Gedurende de afgelopen jaren werd het aantal Nederlanders dat Italië bereisde steeds groter. Velen van hen bezochten daar de protestantse kerken, maar door het taalverschil was het voor hen moeilijk iets te weten te komen over de achtergronden van wat zij hoorden en zagen. Vragen als hoe het kerkelijk leven van onze Italiaanse geloofsgenoten is, hoe hun verhouding tot de overweldigende rooms-katholieke meerderheid in hun land is, of hun gemeenten zich uitbreiden en welke politieke keuzes zij maken, bleven onbeantwoord. Een artikel over deze materie kan hen die tijdens hun vakantie contact hebben met een Italiaanse gemeente helpen deze beter te leren kennen. Maar ook voor anderen kan het nuttig zijn te weten met welke problemen zusterkerken in het buitenland te maken hebben en hoe zij deze oplossen.
Enkele Statistieken over Protestantse Gemeenschappen in Italië
Hoewel de protestanten slechts een geringe minderheid van de Italiaanse bevolking vormen, zijn zij verdeeld over verschillende kerken en groepen. De oudste en meest bekende van deze is de Waldenzenkerk, die ongeveer 30.000 doopleden telt. De Methodistische en de Baptistische groepen tellen beide ongeveer 5.000 zielen. Veel talrijker zijn de Pinkstergemeenten, die vooral in Zuid-Italië snel groeien; hun aantal wordt geschat op ruim 100.000 leden. In Midden-Italië zijn de Plymouth-Brethren, die in Italië bekend staan als „Fratelli", het sterkst vertegenwoordigd met een geschat aantal van 10.000 leden, even groot als dat van de Adventisten, die in de laatste tientallen jaren vanuit Amerika gemeenten hebben gesticht.
Buiten beschouwing blijven in dit artikel de Duits-, Frans- en Engelstalige gemeenten in de grote steden, die worden gevormd door vreemdelingen die voor korter of langer tijd in Italië verblijven. De protestantse groepen in Italië tellen tesamen derhalve 150.000 tot 200.000 leden, op een bevolking van 52 miljoen zielen. Het is niet mogelijk hun aantal nauwkeuriger te bepalen.
In de eerste plaats beschouwen de Pinkstergemeenten en de „Fratelli" het opstellen van statistieken als strijdig met de werkwijze van de Heilige Geest. Voorts heeft zich rond elke gemeente een kring van sympathisanten verzameld, die weliswaar zo nu en dan de protestantse kerkdiensten bezoeken en kritiek hebben op de rooms-katholieke kerk, maar er nog niet toe kunnen besluiten om met hun kerk te breken.

De Onderlinge Verhouding van de Protestantse Denominaties
De oudste van de protestantse groeperingen is de Waldenzenkerk. Deze heeft een zeer belangwekkende geschiedenis, die hier slechts in hoofdlijnen kan worden weergegeven. Zij ontstond reeds in de 12e eeuw als een beweging die protesteerde tegen misbruiken die in de middeleeuwse kerk waren binnengeslopen. In 1532 nam zij het programma van de Zwitserse Hervormers over en vormde vanaf die tijd een gereformeerde kerk, met een calvinistische geloofsbelijdenis en een presbyteriale kerkorde.
Tot omstreeks 1850 waren de Waldenzen slechts in enkele Alpendalen ten westen van Turijn vrij hun eredienst uit te oefenen. Toen hun land echter een liberale regering kreeg, werd hun volledige godsdienstvrijheid geschonken. Hiervan maakten zij gebruik door in geheel Italië met evangelisatiewerk te beginnen. Hun voorzichtige, methodistische werkwijze beviel echter vele Italianen niet. Velen van de bekeerden, door de arbeid der Waldenzische evangelisten, vonden een uitgewerkte kerkorde, een grondige wetenschappelijke opleiding der predikanten en een uitgebreide geloofsbelijdenis slechts hinderpalen voor een snelle uitbreiding van het protestantisme. Zij meenden deze beter te dienen door een geestdriftige werkwijze en toen de Waldenzen naar hen niet wilden luisteren, stichtten zij zelfstandige gemeenten of sloten zij zich aan bij de denominaties - Methodisten en Baptisten - die vanuit Engeland en Amerika evangelisten naar Italië zonden en samenwerking met de inheemse Waldenzenkerk blijkbaar onnodig achtten.
Dit verleden bepaalt het karakter van de Italiaanse kerken. De Waldenzen zijn nog steeds van oordeel dat het vervuld zijn van de Heilige Geest en het grondig doordenken van theologische en kerkordelijke vraagstukken elkaar niet uitsluiten, maar juist insluiten. Zij stellen prijs op een universitaire opleiding voor hun predikanten en hebben daartoe een Theologische Faculteit gesticht, die nu gevestigd is in Rome. Wanneer de studenten de vierjarige cursus aan deze Faculteit hebben gevolgd, moeten zij ten minste één jaar aan een buitenlandse universiteit of hogeschool studeren, opdat zij in contact komen met de internationale theologische wetenschap. Zij trachten voeling te houden met de Italiaanse cultuur en voelen zich mede verantwoordelijk voor de gang van zaken in de Italiaanse politiek.
De andere groepen daarentegen zijn veel losser georganiseerd. Wetenschappelijk bedreven theologie wekt hun argwaan op of wordt door hen eenvoudig als ballast beschouwd. Zij zijn vaak van mening dat enthousiasme en goede wil voldoende zijn om een met goed gevolg afgelegd universitair examen te vervangen. De Theologische Faculteit te Rome beschouwen velen van hen als een „domineesfabriek". Zij hebben de neiging elk contact met de „wereld" als gevaarlijk te mijden en ontplooien geen activiteiten op politiek en cultureel terrein. Het minst geldt dit alles nog voor de Methodisten, het sterkst voor de Pinkstergemeenten.
Een gevolg hiervan is dat alleen de Waldenzen beschikken over een, naar verhouding grote, groep van goedgeschoolde theologen en wetenschappelijke werkers. Dit maakt hen in zekere zin tot de voornaamste vertegenwoordigers van het Italiaanse protestantisme. Ook de roomskatholieke kerk beschouwt hen als zodanig, hetgeen blijkt uit het feit dat twee hoogleraren van de waldenzische Theologische Faculteit een uitnodiging ontvingen als waarnemers het Tweede Vaticaanse Concilie bij te wonen.
Verschillen in Eredienst en Geloofsbeleving
Wat betreft de wijze waarop de eredienst wordt gevierd en waarop men zijn geloof beleeft, ligt de scheidslijn, algemeen gesproken, tussen Waldenzen, Methodisten en Baptisten enerzijds, en Pinkstergemeenten, „Fratelli" en Adventisten anderzijds. De eerstgenoemden vertegenwoordigen het kerkelijke type dat wij in Nederland als normaal beschouwen. Hun godsdienstoefeningen worden geleid door een ambtsdrager, liefst een geordend predikant; de gemeenteleden nemen nauwelijks actief aan de eredienst deel; de preek neemt de voornaamste plaats in; in het gemeentelijk leven laat men eveneens liefst zoveel mogelijk over aan de predikant - ook de evangelisatiearbeid. Hoe ouder een gemeente is, des te sterker vertoont zij deze trekken.
De andere genoemde groepen zijn sterk congregationalistisch: het kerkelijk ambt heeft minder te betekenen dan het charisma, de aan allerlei uiterlijke tekenen waarneembare begaafdheid met de Heilige Geest. Tijdens de eredienst geven gemeenteleden die zich daartoe gedrongen voelen liederen op, spreken gebeden uit of houden toespraken; de voorganger zorgt slechts dat alles in goede banen blijft. Overigens neemt in de regel de betekenis van de ambtsdragers toe naarmate de gemeenten ouder worden.
De Pinkstergemeenten en de „Fratelli" worden voorts gekenmerkt door een zeker conservatisme: zo wordt de Italiaanse „oude vertaling" (die van Diodati) in hun midden nog in ere gehouden. Onderling verschillen zij overigens sterk: in Rome b.v. staan extremistische Pinkstergroepen, die tongentaal en andere spectaculaire Geestesverschijnselen voor een strikt noodzakelijk teken van bekering houden, naast veel gematigder gemeenten. Sommige zijn zeer actief naar buiten, andere minder.
Historische Ontwikkelingen en Samenwerking
De Italiaanse denominaties zijn er in het verleden nooit in geslaagd tot een vruchtbare samenwerking te komen. Met uitzondering van de Waldenzenkerk waren zij niet bereid wat zij als hun belang zagen op te offeren ter wille van de coördinatie van de evangelisatiearbeid. Absurde situaties kwamen voor: zo bouwden de Baptisten omstreeks de eeuwwisseling een kapel te Torre Pellice, de „hoofdstad" van de Waldenzen. In de grote steden wilde elke denominatie vertegenwoordigd zijn met een predikant en een kerkgebouw, hetgeen vaak krachtsverspilling betekende.
Sinds enkele jaren echter verbetert de toestand: kleine gemeenten van verschillende denominatie worden verzorgd door één predikant; men treedt over allerlei zaken met elkaar in overleg en de Waldenzen onderhandelen met de Methodisten zelfs over een vereniging van hun kerken.

De Protestantse Kerk in het Moderne Italië
De regulering van godsdienst in westerse staten is de afgelopen decennia fors gewijzigd onder invloed van regelgeving verband houdende met de rechten van de mens in internationale verdragen en statelijke wetgeving. In Europese rechtsstaten wordt het recht zo georganiseerd dat het onderdak biedt aan godsdienstige verschillen. Een staatsgodsdienst paste vooral bij een traditionele politieke cultuur met autoritair bestuur, intolerantie, etatisme en nationalisme. Toch kan de staatskerk niet worden beschouwd als een gepasseerd station. Er zijn in Europa nog steeds staten of deelstaten met nauwe constitutionele banden tussen de staat en een specifieke godsdienstige gemeenschap - de gevestigde, nationale of volkskerk - zoals Denemarken, Engeland, Finland, Griekenland, IJsland, Malta, Noorwegen en Schotland.
De Europese Unie kan niet anders dan respect hebben voor de constitutionele tradities van de Unie-lidstaten, inclusief een publiekrechtelijke regeling waar een lidstaat een bepaalde kerk van staatswege als het officiële kerkgenootschap van de staat erkent, mits discriminatie wordt voorkomen. Maar regelmatig klinkt ook de voorkeur voor de seculiere staat.
De gereformeerde baptistengemeente Breccia di Roma, die zo'n veertig leden telt, bevindt zich op loopafstand van het Colosseum. Dit is een unieke plek voor een protestantse kerk in Rome. Wie niet weet dat hier christenen samenkomen, zou het roodbruine pand in de winkelstraat zo voorbijlopen. Het raam naast de deur maakt duidelijk welke functie het gebouw heeft: 'Breccia di Roma, chiesa evangelica'. Erboven hangen uitnodigingen voor diverse bijeenkomsten, zoals voor de zondagse kerkdienst, een lezing van de Amerikaanse apologeet Gavin Ortlund, een theologische cursus en een preek in het park.
De kerkzaal, een sobere witte ruimte met grijze plastic stoelen, is regelmatig gevuld met protestantse voorgangers, theologen en studenten van over de hele wereld, die zich bezinnen op missionair werk in een rooms-katholieke context. Het is deze kerkzaal die al vijf jaar lang de hoofdrol speelt in een rechtszaak tussen de Italiaanse belastingdienst en Breccia di Roma. De gemeente, die zich baseert op de Baptist Confession van 1689 en wordt ondersteund door de Nederlandse stichting In de Rechte Straat, kocht het voormalige winkelpand in 2015. Dit werd beschouwd als „een godswonder", aangezien het voor het eerst in honderd jaar was dat een protestantse kerk of organisatie een kerkgebouw aankocht in het oude centrum van Rome.
Na maanden van gebed, fondsenwerving en een uitgebreide verbouwing nam de gemeente de 150 vierkante meter in mei 2017 in gebruik. Omdat de Italiaanse wet voorziet in belastingvrijstelling voor gebedshuizen, diende de gemeente een aanvraag in om de bestemming van de ruimte te veranderen. Alle betrokken autoriteiten keurden het verzoek goed. De gemeente betaalde 6000 euro voor de wijziging.
Tot op 21 november 2019 enkele inspecteurs van de Italiaanse nationale belastingdienst de ruimte kwamen onderzoeken. Ze wilden controleren of de plaats inderdaad een plaats van aanbidding was. Kort daarna kwam er een bericht van de rechtbank: de belastingdienst wilde de toestemming om de functie van het gebouw aan te passen aanvechten bij de rechter, omdat het pand „de intrinsieke kenmerken van een religieus gebouw" zou missen. De belastingdienst hanteerde hierbij een rooms-katholiek begrip van de religieuze ruimte, waarbij representatieve gebedsruimtes zoals kerken, moskeeën en synagogen als bewijsmateriaal werden toegevoegd. Deze waren buitengewoon sierlijk, beladen met versieringen, altaren en kaarsen. De voorganger van Breccia di Roma, prof. dr. Leonardo de Chirico, stelt echter dat de belastingdienst een rooms-katholiek begrip van de religieuze ruimte hanteert, terwijl in de protestantse opvatting een kerk een eenvoudige ruimte is, zonder afbeeldingen en beelden, en dat het aan religieuze gemeenschappen zelf is om de kenmerken van een religieuze ruimte te definiëren, niet aan de staat.
De kleine gemeente huurde een advocaat in en stapte naar de rechtbank, waar zij de zaak won. De belastingdienst ging echter in hoger beroep. De kern van het geschil bleef de vraag wat de uiterlijke kenmerken van een kerk horen te zijn. De Chirico merkte op dat verschillende foto's van islamitische gebedsruimtes en joodse synagogen, die belastingvrijgesteld waren, er net zo sober uitzagen als hun kerk. De kerk won ook het tweede proces.
De belastingdienst gaf echter niet op. Na twee keer te hebben verloren, legde de fiscus de zaak op 31 mei van het jaar van het artikel voor aan het hooggerechtshof. Het hof stelde de belastingdienst in het gelijk en vernietigde de twee eerdere uitspraken. Het gebouw is volgens het hof geen kerk, „omdat de gemeente na de aankoop geen structurele veranderingen heeft aangebracht."
Deze uitspraak is een grote teleurstelling voor De Chirico, die het als „zeer oneerlijk en discriminerend" beschouwt. Het zet het voortbestaan van de kleine gemeente onder grote druk, aangezien de gemeente jaarlijks minimaal 6000 euro aan belasting moet betalen, een enorm bedrag voor een kleine gemeenschap zonder commerciële activiteiten. Daarbovenop komen de gerechtskosten en de achterstallige onroerendgoedbelasting van de afgelopen vijf jaar, wat neerkomt op een totaalbedrag van 50.000 euro.
De voorganger ziet het hele proces als „een geestelijke strijd". Vanaf de oprichting in 2010 is het de missie van de kerk om het Evangelie actief uit te dragen in de stad. De naam van de gemeente, Breccia (wat bres betekent), verwijst naar een gebeurtenis uit 1870, toen het Italiaanse leger een bres sloeg in de muren van de stad die door de paus werd geregeerd, wat de wereldlijke macht van de Rooms-Katholieke Kerk verminderde. Zo hoopt de gemeente een opening te zijn voor het Evangelie in Rome en in heel Italië.
Het verliezen van deze zaak heeft ook gevolgen voor andere protestantse kerken in Italië. Het zal lastiger worden om de functie van een gebouw te veranderen en vrijstelling van belasting te krijgen. Dit is vooral nadelig voor protestantse kerken in grote steden als Rome waar de bouwruimte beperkt is. De uitspraak van het Italiaanse hooggerechtshof is definitief, en er is geen hoger beroep mogelijk binnen het Italiaanse rechtssysteem. De Chirico onderzoekt de mogelijkheden om naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te stappen dan wel structurele veranderingen aan te brengen in het gebouw en opnieuw een verzoek in te dienen om erkend te worden als een kerk.
De Stichting In de Rechte Straat (IRS), die het evangelisatiewerk van diverse gereformeerde kerken in Italië ondersteunt, is een actie gestart om Breccia di Roma te helpen. Zij vinden dat deze financiële bedreiging de verspreiding van Gods Woord in Rome niet mag stoppen.
Moderne Zending en Diaconale Initiatieven
In november gingen de consulenten van diaconaat, evangelisatie en zending op werkbezoek in Italië en maakten zij kennis met het unieke missionaire werk van Serenissima Ministries. Dit werk is een prachtig voorbeeld van hoe het evangelie in de praktijk kan worden gebracht door middel van integrale missie. Rob Krause en zijn team hebben een sterke theologische basis en een duidelijke missie: het zoeken van het goede voor de stad, niet alleen door het verkondigen van het evangelie, maar ook door het aanbieden van praktische hulp aan mensen die in de samenleving vaak over het hoofd worden gezien.
LifeLabs spelen hierbij een cruciale rol. Het zijn plekken waar mensen vaardigheden kunnen leren, zich kunnen ontwikkelen en tegelijkertijd kennismaken met het christelijk geloof. In Conegliano, bijvoorbeeld, wordt in een mobiel vaklokaal statushouders een vak geleerd, zoals lassen en autotechniek, en doen zij vaardigheden op om goed te integreren in de samenleving. De sociaal-maatschappelijke impact van dit initiatief is enorm, omdat het zowel werkgelegenheid creëert als een brug slaat tussen verschillende gemeenschappen.
In Triëst ligt de focus niet op technische LifeLabs, maar op meer sociale initiatieven: muzieklessen, sociale media-cursussen en een oppasservice voor ouders. Op die manier wil men mensen op een laagdrempelige manier in contact brengen met de christelijke gemeenschap en het christelijke geloof. Het werk in Triëst is een voorbeeld van hoe Serenissima Ministries zich aanpast aan de specifieke behoeften van de regio.
In Udine werd het belang van discipelschap en kerkplanting onderstreept. De focus ligt daar op het opbouwen van een hechte gemeenschap die gelooft in het delen van het evangelie. Het „tentenmakersmodel" is essentieel voor de duurzaamheid van de kerken die Serenissima plant. Hun visie is om in elke regio met tachtigduizend inwoners een lokale kerk te vestigen, met de nadruk niet op kwantitatieve groei, maar op het vermenigvuldigen van kerken die duurzaam kunnen functioneren en de boodschap van Jezus Christus uitdragen.
Het bezoek aan deze pioniersplekken heeft de consulenten geïnspireerd om de methodes en ervaringen van Serenissima Ministries verder te onderzoeken en waar mogelijk ook toe te passen in hun eigen context.
De Reformatie en Haar Gevolgen in Italië
De Reformatie, die aan het begin van de 16e eeuw de kerk van Rome confronteerde met twee belangrijke ontwikkelingen: de Reformatie zelf en de ontdekking van nieuwe gebieden buiten Europa, had diepgaande gevolgen. De stichting van de Sociëteit van Jezus (jezuïetenorde) door Ignatius van Loyola kwam als een geschenk uit de hemel. Na de erkenning door paus Paulus III (1540) breidde de orde zich vanuit Rome snel uit over Italië en het katholieke deel van Europa. Jezuïeten werden de belangrijkste promotors van de Contra-Reformatie, de reactie van de katholieke kerk op de Reformatie en tegelijkertijd een hervormingsbeweging binnen de kerk.
Enkele opvallende kenmerken van de orde zijn: gehoorzaamheid aan de paus, een organisatie naar legermodel, een hoger opleidingsniveau dan bij de bestaande clerus, en zorg voor onderwijs (wat blijkt uit het stichten van scholen en universiteiten). Op verzoek van de koningen van Spanje en Portugal werd de jezuïetenorde ingeschakeld bij de missionering van de bevolking in de pas ontdekte gebieden. Aanvankelijk lieten de eerste westerse missionarissen zich leiden door een weinig soepele methode, waarbij het Europese kerkmodel ongewijzigd werd overgebracht. Op den duur gaven enkele jezuïeten, zoals Matteo Ricci en Roberto de Nobili, er zich rekenschap van dat de westerse wijze van geloven niet zomaar zonder aanpassing kon worden overgeplant. Zij namen de verspreiding van het geloof ter hand door zich ruimhartig aan te passen aan de cultuur van de volken aldaar, wat leidde tot een controverse over de toelaatbaarheid hiervan (de ritenstrijd).
De overgrote meerderheid van de Italianen is rooms-katholiek. Nadat dit in 1984 de status van staatsgodsdienst verloor, is het aantal religieuze minderheden toegenomen, vooral als gevolg van de toename van het aantal immigranten. Uit een onderzoek uit 2008 bleek dat bijna 3,5 miljoen van de ingezetenen van Italië zichzelf onder een van de verschillende religieuze minderheden schaarde, wat 5,87% van de Italiaanse bevolking was. Atheïsten en agnosten komen hier nog bij.
Andere christelijke religies die in Italië voorkomen zijn onder meer oosters-orthodoxen, protestanten en Jehova's getuigen. In 2008 telde Italië een kleine 900.000 orthodoxen, waarvan het merendeel immigrant is. Ongeveer 600.000 Italianen zijn protestant, waarvan ongeveer twee derde autochtoon.
De oudste protestantse kerk, de Waldenzen (Chiesa Valdese), vond haar oorsprong in Noord-Italië, maar werd eeuwenlang zwaar vervolgd. Italiaanse bisschoppen hebben hier in 1997 officieel hun excuses voor aangeboden. Deze kerk werd in 1947 bij wet erkend. Tegenwoordig is het grootste deel van de protestanten in Italië lid van een pinkstergemeente. Andere protestantse kerken in Italië zijn bijvoorbeeld lutheranen (met name van de Duits sprekende gemeenschappen in Zuid-Tirol), methodisten en baptisten. Samen vormen ze de Bond van Protestantse Kerken. De groep protestanten in Italië is relatief klein en kent redelijk verdeelde opvattingen, met een kloof tussen de groeiende pinkstermeerderheid en de niet-pinkster minderheid.
Het jodendom is de oudste religieuze groepering die ononderbroken op Italiaanse bodem aanwezig is geweest. Ook zijn er soennieten, sjiieten en soefi's, en boeddhisten, die vooral sinds de jaren '60 van de twintigste eeuw in Italië aanwezig zijn.

tags: #gereformeerde #kerk #italie