De Geschiedenis van het Lutheranisme in de Noordelijke Nederlanden

De Vroege Verspreiding van Lutherse Geschriften

De geschriften van Maarten Luther vonden al zeer snel hun weg naar de noordelijke Nederlanden. Dit proces is nauwkeurig gedocumenteerd door C.Ch.G. Visser in zijn dissertatie Luthers Geschriften in de Nederlanden tot 1546 (Assen 1969). De verdere ontwikkeling van het lutheranisme in deze regio is recentelijk grondig onderzocht en beschreven door prof. dr. K. Zwanepol in het Lutherbulletin (jrg. 16, Ermelo 2007). Eerder had J.W. Pont met zijn standaardwerk Geschiedenis van het Lutheranisme in de Nederlanden tot 1618 (Haarlem 1911), bekroond met de Teylersprijs, en J. Loosjes met Geschiedenis der Lutherse Kerk in de Nederlanden (Den Haag 1921) al belangrijke bijdragen geleverd. Sindsdien is er echter veel meer kennis vergaard over deze turbulente periode, wat onder meer is samengevat in het rijk geïllustreerde boek van C.Ch.G. Visser, De Lutheranen in Nederland (Dieren 1983).

Het Augustijnenklooster in Antwerpen en de Vroege Reformatie

Het Augustijnenklooster in Antwerpen, gesticht in 1514, was een jonge congregatie zonder veel traditie toen de ideeën van Luther er doordrongen. In 1520 protesteerden de monniken, in lijn met Luther, tegen de aflaathandel, wat tot genoegen van de Antwerpse bevolking was. De prior, Jakob Propst, leidde dit verzet. Dit kwam hem duur te staan; hij werd gearresteerd na het Edict van Worms en herriep zijn opvattingen. Uit spijt van deze lapsus begon hij later opnieuw evangelisch te preken in Ieperen. Na opnieuw gearresteerd te zijn, wist hij echter te vluchten naar Wittenberg.

In Antwerpen werd Propst opgevolgd door Hendrik van Zutphen, die in 1524 als martelaar stierf. Na zijn dood werd het klooster afgebroken, waarbij alleen de kerk, nu de St. Andrieskerk, overbleef. De overgebleven monniken werden weggevoerd. Onder hen bevonden zich Hendrik Vos en Johan van den Essen, die in Brussel op de brandstapel stierven. Deze gebeurtenis raakte Luther diep; hij wijdde aan hun nagedachtenis zijn eerste lied, een lange ballade genaamd Ein neues Lied wir heben an.

De Unieke Ontwikkeling in Vlaanderen

De vraag waarom de ontwikkelingen in Vlaanderen anders verliepen dan in Duitsland is complex. In Duitsland moest Karel V rekening houden met de keurvorsten, terwijl hij in de Nederlanden meer vrij spel had en de inquisitie haar gang kon laten gaan. Dit is uitvoerig beschreven door Decavele in het Nederlands Archief voor kerkgeschiedenis (1982, afl. 1, p. 4 e.v.).

De 'Lutherse' Beweging: Organisatie en Invloeden

Het is lastig te bepalen hoe 'luthers' de vroege beweging precies was. Er was nog geen sprake van gemeentelijke organisatie; het streven was gericht op vernieuwing van de kerk. Dat er meer speelde dan enkel het 'lutherije' blijkt uit het verhaal over de 'schwärmerische' ideeën van Pruystinck, ook wel Loy de schaliedekker genoemd. Hij was rond het crisisjaar 1525 invloedrijk in Antwerpen en had Luther bezocht. Luther was echter kritisch over hem en waarschuwde de Antwerpenaren voor deze 'Rumpelgeist'.

Pruystincks latere terughoudendheid wat betreft gemeentestichting kan mede verklaard worden door de gevaren en bedreigingen die hij zag. Het ging om de reformatie van de kerk, niet om het vormen van dissidente groepen. Zelfs na Pruystincks dood op de brandstapel in 1544 bleven spiritualistische ideeën een rol spelen in Antwerpen, ook binnen de kring van Lutherse aanhangers.

Luther's Brief aan de Antwerpse Geestverwanten

In 1526 richtte Luther een brief aan zijn Antwerpse geestverwanten. Dit belangrijke document, lang onbekend gebleven en enkel in het Nederlands bewaard, wordt door Zwanepol in het Lutherbulletin (2007) in zijn volle betekenis behandeld. Luther was ingelicht over de toestand van de lutheranen in Antwerpen door een zekere Campanus. In de brief spoort hij hen aan trouw te blijven aan zijn nadruk op het Avondmaal en de realis praesentia, een thema dat vanaf dat moment steeds weer een rol zou spelen. Er deden echter ook andere ideeën de ronde, onder andere afkomstig van Martin Bucer. Verrassend is dat Campanus, die aanvankelijk Luthers visie verdedigde, later zozeer in spiritualistische richting ging dat Luther ook voor hem moest waarschuwen.

Verwarring en Vroege Gemeentevorming

Deze ontwikkelingen duiden op aanzienlijke verwarring binnen de kring en verklaren de zorg van Luther. Hij verzette zich tegen elke vorm van zelfstandige gemeentevorming, wat de lutheranen in de Nederlanden een achterstand opleverde op het gebied van groepsvorming en organisatie. Om deze ontwikkelingen goed te begrijpen, is een beeld van het wel en wee van deze groep in de vroege jaren essentieel.

In 1524 kwam een kring bijeen in het 'Eykstraetken', onder leiding van een schilder. Er waren ook bijeenkomsten onder leiding van ex-priesters. De algemene leiding berustte bij Campanus, Lodewijk Munsoor en Dionysius Vinne. Volgens Zwanepol, die hier anders oordeelt dan Pont, kan deze groep als luthers gezind worden beschouwd. Intrigerend is dat men in sommige kringen het Avondmaal vierde, maar soms ook eerst samenkwam om vervolgens gezamenlijk naar de mis te gaan. Dit duidt op verschillende inzichten: er waren 'lutheranen' die meenden dat de mis als sacrament geldig was gebleven, met de woorden van Christus aanwezig, zij het gefluisterd.

Communio sub utraque en Huisvieringen

Een belangrijk punt was de communio sub utraque, onder beide gestalten, door Luther gepresenteerd als een schriftuurlijk gegeven. In een antwoord aan Maria van Hongarije, landvoogdes vanaf 1531 en enigszins onder de indruk van Luthers gedachten, stelde Luther dat men beter in de geest kon communiceren (manducatio spiritualis) dan onder één gestalte. Van huisvieringen wilde hij in latere jaren echter niets weten, omdat dit later een grote rol zou spelen. Centraal stonden publica confessio en een publicum ministerium. Zelfs een slecht ministerium ontkrachtte het sacrament niet, zolang de substantialia, de wezenlijke elementen van Christus' instelling, bewaard bleven. Men moest bij voorkeur naar een parochie gaan waar men sub utraque kon communiceren, maar dit was gevaarlijk. Biechten kon door de inquisitie gebruikt worden. De volharding van deze mensen in een moeizame, onduidelijke en riskante situatie is bewonderenswaardig.

De doop werd vermoedelijk meestal verricht door een rooms-katholieke priester, soms door een huisvader zelf. Luther had beide mogelijkheden opengelaten, omdat de doop minder 'bedorven' was dan het Avondmaal.

Huiskerken en de Rol van de Overheid

Hoewel Luther in 1523 voorstander was van een eigen organisatie, vooral als er enkel nog godlasterlijke priesters waren, wilde hij later niets weten van huiskerken. Hij vreesde voor verkeerde groepsvorming ('Rotten') en Schwärmerei, maar vooral vanwege de opvatting over het publieke ambt. Maximaal kon men samenkomen om te bidden voor een overheid die openbare prediking en gemeentestichting toeliet. Alternatief was emigratie, wat velen deden, mede vanwege het gevaar van de inquisitie.

In Woerden, na het martelaarschap van Jan de Bakker, beriep men zich echter op de Luther van 1523 en stelde voorgangers aan die in huiskerken voor-gingen in de bediening van Woord en Sacrament, zonder sprake van Schwärmerei of sectarisme. Als het publieke ministerium het liet afweten, moest men een ander, zuiver ministerium in het leven roepen. Dr. J. Haitsma beschrijft deze ontwikkelingen uitvoerig in zijn boek over Woerden (De geschiedenis van de oudste Evangelisch-Lutherse gemeente in Nederland (Woerden), 1999). Het is opmerkelijk dat de miskelk van vóór de Reformatie nog steeds in het bezit is van de lutheranen aldaar.

De Vorming van de Lutherse Gemeente in Antwerpen en de Opkomst van Calvinisme

De luthers beïnvloede groep in Antwerpen was niet hecht georganiseerd en werd in de jaren daarna overvleugeld door calvinisten en dopers. Desondanks was deze groepering, die geestverwantschap met Luther toonde, te belangrijk voor de geschiedenis van de Reformatie in de Nederlanden om genegeerd te worden. De latere ontwikkelingen binnen deze groep bevestigen dit en zijn uniek binnen de ontwikkeling van het lutheranisme.

1566: Een Cruciaal Jaar voor het Lutheranisme

Het jaar 1566, ook wel het wonderjaar of hongerjaar genoemd, was een crisisjaar. De landvoogdes Margaretha van Parma moest enigszins toegeeflijk zijn, zeker ten aanzien van de lutheranen, die een gematigdere groep vormden dan de invloedrijkere calvinisten en dopers. De lutheranen kregen de kans zich te organiseren, gestimuleerd en begeleid door adviseurs uit Duitsland, maar pas nadat de overheid dit had toegestaan.

Willem van Oranje speelde hierin ook een rol. Hij zag in dat het ongerijmd was deze gematigden en meer gegoeden deze mogelijkheid te ontzeggen. Het feit dat de gereformeerde consistories al goed functioneerden, speelde waarschijnlijk ook een rol. Op 1 september 1566 kwamen de lutheranen samen in de schuur van de prelaat van St. Michiel, met Franciscus Alardus als voorganger. Op 2 september werd het contract met de prins getekend. Dit kan gezien worden als het begin van de lutherse kerk- en gemeentevorming in de Lage Landen, hoewel het geestelijke begin veel eerder lag.

Het jaar 1566 markeert het begin van het georganiseerde lutheranisme in de Lage Landen, met grote invloed tot in Amsterdam en andere Noord-Nederlandse gemeenten, en via 'Nieuw Amsterdam' zelfs tot het lutheranisme in de USA.

Organisatie en Liturgie in 1566

De ontwikkelingen gingen snel: er mocht een paar kerken gebouwd worden. Het bestuur van de gemeente werd gekozen uit de verschillende groepen, met twaalf gedeputeerden voor de ongeveer 4000 leden. Deze gedeputeerden waren meer bestuurders dan ambtsdragers, hoewel dit onderscheid ter discussie staat. In Amsterdam werden deze gedeputeerden later ouderlingen genoemd en hadden zij, door het aanstellen van predikanten, zeker bemoeienis met de leer en het geestelijk leven.

Ook in Antwerpen waren er lutherse diakenen, die echter anders dan de gereformeerde diakenen, het armengeld aan de overheid ter beschikking stelden. In Amsterdam was dit wel een zorg voor de gemeente, die ondanks de toevloed van arme immigranten, vaak uit nood een beroep op de overheid moest doen. Deze organisatie was noodgedwongen en van een andere aard dan in veel lutherse streken waar de overheid een grotere rol speelde.

De bloei in 1566 en begin 1567 was spectaculair, maar van korte duur. Desondanks slaagden zij erin - mede dankzij Duitse adviserende theologen - een kerkorde, een belijdenis, een Agende (Dienstboek, liturgie) en een gezangboek te produceren. Het gezangboek was een vertaling van het Bonner boek uit 1544 en bevatte, naast gezangen van Luther, ook een Duitse psalmberijming verzameld door dopersgezinden. De liturgie richtte zich meer naar het Zuidduitse model, afgeleid van de middeleeuwse preekdienst, terwijl het Noorden het Wittenbergse model volgde. Toch bevatte de Antwerpse liturgie klassieke onderdelen als Sanctus en Agnus Dei, en werd er elke week het Avondmaal gevierd. Opvallend is het herhaaldelijk voorkomen van het woord 'verbond' in het Avondmaalsformulier, uniek voor het lutheranisme en waarschijnlijk een Nederlandse inbreng, mogelijk een handreiking naar de calvinisten, wier Avondmaalsvisie men afwees.

De Prins en de Lutheranen: Tussen Onderdrukking en Verzoening

De landvoogdes ondermijnde de gedane concessies. De prins van Oranje zat klem tussen de calvinisten, die zich bewapenden, en de lutheranen. De prins probeerde de calvinisten de Augsburgse Confessie te laten onderschrijven voor bescherming, maar zij weigerden. Na rellen volgde de slag bij Austruweel, waar de calvinisten geen hulp kregen van de lutheranen, wat hun invloed in de Lage Landen beperkte.

Oranje, die bloedvergieten had voorkomen, kon lange tijd geen goed doen in de ogen van de calvinisten. De lutheranen waren evenzeer slachtoffers van de hardere sfeer; zij moesten zich terugtrekken in 'huysoeffeningen' en zich als 'nicodemieten' aanpassen aan de roomse praktijk. Velen vluchtten naar Duitsland en het Noorden, wat het einde betekende van de gemeente na het veelbelovende begin. Er was later nog een kortstondige opleving van 1576 tot 1585, maar de gemeentevorming had zich toen al naar andere streken verplaatst, zoals Amsterdam, waar men aanvankelijk in huiskerken samenkwam, nu gedoogd door de lutherse theologen met een beroep op eerdere uitspraken van Luther.

Het Pakhuis en de Ontwikkeling van het Lutheranisme in Duitsland en Scandinavië

De persoonlijke zielenstrijd van Luther en zijn streven naar oplossing van het heilszekerheidsprobleem worden niet tekortgedaan door vast te stellen dat pas na het loslaten van zijn exclusief-religieuze richtlijnen en zijn aansluiting bij wereldlijke overheden, hij in staat was een eigen kerk te organiseren. Zonder deze evolutie van een radicaal a-politiek apostelschap tot een hechte verbondenheid met wereldlijke macht, is het succes van het lutheranisme ondenkbaar. Door Duitse vorsten voor zich te winnen, schiep Luther de mogelijkheid van landskerken. Dit succes was echter ook zijn nederlaag, daar het de nieuwe kerk aan de staat uitleverde en haar gevangene maakte, volstrekter dan de oude kerk dat ooit was.

Aan het systeem van landsheerlijk oppergezag over de kerk dankt het lutheranisme zijn expansie, de groei door middel van oplegging van bovenaf. De landskerk, vrijgemaakt van het pauselijk gezag, brak echter ook volledig met Luthers beginsel van vrij onderzoek. In de landskerk werd de vorst geacht het onderzoek te hebben gedaan en moesten onderdanen zijn resultaat accepteren. Dat de hervormer zich hierbij neerlegde, bewijst dat de Luther van de middag anders was dan die van de morgen. De landskerk werd een dwangkerk.

De Duitse vorsten, niet zonder bedenkelijke concessies, dwongen hun volk in het door Luther getrokken spoor. Zo bereikte de nieuwe organisatie in de meeste staten binnen korte tijd een algemeen gezag dat zij nooit door prediking en de praktijk van vrijheid zou hebben verworven. Dit geldt niet alleen voor Duitsland, maar ook voor Scandinavië en Engeland. In Zürich en Genève hebben staatkundige invloeden het protestantse expansieproces mede bepaald.

Het is een misvatting dat ooit een Europese bevolkingsmeerderheid het katholicisme verwierp om het protestantisme aan te hangen. Vaak waren het minderheden, gesteund door de staat, die door geweld en gewetensdwang de massa naar hun model vormden. De Europese religieuze kaart is grotendeels bepaald door politieke keuzes van vorsten in de zestiende eeuw. Waar nu het protestantisme overheerst, is dit een gevolg van oplegging van bovenaf. In landen waar het katholicisme heerst, werden protestantse minderheden gerecatholiseerd, uitgeroeid of verbannen.

Scandinavië, Denemarken en Groot-Brittannië werden bijna egaal protestants doordat vorsten, zoals Hendrik VIII in Engeland en de Oldenburgers in Denemarken, kerkenroof pleegden door kerkelijke bezittingen te confisqueren. Bisschoppen die weigerden mee te werken, kwamen op het schavot.

Duitsland, Zwitserland en Nederland zijn gemengd. In West-Duitsland, dat tot in de negentiende eeuw sterk versnipperd was, is het verband tussen het politieke verleden en de huidige religieuze kleur duidelijk. Waar gebieden onder niet-geestelijke heren stonden, wordt het geloof nog steeds bepaald door de keuzes die zij in de zestiende of zeventiende eeuw maakten. Slechts enkele dynastieën, zoals het Oostenrijkse en Beierse huis, bleven het katholicisme trouw.

De slaafse toepassing van het Augsburgse beginsel werd op den duur ondermijnd door factoren als de secularisatie, het niet vervullen van sociale verwachtingen en vooral de katholieke reformatie vanaf Trente. De nieuwe, in de geest van Trente gevormde clerus, stuitte op de onbuigzaamheid van de bevolking bij pogingen tot protestantisering.

De Lutheranen in Groningen en Pekela

Rond 1617 vinden we de eerste tekenen van de aanwezigheid van lutheranen in de stad Groningen. Het waren vooral handelslieden uit Ostfriesland en vluchtelingen uit Duitsland. De exacte datum van gemeentestichting is onbekend. De tegenwerking van het calvinistische stadsbestuur was groot en zou lang aanhouden, leidend tot het dichttimmeren van de ruimte voor bijeenkomsten. Pas in 1659 werd de eerste eigen predikant beroepen. Toestemming voor kerkbouw werd in 1694 verleend, waarna de kerk in 1696 werd ingewijd.

In de Groninger Veenkoloniën kwamen midden zeventiende eeuw veel handelslieden, ambachtslui en werklieden uit het aangrenzende Duitsland. Zij namen hun lutherse geloof mee. In 1695 werd bij Winschoten een lutherse gemeente gesticht, waar de geloofsgenoten uit Pekela zich bij aansloten. Vanwege de lange reistijd naar Winschoten, besloten de lutheranen uit Pekela een eigen gemeente te stichten. Op de grens van Oude- en Nieuwe Pekela verrees de eerste kerk en pastorie.

De lutherse gemeente in Pekela, net als andere zusterkerken, is gestoeld op de Augsburgse geloofsbelijdenis. Kernpunten zijn de rechtvaardiging door genade alleen, vergeving van zonden door Christus alleen, en een onbelemmerde relatie tussen God en mens. De lutherse diensten lijken op die in andere protestantse kerken, maar worden door ingewijden ervaren met meer enthousiasme.

De gemeenschap in Pekela kende perioden van rust en bloei, mede dankzij langdurige verblijven van voorgangers en een rijk verenigingsleven. Sinds enkele decennia is er echter sprake van een forse teruggang. Om de geloofsgemeenschap in stand te houden, onderzoekt een werkgroep mogelijkheden tot behoud en samenwerking met andere kerken, zoals de gereformeerde kerk in Nieuwe Pekela en de PKN en Vrij Evangelische Gemeente in Oude Pekela.

De Lutherse Kerk in Nederland: Organisatie en Ontwikkelingen

In Antwerpen begonnen uitgevers en vertalers al snel na 1517 met het verspreiden van Luthers geschriften, wat leidde tot vervolgingen. Gedreven door politieke omstandigheden, kwam op 2 september 1566 de vorming van een lutherse gemeente in Antwerpen tot stand. Zij publiceerden een kerkorde en agenda, maar de gemeente werd in 1567 verboden. Vele lutherse vluchtelingen vestigden zich op verschillende plaatsen, waaronder Middelburg, Leiden, Rotterdam, Haarlem, Utrecht en Amsterdam. Deze gemeenten hadden het niet gemakkelijk onder de vervolgingen van de calvinistische overheid, die de nationale Kerk was en geen ander naast zich duldde.

Verschilpunten betroffen het Avondmaal en de leer van de uitverkiezing. Men streefde echter naar een Nederlandse kerk. In 1648 verscheen de Lutherbijbel in het Nederlands, en ook de gezangboeken waren in de moedertaal. De Evangelisch-Lutherse kerk telde in 1993 10.000 leden en 11.000 doopleden.

Het Nederlands-Luthers Genootschap voor In- en Uitwendige Zending werd gesticht op initiatief van de Duitse lutherse predikant in Amsterdam, ds. L.C. S. Het Genootschap werd later door de kerk erkend. Ook kwam het in 1886 tot de stichting van de Lutherse Diaconesseninrichting in Amsterdam.

Na de oorlog brak een nieuwe periode aan. In 1947 werd de Lutherse Wereldfederatie gesticht. De twee lutherse richtingen in Nederland vonden elkaar in 1952, waarna de kerkgebouwen liturgisch werden ingericht met veel aandacht voor de vormgeving van de kerkdienst. Er kwam een nieuw gezangboek. De toenemende secularisatie leidde echter tot sluiting van kerkgebouwen, hoewel er vooral in kleinere gemeenten veel activiteit bleef. In 1973 werd, samen met andere protestantse kerken, het Liedboek voor de Kerken in gebruik genomen. Met de Rooms-Katholieke Kerk kwam in 1968 een consensus over de doop tot stand.

De Lutherse Kerk in Pekela

De Lutherse kerken in Oost-Groningen waren ooit bloeiende gemeenten. Midden zeventiende eeuw namen Duitse immigranten hun geloof mee naar de Groninger Veenkoloniën. In 1695 werd bij Winschoten een Lutherse gemeente gesticht, waar de geloofsgenoten uit Pekela zich bij aansloten. Vanwege de lange reistijd besloten de Pekelaren een eigen gemeente te stichten. De gemeente, gestoeld op de Augsburgse Geloofsbelijdenis, kende perioden van rust en bloei door langdurige verblijven van voorgangers en een actief verenigingsleven. Sinds enkele decennia is er echter sprake van een forse teruggang.

Visuele Elementen

Kaart van de verspreiding van het Lutheranisme in de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw

De Opstand in de Nederlanden: van begin tot eind

Afbeelding van een vroege Lutherse kerk in Nederland

tags: #lutheranen #in #het #noorden