De Protestantse Gemeente van Weesp en Driemond streeft ernaar een hechte gemeenschap te zijn, gekenmerkt door betrokkenheid, openheid en ruimte voor iedereen. Leden zorgen voor elkaar, waarbij ouderen boven de 80 jaar bezocht worden door vrijwilligers van het kerkcontact, die zorgen voor persoonlijk contact en aandacht. Mocht je behoefte hebben aan diepgaander gesprek over geloofszaken, of steun zoeken tijdens moeilijke periodes zoals ziekte, werkloosheid of relatieproblemen, dan luistert het pastorale team graag naar je verhaal. De pastorale ouderlingen Max Veenstra, Wil Vree en René Mynkong, ondersteund door drie bezoekmedewerkers, staan klaar om te helpen. Contact opnemen kan via Berit Bootsma of de predikant.
De Protestantse Gemeente van Weesp en Driemond heeft een prachtig kerkgebouw in het hart van Weesp en wil als kerk midden in de samenleving staan. Het team BinnensteBuiten, onder leiding van de predikant, staat open voor iedereen die wil meedenken over de kerkelijke vernieuwing.
Emeritaat en de Uitdagingen van Emeritus Predikanten
Wanneer predikanten met emeritaat gaan of hun ambt neerleggen, rijst de vraag of zij in hun laatste gemeente kunnen blijven wonen. Voor de meeste mensen is een thuis vanzelfsprekend, een plek om te blijven. Predikanten daarentegen, die vaak voor langere periodes ergens geplaatst worden zonder te weten waar hun volgende standplaats zal zijn, worden beschouwd als 'voorbijgangers', altijd op doorreis. Dit fenomeen, waarbij de aanwezigheid van een voormalig voorganger in de gemeente soms tot negatieve situaties leidt, was de aanleiding voor een bachelorscriptie getiteld 'Van voorganger tot voorbijganger'.
Een oproep in 'Predikant en Samenleving' leverde ongeveer vijftig reacties op. Predikanten die in hun oude gemeente bleven wonen, gaven hiervoor diverse redenen aan, vaak gerelateerd aan het concept 'thuis'. Enkele veelgenoemde redenen:
- Hechting aan sociale contacten: Men raakt gehecht aan de opgebouwde sociale netwerken en wil deze niet kwijt. Dit kan eenzaamheid voorkomen, in tegenstelling tot vrienden die met emeritaat gingen en elders gingen wonen en moeite hadden nieuwe relaties op te bouwen.
- Rol van de partner: De partner speelt ook een belangrijke rol in de beslissing om te blijven.
- Gekochte woning: Sommigen hebben tijdens hun actieve periode een huis gekocht, wat de band met de plaats versterkt.
Hoewel deze redenen begrijpelijk zijn, brengt het blijven wonen in de oude gemeente ook uitdagingen met zich mee. Naast positieve ervaringen zijn er ook veel verhalen die getuigen van pijn en moeite. Veel emeriti blijven actief in de gemeente, bijvoorbeeld door voor te gaan in diensten of rouw- en trouwdiensten te leiden. Soms worden zij ook gevraagd voor beleidsmatige commissies, wat door sommigen als een waardevolle, zij het minder zichtbare, taak wordt ervaren.
Spanningen en Conflicten
Het loslaten van het ambt en de gemeente kan moeilijk zijn. Wanneer emeriti rouwdiensten leiden van mensen die zij persoonlijk kenden, wordt voldaan aan de wens van de omgeving of de overledene, maar kan dit ten koste gaan van de opvolger, die zijn of haar weg moet vinden in de nieuwe gemeente. Het weigeren van dergelijke verzoeken kan leiden tot spanningen met gemeenteleden, schuldgevoelens bij de emeritus, en het gevoel 'gevleid' te worden door de vraag, zoals een respondent aangaf. Dit kan leiden tot de vraag wat een emeritus nog wel en niet meer kan doen, wat veel innerlijke spanning kan veroorzaken.
De positie en status van de predikant vormen de kern van de spanning. Het predikantschap wordt vaak gezien als een 'zijnsberoep', waarbij de predikant er altijd en voor altijd is. Zowel voor de gemeenteleden als voor de predikant zelf is het wennen aan de veranderde rol. Jacques Schenderling, auteur van 'Beroepsethiek voor pastores', stelt dat het vragen van vertrouwen aan meerdere pastores te veel gevraagd is. Het is een moeizaam proces voor pastoranten die een goede band hebben opgebouwd met hun voorganger.
Edwin Friedman, een Amerikaanse rabbijn en gezinstherapeut, vergelijkt de relatie tussen voorganger en gemeente met een huwelijk en het afscheid met een scheiding. Hij adviseert vertrekkende voorgangers om zich terug te trekken en de 'navelstreng door te knippen'. Echter, de vraag is of dit advies ook zou gelden voor een gemeentelid dat gaat scheiden.
De waardering voor de situatie van een blijvende emeritus varieert sterk bij opvolgers. Sommigen zijn positief en blij met extra hulp, terwijl anderen negatieve ervaringen hebben. Spanningen ontstaan voornamelijk wanneer de emeritus activiteiten onderneemt zonder overleg met de opvolger, wat kan leiden tot zeer ernstige conflicten, zoals het vertrek van de emeritus, overspannenheid bij de opvolger, en zelfs het vertrek van de dienstdoende predikant.

Deze ervaringen suggereren dat karaktereigenschappen een grote rol spelen in dit proces. Elke situatie is uniek en hangt af van de betrokkenen: de (voormalige) predikant, de opvolger en de gemeente. Het gedane onderzoek stimuleert tot verder onderzoek en het ontwikkelen van passend beleid en richtlijnen.
Ds. Marjolijn de Waal: Roeping en Inspiratie
Ds. Marjolijn de Waal (geboren in 1988) ervaart het werk van de Heilige Geest wanneer mensen van buiten de kerk aansluiten. Haar liefde voor de kerk is van jongs af aan aanwezig. Ervaringen met lijden in de wereld hebben haar verlangen gewekt om woorden te vinden die recht doen aan het leven op aarde en aan het leven met God. Een bezoek aan haar zus in Moldavië, die werkte in een kindertehuis voor jongens met een handicap, confronteerde haar met een harde realiteit en versterkte haar roeping: "dat je je zo kunt laten raken, laat dat je roeping zijn." Langzaam ontdekte ze dat haar plek in de kerk ligt, een plek waar recht gedaan wordt aan het aardse leven en aan Gods rol daarin.
De ontmoeting met gemeenteleden en hun levensverhalen geeft haar energie. Ze mag meekijken, meedelen en verbinden met God. Daarnaast waardeert ze 'suddertijd' - momenten van stilte, spiritualiteit en creativiteit, waarin haar agenda niet volgepland is. Het schrijven van een preek is een proces van 'sudderen', waarbij woorden en gedachten de ruimte krijgen. Ze werkt parttime en combineert dit met het moederschap, wat ze ook als een roeping ziet. Kwaliteit van aanwezigheid gaat boven kwantiteit, wat haar helpt los te laten dat ze altijd en overal beschikbaar moet zijn. Het beeld van de vlinder, dat haar al sinds haar 16e vergezelt, illustreert dit: een vlinder brengt luchtigheid en kleur wanneer hij aanwezig is.
Het pastoraat, de ontmoeting met mensen en het maken van liturgie vindt ze het mooist. Hoewel er altijd een drempel is bij het voorgaan, beschouwt ze het als het mooiste wat er is. Na het volgen van de cursus 'Zorg voor de Ziel', waarbij ze zes keer drie dagen in een klooster verbleef, voelt ze zich vrijmoediger om te spreken over het werk van de Geest.

Een bijzonder moment in haar vorige gemeente in Weesp was het pastoraal contact met een 95-jarige vrouw die als kind stiekem naar de kerk ging. Tijdens een pinksterdienst mocht ds. De Waal haar levensverhaal delen met anderen, terwijl een 14-jarig meisje uit zichzelf de kerk bezocht. Het was bijzonder om te zien hoe de geschiedenis zich herhaalde en hoe de oudere vrouw tijdens de doopdienst een bijbel aan het meisje overhandigde. Voor de vrouw was het bevrijdend dat haar verhaal gedeeld werd.
Ter voorbereiding op diensten luistert ze naar de podcast 'Working Preacher' en werd ze recent geïnspireerd door het boek 'Reclaiming Quiet' van Sarah Clarkson. Haar levensmotto is Psalm 27:14: 'Wacht op de Heer, wees dapper en vastberaden, ja, wacht op de Heer.' Ze benadrukt dat we vaak te snel oplossingen zoeken, terwijl God een ander tempo kan hebben.
De doop van twee tieners in Weesp liet haar beseffen hoe relevant het kerkelijk werk is. Ook bij doorgewinterde kerkgangers kan er iets gebeuren wanneer mensen van buiten aansluiten. Daarom is het belangrijk om door te gaan, zonder te somberen over de toekomst van de kerk, en te focussen op wat vreugde geeft.