Geschiedenis van de Bethelkerk Enschede en haar voorgangers

De geschiedenis van de Bethelkerk Enschede is nauw verweven met de ontwikkeling van Enschede zelf, vanaf de eerste bewoners tot de vorming van de moderne kerkelijke gemeenschappen. De Tuvanten worden beschouwd als de eerste vaste bewoners van het gebied dat later Twente zou worden. Na hun vertrek werd de naam Twente gangbaar, en met de komst van de Saksen begon een nieuwe periode in de geschiedenis van de regio.

Vroege Geschiedenis en de Komst van het Christendom

De vroege geschiedenis van Enschede en omgeving wordt gekenmerkt door de volksvergaderingen, zoals die te Marclo aan de Wezer, en de oprichting van de Gouwe Tuvante. De structuur van de Marken, hun grootte en namen, evenals de Markenbond en de Hoofdhof, geven inzicht in de sociale en politieke organisatie van die tijd. De oorlogen tussen de Saksen en de Franken, die duurden van 554 tot 803, hadden ingrijpende gevolgen. De onderwerping van de Saksen en de invoering van het Christendom brachten veranderingen teweeg op kerkrechtelijk en staatsrechtelijk gebied, wat leidde tot de vorming van parochies.

De oprichting van acht Bisdommen in West-Saksen markeerde een belangrijke stap in de kerstening. Twente kwam onder de Diocees Utrecht te vallen, en christenpredikers speelden een cruciale rol in het verspreiden van het geloof. Karel de Grote begunstigde deze kerstening door schenkingen van bezittingen en voorrechten aan geestelijken en gestichten, wat de ontwikkeling van het dorp Enschede ten goede kwam. Er ontstonden scholen, fondsen en vicariën, en er werd een nieuwe kerk gebouwd. Het patronaat van deze kerk werd in 1119 overgedragen aan het Kapittel van St. Jacobus.

Artistieke impressie van de vroege kerstening van Twente door missionarissen.

Enschede als Stad: Ontwikkeling en Uitdagingen

In de loop der eeuwen ontwikkelde Enschede zich verder. Adellijke families zoals die van Loen en van Ottenstein speelden een rol in de lokale gemeenschap. De bronnen van bestaan waren divers: landbouw, nijverheid, de jacht, ruilhandel, en het gebruik van specifieke maten en munten.

De stad kende ook moeilijke periodes. Bisschoppelijke beden, verpandingen en zelfs een pauselijke banvloek hadden hun weerslag. Stad en Burcht wisselden tijdelijk van eigenaar, wat leidde tot de versterking van de stad. Het Richterambt van Enschede werd ingesteld, en in 1465 werd de stad verder versterkt. De Bisschop schonk de stad de Stadsmaten, en in 1471 werden de Gemeenslieden ingesteld. Een Landbrief van Bisschop David van Bourgondië uit 1457 gaf inzicht in de grootte van de Twentse steden.

Een rampzalige gebeurtenis was de grote brand van 14 maart 1517, die grote verwoestingen aanrichtte en een van de treurigste periodes in de geschiedenis van Enschede inluidde. De stad werd getroffen door oorlogen, waaronder die met Karel, Hertog van Gelder, wat leidde tot de ontvesting van de stad in 1518. De windmolen ging in vlammen op, maar in 1523 werd een Blokhuis gebouwd. Straten werden geplaveid, huizen kregen schoorstenen, en er werden brandweermaatregelen genomen.

Historische kaart van Enschede met de verdedigingswerken.

Ondanks de verbeteringen op het gebied van infrastructuur en veiligheid, bleven er uitdagingen bestaan. Ramen met vensterglas, lampen en vetkaarsen werden gebruikt, maar de veiligheidsmaatregelen waren onvoldoende. Verbonden, wapens, bierhuizen, verordeningen en hongersnood kenmerkten de periode. Middelen van verkeer en vervoer werden ontwikkeld, evenals land- en burgermilitie, en het Gilde der Schutten. De krijgskundige en maatschappelijke betekenis van de Landweren was aanzienlijk. Namen van erven en voorname eigenaren uit die tijd zijn nog steeds bekend.

De Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog

De Reformatie, onder Karel V, bracht nieuwe spanningen met zich mee. Plakkaten werden uitgevaardigd en het besluit tot ontvesting van de stad werd genomen, hoewel dit later werd ingetrokken. Karel V verbrak beloften, deed afstand van de troon, en Filips II dwong de ingezetenen tot opstand door schending van beloften. De bemoeienissen van Filips II met kerkelijke zaken, het vertrek van Roelof van Schelven Jrz., en het verraad van stadhouder Rennenberg, leidden tot moeilijke jaren van 1581 tot 1597. Prins Maurits bevestigde echter de rechten en privilegiën van de stad, en het Stadhuis werd vernieuwd.

De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) had een diepgaande impact op Nederland, inclusief Overijssel. De situatie op het platteland was precair, met bandietengroepen en Spaanse troepen die de bevolking uitputten. De bevolking kwam in opstand en noemde zich desperaten. Prins Maurits waarschuwde Overijssel om actief deel te nemen aan de oorlog tegen Spanje. In 1597 bevrijdde Prins Maurits Enschede van de Spaanse bezetters. De stad werd na onderhandelingen overgegeven, en de bolwerken werden geslecht.

Portret van Prins Maurits.

De Reformatie zelf was geen opgelegde verandering, maar voortgekomen uit de prediking van het Woord van God. Het was een reactie op de verduistering van het geloof, de nadruk op heiligenlegenden en de morele verwildering binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Missionarissen zoals Plechelmus, Marcellinus en Lebuïnus waren actief in Twente en stichtten kerken op plekken met voorchristelijke heiligdommen.

De huidige romaanse kerk met toren op de Oude Markt in Enschede dateert van rond 1200. Een eerdere stenen kerk zou uit het jaar 1000 stammen, en wellicht was de allereerste kerk een houten gebouw. De stichting van de Enschedese parochie vond waarschijnlijk plaats tussen 1000 en 1053. In 1053 werden een fundatie van St. Jacobus en een St. Stephanus-vicarie gevestigd. De kerk was oorspronkelijk toegewijd aan St. Gregorius.

Kerkelijke Ontwikkelingen en Scheuringen

De christelijke godsdienst legde de nadruk op steun aan zieken, armen, weduwen, wezen en vreemdelingen. De in 1078 gestichte Onze Lieve Vrouwe vicarie diende ter ondersteuning van noodlijdenden. De St. Antoniusvicarie uit 1480 was bedoeld voor de verzorging van reizigers. Een gasthuis werd gebouwd aan de Labbediek. De St. Steffensvicarie financierde de opleiding van jonge mannen tot geestelijken, en de St. Annavicarie ondersteunde de opleiding van koorzangers.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werden klokken uit kerktorens gevorderd voor de wapenproductie. De klok van de Bethelkerk, uit 1942, werd afgevoerd naar Hamburg en keerde niet terug. Diverse vragen over klokkenroof en de inventarisatie van luidklokken blijven onbeantwoord.

De Afscheiding in de 19e eeuw had ook in Enschede invloed. De Hervormde Kerk kende predikanten met verschillende opvattingen, van behoudend tot evangelisch. De groeiende vrijzinnigheid leidde tot een "deformatie" van de kerk. De grote brand van 4 mei 1862, die een groot deel van Enschede verwoestte, had ook impact op het kerkelijke leven. De stad werd met veel hulp van elders weer opgebouwd.

De Gereformeerde Gemeente onder het Kruis ontstond in deze periode, mede door de inspanningen van pioniers als Jan ten Brink en Hermen Kamp. Zij sloten zich aanvankelijk aan bij de Gereformeerde gemeente in Borne, en in 1867 werd een plaatselijke gemeente geïnstitueerd in Enschede.

De Bethelkerk zelf ontstond later als gevolg van liberale ideeën die leidden tot scheuringen binnen de Hervormde Kerk. De in 1872 opgerichte Vereniging Christendom wilde meer ruimte bieden aan bijbelgetrouwe predikanten in Enschede, wat leidde tot groei. In 1978 kreeg de Bethelkerk toestemming voor de start van een Buitengewone Wijkgemeente, en in 2004 werd het een Wijkgemeente van Bijzondere Aard onder de PKN-vlag.

Oude foto van het eerste gebouw van de Bethelkerk.

Predikanten en Gebouw van de Bethelkerk

De Bethelkerk heeft door de jaren heen verschillende predikanten gekend. Na het vertrek van ds. Jukema in 1973 werd ds. Louwerse in 1982 de eerste predikant. Hij werd opgevolgd door ds. Laseur in 1995, die de gemeente 22 jaar diende. Na zijn vertrek was de predikantsplaats vacant tot 14 februari 2021, toen ds. Alex Brinkman intrede deed. Hij diende de gemeente ruim 4 jaar, tot 8 juni 2025, waarna de plaats wederom vacant werd.

Het huidige gebouw van de Bethelkerk dateert uit 1952 en is het tweede gebouw van de gemeente. Het eerste gebouw, aan de Haaksbergerstraat, werd op 22 februari 1944 getroffen door een geallieerd bombardement. Het huidige gebouw staat op ongeveer 100 meter afstand van de locatie van het eerste gebouw.

tags: #voorganger #bethelkerk #enschede