Op 1 september 1919 markeerde een belangrijk moment in de geschiedenis van Vlaardingen met de start van de Christelijke H.B.S. Groen van Prinsterer. De school begon haar activiteiten in het gebouw aan de Schiedamseweg 55. Na een periode van verschillende locaties, vond de school in 1957 haar permanente onderkomen in het huidige gebouw aan de Rotterdamseweg 55. In de tussentijd werd het onderwijsaanbod uitgebreid met een gymnasium-afdeling. Vanaf 1968 stond de instelling bekend als de Christelijke Scholengemeenschap Groen van Prinsterer, met een dependance in de Westwijk van Vlaardingen, die later zou uitgroeien tot Westland Zuid.
Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de school werd op 16 september een jubileumboek, getiteld 't Groen, Groener, Groenst, door de huidige directeur Harry Chambone aan burgemeester Annemiek Jetten overhandigd. Dit boek, samengesteld door journalist Kor Kegel en fotograaf Adri Reijnhout, beiden oud-leerlingen van het Groen van Prinstererlyceum, bevat talrijke foto's en verhalen die de rijke geschiedenis van de school documenteren. De burgemeester ontving het boek met trots en benadrukte het belang ervan als een documentatie van de geschiedenis van de school, Vlaardingen en haar inwoners.

Op 21 september 2019 opende het Groen van Prinstererlyceum zijn deuren voor een feestelijke reünie ter ere van het 100-jarig bestaan. Oud-leerlingen, oud-medewerkers en huidige personeelsleden werden ontvangen voor een avond vol herinneringen. Een film- en fotolokaal bood de gelegenheid om terug te duiken in het verleden, met fotoalbums uit diverse decennia en films van schoolreizen, evenementen en voorstellingen. Een bijzondere attractie was het klaslokaal dat de sfeer van het midden van de vorige eeuw ademde, waar oud-docenten hun didactische vaardigheden demonstreerden. Frans cartoontekenaars zorgden voor extra sfeer.
De viering werd afgesloten met een uitstapje naar de musical "Soldaat van Oranje" in Katwijk op 25 september, een cadeau voor alle leerlingen, inclusief de eindexamenkandidaten van 2019. De leerlingen genoten zichtbaar van de voorstelling, wat leidde tot een onvergetelijke ervaring, compleet met een frietkraam na afloop.
Ontwikkeling van de Westwijk in Vlaardingen
De geschiedenis van Vlaardingen is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van haar wijken. De Westwijk, gedefinieerd als het gebied ten westen van de Marathonweg, heeft een interessante evolutie doorgemaakt. Hoewel er oorspronkelijk plannen waren voor de ontwikkeling van Noord-Vlaardingen (de huidige Holywijk), verschoof de focus naar de Westwijk. Op 15 mei 1952 werd een krediet verleend voor de aanleg van deze wijk, die een antwoord moest bieden op de naoorlogse woningnood. Met een inwonertal dat begin 1952 de 50.000 overschreed, was de woningnood een urgent probleem.
Het uitbreidingsplan voor de Westwijk voorzag in een centrale verkeersas, de van Hoogendorplaan, geflankeerd door winkelblokken en woonblokken met flats en laagbouw. Een park met sportvelden moest de wijk groen en recreatief maken. De plannen omvatten tevens het bouwrijp maken van de Aalkeet Buiten- en Binnenpolder, wat inhield dat het gebied ontpolderd moest worden. Elk deelgebied was voorzien van scholen, een winkelstrip en een kerk, met een centraal stadspark, het Marnixplantsoen.

Tijdens de ontwikkeling werd gebruik gemaakt van bestaande watergangen, zoals de Poeldijkse Wetering, die werd uitgediept tot een singel. Ook de oude tankval aan het einde van de Westwijk werd geïntegreerd in het stadslandschap. Hoewel er geen officiële "Zuidwijk" bestond, werd in de volksmond gesproken over de Westwijk, de Wetering, Lage Weide, Zuidbuurt en Hoogkamer. Deze indeling kwam ook terug in de postsortering van de PTT.
De Wetering werd geassocieerd met het gelijknamige bejaardenhuis en de Weteringschool. De Hoogkamer stond bekend om de gelijknamige boerderij, waar later de Nivon boerderij gevestigd was. Gemeentewerken werkte de plannen verder uit, met de aanleg van zandbanen, bouwstraten en rioleringen. Op 20 oktober 1954 werd de eerste spade in de grond gestoken door wethouder Teun de Bruin, en op 9 juli 1956 sloeg burgemeester Heusdens de eerste paal voor de bouw van het eerste wooncomplex in de buurt Wetering.
Ruim een maand later volgde wethouder Walstra met de eerste paal voor de bouw van 286 woningen aan de Floris de V-de laan en omliggende straten. Aan de Karel de Grotelaan verscheen de eerste "Goudkust" van Vlaardingen. Elke buurt werd voorzien van een winkelstrip, met de Maranathakerk als een belangrijk herkenningspunt in de Lage Weide, waar ook de Rooms-katholieke St. kerk stond (helaas niet meer te vinden).
De spelling van straatnamen zorgde soms voor verwarring. De Westwijkkapel werd verplaatst naar de wijk Holy, die in opkomst was. De houten RK Willibrorduskerk werd gesloopt. De scholen werden een apart verhaal, met de focus op veilige schoolroutes voor kinderen. De gereformeerde Hendrik de Cockschool speelde hierin een rol.
De Ontwikkeling van het Onderwijs in de Westwijk
De geschiedenis van de scholen in de Westwijk weerspiegelt de groei en veranderende inzichten in het onderwijs. Op 11 september 1958 werd aan de van Boisotstraat de eerste paal geslagen voor een openbare lagere school, de Weteringschool. Op 10 oktober 1958 volgde de eerste steenlegging voor de Ds. A.S. Talmaschool aan de van der Werffstraat. Deze school werd officieel in gebruik genomen op 27 februari 1959.
Op 1 september 1959 opende een r.k. lagere school in een houten gebouw aan de Buys Ballotlaan, dat later dienst deed als wijkcentrum. Dit gebouw is inmiddels gesloopt. De scholen waren aanvankelijk overvol, maar door krimpende gezinnen en nieuwe onderwijskundige inzichten, ontstonden er brede scholen. Een voorbeeld hiervan is de nieuwe brede school aan de van Maerlantlaan, die tevens een bibliotheek omvat.
In januari 1969 werd een school voor openbaar lager huishoud- en nijverheidsonderwijs voor meisjes in gebruik genomen op een terrein omsloten door de Planciusstraat, Van Leeuwenhoekstraat, Kamerlingh Onnesstraat en Hugo de Grootstraat, waar voorheen de Westwijkkapel stond.
De woningbouw in de buurt Lage Weide begon eind 1956, met de aanleg van infrastructuur zoals een verzamelriool. De groei van Vlaardingen was aanzienlijk, met een stijging van het inwonertal met gemiddeld 2.400 per jaar in de zes jaar voorafgaand aan 1959. Het maximum aantal inwoners van Vlaardingen werd bereikt in 1972/1973 met 82.000 personen.
Gemeentewerken was continu bezig met het uitschrijven van bestekken en het maken van tekeningen voor de aanleg van bouwstraten en rioleringen. Om kosten te drukken, werden veelal jonge MTS'ers ingezet. Voor het bouwrijp maken was veel zand nodig, dat per schip werd aangevoerd. In Zuidbuurt werd tevens gestart met woningbouw, en in Hoogkamer werden 500 woningen gebouwd volgens het systeem Dura Coignet. Het tempo van de bouw werd hoog gehouden door middel van systeembouw.
In september 1959 werd besloten tot de bouw van 750 woningen in Zuidbuurt volgens het systeem Larsen en Nielsen, wat de druk op gemeentewerken verder verhoogde. In Hoogkamer begon de bouw van een wooncomplex voor het pensioenfonds "Progress" (Unilever), terwijl de eerste twee buurten, Wetering en Lage Weide, nog niet voltooid waren. Gemeentewerken startte de aanleg van het winkelplein aan de Floris de Vijfdelaan.
Voor een leefbare wijk was meer nodig dan alleen woningen. De gemeenteraad besloot tot de bouw van een tweede bejaardenflat, De Valkenhof, waarvan de eerste paal op 3 december 1962 werd geslagen. De behoefte aan bouwterrein bleef bestaan, met aandacht voor de afwerking van het terrein tussen de Van Baerlestraat en de Buys Ballotlaan.
De Ontstaan en Ontwikkeling van Gereformeerde Kerken in Vlaardingen
Vlaardingen, oorspronkelijk een belangrijk vissersdorp, kende vanaf 1848 een significante aanwezigheid van de Christelijk Afgescheidene Gemeente. De onvrede met de hervormde kerk leidde tot de vorming van nieuwe gemeenschappen. De eerste Afgescheidenen, Samuel van Piershil en zijn gezin, onttrokken zich in oktober 1835 aan de hervormde kerk. Zij verenigden zich met "alle waare Gereformeerden, waar de Heere die ook gelieft te vergaderen".
De Vlaardingse Afgescheidenen kwamen aanvankelijk bijeen in conventikels om te bidden, de bijbel te lezen en te zingen. Anderen voegden zich bij de Christelijke Afgescheidene Gemeente in Schiedam, geïnstitueerd in november 1835. De komst van ds. A. Brummelkamp in Schiedam in 1839 leidde tot een grote toeloop, maar ook tot bezwaren, waaronder beschuldigingen van remonstrantisme en het niet dragen van het ambtsgewaad.
Na Brummelkamp volgden andere predikanten in Schiedam, zoals ds. B., die in 1842 het predikambt aanvaardde zonder officiële bevestiging en na een half jaar zijn bediening neerlegde vanwege twijfels over het karakter van de gemeente. Ook ds. H.A. Vos en ds. H.P. Leenmans hadden te maken met interne conflicten en beschuldigingen van remonstrantse uitlatingen.
In 1846 vroegen enkele Vlaardingers aan de classis om een eigen gemeente te stichten. Na onderzoek bleek dat de Afgescheidenen nog niet bereid waren tot een eigen gemeentestichting. Op 30 november 1848 lukte het echter om een vergadering bijeen te roepen, waar besloten werd de openbare godsdienst uit te oefenen "op de grondslagen onzer voorvaderen van 1618 en 1619". Op 10 december 1848 vond de eerste gezamenlijke dienst plaats in de woning van Gerrit Redering. Op 14 december 1848 werden ambtsdragers gekozen, wat de officiële institueringsdatum van de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Vlaardingen markeert.
De gemeente groeide, en in 1853 vroeg Vlaardingen erkenning bij de koning aan. Na het vertrek van ds. Middel in 1855, volgde ds. Chr. Steketee Azn. in 1859. Tijdens zijn ambtsperiode kreeg de gemeente een eigen kerk aan de Kuiperstraat, die in 1859 in gebruik werd genomen. De gemeente groeide verder, wat leidde tot de aankoop van grond aan de Landstraat, waar in 1877 een nieuwe kerk, de Landstraatkerk, werd gebouwd.
De naam van de gemeente veranderde in "Christelijke Gereformeerde Gemeente" na een landelijke fusie van de Christelijke Afgescheidene Kerk en de Gereformeerde Kerk onder 't Kruis. Deze fusie was echter niet zonder slag of stoot, met interne verdeeldheid over kerkelijke ordonnanties en de naam "gereformeerd".
Op 16 juli 1871 deed ds. K. Kleinendorst intrede in Vlaardingen. De kerk aan de Kuiperstraat werd te klein, en in 1877 werd de Landstraatkerk gebouwd. De laatste dienst in de Kuiperstraatkerk vond plaats op 25 februari 1877. De Landstraatkerk werd op 4 maart 1877 in gebruik genomen. In 1900 werd de Landstraatkerk verbouwd en voorzien van een galerij.
Ds. Kleinendorst nam op 16 maart 1879 afscheid van de gemeente. Na hem volgden ds. F.P.L.C. van Lingen en ds. J. Wisse Czn. die zich verzetten tegen de fusie van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk. Dit leidde tot de oprichting van de "voortgezette" Christelijke Gereformeerde Kerk. Op 28 oktober 1908 werd de Christelijke Gereformeerde Gemeente aan de Markgraafstraat officieel geïnstitueerd.
Er waren pogingen tot toenadering tussen de twee Gereformeerde Kerken in Vlaardingen (Kerk A en Kerk B). Er werden gecombineerde kerkenraadsvergaderingen gehouden en afspraken gemaakt over het avondmaal en kanselruil. Uiteindelijk werd in 1895 een gezamenlijke commissie ingesteld om de mogelijkheden van nadere contacten te onderzoeken. Na veel discussie en bezwaren, besloot Kerk B zich zonder voorwaarden bij Kerk A te voegen. Echter, bezwaren tegen de predikant van Kerk B, ds. F. Drost, leidden tot een enquête onder de gemeenteleden van Kerk A. De resultaten van de enquête toonden aanzienlijke bezwaren aan tegen de fusie.
Ondertussen werd de Landstraatkerk van Kerk A te klein. Er werd besloten een tweede kerk te bouwen aan de Binnensingel, de Oosterkerk, die op 4 november 1914 in gebruik werd genomen. In 1915 werd de tweede predikantsplaats ingesteld en ds. K. Schilder werd beroepen. Hij was voorstander van de fusie, maar zag af van het doordrukken ervan vanwege weerstand.
Op 18 januari 1920 deed ds. H.J. Heida intrede. Op initiatief van ds. Heida hielden de twee kerkenraden op 26 november 1920 een spreekuur om de mening van gemeenteleden over de fusie te peilen. Een gezamenlijke commissie stelde een document op met de voorwaarden voor de vereniging. Op 7 december 1920 werd de verklaring ondertekend, en de kerkgebouwen kregen deels nieuwe namen. Ds. D.B. Hagenbeek werd, naast ds. Sieders en ds. Heida, een van de drie predikanten.
De Oosterkerk aan de Binnensingel werd te klein en in 1934 werd een nieuwe kerk aan de Schiedamseweg gebouwd, die op 6 februari 1935 in gebruik werd genomen. In 1945 werd de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) geïnstitueerd na problemen rond de beroeping van dr. F.L. Bos. Ondanks het verlies van leden door de Vrijmaking, bleef de groei door de uitbreiding van Vlaardinger Ambacht bestaan.
Na de oorlog werd gezocht naar een stuk grond voor kerkbouw, wat resulteerde in de bouw van de Emmaüskerk aan de Van Linden van den Heuvellsingel, die op 28 februari 1952 officieel in gebruik werd genomen. In 1967 werd de kerktoren verrijkt met een luidklok.
Op 29 januari 1956 werd de laatste dienst gehouden in de Zuiderkerk (Landstraatkerk), die in 1955 werd verkocht aan de PTT. In 1957 werd de laatste dienst gehouden in de voormalige Dolerende Noorderkerk aan de Kuiperstraat, die gesloopt moest worden in verband met stadsvernieuwing. Tegelijkertijd begon de bouw van de Pniëlkerk aan de Henriette Roland Holststraat, bedoeld voor kerkgangers in de Westwijk. De kerk werd op 17 december 1957 in gebruik genomen.

Verdere Ontwikkelingen en Historische Schoolgegevens
In 1900 werd de leerplicht aangenomen. In 1901 trad Koningin Wilhelmina in het huwelijk met Hertog Hendrik van Mecklenburg. In datzelfde jaar werd de "School met den Bijbel" in Piershil officieel geopend op 30 december, na 17 jaar voorbereiding. De school werd gevestigd in een deel van het bestaande schoolgebouw. Het hoofd der school was de heer J. van de Nadort, een onderwijzer van Christelijk Gereformeerde richting, en mej. T. Broos van de Ned. Herv. Kerk was onderwijzeres.
Op 23 december werd de officiële openingsrede gehouden door Ds. A. de Blois, predikant bij de Oud Gereformeerde gemeente te Vlaardingen. De school vierde op een later moment haar vijfentwintigjarig bestaan met een ouderavond, waar de schoolstrijd en de betekenis van christelijk onderwijs werden besproken.
In 1902 werd het schoolgeld voor veel gezinnen een zware last, maar het bestuur benadrukte de noodzaak van christelijk onderwijs. Het christelijk onderwijs ontving subsidie vanuit Den Haag, met strikte voorwaarden.
In 1904 rapporteerden bestuursleden dat vier ogen in één boekje staarden, wat de financiële beperkingen voor het aanschaffen van leermiddelen illustreerde. In 1905 vroeg de knapenvereniging om gebruik te mogen maken van een lokaal voor hun vergaderingen.
Het schooljaar 1905-1906 werd gekenmerkt door de ziekte van difteritis bij een leerling. Op 1 oktober 1906 nam bovenmeester Bokhout ontslag om een benoeming als hoofd der school in Tilburg aan te nemen. De heer A.F. van Neutegem werd zijn opvolger.
Op 1 april 1908 werd een nieuwe school geopend en ingewijd. De viering werd voortgezet met chocolademelk en lekkernijen, en optredens door de leerlingen. Het schoolgeld bedroeg in 1918 nog f 0,20 per week. In januari 1918 begon de U.L.O. met 30 leerlingen. Vanwege de Spaanse griep was de school 3½ week gesloten.
In 1919 werd de school verbouwd door er een verdieping op te bouwen voor het Middelbaar Uitgebreid Lager Onderwijs. Op 30 juni 1920 werd de wet aangenomen die openbaar en bijzonder (christelijk) onderwijs gelijkstelde.

In 1913 waren er spanningen binnen het bestuur, wat leidde tot het aftreden van het gehele bestuur op 20 november. In augustus 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. In 1915 moest rekening gehouden worden met de mogelijke komst van militairen. In de laatste maanden van het jaar was er veel verzuim door mazelen. De scholen stopten met schrijven op leien; de eerste klas begon met potlood en de tweede klas met inkt.
Vanwege kolenschaarste gaf het gemeentebestuur van 21 december tot 7 januari vakantie voor alle openbare scholen. In 1918 heerste de 'Spaanse griep', wat leidde tot een schoolsluiting van 3½ week. Gelukkig overleed geen van het onderwijzend personeel.
tags: #gereformeerde #school #vlaardingen