Dorpskerk De Bilt: Geschiedenis van een monumentaal kerkgebouw

De geschiedenis van de Dorpskerk in De Bilt, ook wel bekend als de Hervormde Kerk, is nauw verweven met de religieuze en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio sinds de 17e eeuw. Dit monumentale protestantse kerkgebouw, gelegen aan de Dorpsstraat, heeft door de eeuwen heen diverse transformaties ondergaan.

De periode voor de bouw van de Dorpskerk

Vóór de Reformatie gingen de katholieke inwoners van De Bilt ter kerke in de kloosters Oostbroek en het Vrouwenklooster. Na de verwoesting van deze kloosters in respectievelijk 1580 en 1585, moesten zij hun toevlucht zoeken tot schuilkerken. De protestantse gemeenschap bezocht de kerken in Blauwkapel of Zeist voor kerkdiensten, dopen en huwelijken.

De oprichting en vroege geschiedenis van de Dorpskerk

In het midden van de 17e eeuw was het aantal protestantse gezinnen in De Bilt gegroeid tot meer dan veertig. Dit leidde tot het besluit tot de bouw van een eigen kerk in de Dorpsstraat, die bekend zou worden als de Dorpskerk. Op 27 februari 1650 verleenden de Staten van Utrecht toestemming voor de bouw, na intensieve onderhandelingen gevoerd door schout Paul Ruijssch en hoogleraar godgeleerdheid Prof. Dr. Hoornbeek. Zij voerden aan dat er in de provincie kerken bestonden met minder leden. De toestemming ging gepaard met een subsidie van ƒ 12.000,-, bestemd voor de bouw van de kerk, een predikantswoning en een kosterswoning. De voorwaarde was dat de kerkelijke gemeente zelf instond voor het onderhoud van de gebouwen en het levensonderhoud van de koster.

De kerk werd een eenvoudig, rechthoekig zaalkerkje van ongeveer 20 meter lang en 10 meter breed, met muren van 7 meter hoog. Midden op het 13 meter hoge zadeldak met wolfseinden werd een klein torentje met een spits en een luidklokje geplaatst, bekroond met een ijzeren vierwindstrekenkruis met weerhaantje. In de zijvleugels en de oostgevel werden drie vensters met een min of meer gotische vormgeving aangebracht. De oostgevel had tevens een rond venster voor licht op zolder. In de westgevel bevond zich een rond venster en een grote toegangsdeur, die voornamelijk bij huwelijks- en uitvaartdiensten werd gebruikt. Kleinere deuren waren onder de middelste vensters van de zijgevels aangebracht.

Op 27 april 1652 werd de kerk in gebruik genomen. Enkele weken later werd de schoolmeester aangesteld als koster en in hetzelfde jaar werd Lambertus Sanderus de eerste predikant. De preekstoel, die nog steeds tegen de oostgevel staat, dateert uit dit jaar en is een schenking van Dirk Salomonszoon. Deze achthoekige preekstoel, rustend op leeuwenklauwen en versierd met acanthusbladeren, is de oudste bewaard gebleven op de Utrechtse Heuvelrug. Boven de preekstoel bevindt zich een klankbord in dezelfde vorm, waarbij originele elementen uit 1895 hergebruikt zijn tijdens een verbouwing.

De Dorpskerk was de tweede kerk in de provincie die voor de gereformeerden (later Nederlands Hervormden) werd gebouwd. Van oorsprong was het een eenvoudig zaalkerkje dat plaats bood aan ongeveer 200 kerkgangers.

Verbouwingen en uitbreidingen in de 19e en 20e eeuw

In 1839 werd besloten het oorspronkelijke torentje af te breken, omdat het in zeer slechte staat verkeerde. Tegen de westgevel werd een nieuwe, markante toren gebouwd, die in de volksmond bekend staat als ‘de peperbus’. De ingang van deze toren werd tevens de hoofdingang van de kerk. Sinds de Staatsregeling van 1798 zijn alle kerktorens eigendom van de burgerlijke gemeente, die in 1839 het besluit tot de bouw van de nieuwe toren nam.

Door de groei van de bevolking en de toename van het aantal kerkgangers werden er meerdere verbouwingen en uitbreidingen noodzakelijk:

  • In 1840 werd tegen de oostgevel een kerkenkamer gebouwd en het interieur aangepast.
  • In 1844, bij de plaatsing van het orgel, moest de gaanderij worden gewijzigd en vergroot.
  • In 1868 werd het eerste mechanische uurwerk in de toren geplaatst, dat in 1934 werd vervangen.
  • In 1895 werd de kerk vergroot door de sloop van de oostgevel en kerkenkamer, en de realisatie van een dwarsaanbouw en een nieuwe kerkenkamer. Tevens werd een toegangsdeur in de zuidgevel gemaakt, wat de kerk haar huidige vorm gaf.
  • In 1952 vond een grondige opknapbeurt plaats ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de kerk. Er kwamen nieuwe banken, voetverwarming werd aangelegd en nieuwe gebrandschilderde glas-in-loodramen, ontworpen door G. Kristensen, werden geplaatst in de topgevels van de transepten en in het kleine venster in de zuidgevel.
  • In 1990 werd het dak van de kerk gerestaureerd, met een subsidie van het rijk (80%) en de kerkelijke gemeente (20%).
  • In 2002 werd het 350-jarig bestaan van de kerk gevierd met een herdenkingsdienst en een concert. Ter gelegenheid hiervan werd rondom de kerk verlichting aangelegd.
Schematische weergave van de Dorpskerk De Bilt met de kenmerkende 'peperbus' toren.

De Dorpskerk als rijksmonument en de PKN-fusie

De Dorpskerk is een rijksmonument. De huidige luidklok in de toren dateert uit 1783 en wordt nog steeds met de hand geluid. De zonnewijzer aan de zuidzijde van de kerk, die al voor 1742 werd aangebracht, is nog steeds aanwezig.

Op 12 mei 2004 fuseerden de hervormden, gereformeerden en lutheranen tot de Protestantse Kerken Nederland (PKN). De Dorpskerk werd een kerk behorend bij deze nieuwe kerkelijke organisatie. Op 14 januari 2009 werd de Akte van Vereniging ondertekend door vertegenwoordigers van de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk van De Bilt.

De Dorpskerk maakt nu deel uit van de PKN-gemeente in De Bilt, die bestaat uit twee wijkgemeenten: één vanuit de Dorpskerk en één vanuit de Oosterlichtkerk. Deze gemeenten werken samen, waarbij verschillen in geloof en beleving als verrijkend worden ervaren.

Het historische kerkhof bij de Dorpskerk

Bij de Dorpskerk ligt een historisch kerkhof dat sinds de ingebruikname van de kerk in 1652 wordt gebruikt. Aanvankelijk werden hier uitsluitend leden van de kerk begraven, maar vanaf de tweede helft van de 18e eeuw ook vooraanstaande inwoners van Utrecht, omdat begraven binnen de stadsgrenzen als onhygiënisch werd beschouwd. Het kerkhof, bestaande uit twee velden ten noorden en zuiden van de kerk, werd op 1 oktober 1900 gesloten.

Oorspronkelijk telde het kerkhof 204 graven, waarvan er nu nog 90 herkenbaar zijn. Onder de overledenen bevinden zich voorname personen zoals jonkheer Hendrik van den Bosch, burgemeester H.M.A.J. van Asch van Wijck en diverse Utrechtse hoogleraren. Ook zijn er grafstenen van landgoedeigenaren, ambachtsheren en burgers uit De Bilt, waaronder de families Buitenweg en Steengracht van Oostcapelle. De grafkelder van de familie Steengracht van Oostcapelle, die op landgoed Beerschoten woonde, diende tijdens de Tweede Wereldoorlog als schuilplaats voor mannen die de dwangarbeid van de Duitse bezetter ontvluchtten.

Aan de zuidmuur van de kerk staan nog enkele tientallen losse grafstenen. Aan de noordkant bevinden zich 73 interessante graven en grafmonumenten, waaronder het grote grafmonument van de familie De Heus en dat van de familie Steengracht van Oostcapelle.

Een selectie van historische grafstenen op het kerkhof van de Dorpskerk.

Het Lohman orgel

Bijna twee eeuwen lang had de Dorpskerk geen orgel; de begeleiding van de zang werd verzorgd door een voorzanger. In 1843 gaf de kerkenraad opdracht aan de orgelbouwers G.W. en H.B. Lohman om een orgel te bouwen voor ƒ 2950,-. In 1908 voerde de Utrechtse firma J. de Koff herstelwerkzaamheden en aanpassingen aan de klank uit, waarbij enkele registers werden vervangen. Na brandschade in 1920 herstelde De Koff het orgel opnieuw. Technisch onderhoud volgde in 1963/1964. Eind jaren zeventig restaureerde Flentrop Orgelbouw uit Zaandam het instrument met als doel het oorspronkelijke Lohman-klankbeeld zoveel mogelijk te herstellen.

tags: #de #bilt #pkn #dorpskerk