De Goede Herderkerk, behorend tot de Christelijke Gereformeerde Kerk (CGK) van Haarlem, is opgericht op 19 juni 2003 als gevolg van een fusie tussen de gemeenten Haarlem-Centrum en Haarlem-Noord.
Ontstaansgeschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Haarlem
De geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Haarlem begint op 20 december 1869, toen de kerk voor het eerst werd geïnstitutionaliseerd. Na een periode van ongeveer anderhalf jaar zonder een actieve CGK in de stad, werd op 10 december 1893 opnieuw een Christelijke Gereformeerde Kerk opgericht. Vanwege de groei van het ledenaantal werd de kerk op 1 mei 1928 gesplitst in twee afzonderlijke gemeenten: de Chr. Geref. Kerk van Haarlem-Centrum en de Chr. Geref. Kerk van Haarlem-Noord.
Na de fusie in 2003 ontstond er tevens een zendingsgemeente in Haarlem-Schalkwijk, genaamd Het Open Huis. Sinds 1 januari 2016 opereert Het Open Huis als een zelfstandige Christelijke Gereformeerde Kerk in Haarlem. De Goede Herderkerk telt momenteel circa 450 leden, terwijl Het Open Huis ongeveer 150 leden heeft.
Het kerkgebouw: De Goede Herderkerk
Het huidige kerkgebouw, de Goede Herderkerk, is sinds 1981 in gebruik door de Christelijke Gereformeerde Kerk van Haarlem. De naam "Goede Herderkerk" is een directe verwijzing naar de woorden van Jezus Christus, die ongeveer 2000 jaar geleden sprak: "Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen." Deze naam onderstreept de visie van de kerk, waarbij Jezus wordt gezien als degene die de gemeente wil leiden, erover wil ontfermen en richting en zin wil geven aan het leven. De overweldigende liefde van Jezus, die zelfs bereid was Zijn leven te geven, vormt de kern van het geloof, en de mogelijkheid van een persoonlijke relatie met Hem wordt als bijzonder waardevol beschouwd.

De Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) in Nederland
Het kerkverband van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) is voortgekomen uit de Afscheiding van 1834, een periode waarin diverse gereformeerden zich losmaakten van de Nederlandse Hervormde Kerk. Op 13 oktober 1834 werd in het Groningse dorp Ulrum de Acte van Afscheiding of Wederkeer getekend, wat een terugkeer naar de gereformeerde leer symboliseerde. Binnen een jaar telde deze beweging landelijk 20.000 leden.
Interne meningsverschillen en externe druk leidden tot een opsplitsing in twee groepen: de Christelijke Afgescheiden Gemeenten en de Gereformeerde Kerken onder het Kruis. Na de troonsbestijging van Willem II in 1840 namen de vervolgingen van gereformeerden buiten het hervormde kerkgenootschap grotendeels af. In 1869 vond een hereniging plaats tussen de christelijk afgescheidenen en de meeste kruisgemeenten, wat resulteerde in de vorming van de Christelijke Gereformeerde Kerk.
Een verdere belangrijke ontwikkeling vond plaats in 1886, toen Abraham Kuyper een groep gereformeerden losmaakte van de Hervormde Kerk, wat leidde tot de oprichting van de Nederduitse Gereformeerde Kerken. Op 17 juli 1892 fuseerden de Christelijke Gereformeerde Kerk en dit kerkverband tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Drie gemeenten (Teuge, Zierikzee en Noordeloos) kozen ervoor om deze fusie niet te volgen en bleven de Christelijke Gereformeerde Kerk voortzetten.
De voornaamste woordvoerders van de bezwaarde partij tegen de vereniging van 1892 waren predikanten als F. P. L.C. van Lingen en J. Wisse Czn. Op 1 januari 1893 telde de heropgestarte Christelijke Gereformeerde Kerk negen gemeenten. In 1894 werd besloten tot de oprichting van een eigen Theologische School, die uiteindelijk in 1894 in Den Haag werd geopend. Tussen 1899 en 1919 was de opleiding gevestigd in Rijswijk, waarna het definitief naar Apeldoorn verhuisde.
Na 1892 profileerde de Christelijke Gereformeerde Kerk zich voornamelijk als bevindelijk-gereformeerd. Predikanten als Van Lingen legden de nadruk op wedergeboorte en bekering. Later verschoof het accent naar de rechtvaardiging door het geloof, mede onder invloed van een 'Calvijn-revival'.
De Christelijk-gereformeerden hadden een sterk roepingsbesef om alle gereformeerden die trouw wilden leven aan de Bijbel en de gereformeerde belijdenisgeschriften te verenigen. Er waren pogingen tot toenadering tot de Gereformeerde Gemeenten, maar deze liepen stuk op theologische verschillen, zoals de drieverbondenleer.

Gedurende de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw kwamen diverse voorgangers met een bevindelijk-gereformeerde achtergrond over naar het kerkverband. Na de Tweede Wereldoorlog speelde de invloed van J.G. Woelderink een rol, die zich afzette tegen zowel de Gereformeerde Kerken in Nederland als de Gereformeerde Gemeenten.
De oprichting van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) in 1944 leidde tot verdere bezinning binnen de CGK. Hoewel er op het eerste gezicht veel overeenkomsten waren met de GKV, waren er ook theologische nuances. De GKV legden sterk de nadruk op Gods verbond en de doopbeloften, en stonden afkerig van bevindelijke prediking.
In 1952 verlieten predikanten E. du Marchie van Voorthuysen en J. G. van Minnen het kerkverband, omdat zij wilden dat de CGK de gesprekken met de GKV en synodaal gereformeerden zou stopzetten. Na de oorlog groeide het verlangen om het gesprek met deze kerkverbanden aan te gaan. De synode van 1953 kreeg te maken met een rapport dat zorg uitsprak over de ontwikkeling van de prediking en andere verschijnselen binnen het kerkverband, die op toenemende vervlakking zouden wijzen.
Onderhuids bleven de verschillen van inzicht bestaan. Voorzitter van belangrijke synodevergaderingen, zoals die van 1941, 1947 en 1953, was J.C. Kremer. Hij probeerde de verschillende stromingen binnen het kerkverband bij elkaar te houden en gaf aanzetten voor een bepaalde stijl van prediking, waarbij de gemeente niet vanuit een vooringenomen standpunt benaderd mocht worden.
B. J. Oosterhoff, samen met Kremer benoemd tot hoogleraar in 1953, vertegenwoordigde een nieuwe generatie. Zijn publicaties riepen bezwaren op binnen de rechterflank van het kerkverband en daarbuiten. Woorden als "herinterpretatie", "actualisering van teksten" en "belijdenis niet als een knellende band" kenmerkten zijn theologische benadering. Sommigen vonden zijn stellingen, met name ten aanzien van Genesis en de Brieven van Paulus, te ver gaan. Oosterhoff en zijn collega J. P. Versteeg werden beschouwd als voorlopers van een meer progressieve stroming binnen de CGK.
Prof. J. van Genderen, hoogleraar in Apeldoorn van 1954 tot 1993, keerde zich in 1951 tegen de opvattingen van Woelderink over de verkiezing. Hij uitte zorgen over een abstracte predestinatieleer en de tirannie van het systeem, en benadrukte het belang van het luisteren naar de Schrift.
Op de synode van 1962 werd gediscussieerd over het gebruik van de NBG-vertaling 1951 naast de Statenvertaling. De synode oordeelde dat het gebruik van de NBG-vertaling niet af te keuren was, maar adviseerde de Statenvertaling te blijven gebruiken in de eredienst, zonder dat dit invloed had op de leer.
In 1967 ontstond de vraag naar het gebruik van meer gezangen in de kerken, naast de psalmen. Voorstanders argumenteerden dat dit meer in lijn was met de bedoeling van Calvijn en de mogelijkheid bood om de naam van Jezus in liederen te noemen. Tegenstanders wezen op de strijd om de gezangen als een van de oorzaken van de Afscheiding in 1834. Toen in 1973 het Liedboek voor de Kerken verscheen, werd het zingen uit deze bundel door de synode niet toegestaan.
Huidige situatie en kenmerken van de CGK
Momenteel zijn de verschillen tussen de plaatselijke Christelijke Gereformeerde Kerken aanzienlijk. Het kerkverband is opgebouwd uit meerdere classes. De meeste Christelijke Gereformeerde Kerken houden op zondag twee kerkdiensten, waarin de Bijbel centraal staat en door een voorganger wordt uitgelegd. De vormgeving van de kerkdienst en de interpretatie van de Bijbel kunnen variëren, afhankelijk van de stroming waartoe een plaatselijke kerk behoort: van modern-orthodox-gereformeerd tot meer behoudend bevindelijk-gereformeerd.
Net als in andere gereformeerde kerkverbanden kent de CGK twee sacramenten: de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal. De CGK worden beschouwd als een kruispunt tussen de Nederlandse Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten, voortkomend uit de Afscheiding van 1834.
Het kerkverband beschikt over een eigen Theologische Universiteit (TUA), een eigen kerkelijke zending en onderhoudt contacten met kerken in het buitenland met een gereformeerde signatuur. De naam van het kerkverband verwijst naar de basis van de christelijke en gereformeerde belijdenissen: de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Nicea, de Geloofsbelijdenis van Athanasius en de Drie Formulieren van Enigheid.
Per 1 januari 2025 telt het kerkverband 66.572 leden, wat neerkomt op circa 0,3% van de Nederlandse bevolking. Hiermee is de CGK het vierde protestantse kerkverband van Nederland qua ledenaantal. Geografisch gezien bevindt het zwaartepunt van het kerkverband zich in de zogenaamde "Bijbelgordel".
De meeste Christelijke Gereformeerde Kerken beleggen op zondag twee kerkdiensten, waarin de Bijbel centraal staat en een gedeelte uit de Bijbel wordt uitgelegd door een voorganger. De vormgeving van de kerkdienst en de uitleg van de Bijbel is verschillend, aangezien een plaatselijke kerk kan behoren tot de modernere orthodox-gereformeerde stroming, tot de meer behoudende bevindelijk-gereformeerde stroming, of zich daar tussenin bevindt. Zoals ook in andere gereformeerde kerkverbanden zijn er twee sacramenten: de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal.
De CGK vormen het kruispunt tussen de Nederlandse Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten, voortkomend uit de Afscheiding van 1834. Het kerkverband heeft een eigen Theologische Universiteit (TUA), eigen kerkelijke zending en onderhoudt veel contacten met kerken in het buitenland met een gereformeerde signatuur. De naam van het kerkverband verwijst naar de basis van de christelijke en gereformeerde belijdenissen: Apostolische Geloofsbelijdenis, Geloofsbelijdenis van Nicea, de Geloofsbelijdenis van Athanasius en de Drie Formulieren van Enigheid. Het kerkverband telt, per 1 januari 2025, 66.572 leden, circa 0,3% van de Nederlandse bevolking, en is daarmee het vierde protestantse kerkverband van Nederland in aantal leden. Geografisch ligt het zwaartepunt van het kerkverband in de Bijbelgordel.
tags: #christelijke #gereformeerde #goede #herderkerk #cgk