Inleiding tot het Symposium
Op 1 juni 2023 vond een landelijk en internationaal symposium plaats met de titel ‘Slavernij, doorwerking en bevrijding. Stemmen uit de Kerken, toen en nu’. Dit evenement werd georganiseerd in het kader van de herdenking van de afschaffing van de slavernij, die in 2023 feitelijk 150 jaar geleden plaatsvond (in 1873). Juridisch was de slavernij al in 1863 afgeschaft, maar de voormalige slaafgemaakten bleven nog tien jaar verplicht werken onder staatstoezicht. Diverse instellingen en kerkelijke organisaties stonden stil bij dit jubileum. In het najaar van 2022 ontstond vanuit verschillende kerken en kerkelijke organisaties de wens om via bijeenkomsten aandacht te besteden aan het (kerkelijke) slavernijverleden. Dit initiatief kwam voort uit samenwerking tussen de Raad van Kerken (RvK), het onderzoeksproject ‘Kerk en slavernij’, het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) en vertegenwoordigers van verschillende kerken uit Suriname, Caribisch Nederland en Nederland. Een deel van deze organisaties werkte reeds samen in de netwerkgroep slavernijverleden van de RvK (RvK2023) en soms ook in de werkgroep Heilzame verwerking slavernijverleden voor ‘wit’ en voor ‘zwart’. Eind 2022 besloten deze partijen gezamenlijk een landelijk symposium te organiseren met als doel ‘witte’ leden van kerken in Nederland bewust te maken van het Nederlands kerkelijk slavernijverleden.

De Rol van Kerken in het Slavernijverleden
Het symposium richtte zich op de betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid van kerken in het systeem van slavernij. Centrale vragen waren: Waren de kerken een verlengstuk van de koloniale overheid? Hoe verhielden kerken zich vanuit hun geloofsopvatting en bronnen tot het systeem van slavernij? Hoe werkt het slavernijverleden tot op de dag van vandaag door in de geloofsgemeenschappen die uit die geschiedenis zijn voortgekomen? En hoe kunnen kerken in Nederland bijdragen aan reparatie en herstel van verhoudingen? Kerken waren op allerlei manieren betrokken bij het systeem van slavernij in Nederland en in de koloniën. In Nederland hebben de kerken dit erkend en uitgesproken in een verklaring uit 2013. Hierin werd gesteld: “We realiseren ons dat we te laat spreken, te weinig op het goede moment de goede inzichten hebben gehad en ons hebben laten leiden door misplaatst winstbejag en machtsmisbruik. Het is een vorm van onrecht, die doorwerkt tot in de huidige generatie toe, waar een deel van onze samenleving is gebouwd op misbruik van anderen en waar discriminatie onvoldoende wordt uitgebannen. Er zijn vele zaken die we niet meer kunnen veranderen. We erkennen nazaten van de slaven dat we veel leed hebben veroorzaakt. We spreken de wens uit om samen met hen en samen met allen die gerechtigheid en vrede willen dienen te zoeken naar een samenleving waarin menswaardig leven, vrijheid, verantwoordelijkheid, solidariteit en respect elementaire waarden zijn.”
Deze verklaring kreeg echter niet direct een vervolg en werd door sommigen als een eindpunt ervaren. Het debat over het slavernijverleden is na de excuses van premier Rutte op 19 december 2022 een nieuwe fase ingegaan. Zijn historische speech in het Nationaal Archief werd breed geprezen, en de verwachtingen ten aanzien van het vervolg zijn hooggespannen. Zoals Mark Rutte aangaf, zetten de excuses een komma, geen punt.
Symposiumprogramma en Casussen
Het symposium, dat plaatsvond in de Domkerk te Utrecht, werd gemodereerd door Minella van Bergeijk. Dr. Martijn Stoutjesdijk, postdoctoraal onderzoeker binnen het onderzoeksproject ‘Kerk en slavernij in het Nederlandse koloniale rijk: geschiedenis, theologie en erfenis’, introduceerde vier casussen over de rol van de kerken in het verleden.
Casussen uit Verschillende Contexten:
- De kerken op Suriname: ds. Edgar Loswijk (EBG Suriname) i.s.m. Mildred Caprino. Dominee Loswijk van de Evangelische Broedergemeente (EBG) uit Suriname bracht op verwijtende toon naar voren dat de Kerk in Suriname de EBG veelvuldig frustreerde in de uitoefening van hun zendingsboodschap.
- Winti en het Surinaamse Christendom: Wintipriesteres Marian Markelo. Zij uitte kritiek op de Nederlandse ‘Dominee en Koopman’, die volgens haar de zwarte bevolking hadden ontmenselijkt en hun Afrikaanse spiritualiteit hadden onderdrukt.
- De kerken op de Caribische eilanden: prof. dr. Rose Mary Allen (Universiteit van de Antillen, Curaçao). Zij belichtte op rustige en wetenschappelijke toon de activiteit van de kerken op de Beneden- en Bovenwindse eilanden. De katholieke kerk verzette zich hevig tegen bepaalde Afro-Antilliaanse tradities zoals het tambú feest en het ‘ocho dia’ ritueel bij begrafenissen.
- De kerken in Indonesië: drs. Wim Manuhutu. Hij belichtte de rol van de kerken in Indonesië, waarbij de hoofdplaats Makassar als centrum van slavenhandel in de Indonesische archipel fungeerde.

Boekpresentaties en Panelgesprek
Na een groepsgesprek naar aanleiding van de introducties en casussen, volgden twee belangrijke presentaties. Ten eerste werd het boek Gids kerken en slavernijverleden, geschreven door dr. Dienke Hondius (onderzoeker VU) en Niek Hemmen, gepresenteerd. Deze gids toont aan hoe tastbaar het slavernijverleden nog steeds is in allerlei kerken in Nederland en de voormalige koloniën. Vervolgens presenteerde onafhankelijk onderzoeker Maurice San A Jong het EBG-onderzoek naar de rol van kerken in het systeem van slavernij.
Daarna vond een panelgesprek plaats over de rol van de kerken in heden en toekomst, met de titel ‘na de komma’. Dit gesprek, gemodereerd door Minella van Bergeijk, stond stil bij de rol van kerken in het proces van herstel en reparatie. Aan het panel namen deel:
- Mgr. Karel Choennie (bisdom Paramaribo, Suriname)
- ds. Danielle Dokman (Lutherse Kerk)
- ds. Verry Patty (GIM, Molukse Evangelische Kerk)
- ds. René de Reuver (PKN)
- ds. Johannes Welschen (EBG)
Een vragensteller uit het publiek kaartte de vaak agressieve toon aan van vertegenwoordigers uit de Surinaamse gemeenschap in Nederland, zoals geïllustreerd door de toespraak van mevrouw Markelo. Het panel reageerde hier waardig op. Pater Wijbe Fransen O.P. merkte op dat op de Benedenwindse eilanden het antagonisme tussen de eilanden ondanks een gedeelde taal, het Papiaments, taai bleef bestaan, wat de samenwerking bemoeilijkte.
Het slavernijverleden en het excuus-dilemma
Afsluiting en Verder Herstel
Het symposium werd afgesloten met een viering, georganiseerd door de Utrechtse Stedelijke Raad van Kerken (USRK). Vlak voor het einde en het begin van de borrel, liepen bezoekers langs de boekverkopers van de ‘Gids kerken en slavernijverleden’. Het symposium markeerde een belangrijke stap in het proces van bewustwording, erkenning en herstel met betrekking tot het kerkelijke slavernijverleden. De organisatie hoopt dat het gesprek dat op 1 juni begon, niet stokt, maar juist een vervolg krijgt in lokale kerken.
Historische Context van Utrecht en Religieuze Tradities
De locatie van het symposium, de Domkerk in Utrecht, bracht de aanwezigen in het hart van historische gebeurtenissen en religieuze stromingen. De stad Utrecht was in het 17e-eeuwse orthodoxe calvinisme een centrum dat de bekering van de ‘bruine en zwarte medemens’ door het doopsel nastreefde, net als de katholieke kerk. De aanwezigheid van het standbeeld van Willibrord, de Angelsaksische monnik die in de 7e eeuw tot Aartsbisschop werd aangesteld, en de voetstappen van Gijsbert Voetius (1589-1676), voormalig rector magnificus van de Utrechtse Universiteit, onderstrepen de diepe historische en religieuze wortels van de stad.
Tijdens het symposium kwamen ook specifieke religieuze tradities aan bod, met name in relatie tot Suriname. De spanning tussen het christendom (het ‘kruis’) en de Afrikaanse tradities zoals Winti (de ‘kalebas’) werd belicht. Winti, ontstaan vanaf de eerste slaventransporten uit West-Afrika, is een complex religieus-spiritueel systeem dat de kosmos omvat. Het christendom, met name de Evangelische Broedergemeente en de katholieke kerk, heeft een belangrijke plaats ingenomen in de Surinaamse samenleving. Er werd ook stilgestaan bij het fenomeen ‘nieuwe religiositeit’ en ‘religieus eclecticisme’, waarbij evangelisch charismatische bewegingen, new age en het Surinaamse ordewezen aan bod kwamen. De termen ‘Surinamisering’, ‘creolisering’ en ‘bosnegerisering’ werden aangehaald om de welwillendheid ten aanzien van syncretiserende tendensen binnen traditionele christelijke kaders en meer ruimte voor niet-christelijke opvattingen en handelingen te beschrijven.
Het concept syncretisme, de versmelting van tradities, werd als een belangrijk analytisch instrument naar voren geschoven. Hoewel dit concept historisch omstreden is, biedt een herziene benadering ruimte voor de complexiteit van religieuze en culturele interacties. Syncretisme wordt hierbij gezien als een proces en vertoog, gekenmerkt door inventiviteit, creativiteit en (her)interpretatie. Dit biedt een genuanceerde kijk op kwesties als zuiverheid, uniciteit en authenticiteit, en erkent dat zowel vermeende zuivere als gemengde tradities authentiek kunnen zijn.