Dit overzicht biedt een gedetailleerd historisch overzicht van verschillende kerken en gemeenten in Friesland, met een specifieke focus op de Doopsgezinde Kerk en gerelateerde stromingen. De tekst belicht de oorsprong, ontwikkeling en samenstelling van diverse kerkelijke gemeenschappen, voortgekomen uit scheuringen, reformaties en lokale initiatieven.
Ontstaan van Vrije Gemeenten in Friesland
Naar aanleiding van een bespreking van de "Naamlijst van Friese gereformeerde predikanten" werden vragen gesteld over het ontstaan van de Vrije Gereformeerde, Oud-Gereformeerde en Gereformeerde Gemeenten. Dit overzicht beoogt plaatselijke kerkhistorie uit Friesland te belichten. De heer R.H. Pel, scriba van de Gereformeerde Kerk te Twijzelerheide, verschafte waardevolle gegevens over de kerkhistorie van Kooten, Twijzelerheide, Zwaagwesteinde en Veenwouden, inclusief het werkje "Eenige trekken uit de levensgeschiedenis van H.K. Zijlstra".
In Friesland waren er nauwelijks Kruisgemeenten; enkel de Chr. Afgescheiden gemeente te Idskenhuizen was hier kortstondig bij aangesloten. De tekst noemt enkele vrije gemeenten die later aan bod komen.
De Afscheiding in Friesland resulteerde in ongeveer 60 gemeenten, en de Doleantie eveneens. Na de vereniging van 1892 telt Friesland momenteel 156 Gereformeerde Kerken, 13 Chr. Geref. Kerken (na 1892) en 31 Vrijgemaakte Geref. Kerken (na 1944). De Hervormde Kerk in Friesland telt 193 standplaatsen met 228 predikantsplaatsen, waarvan 71 als vrijzinnig, 155 als midden-orthodox en 2 als Gereformeerde Bondsplaatsen worden aangeduid.

Gereformeerde Gemeenten in Specifieke Plaatsen
Akkrum (gem. Utingeradeel)
De Gereformeerde Gemeente te Akkrum werd op 10 maart 1939 geïnstitueerd en heeft daardoor geen lange historie. Het merendeel van de leden is van buiten Friesland afkomstig en vestigde zich in Akkrum vanwege werk. De gemeente telt momenteel 60 zielen.
Drachten (gem. Smallingerland)
In 1953 traden predikanten Van Minnen en Du Marchie van Voorthuijsen uit de Chr. Geref. Kerken, wat leidde tot het uittreden van leden in diverse plaatsen. Te Drachten vormde een aantal leden van de Chr. Geref. Kerk (sinds 1909 bestaand) een Chr. Geref. Gemeente op 10 februari 1954. Deze sloot zich aan bij de Chr. Geref. Gemeenten in Nederland. Op 8 juni 1955 kreeg zij een predikant in Ds. H. Groen, die echter op 21 januari 1957 overleed. Na conflicten en het verlies van gemeenten binnen het verband van de Chr. Geref. Gemeenten in Nederland, besloot de gemeente te Drachten het verband te verbreken en sloot zich op 13 februari 1962 aan bij de Gereformeerde Gemeenten. Deze gemeente telt thans 40 zielen.
Broeksterwoude (gem. Dantumadeel)
In Broek onder Akkerwoude, later Broeksterwoude genaamd, bestond sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw een afdeling van de Vereniging van Vrienden der Waarheid, die werkte aan het herstel van de Hervormde Kerk. In 1882 werd REIMER J. FEITSMA (geboren te De Lemmer) benoemd tot evangelist van deze afdeling. De "Vrienden der Waarheid" sloten zich in 1887 aan bij de Kerken der Doleantie. Op 9 juni 1887 werd een Nederduits Geref. Kerk geïnstitueerd, waarbij evangelist Feitsma als oefenaar verbonden werd. Na moeilijkheden met de classis Dokkum trad Feitsma in augustus 1910 uit de Gereformeerde Kerken en vormde een OUD-GEREFORMEERDE KERK. Met steun van Ds. W. Hendriksen uit Amsterdam werd Feitsma in 1915 als predikant bevestigd. Na zijn emeritaat in 1925 zocht de gemeente aansluiting bij de Chr. Geref. Kerken en werd op 28 september 1925 als zodanig erkend. Deze kerk werd achtereenvolgens bediend door Ds. P. Dijkstra, Ds. C. Verhage, Ds. W. de Graaf en sinds 23 juni 1963 door Ds. J.M. Visser.
De Lemmer (gem. Lemsterland)
In de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontstond in De Lemmer een vrije evangelisatie. In 1877 werd Philippus van Veen vast voorganger en werd een kerkje gebouwd. Op 28 juni 1879 werd de VRIJE GEREF. GEMEENTE geïnstitueerd met PH. VAN VEEN als predikant. Na zijn overlijden in 1882 volgde Ds. K. STELMA. De gemeente bleef zelfstandig, hoewel de Kerken der Doleantie in 1887 contact zochten. Stelma ging in 1889 over naar deze kerken. Pas in juli 1893 kreeg de gemeente weer een voorganger in Ds. P. VAN DER HEIJDEN. In 1898 werd C. DENZEL predikant, die in 1908 naar Amerika vertrok en in 1920 werd afgezet. Op 7 juni 1905 werd Ds. VAN LOON bevestigd, die de gemeente diende tot 1909. In 1911 sloot de gemeente zich aan bij het verband van Geref. Gemeenten en is sindsdien vacant gebleven. Het zielental bedraagt thans 150.

Oudemirdum (gem. Gaasterland)
De Hervormde Kerk te Oudemirdum kende aanhang voor de Geref. Bondsrichting. Na het vertrek van Ds. A.G. Oosterhuis in 1925 kwam er een "bondspredikant", Ds. P. Kruyt, gevolgd door Ds. N.C. Bakker. De verhouding tussen "bonders" en "confessionelen" werd scherp, met als gevolg dat een deel van de gemeente zich afscheidde. De uitgetredenen vormden op 9 maart 1933 een Gereformeerde Gemeente. Deze gemeente telt thans 285 zielen en werd van 1960-1965 bediend door Ds. H. LIGTENBERG.
Leeuwarden
Na jaren van vrije predikanten/oefenaars van oud-gereformeerde richting in een vrije evangelisatie, verkozen de bezoekers om zich bij een kerkelijk verband aan te sluiten. Op 3 april 1964 institueerde Ds. E. Du Marchie van Voorthuijsen te Leersum een Oud-Geref. Gemeente, aangesloten bij de Oud-Geref. Gemeenten in Nederland.
De Geschiedenis van Hein Klazes Zijlstra en de Vrije Gereformeerde Gemeente te Kooten
Kooten - Twijzelerheide (gem. Achtkarspelen)
Van 1877 tot 1884 werkte te Kooten en Kootsterheide de evangelist HEIN KLAZES ZIJLSTRA. Na een leven van geloofservaringen en dienstbaarheid, werd hij in 1877 ingeleid als evangelist te Twijzelerheide. Zijn werk onder de arme veenarbeiders was vruchtbaar, met de bouw van een nieuw kerkje in 1879. Rond 1883 ontwikkelde Zijlstra bezwaren tegen de synodale organisatie van de Hervormde Kerk. Hij publiceerde de brochure "Kerk en evangelisatie. Wat staat ons te doen?" en na vergaderingen met evangelisatiebezoekers werd een kerkeraad gekozen en een VRIJE GEREFORMEERDE GEMEENTE gevormd. Zijlstra werd opgedragen de Heilige Sacramenten te bedienen. De Vrije Geref. Gemeente werd bij Koninklijk Besluit d.d. 29 januari 1884 erkend.
Tegenstanders probeerden de gemeente te dwarsbomen, wat leidde tot de bouw van een nieuw kerkje te Kootsterheide in december 1883. In 1886, tijdens de Doleantie, besloot het evangelisatiebestuur zich aan te sluiten bij deze beweging. De classisvergadering besloot echter contact op te nemen met de Vrije Geref. Gemeente en Ds. Zijlstra. De Vrije Geref. Gemeente te Kooten werd vervolgens opgenomen in de Nederduits Geref. Kerken. Op 26 december 1887 werd de kerkeraad bevestigd. In februari 1888 werd Zijlstra toegelaten tot de bediening in de Ned. Geref. Kerken. In 1890 nam Ds. Zijlstra een beroep aan van de Ned. Geref. Kerk te Nes en Wierum, maar keerde in 1896 terug naar zijn gemeente te Kooten.

Doopsgezinde Geschiedenis in Friesland en Daarbuiten
De Doopsgezinden hebben een rijk verleden dat teruggaat tot de beweging rond 1520 in Zwitserland en Zuid- en Midden-Duitsland. Deze "wederdopers" of "anabaptisten" verwierpen de kinderdoop en doopten volwassenen als teken van een nieuwe levenswending. De eerste volwassendoop vond plaats op 21 januari 1525 in Zürich door Conrad Grebel.
De beweging groeide tegen de verdrukking in. De Schleitheimer Artikelen (1527), opgesteld onder leiding van Michael Sattler, legden de basis voor doop, kerkelijke tucht, het Avondmaal, afzondering van andersdenkenden, het gezag van de overheid over de kerk, het ambt van herder en leraar, en het verbod op het zwaard en de eed. Deze artikelen verspreidden zich snel, ook naar de Nederlanden.
Sicke Frerixzoon en de martelaarsdood
Sicke Frerixzoon geloofde in de doop van volwassenen en werd rond 11 december 1530 in Emden gedoopt. Zijn veroordeling tot de dood met het zwaard en het op een rad zetten van zijn lichaam, zorgde voor veel beroering en raakte onder andere Menno Simons.
Münster en de wederdopersopstand
Radicale wederdopers, onder leiding van Jan Breukelsz van Leyden, stichtten met geweld "het Nieuwe Jeruzalem" in Münster. Gelukszoekers en geloofsdwazen uit heel Nederland trokken naar de stad. Amsterdam kende ook pogingen tot het stichten van een "Nieuw Jeruzalem", wat leidde tot een mislukte aanslag op de stad op 9 mei 1535.

Menno Simons en de vorming van de Mennisten
Menno Simons, aanvankelijk priester en vicaris, raakte onder de indruk van de wederdopers. Na de onthoofding van Sicke Frericxzoon en de dood van zijn broer Pieter, zwoer Menno Simons in 1535 alle geweld af. Hij vluchtte en leidde vanaf 1540 de "obbenieten", een afgescheurde groep van vredelievende baptisten, die bekend werden als de Mennisten, Menisten en later Mennonieten.
Vanaf 1579, met de Unie van Utrecht, kwam er een einde aan de vervolgingen van doopsgezinden. Kleine kerken, "vermaanhuizen", mochten gebouwd worden, maar moesten niet als kerk herkenbaar zijn en niet aan de openbare weg liggen.
De Friese Doopsgezinde Sociëteit
De Friese Doopsgezinde Sociëteit werd in 1795 gevestigd in Leeuwarden en telde 51 aangesloten gemeenten, waaronder drie Groningse. De sociëteit had tot doel hulp en ondersteuning te verlenen aan buitenlandse en binnenlandse geloofsgenoten, met name de vervolgde dopers uit de Pfalz.
De Gemeentedagbeweging en Vredesactivisme
De Gemeentedagbeweging, gestart in 1917, zorgde voor vernieuwing binnen de Doopsgezinde Broederschap. Er ontstond een behoefte aan eigen accommodaties, wat leidde tot de oprichting van het Broederschapshuis in Elspeet in 1925. Deze beweging bevorderde ook het vredesactivisme, met een actieve Arbeidsgroep tegen de Krijgsdienst. Cor, een socialistisch mennist, weigerde dienstplicht en koos voor gevangenisstraf, gesteund door de Arbeidsgroep.

De Doopsgezinde Vredesgroep en het Vredesbureau
Na de Tweede Wereldoorlog werd de Arbeidsgroep voortgezet als de Doopsgezinde Vredesgroep (DGV), met een Vredesbureau dat informatie en ondersteuning bood aan gewetensbezwaarden. Cor kreeg de leiding over dit bureau.
Opvang van Joodse kinderen in Friesland
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden 210 baby's, peuters en kleuters van Joodse ouders, met hulp van het Amsterdamse studentenverzet, ondergebracht bij gezinnen in Friesland. Een van hen was Alfred Alexander, wiens ouders naar Auschwitz werden gedeporteerd. Baby Alfred werd via de kindercrèche tegenover de Hollandsche Schouwburg naar Sneek gesmokkeld.
De Hervormde Kerk en de Doleantie in Lemmer
In Lemmer ontstond in de tijd van de Afscheiding van 1834 nog geen Christelijke Afgescheidene Gemeente, maar wel onvrede met de prediking in de Hervormde Kerk. De aanwezigheid van een afdeling van de Vereeniging ‘Vrienden der Waarheid’ droeg bij aan de stichting van een Christelijke Gereformeerde Gemeente.
Op 29 maart 1876 behandelde de Classis Sneek het verzoek tot instituering van een Gereformeerde Kerk. Een commissie onder leiding van Ds. M.H.J. Bosch stelde vast dat de aspirant gemeenteleden instemden met de belijdenisgeschriften en de Dordtse Kerkorde. Op 19 april 1876 werden ambtsdragers gekozen en bevestigd, wat de instituering van de kerk betekende. De gemeente groeide, maar het kerkgebouw bleek te klein. De Classis vroeg financiële steun voor een groter lokaal.
De Christelijke Gereformeerde Gemeente van Lemmer heeft nooit een eigen predikant gehad. Wel werd P. Poorter aangesteld als voorganger. De gemeente kocht en verbouwde het gehuurde lokaal, en ondanks tegenstand was er zegen op het werk. In augustus 1880 werd een verzoek ingediend om in het nabijgelegen Echten een eigen gemeente te stichten, wat een aderlating was voor de kerk van Lemmer.
Op 20 februari 1887 werd in Lemmer een Nederduitsche Gerformeerde Kerk (doleerende) geïnstitueerd, voortkomend uit de Doleantie. Dit had ook gevolgen voor de Christelijke Gereformeerde Gemeente, aangezien velen overstapten naar de Dolerende kerk, met name nadat Ds. M. Brouwer op 3 december 1887 Dolerend predikant werd.
De Hervormde Kerk kende al jaren verontrusting over het ontbreken van handhaving van belijdenis en tucht, en de centralistische kerkregering. De Doleantie, beginnend in 1886, leidde tot de vorming van Nederduitsche Gereformeerde Kerken (dolerende). In Lemmer zochten verontruste gemeenteleden contact met dr. L.H. Wagenaar, die hen behulpzaam was met de "reformatie der kerk". De hele kerkenraad ging mee, en de Dordtse Kerken Orde werd weer van kracht.

De Tsjerke oan it Dok in Lemmer
De Tsjerke oan it Dok werd in 1716 gebouwd ter vervanging van een 16e-eeuwse kerk. De oorspronkelijke beuk met een driezijdige sluiting werd in 1759 uitgebreid met een dwarsbeuk. Aan de westzijde werd een half ingebouwde toren met een achtkantige lantaarn geplaatst. In de kerk bevinden zich gewelfschilderingen die de sterrenhemel, zon, maan, wolken en vogels voorstellen, ontdekt tijdens een restauratie in 1984. De preekstoel, uit het midden van de 18e eeuw, is versierd met Bijbelse taferelen en christelijke symbolen. Het orgel dateert uit 1842. In 1955 werd een oorlogsmonument aangebracht, een bronzen reliëf van een knielende man die een duif laat vliegen.

tags: #dominee #lemmer #doopsgezinde #kerk