Dominee Erica Hoebe aanvaardt beroep in Leusden
Dominee Erica Hoebe van de wijkgemeente Lukas van de Protestantse Gemeente heeft een beroep aanvaard van de Protestantse Gemeente in Leusden. Dit betekent dat zij in maart de Lukas-gemeente zal verlaten.
“Enorm jammer en wat zullen we haar missen”, schrijft de voorzitter van de kerkenraad. Erica Hoebe wordt omschreven als een dominee met een aanstekelijk enthousiasme die gemakkelijk verbinding tot stand weet te brengen met mensen van alle leeftijden en diverse achtergronden. Dit heeft de gemeente enorm veel gebracht.
De dominee zelf deelt haar gevoelens over de overgang: “Niels en ik beseffen hoe ontzettend goed het is en was, om hier te wonen en te werken, om ook als gezin deel uit te maken van de gemeente. We gaan Wageningen verlaten, maar dat doen we met dankbaarheid om al wat we hebben ontvangen en in vertrouwen op God.”
Dominee Hoebe zal ook buiten de eigen gemeenschap worden gemist in Wageningen. Ze was actief betrokken bij het werk van Stichting Present, Vluchtelingenwerk en een stichting die zich inzet voor kinderen die in armoede leven. De dominee ziet bij deze organisaties duidelijke parallellen met het werk dat vanuit kerken wordt gedaan: “Ze ondersteunen mensen in lastige situheden en zoeken verbinding.” Ook de contacten met collega-pastores en leden van andere geloofsgemeenschappen zijn haar dierbaar.
Ontwikkelingen binnen de Protestantse Gemeente
Tijdens de laatste kerkenraadsvergadering van de wijkgemeente Lukas in november was er net een eerste gesprek over de beroepingsprocedure, omdat dominee Nico Sjoer in juni 2024 met emeritaat hoopt te gaan. Nu er een nieuwe situatie is ontstaan, moet er sneller worden gehandeld bij het invullen van het pastoraal team.
Voor een deel van de officiële stappen die genomen moeten worden, kan gebruik worden gemaakt van het werk dat de wijkgemeente Johannes al heeft verricht in het beroepingswerk. Deze wijkgemeente heeft, na een beoordeling van twee scenario’s door het classicale college, onlangs een beroepingscommissie samengesteld.

De roeping en visie van dominee Erica Hoebe
Dominee Erica Hoebe (geboren in 1973) zoekt de ontmoeting op, van pastoraat tot geloofsgesprekken. Als predikant in Leusden voelt zij zich geroepen om te verbinden en zo veel mogelijk samen kerk te zijn. “Roeping betekent voor mij dat ik aangespoord word en me gesteund voel. Er zit een kracht van God in die mij aanvuurt en in beweging brengt. Het is ook luisteren naar een stem. Dat heb ik ervaren bij mijn keuze voor theologie en bij de gemeenten waar ik heb gewerkt. Die keuzes liepen niet altijd zoals ik vooraf had bedacht.”
Zo volgde zij een opleiding tot interim-predikant toen de gemeente Leusden haar belde. “Ik voelde heel sterk dat ik daarheen moest en dat mijn plaats voorlopig daar is.” Ze benadrukt het belang van een "fijn thuis in de gemeente", wat haar de ruimte en rust geeft om haar werk goed te doen. Vooral de gedachte dat je het niet alleen hoeft te doen, is belangrijk om vrucht te kunnen dragen.
Tijdens haar opleiding leerde ze van een docent dat bij het uitspreken van ‘Onze hulp is in de naam van de Heer’ het woord ‘onze’ ook in gedachten vervangen mag worden door ‘mijn’. Gods naam ‘Ik zal er zijn’ betekent dat Hij met je meegaat. Dit helpt haar te beseffen dat we gemeente zijn van Christus, niet van Leusden of van dominee Erica. “Het hangt niet van ons af.”
Wat haar werk betreft, vindt ze alles wat te maken heeft met de ontmoeting met mensen mooi, of dat nu in het pastoraat is, bij catechese of leerhuizen. Het is fijn dat er als predikant echt tijd is voor geloofsgesprekken die ergens over gaan.
Anderhalf jaar geleden rondde zij de tweejarige opleiding tot interim-predikant af, waarvan ze veel heeft geleerd.
Ze gelooft in het lokaal zoeken van verbinding. In Leusden vroegen huisartsen de kerk om een rouwgroep te starten, omdat zij merkten dat geloof een rol speelt bij mensen in rouw, maar niet alle huisartsen zelf gelovig zijn. De kerk heeft toen een rouwgroep opgezet die open is voor iedereen, met ruimte om te praten over zingeving. Zo voegt de kerk iets toe aan de samenleving en de eigen woonplaats.
Dominee Hoebe leest graag. Jonathan Sacks, een Joodse rabbijn, is een grote inspiratiebron voor haar. Hij heeft veel boeken geschreven waarin hij diep ingaat op de exegese van het Oude Testament en de vertaalslag maakt naar het heden. Daarnaast houdt ze van romans, vooral van Juli Zeh.
Ze is gedoopt met Psalm 8 en heeft deze ook laten klinken bij haar bevestiging en intrede. Het gaat over de grootheid van de schepping. In dat licht zijn wij nietige mensen, maar hebben we ook veel in ons om goed te doen.
Ze hoopt dat de kerk meer zelfbewust is en laat zien wat ze te bieden heeft. De kerk heeft zoveel rijkdom, niet omdat we denken de waarheid in pacht te hebben, maar omdat we veel te delen hebben in geloof, hoop en liefde. Daar mag de kerk een vindplaats van zijn.
Een blik in de pastorie: de rol van predikantsvrouwen
De hervormde predikantsvrouwencontio belegt volgende week donderdag een studiedag over de veranderende rol van de predikant en de predikantsvrouw in kerk en samenleving. Drie predikantsvrouwen uit drie 'generaties' geven een inkijkje in de pastorie, hoe zij het wonen in het "huis van de gemeente" ervaren en welke veranderingen zij opmerken. Ze woonden of wonen alledrie aan de Kerkstraat in Wapenveld, in de pastorie naast de hervormde kerk.
Mevrouw ir. E. W. ten Hove-van den Brink
Mevrouw ir. E. W. ten Hove-van den Brink (31) heeft ruim een maand geleden haar intrek genomen in de pastorie. Daarvoor woonde ze in Ooltgensplaat, waar haar man, ds. J. B. ten Hove, van 1996 tot begin dit jaar zijn eerste gemeente diende. Ze groeide op in Nijkerk en studeerde gezondheidsvoorlichting aan de Landbouwuniversiteit Wageningen.
Mevrouw M. E. Baas-Post
Van 1988 tot 1993 bewoonde mevrouw M. E. Baas-Post (44) de Wapenveldse pastorie. Zij is geboren en getogen in Zoetermeer. Na de middelbare school bezocht ze de pedagogische academie. Voordat haar man, ds. A. Baas, predikant werd in Molenaarsgraaf (1984), woonde het echtpaar vier jaar in Benthuizen tijdens hun studietijd. Van de tweede gemeente Wapenveld ging de familie Baas naar Ermelo. Sinds 1997 dient de predikant IJsselmuiden-Grafhorst.
Mevrouw T. A. Veldhuizen-van Rossem
Ds. H. Veldhuizen stond van 1972 tot 1976 in de Veluwse gemeente. Volgende maand komt er voor mevrouw T. A. Veldhuizen-van Rossem (62) een einde aan het pastorieleven, aangezien haar man op 20 mei met emeritaat gaat. Hij begon zijn ambt in Lopik (1968). Na Wapenveld was hij predikant in Alblasserdam (1977), Rotterdam-Hillgersberg (1984), Zoetermeer (1991) en Huizen (1996). Mevrouw Veldhuizen groeide op in De Bilt en deed de mulo. Vervolgens was ze administratief medewerkster bij het fonds Draagt elkanders lasten van het CNV. Na haar huwelijk werkte ze met haar man als conciërge-echtpaar vier jaar in Silvosa, het toenmalige werkcentrum en conferentieoord van de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond (HGJB).
Ds. R. J. Visser: Bijbelsmokkel en gevangenisbezoek
In zijn eerste gemeente, de Evangelisch-altreformierte Kirche in het Duitse Hoogstede, had ds. R. J. Visser soms gedetineerden onder zijn gehoor. Op een zonovergoten junidag bezoekt ds. Visser zijn tuin achter zijn vrijstaande woning in het Duitse Uelsen, krap tien kilometer van het Overijsselse Ootmarsum. Zijn in Duitsland geboren vrouw Erika serveert koffie, gebak en sandwiches.
De emeritus predikant, die op 2 mei vijftig jaar in het ambt stond, vertelt dat hij Erika in 1964 op Texel ontmoette. Roel Visser, opgegroeid in een gereformeerd gezin in Deventer, deed dat jaar vrijwilligerswerk voor vakantiegangers, vanuit de protestantse kerken op Texel. “In De Schuilhut, een gebouw achter de kerk in De Koog, was een bibliotheek met Duits- en Nederlandstalige boeken. Erika was als kindermeisje van een gezin uit Wiesbaden in De Koog op vakantie en kwam geregeld boeken lenen. Zo is het contact ontstaan. Daar groeide sympathie uit en - na een correspondentie - liefde. We zijn 52 jaar gelukkig getrouwd”, zegt de predikant, zichtbaar ontroerd.
Bijbelsmokkel
Toen Erika in 1966 als leerling-verpleegster in Nederland aan de slag ging, studeerde Roel theologie in Amsterdam. Een medestudent stelde hem voor aan de Evangelisch-Altreformierte Kirche in Niedersachsen, een klein protestants kerkgenootschap in Noordwest-Duitsland, dat nauwe banden had met de Gereformeerde Kerken in Nederland. De gemeente van Hoogstede bracht in 1971 een beroep op kandidaat Visser uit, waarna het echtpaar naar Duitsland vertrok. “Voor mijn vrouw had het niet gehoeven. Zij voelde zich thuis in Nederland. Maar mij trok het toch wel. Noem het roeping.”
In de circa 320 leden tellende gemeente begon ds. Visser Bijbel- en zendingsgroepen die zich op verschillende landen richtten. Eén daarvan was Rusland. Dat leidde tot drie Bijbelsmokkelreizen met gemeenteleden naar dat land, via de organisatie Licht im Osten (Licht in het Oosten).
Een bezoek aan de Russische Natasja bleef hem bij. “We ontmoetten haar samen met twee, drie andere leden van de ondergrondse kerk in een grote flat in een achterafstraatje in Moskou. Haar vader was leider van de ondergrondse kerk en zat in de gevangenis. Middenin de nacht speelde Natasja op haar gitaar en zong een gebed waarin ze God vroeg om de vrijlating van haar vader. Onvergetelijk.”
Gevangenisbezoek
Op initiatief van ds. Visser kwam een Duitse gevangenispredikant in Hoogstede over zijn werk vertellen. Daarna gingen gemeenteleden gedetineerden bezoeken. “Sommige gevangenen kwamen bij ons naar de kerk. Zij werden gehaald en gebracht.”
Vele jaren later kwamen gedetineerden opnieuw in het blikveld van ds. Visser. In 1999 werd hij bevestigd als predikant van de Nederlandse Kerk in Duitsland, met als standplaats Zuid-Duitsland. “In die tijd kreeg Nederland kritiek omdat het zich te weinig om Nederlandse gevangenen in het buitenland zou bekommeren. Zij hadden bezoek nodig. Het Nederlandse consulaat en de reclassering vroegen daarvoor vrijwilligers, waaronder mij. Ik legde elk jaar zo’n honderd bezoeken aan gevangenen af, meestal drugskoeriers. Maar ik herinner me ook een man die een uitsmijter bij een café had doodgestoken.”
Toen hij aan dit vrijwilligerswerk begon, wist ds. Visser niet goed wat hij kon verwachten. “Ik kende die wereld nauwelijks, maar vond het al snel heel boeiend. Een van de belangrijkste lessen die ik erdoor heb geleerd, is dat ik ontzettend dankbaar mag zijn dat ik in een warm gezin ben opgegroeid. Dat is van onschatbare waarde.”
In de gevangenis hoorde de predikant veel - “soms dramatische” - levensverhalen. “Ik denk aan een man die was opgegroeid op Curaçao. Zijn moeder had relaties met verschillende mannen en liet hem als kind soms op straat overnachten. Overigens ontmoette ik soms ook mensen die wél een goede opvoeding hadden gehad.”
Hoewel hij niet als predikant voor dit werk was gevraagd, stelde hij zich altijd voor als “dominee Visser.” “Soms kon ik met mensen over geestelijke zaken spreken, maar niet iedereen wilde dat. De Bijbel ging niet vaak open. Wel bad ik soms met gevangenen. Ik was blij dit werk te mogen doen. Gedetineerden in het buitenland zijn vaak eenzaam. De liefde van Jezus en Zijn woord ‘Ik was gevangen, en je hebt me bezocht’, waren mijn drijfveer om naar hen om te zien.”
Meer dan eens vroeg een gedetineerde hem een rechtszitting bij te wonen. Tijdens zo’n zitting werd een Nederlander die in voorarrest zat, vrijgesproken. “De rechter vroeg mij of ik hem kende en hem naar het station kon brengen. Dat heb ik gedaan. Hij bleek 30 euro nodig te hebben voor een treinkaartje.”
Levensloop ds. R. J. Visser
Roel Jan (Roel) Visser werd op 8 juni 1946 in Deventer geboren. Hij studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1971 werd hij predikant van de Evangelisch-altreformierte Kirche in het Duitse Hoogstede. Later diende hij de gereformeerde Nederlandse Kerk in Zuid-Duitsland (1977), de gereformeerde kerk te Uithuizen (1981), de Evangelisch-altreformierte Kirche in Uelsen (1989) en opnieuw de Nederlandse Kerk in Duitsland (1999). In 2010 ging hij met emeritaat. Ds. Visser is getrouwd en woont in Uelsen.