de geboorte van nieuwe kerken.
Een cruciaal moment was de gebeurtenis in 1907 in Azusa Street, Los Angeles. Talloze gelovigen ervoeren daar 'wonderen en tekenen', spraken in 'vreemde, goddelijke' talen (tongentaal), vielen in extase ('in de geest vallen') en zagen genezingen. Deze manifestaties van de Heilige Geest worden als typerend voor de pinksterkerk beschouwd.
Vanaf de jaren twintig verspreidde de pinksterkerk zich snel. In Nederland waren er in de jaren vijftig grote menigten bij genezingsdiensten van Tommy Lee Osborn. De pinksterkerk werd een wereldwijd fenomeen, met name in Zuid-Azië, Afrika en Zuid-Amerika, waar miljoenen nieuwe gelovigen werden aangetrokken door de combinatie van empowerment, praktische hulp en nadruk op 'wonderen en tekenen'. Tegenwoordig is de pinksterkerk de snelstgroeiende tak van het christendom.
De Nieuwe Apostolische Reformatie en Kritiek
Een kenmerk van de pinksterkerk is de afkeer van te veel structuren, die de Heilige Geest en persoonlijke devotie in de weg zouden staan. Hoewel duizenden pinksterkerken sektarische neigingen onderdrukken, is er ook sprake van radicalisering. De 'Word of Faith'-theologie in de jaren tachtig beloofde financiële voorspoed door het uitspreken van 'waarheden'. De opkomst van televisie en internet faciliteerde de groei van televisiedominees zoals Benny Hinn.
Recentelijk is het 'apostolisch' leiderschapsmodel in zwang geraakt, waarbij God direct tot een 'apostel' spreekt. Bill Johnson is een bekend voorbeeld hiervan. Deze beweging wordt ook wel de Nieuwe Apostolische Reformatie (NAR) genoemd. In Nederland zijn er enkele duizenden gelovigen verspreid over tientallen kerken, waaronder bekende kerken in Rotterdam, Nijkerk en Aalsmeer.
In deze kerken worden profetie en genezing niet langer gezien als bijzondere gaven voor enkelen, maar als vaardigheden die iedereen kan ontwikkelen met de juiste training. Sommige kerken rusten leden toe om 'Resurrection Teams' te vormen, die bij ongelukken overleden personen terug tot leven zouden kunnen bidden. De leider van House of Heroes, Mattheus Van der Steen, beweerde getuige te zijn geweest van dergelijke opstandingen.
Kritiek op deze praktijken wordt echter vaak afgewezen, vergelijkbaar met de reacties van Donald Trump op 'nepnieuws'. Amerikaanse pinksterchristenen behoren tot zijn trouwste aanhangers. Hoewel er honderden pinksterkerken zijn die van groot belang zijn voor hun gemeenschap en aandacht hebben voor de onderkant van de samenleving, vertoont de omgang met criticasters in met name kerken van de NAR een gesloten cultuur waarin doofpotten kunnen ontstaan.
Ook in de vroege jaren na de Reformatie kwamen sektarische trekjes voor. Dominee Adriaan Smout riep in de zeventiende eeuw zijn gehoor op om leden van andere kerken aan te vallen. Hoewel de pinksterbeweging nog een lange weg te gaan heeft om zich van dergelijke trekjes te ontdoen, worden de extremen van de eerste Reformatie vooralsnog niet geëvenaard.
Luther en de protestantse Reformatie: Crash Course World History #218
tags: #catechisatie #reformatie #500 #jaar