De geschiedenis van de evangelische kerk in Uithoorn is een verhaal van geloof, gemeenschapsvorming en aanpassing aan veranderende omstandigheden. De oorsprong van de gemeente ligt in het verlangen om een Bijbelgetrouwe evangelische gemeente te vestigen in Uithoorn. Dit verlangen kwam tot uiting in september 1979, toen Henri Koehorst werd uitgenodigd bij de jeugdclub van Tinie van Dommelen. Daar ontmoette hij Jan Stevens en Wim van Rijsse. Henri deelde zijn wens om een evangelische gemeente te starten in Mijdrecht, terwijl Jan en Wim aangaven al lang te bidden voor een dergelijke gemeente in Uithoorn. Deze gedeelde visie leidde tot twee voorbereidende vergaderingen op 19 en 28 november, waarin onder andere de naam en de locatie van de toekomstige gemeente werden besproken.
Op 30 januari 1980 werd een uitnodiging gestuurd naar gelovigen in de omgeving voor een bijeenkomst in de bijzaal van de gereformeerde kerk in Amstelhoek. Deze bijeenkomst trok 50 aanwezigen, wat voor de voorbereidingsgroep de bevestiging gaf dat er draagvlak was om de plannen definitief door te zetten. Het werd duidelijk dat de nieuwe gemeente een Bijbelgetrouwe gemeente moest worden, wat positieve reacties opriep. Vervolgens werd een Kerngroep opgericht, bestaande uit H. Slingerland, H. van Toorn, H. Koehorst, D. Tolsma, J. Stevens en W. [Achternaam ontbreekt].
De eerste samenkomsten en groei
Op 2 maart 1980 vond de officiële openingsbijeenkomst plaats in het gymnastieklokaal van de voormalige Engelbewaardersschool aan de Schoolstraat in Uithoorn. De toenmalige burgemeester Brautigam sprak een welkomstwoord. Direct werd er gedacht aan de kinderen, voor wie voor f 4,60 lokaal 12 werd gehuurd voor de kindernevendienst. Bij de eerste samenkomst in de overblijfruimte van de leegstaande school waren 35 mensen aanwezig.
De eerste doopdienst markeerde een belangrijke stap in de ontwikkeling van de gemeente. Op 22 februari 1981 lieten zrs. Bruines en Slingerland zich dopen door onderdompeling in de Baptistenkerk in Amsterdam. Later dat jaar, op 13 december, werden nog eens 11 gemeenteleden gedoopt in Bodegraven. De gemeente was ook actief in evangelisatie.

Verhuizingen en aanpassingen
In 1983 koos een groep van ongeveer 40 broeders en zusters ervoor om verder te gaan in Aalsmeer als de Aalsmeerse Christen Gemeenschap, onder leiding van Simon van Groningen, br. Den Hertog en Feike Langeveld. Helaas moest de gemeente op 30 juni 1985 de school verlaten vanwege de geplande sloop voor de bouw van winkelcentrum Amstelplein. Dit leidde tot een periode van verhuizingen tussen het dorpshuis en een andere school.
Op 25 augustus 1985 werd de eerste samenkomst gehouden in de Mgr. Noordmanlaan in De Kwakel. In 1986 werd de kerngroep opgeheven en vervangen door drie oudsten: de broeders Post, Pannekoek en Koehorst. In 1987 vertrok opnieuw een groep, ditmaal naar Mijdrecht onder leiding van de broeders Post en Pannekoek, waar zij de De Parousia gemeente startten. Naast broeder Koehorst werd Piet Hulsbos ook oudste.
De evangelische gemeente bleef niet langer in De Kwakel. Op 11 september 1988 verhuisde de gemeente naar de Mariaschool aan de Prinses Margrietlaan in Uithoorn. Ook deze school moest wijken voor sloop, waardoor de gemeenteleden opnieuw hun spullen moesten pakken om naar het Legmeerplein te verhuizen. Dit keer werd het gebouw aangekocht, met de hoop op een vaste locatie. Echter, de naastgelegen school kampte met ruimtegebrek, wat leidde tot gesprekken met de gemeente Uithoorn over een mogelijke verhuizing die eind 1995 weer op gang kwamen. Een leegstaand schoolgebouw werd aangeboden en volledig verbouwd en aangepast aan de wensen van de gemeente. Begin 1998 werd het gebouw in het Herman Gorterhof officieel geopend tijdens een feestweek.

Zending en evangelisatie als kernwaarden
Vanaf het begin heeft de evangelische gemeente zich ingezet voor zendingswerk. Regelmatig vertrok er een team naar België om Tinie van Dommelen praktisch te ondersteunen. Ook Wil Buitenweg op de Filippijnen werd financieel en in gebed bijgestaan. Vanuit de gemeente werden ook mensen uitgezonden, zoals Roel van Doesburg naar Operatie Mobilisatie en Peter en Annette Hartman die naar België verhuisden om te werken op het kantoor van de B.E.Z.
De evangelisatie bleef een belangrijke pijler, ondanks de uitdagingen in Uithoorn. In 1993 werd een werkgroep gestart die onder andere de actie Werk in Uitvoering organiseerde, waarbij enquêtes werden afgenomen en Gerard van der Schee onderwijs gaf in evangelisatie. Met Koninginnedag werd ingespeeld op de kindermarkt, en er was een actie Klas 2000. Een culinaire fietstocht werd georganiseerd om ongelovige partners te betrekken. Evangelisatie vond ook plaats buiten de georganiseerde activiteiten, zoals het zingen van de familie Verbruggen in Maria-Oord, wat jarenlang werd voortgezet en waar oudere, vaak demente, mensen genoten van de liederen.
In 2003 werd in Amstelveen een asielzoekerscentrum geopend. Drie jaar lang ontving de gemeente vluchtelingen in hun gebouw en deelde het Evangelie tijdens ochtenden met naai- en Nederlandse les.
Activiteiten voor jong en oud
De jeugd was bijzonder actief. Vroeger was er ‘het tienerhonk’, een soort koffiebar en open jongerencentrum, dat in 1994 door Marlon de naam Impuls kreeg. Naast discussies, studies en persoonlijke gesprekken, ondernam de jeugd ook leuke activiteiten zoals volleybaltoernooien, bezoek aan de EO-jongerendag, deelname aan de Mars voor Jezus, een zwart-wit feest en filmavonden.
De jongere kinderen genoten van uitstapjes en voor hen werd Bijbelclub De Lichtdragertjes opgericht. Deze club, die eerst op zaterdag en later op woensdagmiddag plaatsvond, voorzag duidelijk in een behoefte. Soms werden gastsprekers uitgenodigd, zoals Ben van den Akker van Open Air Campagne. De kinderen werden beloond met een puntensysteem.
Om de gemeenschap te bevorderen, stonden er regelmatig gezellige activiteiten op het programma, zoals een sportdag in het Amsterdamse Bos, een kerstontbijt en een gemeenteweekend in Huis ter Duin in Petten. Er werd ook een weekend georganiseerd over ‘Bijbels omgaan met spanningen’ door Gerard en Coby Feller. De vrouwen ontmoetten elkaar al jaren om boeken te bespreken of creatief bezig te zijn, en organiseerden bijvoorbeeld een babyshower voor aanstaande moeders.
Hoogtepunten en nieuwe initiatieven
De gemeente kende verschillende hoogtepunten. In 2005 deed men mee aan de campagne ‘40 doelgerichte dagen’, met intensieve voorbereiding en extra aangeklede diensten. In 2006 werd de Marriage Course georganiseerd, die later nog werd herhaald.
Biddend en zoekend naar manieren om dienstbaar te zijn en mensen over de drempel van het gebouw te krijgen, startte in januari 2012 de Eetkamer Goede Genade. In november 2013, na een kickbox clinic met Joop Gottmers, begonnen de open jongerenavonden Invite. Het Uitdeelpunt Love to Share opende in mei 2014 zijn deuren.
Op 2 maart 2020 vierde de gemeente haar 40-jarig bestaan. Dit werd gevierd met een dankdienst op zondagochtend 1 maart, gevolgd door een gezamenlijke lunch en een officiële bijeenkomst waar werd teruggeblikt en vooruitgekeken.
Historische context van Uithoorn en haar kerken
Om de geschiedenis van de evangelische kerk in Uithoorn volledig te begrijpen, is het relevant om ook de bredere kerkelijke en historische context van Uithoorn te schetsen. Tweehonderd jaar geleden werd Thamen overgedragen aan de provincie Noord-Holland en samengevoegd met Uithoorn. Oorspronkelijk lag Thamen noordelijker, waar nu de Briandflat staat, en daar stonden ook de eerste kerkjes.
In 1835 werd een nieuwe kerk geopend, de huidige Thamerkerk. In de vitrinekast in De Schutse bevinden zich de doopschaal, geschonken door de catechisanten, en de kanselbijbel uit 1748. In 1852 werd de luidklok vervangen door een exemplaar uit de Nieuwe Kerk in Amsterdam.
In 1872 werd in de Menonietenbuurt de eerste (christelijk-)gereformeerde kerk gebouwd, die dienst deed tot 1927. In datzelfde jaar werd de Kruiskerk geopend aan de Piet Heinlaan. De Hoeksteen, een ontwerp van Gerrit Rietveld, werd als hervormde kerk geopend in 1966. Het meubilair, met uitzondering van het orgel, was eveneens door Rietveld ontworpen. Dit gebouw fungeerde als kerk tot 1984. In 1967 werd De Schutse geopend, ontworpen door ingenieur G. Er is veel te vertellen over de kerkgeschiedenis in Uithoorn, inclusief een kerkje dat in het veen wegzakte en een uniek ontwerp van Rietveld. Dit alles omvat de geschiedenis van de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk, die in 2006 fuseerden tot de Protestantse Gemeente te Uithoorn.
De Joodse gemeenschap in Uithoorn
Aan het einde van de achttiende eeuw vestigden de eerste Joden zich in de gemeente Thamen. In 1803 kochten vijf Amsterdamse Joden de mennonitische kerk van Mijdrecht en schonken deze aan de Joden van Thamen. De kleine Joodse gemeenschap bestond voornamelijk uit slagers en venters. In 1821 verkreeg de Joodse gemeente Uithoorn de status van Ringsynagoge. Vanaf circa 1835 tot 1906 was Mijdrecht een zelfstandige Joodse gemeente, maar het Joodse leven bleef nauw verbonden met dat van Uithoorn.
In 1900 werd de synagoge van Uithoorn wegens bouwvalligheid gesloopt en vervangen door een nieuw gebouw. Naast een kerkbestuur was er ook een armbestuur actief. De kinderen kregen religieus onderricht van een godsdienstonderwijzer. Twee genootschappen zorgden voor het onderhoud van de synagoge en het begraven van de doden, aangezien de Joodse gemeente van Uithoorn zelf niet over een begraafplaats beschikte en gebruikmaakte van die van Alphen aan de Rijn.
In de loop van de dertiger jaren raakte de synagoge in verval en werd het gebouw vanaf 1938 niet meer gebruikt. Een jaar later werd de inventaris verkocht. Tijdens de oorlogsjaren besloten de Joodse inwoners hun bouwvallige synagoge zelf af te breken om plundering te voorkomen. De waardevolle voorwerpen werden naar Amsterdam gebracht. Een groot deel van de Joodse bevolking van Uithoorn werd gedeporteerd en kwam om in de concentratiekampen; slechts vijf onderduikers wisten te overleven.
De Gereformeerde Kerk te Uithoorn en Mijdrecht
De Gereformeerde Kerk te Uithoorn werd in november 1852 als Christelijke Afgescheidene Gemeente te Mijdrecht aan de Amstel geïnstitueerd door ds. S. van Velzen. Hoewel de gemeente was geïnstitueerd, had men nog geen eigen kerkgebouw en kwam men bijeen in een turfmolmschuur. Kort na de instituering kreeg de gemeente een eigen oefenaar, kandidaat G. van Tubbergen. In 1856 vertrok Van Tubbergen met een deel van de gemeenteleden naar Amerika.
Op 5 april 1859 werd de eerste predikant, ds. A.P. Zweedijk, bevestigd. Hij nam in 1864 het initiatief om koning Willem III te verzoeken de gemeente te erkennen, wat belangrijk was voor de vrijheid van godsdienst. Na enkele aanpassingen werd het verzoek in december 1864 opnieuw ingediend, met een uitgebreider reglement. De gemeente telde destijds tweehonderd leden en kwam bijeen in de turfmolmschuur, maar ds. Zweedijk had beloofd gekregen dat er een nieuw kerkgebouw met pastorie zou komen. De predikant zocht zelf nog een woning in het dorp Uithoorn, aangezien er nog geen sprake was van een nieuw gebouw.
Ds. Zweedijk vroeg in 1862 financiële hulp voor de bouw van een ruimer kerkgebouw. Tussen 28 augustus 1862 en 19 maart 1863 werd nauwkeurig verslag gedaan van de ingekomen giften. De predikant kreeg toestemming om op de plaats van de turfmolmschuur een nieuw kerkgebouw te plaatsen, mits hij dit geheel op eigen kosten zou doen. De kosten bedroegen fl. 770,04. Na aftrek van de giften moest de predikant bijspringen door de opbrengst van een door hem geschreven boekje af te staan. De kerk stond nog voor fl. 250 in het rood.
Er werd grond gekocht voor de bouw van een pastorie. De gemeente van Mijdrecht aan de Amstel bleek armlastig, wat bleek uit rapporten over de slechte financiële toestand. Ds. Zweedijk vroeg een garantie voor een salaris van fl. 500, maar daar kon niet op worden ingegaan. De classis besloot ds. Zweedijk als leeraar te ontbinden en hem een wekelijkse toelage van fl. 5 toe te kennen, met de aanbeveling om zoveel mogelijk in vacante gemeenten te prediken.
In 1869 kreeg de kerk van Mijdrecht aan de Amstel een nieuwe predikant, kandidaat C.S. Boss. Het kerkje bleek al snel te klein, en in februari 1870 werd de classis Amsterdam opnieuw om hulp gevraagd voor de bouw van een kerk. In april waren er bestekken en tekeningen voor een kerk en pastorie. De plannen voor de bouw gingen niet door omdat de rijksregels een minimale afstand tussen kerken voorschreven. Er werd overwogen de synagoge te kopen, maar dit ging niet door.
Ferweij rekende voor zijn bouwwerk fl. 3.850. Er werd bezuinigd op de dakbedekking. In februari 1871 begon de bouw, die op 11 juni werd afgerond met de ingebruikneming van het kerkje. Het oude kerkje werd omgebouwd tot pastorie. Na het vertrek van ds. Boss kwam kandidaat P.A. Hij werd op 25 oktober 1874 bevestigd, maar vertrok per 23 juli 1876 weer.
Zijn opvolger was ds. N.J. Engelberts. Tijdens zijn ambtsperiode werd op initiatief van de hervormde predikant een School met den Bijbel geopend. Al in 1873 hadden ds. Boss en zijn kerkenraad gemerkt dat veel gemeenteleden verlangden naar de stichting van een christelijke school, maar dit werd bemoeilijkt door de bestaande onderwijswetgeving. De bekostiging kwam volledig voor rekening van de ouders.
In 1878 tekende de koning de Wet van Minister Kappeyne van de Coppello, die hogere eisen stelde aan scholen, wat de kosten voor ouders verder verhoogde. Een landelijk georganiseerd ‘Volkspetitionnement’ vroeg de koning de wet niet te tekenen, maar tevergeefs. De plaatselijk georganiseerde afdelingen werden omgezet in de ‘Unie School en Evangelie’.
In Mijdrecht aan de Amstel namen de hervormde predikant ds. G.J. van Limburgh en leden van zijn gemeente het initiatief tot de oprichting van een School met den Bijbel. Op 27 maart 1881 legde de zevenjarige zoon van de dominee, Pieter, de eerste steen voor de school.
Na het vertrek van ds. Engelberts op 4 mei 1884 werd hij opgevolgd door ds. H. De Koning. Hij werd beschreven als een man van een bescheiden karakter, die de ander hoger achtte dan zichzelf en zich niet op de voorgrond drong. Zijn kracht lag in de catechisatie en hij was een man des gebeds. De kerkenraad kreeg te maken met tuchtgevallen, vooral in de periodes dat er geen predikant was.
Ongeveer vijf kilometer ten zuidoosten van Mijdrecht aan de Amstel lag Mijdrecht-Dorp, later Mijdrecht. In de hervormde gemeente van Mijdrecht-Dorp was onrust, mede door de invloed van ds. J.J. Westerbeek van Eerten, die een voorstander was van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Op 29 juli 1886 koos de kerkenraad van Mijdrecht de zijde van de ‘tachtig benauwde broederen’ in de kerkenraad van Amsterdam.
De gemeente Uithoorn telt 32.215 inwoners (1 januari 2026) en heeft een oppervlakte van 19,49 km². De naam 'Uwe Hoirne' (later 'den Uythoorn') betekent de 'uithoek' en werd gebruikt als geografische aanduiding voor de vestigingsplaats van een van de lagere gerechten van de Proosdij van Sint Jan te Utrecht. Rond het Rechthuis ontstond een nederzetting die de naam Uithoorn kreeg. Circa 1 kilometer ten noorden hiervan lag de destijds grotere buurtschap Thamen.
De bestaansmiddelen bestonden uit landbouw en veeteelt, later aangevuld met turfwinning. Bij de inval van de Franse troepen in 1672 kwam Uithoorn aan de frontlinie te liggen. In 1812 werden Thamen en Uithoorn samengevoegd tot één gemeente Uithoorn. In 1818 werd Thamen weer afgesplitst en Uithoorn gevoegd bij de provincie Utrecht. De economische ontwikkeling veranderde in het midden van de negentiende eeuw door de komst van industrie. De drooglegging van de Legmeerplassen leverde extra landbouwgrond op.
In 1915 werd Uithoorn aangesloten op het spoorwegnet. Het stationsgebouw uit 1914 is nog aanwezig. Het personenverkeer werd gestaakt in 1950, de laatste goederentreinen reden in 1986. Het spoor is daarna opgebroken en gedeeltelijk gebruikt voor een busbaan.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een schets voor een structuurplan voor naoorlogse ontwikkeling opgesteld, dat in de jaren 50 en 60 werd uitgevoerd. Vanaf 1948 verrezen nieuwe wijken. In 1991 werd een nieuw winkelcentrum gebouwd aan het Amstelplein. Een onderwerp dat de gemoederen bezighield was de drukte op de voormalige N201 en plannen voor omlegging. De nieuwe weg is er uiteindelijk gekomen.
Uithoorn heeft negen basisscholen en diverse peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Het gemeentehuis staat aan de Laan van Meerwijk. Het vroegere raadhuis/politiebureau uit 1937 stond in het centrum aan het Marktplein. De gemeenteraad van Uithoorn bestaat uit 23 zetels.
In de twaalfde en dertiende eeuw ontwikkelden zich tal van nederzettingen aan de oevers van de Drecht, Kromme Mijdrecht en de Amstel. Aanvankelijk waren deze gemeenschappen onderhorig aan de parochie Mijdrecht. In de veertiende eeuw werden nieuwe parochies gesticht.
In de zestiende en zeventiende eeuw was turf de belangrijkste brandstof. Grote stukken weiland veranderden in plassen door turfwinning. In 1662 werd het kerkje van Thamen opgegeven en een nieuwe kerk gebouwd. De katholieken moesten genoegen nemen met schuilkerkjes, totdat in 1782 hun eigen kerk in de Schans werd gebouwd.
Uithoorn en Thamen ondervonden de gevolgen van de Franse bezetting. In 1813 telden beide dorpen inclusief de Kwakel 523 huizen en 1343 inwoners. De scheepvaart, het boerenbedrijf en turfsteken waren de voornaamste middelen van bestaan.
De tweede helft van de negentiende eeuw betekende het einde van het isolement van Uithoorn. In 1798 was Thamen bij Uithoorn gevoegd. In 1819 werden Kudelstaart, de Kwakel en Uithoorn bij de grensregeling bij Noord-Holland gevoegd, waarmee de band met Utrecht eindigde.
In 1914 werd Uithoorn aangesloten op het spoorwegnet. De aanleg van de provinciale weg N201 in 1939 had ingrijpende gevolgen voor het aanzien van het dorp.
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het aangezicht van Uithoorn ingrijpend. De bevolking vervijfvoudigde en nieuwe wijken verrezen. Tegenwoordig telt de gemeente Uithoorn meer dan 28.700 inwoners.
tags: #evangelische #kerk #uithoorn