De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Aalten is nauw verbonden met de kerkelijke ontwikkelingen in Nederland, met name de periodes van afscheiding en vereniging. Dit overzicht belicht de oprichting, de groei en de uitdagingen van deze kerkelijke gemeenschap.
Ontstaan van de Christelijke Afgescheiden Gemeente in Aalten
De Gereformeerde Kerk in het Achterhoekse Aalten ontstond per 1 januari 1909, als gevolg van de plaatselijke 'Vereniging' van de Christelijke Gereformeerde Gemeente en de Nederduitsche Gereformeerde Kerk. Deze samenvoeging was een culminatie van eerdere kerkscheuringen en -verenigingen in Nederland.
In de Gelderse Achterhoek konden sommige hervormde gelovigen zich niet meer verenigen met de toenemende vrijzinnigheid binnen de hervormde kerk. De officiële kerkelijke gedragslijn was gericht op het vermijden van onrust, waarbij leertucht nauwelijks werd toegepast. Dit leidde tot afscheidingen.
Al eerder waren er bijeenkomsten in Geesteren en Gelselaar. Ook in Aalten waren er in die tijd Afgescheidenen. Hervormde kerkenraadsnotulen van november 1835 vermelden dat "eenige personen goed gevonden om zich van het bestaande kerkgenootschap af te scheijden". De namen van enkelen van hen zijn bekend: Lammert Geurink, Antonia Knuvers, Janna G.E. Navis, Derk Jan Klumpenhouwer, H. Wevers en B. Het duurde een jaar voordat zich meer geestverwanten bij hen voegden. De kerkenraad maakte er echter geen werk van, al ging hij wel in gesprek met de Afgescheidenen. In november 1836 telde het aantal 'bezwaarden' tien.
De Afgescheidenen in Aalten kwamen de eerste jaren voor hun godsdienstoefeningen bijeen in boerderij Bouhuis aan de Bolwerkweg, boerderij Sondern in Lintelo en boerderij Navis aan de Brakenweg. Ds. A. Brummelkamp uit Hattem, een van de eerste Afgescheiden predikanten, ging vaak voor in deze diensten, die meestal door de week plaatsvonden. Ondanks de lange reizen stond hij de Achterhoekse Afgescheidenen met raad en daad bij.
Vermoedelijk werd de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Aalten in juli 1843 geïnstitueerd door de bevestiging van de ambtsdragers: ouderlingen G. Bouhuis en A.J. Pennings, en diakenen F. Heijerman en J.H. De jonge Afgescheiden Gemeente wilde graag een predikant beroepen. Op advies van ds. Brummelkamp werd de jonge Derk Breukelaar uit Varsseveld gevraagd om predikant van Aalten te worden. Hij stemde toe en vertrok naar Ommen om bij ds. A.C. van Raalte te gaan studeren. Ondertussen vroegen de kerkenraadsleden in september 1843 aan de classis om de predikanten van Varsseveld, ds. J. Wildenbeest, en Winterswijk, ds. J.W. De Aaltense kerkenraad wilde ook stappen ondernemen om als Afgescheiden Gemeente erkend te worden door de overheid.
In een schrijven aan de koning werd meegedeeld dat de Drie Formulieren van Enigheid de belijdenisgeschriften van de gemeente van Aalten vormden, en dat de Utrechtse Kerkorde van ds. H.P. Scholte als reglement diende. Men beloofde geen aanspraak te maken op gelden en goederen van de hervormde kerk noch op gelden uit 's Rijks Kas. Tevens werd gemeld dat de kerkdiensten zouden worden gehouden in "een daartoe op te richten kerkgebouw op een stuk Land op den Esch bij het dorp Aalten en wel ten Noord Oosten". Op 12 januari 1844 erkende koning Willem II de gemeente als zelfstandige Christelijke Afgescheidene Gemeente.

De eerste kerk en de uitdagingen van emigratie
Het houden van kerkdiensten in verschillende boerderijen was in de begintijd een uitkomst, maar geen ideale situatie. Daarom besloot de kerkenraad in 1844 tot de bouw van een eigen kerk aan de tegenwoordige Oosterkerkstraat. De economische toestand in Nederland en de Achterhoek was echter verre van gunstig, met sociale nood en grote armoede. In 1845 leidde de aardappelziekte tot een mislukte oogst, waardoor velen geen toekomst meer zagen en verlangden naar een beter leven in Noord-Amerika.
Ds. A.C. van Raalte trok naar Michigan, waar hij Holland stichtte, en ds. H.P. Scholte naar Iowa, waar hij Pella opzette. Velen volgden hen. Vanuit de Achterhoek emigreerden vooral uit Aalten en Winterswijk tot 1848 ruim 1.500 mensen richting Amerika, met een piek in 1845. Ook daarna bleven velen vertrekken.
Een eigen predikant en de oprichting van een school
Ondanks alle moeilijkheden koos de gemeente ervoor een eigen predikant te hebben. Het beroep werd uitgebracht op kandidaat D. Breukelaar, die zijn studie had afgerond en het beroep aannam. Op 24 september 1846 deed hij intrede in de gemeente van Aalten. Hij zou er tot zijn emeritaat in 1888 blijven, vierenveertig jaar lang. Toen ds. Wildenbeest van Varsseveld in 1852 overleed, bracht die gemeente een beroep op hem uit. Aanvankelijk nam hij het aan, maar realiseerde zich dat hij de enige Afgescheiden predikant in de Achterhoek was en bleef aan de kerk van Aalten verbonden.
De predikant woonde in een boerderijtje aan de tegenwoordige Hessenweg, waar hij zelf voedsel verbouwde als aanvulling op zijn schamele jaartraktement. Gemeenteleden zorgden ook voor aanvulling in natura. In het boerderijtje werden ook de catechisaties gehouden, omdat er in de kerk geen ruimte voor was.
Het evangelisatiewerk lag de predikant na aan het hart. Al in 1853 stelde ds. Breukelaar voor een christelijke school in Aalten te stichten. In 1868 werd de Schoolvereniging opgericht, waarbij de kosten volledig voor rekening van de ouders kwamen, aangezien christelijke scholen destijds geen rijkssubsidie kregen. Op 1 december 1869 kon de school aan de Bredevoortsestraat geopend worden.
Kerkenfusies en de schoolstrijd
In 1869 vond de landelijke kerkenfusie plaats van de Christelijke Afgescheidene Kerk en de Gereformeerde kerk (onder ’t Kruis). Dertig jaar eerder was een scheuring ontstaan, waaruit de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis voortkwam, met meningsverschillen over onder andere het aanvragen van vrijheid van godsdienstoefening bij de overheid en het gebruik van de benaming 'gereformeerd'. In de jaren '60 van de negentiende eeuw waren de meningsverschillen niet meer van doorslaggevend belang, wat leidde tot toenadering en in juni 1869 de samenvoeging tot De Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland. De gemeente van Aalten sloot zich daarbij aan, maar wilde de naam 'Christelijke Afgescheidene Gemeente' behouden.
Hoewel slechts enkele hervormde ouders een bijdrage hadden geleverd voor de bouw van de school, werd een groot aantal kinderen uit hervormde gezinnen ingeschreven. Velen konden het schoolgeld echter niet betalen, waardoor hun bijdrage ten laste kwam van het 'Suppletiefonds' van de Afgescheiden Gemeente. Toen in de hervormde gemeente orthodoxe predikanten aantraden, verzocht het schoolbestuur hen de schoolgelden van de hervormde gezinnen voor rekening van de hervormde kerk te nemen. Ds. J.H.F. Gangel, hervormd predikant in Aalten, eiste daarvoor hervormde medezeggenschap in het schoolbestuur en bestuurszetels. De Afgescheiden kerkenraad weigerde dit, waarop ds. Gangel een eigen hervormde lagere school stichtte aan de Hoogestraat.

Latere ontwikkelingen en de oprichting van De Gereformeerde Kerken in Nederland
Eind jaren '70 van de negentiende eeuw waren niet de makkelijkste jaren voor ds. Breukelaar. Zijn vrouw overleed in 1876, en enkele jaren later ontstond de schoolstrijd, waarbij hij als voorzitter van het schoolbestuur betrokken was. In 1886, toen hij veertig jaar predikant was, kreeg hij van zijn gemeente een Statenbijbel op een lessenaar cadeau. Na zijn overlijden op 10 januari 1891 kreeg hij een monument op zijn graf in Aalten.
In de landelijke hervormde kerk was de onrust over de kerkelijke koers ondertussen naar een hoogtepunt gestegen. In 1886 werd de meerderheid van de Amsterdamse kerkenraad afgezet. Tachtig kerkenraadsleden institueerden onder leiding van dr. A. Kuyper de Nederduitsche Gereformeerde Kerk. Ook in Aalten ontstond een Nederduitsche Gereformeerde Kerk door de onrust in de plaatselijke hervormde kerk, onder leiding van ds. Gangel.
Na het emeritaat van ds. Breukelaar in 1888 bleef hij enige tijd de zaken in Aalten waarnemen totdat zijn opvolger, kandidaat J.M. Mulder, op 17 november 1889 intrede deed. Mulder nam het initiatief om ook in het naburige Bredevoort diensten te gaan houden. Hij bestreed samen met de kerkenraad de lawaaierige 'huwelijksvieringen' die destijds gebruikelijk waren.
Ondertussen waren de synodes van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken in gesprek over een mogelijke eenwording. Op 17 juni 1892 werd tijdens een gezamenlijke synodevergadering in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam de eenheid geproclameerd: beide kerken zouden samen verdergaan als De Gereformeerde Kerken in Nederland. Niet in elk dorp en elke stad kon meteen de eenheid tot stand komen. Soms waren er plaatselijk nog zaken die grondig doorgesproken moesten worden, of waren de onderlinge verhoudingen niet goed genoeg. Voor zulke kerken werd afgesproken dat zij, vanaf 17 juni 1892 tot de dag dat ook plaatselijk de eenheid gesloten kon worden, desondanks beide al 'Gereformeerde Kerk' zouden heten, al waren ze ook geheel zelfstandig ten opzichte van elkaar.
Op 11 juni 1893 nam ds. Mulder afscheid en vertrok naar 's-Hertogenbosch. Hij werd opgevolgd door kandidaat A.H. Nieboer.
Zoals al opgemerkt was niet iedereen blij met de 'Vereniging van 1892'. Op meerdere plaatsen in het land klonk kritiek. Waarom had de Christelijke Gereformeerde synode niet eerst de plaatselijke gemeenten geraadpleegd? En waarom moest de naam van Christus uit de nieuwe kerknaam verdwijnen? Ook waren er bezwaren tegen enkele leerstukken van dr. Kuyper en was men bang dat de Theologische School te Kampen door de Vrije Universiteit zou worden overvleugeld. In Kerk A te Aalten lag de samensmelting van de beide kerken helemaal niet zo makkelijk. Op een kerkenraadsvergadering kwamen veel leden met bezwaren tegen de 'Ineensmelting'. Uiteindelijk deelde een dertigtal gemeenteleden in augustus 1897 mee dat zij zich van de Gereformeerde Kerk afscheidden "om te blijven wat wij waren, namelijk Christelijk Gereformeerd".
Ds. J. Gommer van het Zeeuwse Grijpskerke deed op 6 augustus 1899 intrede in Aalten. Tijdens zijn predikantschap werd ook in Aalten uiteindelijk per 1 januari 1909 de eenheid tussen Kerk A en Kerk B bewerkstelligd.
De kerken in Aalten in de 21e eeuw
Recente informatie uit de Oude Helenakerk en de Oosterkerk beschrijft de situatie in de 21e eeuw. De dienst in de Oude Helenakerk volgt nog steeds regels als gevolg van Corona, met het invullen van een lijst bij binnenkomst. In de Oosterkerk ging ds. Bert Pleijsant voor, een oude bekende in Aalten. De kerkgangers werden welkom geheten door Ina Nagel. De Oosterkerk zou drie jaar geleden worden afgestoten, maar was nog niet verkocht. Over de twee overige kerkgebouwen was discussie.
Ds. Wim Everts deed een geruststellende mededeling over de warmte in de kerk. In de Oosterkerk ging ds. Hendrik Jan Zeldenrijk voor, met organist Harry van Wijk. De dienst in de Oude Helenakerk werd geleid door ds. Riemer Faber, met organist Gerard Wesselink. De cantorij werkte mee onder leiding van Harry van Wijk.
In de Oosterkerk was de lezing uit 1 Petrus 3:8-12, dat begint met een oproep tot eensgezindheid. De kerkgangers werden welkom geheten door Ineke Nagel.