De Lofzang van Maria: Een Diepgaande Beschouwing

De Lofzang van Maria, ook wel bekend als het Magnificat, is een bijbels lied dat zijn oorsprong vindt in het Evangelie van Lucas, hoofdstuk 1, verzen 46 tot 55. Dit lied, dat de eer van God verheft, is door de eeuwen heen in diverse berijmingen en muzikale interpretaties tot leven gekomen. De tekst van het gezang 66 uit de bundel Joh. Hervormde Bundel 1938, met de beginregel "Mijn ziel verheft Gods eer", is een bekende Nederlandse vertolking.

De oorspronkelijke tekst van het Magnificat is van Johannes Eusebius Voet (1706-1788), met een berijming uit 1773, die later bewerkt is door Willem Barnard (1920-2010). Dit specifieke gezang, met de melodie uit Straatsburg (1539), kende aanvankelijk een koppeling met psalm 3 in de berijming van Clement Marot. In Datheens Psalmen Davids (1566) werd de melodie echter succesvol gecombineerd met een berijming van de lofzang van Maria, wat Wim Kloppenburg omschreef als een "gelukkig tweede huwelijk". Willem Barnard zelf sprak van "monumentenzorg", waarbij hij bestaande elementen restaureerde en bouwvallige delen verving. Hij beschouwde de berijming van Muus Jacobse als de beste.

illustratie van Maria die de engel Gabriel ontvangt tijdens de Annunciatie

De Annunciatie en de Verwondering van Maria

De voorkant van het boek "Maria" van Arnold Huijgen, met een afbeelding van Maria, roept associaties op met een gebeurtenis tijdens een redactievergadering van het Liedboek (2013). Hierbij werd een concept voor de Nederlandse vertaling van het Baskische kerstlied 'Gabriel's message' besproken, met de beginregel 'Verlegen kijkt Maria, buigt haar hoofd…'. Twee vrouwelijke redactieleden uitten hun twijfels over de weergave van Maria als 'verlegen'. De vraag rees hoe Maria werkelijk keek, gebaseerd op de Bijbelse beschrijvingen.

Na verdere overweging en aanpassing, met de opmerking van een supervisor om de betreffende zin opnieuw te bekijken, resulteerde dit in de uiteindelijke tekst in het Liedboek: 'Verwonderd kijkt Maria, heft haar hoofd / en zegt: voor mij is goed wat God belooft' (Lied 443). Deze aanpassing benadrukt de verwondering van Maria, in plaats van verlegenheid, en haar openheid voor Gods beloften.

De Hunkering naar Schoonheid in de Gereformeerde Traditie

Een van de drijfveren achter het schrijven van het boek "Maria" door Arnold Huijgen is het verlangen naar schoonheid. Huijgen stelt in de inleiding, onder het kopje 'Magnificat', dat schoonheid in de gereformeerde Reformatie naar de achtergrond is gedrongen. Hij pleit ervoor om naast waarheid en goedheid ook oog te hebben voor esthetiek.

De bekende Engelse dichter John Keats verwoordde deze verbinding treffend: 'Beauty is truth, truth beauty, –that is all / Ye know on earth, and all ye need to know.' Willem Barnard haakte hierop in door te stellen dat in een anglicaanse kerk, een "tempel van truth", ook de schoonheid een plaats heeft. Dit resoneert met een bredere hunkering naar schoonheid binnen Nederland, en specifiek binnen de gereformeerde gezindte. Dit is een van de bevindingen uit het promotieonderzoek 'My Soul Doth Magnify', dat zich richt op de toe-eigening van de anglicaanse choral evensong in Nederland. Het postdoctoraal vervolgonderzoek 'Choral Evensong Experiences' bevestigt dat de ervaring van schoonheid, in samenhang met verstilling en heiligheid, belangrijke redenen zijn voor de aantrekkingskracht van de evensong op diverse kerkgemeenschappen, waaronder een aanzienlijk deel uit de gereformeerde gezindte.

De aantrekkingskracht van de evensong op niet-kerkelijken, die een aanzienlijk deel van de bezoekers vormen, is bijzonder boeiend in een tijd van secularisatie. De anglicaanse theoloog en musicus Jonathan Arnold beschrijft in zijn boek 'Sacred Music in Secular Society' hoe sacrale muziek een brug kan vormen die niet-kerkelijken in contact brengt met de kerkelijke traditie. De koppeling die Huijgen maakt tussen de hunkering naar schoonheid en de tekst en muziek van het Magnificat is daarom zeer relevant. De kwaliteit van Engelse kathedrale koren en vergelijkbare ensembles staat garant voor een esthetische beleving, die Huijgen beschrijft als een optillen van de ziel in de evensong.

Het Magnificat - Volmaakte nederigheid!

Het Magnificat in de Liturgie

Het Magnificat is een integraal onderdeel van de liturgie voor de vespers en wordt dagelijks gezongen in de anglicaanse evensong. Martin Luther beschouwde het zelfs als een lied dat tweemaal daags gezongen moest worden. Als danklied van Maria, de moeder van Jezus, is het te vinden in Lucas.

In de gereformeerde traditie werd de lofzang van Maria van oudsher voornamelijk in de Adventstijd gezongen. In de getijdenliturgie, zoals die in kloosters wordt gevierd, heeft het Magnificat echter een plaats gekregen in het avondgebed. De Oosterse liturgie kent het Magnificat daarentegen als het canticum van het ochtendgebed. De redenen voor het avondgebed in de Westerse kerken zijn divers. William Durandus, een dertiende-eeuwse geleerde, verwijst naar Maria als de avondster. Willem Barnard interpreteert het als een aanwijzing: wanneer het duister wordt, moeten wij God 'groot maken' en elkaar de belofte van een nieuwe aarde en de droom van sjaloom te binnen brengen.

In de evensong bevindt het Magnificat zich, technisch gezien, tussen twee lezingen. Echter, liturgisch gezien functioneert het als het evangelie en daarmee als het hoogtepunt van de viering. Dit geldt ook in de evensong, waar men traditioneel gaat staan bij het Magnificat en het Nunc dimittis. In protestantse evensongs in Nederland wordt er echter vaak blijven zitten, wat kan bijdragen aan een meer concertante uitvoering waarbij het koor zingt en het publiek luistert.

Muzikale en Liturgische Evolutie van het Magnificat

Maria's lied wordt beschouwd als een nieuwtestamentische psalm. Muzikaal gezien vertonen de cantica in de monastieke traditie dezelfde vorm als psalmen: ze worden eenstemmig gereciteerd op een psalmtoon, alternerend gezongen. In sommige kerken getuigen de koorbanken nog van dit gebruik. Net als psalmen worden cantica afgesloten met de doxologie, een trinitarische lofprijzing.

Vanaf de late middeleeuwen en de Renaissance begonnen componisten meerstemmige toonzettingen te creëren. Tijdens de gereformeerde Reformatie verdwenen koren en instrumenten uit de liturgie, waarbij de eenstemmige, onbegeleide gemeentezang de overhand kreeg. Het slotlied van het symposium rondom Huijgens boek was de lofzang van Maria uit het Liedboek voor de kerken, gezang 66, met de melodie uit Straatsburg (1539).

In Engeland bleef de koorzang tijdens de Reformatie behouden, met de opdracht aan componisten om voortaan eenvoudig en verstaanbaar te componeren. De Latijnse teksten werden vertaald naar het Engels. Dit is duidelijk zichtbaar in het werk van de zestiende-eeuwse componist Thomas Tallis, die na prachtige, polyfone zettingen voor Latijnse teksten, overstapte op eenvoudige, maar welluidende toonzettingen voor Engelse liturgische teksten.

Tijdens de Engelse Reformatie werden de kloosters ontbonden. Thomas Cranmer, een hervormer en architect van het Book of Common Prayer, voegde de getijden samen tot een ochtend- en avondgebed. Het avondgebed, de evensong, combineert elementen van vespers en completen. Daarom hebben zowel het Magnificat uit de vespers als het Nunc dimittis uit de completen een plaats in de evensong. Talloze componisten hebben het Magnificat en Nunc dimittis op muziek gezet, bekend als Evening Service, voor gebruik binnen de anglicaanse liturgie. Waar het Nunc dimittis vaak ingetogen is, wordt het Magnificat doorgaans uitbundig getoonzet.

Aanbevelingen

Er wordt een oproep gedaan aan verschillende kerkgenootschappen om gezamenlijk de getijden te vieren, bij voorkeur dagelijks, of anders minstens wekelijks, om zo vanuit de oecumene de lofzang gaande te houden. Tevens wordt gehoopt op een groeiend besef binnen de gereformeerde context dat gesproken, onberijmde liturgische onderdelen ook gezongen kunnen worden, en dat koorzang een wezenlijk onderdeel van de liturgie vormt.

Om het concept van schoonheid te kunnen koppelen aan muzikale uitvoeringen van het Magnificat, is koorscholing essentieel. Het trainen van jonge stemmen is van cruciaal belang, zowel voor de huidige als toekomstige uitvoeringen van de lofzang. Investeringen in goede scholing zijn dringend nodig. Hoewel er steeds meer initiatieven op dit gebied buiten de kerk ontstaan, wat toe te juichen is, zou dit een kerntaak van de kerk zelf moeten zijn. Dit, vanwege het verlangen naar schoonheid, om missionaire redenen, maar bovenal om met Maria God de hoogste lof te kunnen toezingen.

notenblad met een fragment van een Magnificat-zetting

Dr. C.S.H. Rijken is theoloog en musicus, gepromoveerd in 2017 aan de PThU op de Choral Evensong. Ze is werkzaam als docent en onderzoeker aan het Rotterdams Conservatorium, als postdoc-onderzoeker aan de PThU en is dirigent van het Vocaal Theologen Ensemble en het Codarts Kerkmuziek Ensemble.

tags: #gezang #66 #lofzang #van #maria