Belijdenis Afleggen in de Gemeente: Een Diepgaande Beschouwing

Enige broeders en zusters begeren nu in uw midden persoonlijk en openlijk belijdenis van het geloof af te leggen, opdat zij mogen delen in de volle gemeenschap der Kerk. De Heilige Doop is het teken en zegel dat wij in Gods genadeverbond zijn opgenomen. Daarom behoren wij als leden van Christus’ gemeente gedoopt te wezen; de Heilige Doop is Zijn merk- en veldteken.

In het Heilig Avondmaal, waar Christus ons brood en wijn geeft als tekenen en zegelen van Zijn gekruisigd lichaam en Zijn vergoten bloed, verbindt Hij ons telkens opnieuw tot de waarachtige gemeenschap met Zichzelf en met elkaar. De kerkenraad heeft, na gevraagd te hebben naar uw geloof en kennis der waarheid, met vertrouwen en blijdschap in uw voornemen toegestemd.

Illustratie van een kerkdienst met mensen die voorin de kerk staan om belijdenis af te leggen.

De Betekenis en Oorsprong van Geloofsbelijdenis

De voorganger leidt de openbare belijdenis kort met eigen woorden in. Jezus Christus heeft gezegd: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.’ De doop is het teken van het verbond van Gods genade. Als wij belijdenis doen, erkennen en eren wij de Naam van de drie-enige God die bij de doop over ons wordt uitgeroepen. Het is de Vader die ons tot zijn kinderen aanneemt. Het is Jezus Christus die ons redt en roept om zijn leerlingen en volgelingen te zijn.

Als wij belijdenis afleggen van het geloof, geven wij daarmee antwoord op Gods liefde voor ons. Niet wij hebben Hem, maar Hij heeft ons uitgekozen. Met de Kerk van alle eeuwen, met de wereldwijde Kerk, mogen wij Christus volgen en zo gehoor geven aan Gods roepstem. Daarom belijden wij ons geloof in het midden van zijn gemeente. Als gelovigen zetten wij onze gaven in voor Gods Koninkrijk. Zo geven wij rekenschap van de hoop die in ons is. Wij mogen weten dat wij de Geest ontvangen hebben om Gods kinderen te zijn en Hem als Vader te kunnen aanroepen.

Is Geloofsbelijdenis Bijbels?

Het woord ‘belijdenis’ komt in de Bijbel vaak voor. Denk maar aan het belijden van zonden. Wie door Johannes de Doper gedoopt werd, werd gedoopt na belijdenis van zonden. Niet alleen zonden kun je belijden. Het is ook belangrijk om de Heere Jezus te belijden. Dat wil zeggen dat je Hem niet verloochent (met je woorden of met je leven) maar dat je ervoor uitkomt dat je aan Hem verbonden bent door het geloof, en Hem lief hebt. ‘Wie Mij belijden zal voor de mensen, zal Ik belijden voor Mijn Vader.’ (Mat 10:32) In Romeinen 10:10 zegt Paulus: ‘Als u met de mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden.’ Geloven met het hart en belijden met de mond horen bij elkaar. Het is allebei nodig.

Wie in de tijd van de apostelen gedoopt werd, moest eerst geloofsbelijdenis afleggen, dat wil zeggen: instemmen (het Griekse woord voor belijden betekent ‘hetzelfde zeggen’) met het verkondigde Evangelie en zeggen (dat kan alleen door de Geest) dat Jezus de Heere is (1 Kor 12:3). Zo stem je in met de leer die naar de godzaligheid is. Belijdenis doen is dus: er openlijk voor uitkomen op Wie jij je verwachting stelt. Dat doe je in de kerk, maar dat doe je ook in de wereld.

De Verbinding met de Doop

Ons belijdenis doen hangt direct samen met het dopen van kinderen. De kinderen van de gemeente kunnen niet ongedoopt blijven. Maar de lijn bij de doop van volwassenen is heel duidelijk: eerst tot geloof komen, onderwijs ontvangen, het geloof belijden en dan gedoopt worden. Maar bij de kinderen kan dat niet. Bij zuigelingen kun je niet spreken van onderwijs en van geloofsbelijdenis. Maar ze worden wel gedoopt. Eerst worden ze gedoopt, gaandeweg krijgen ze onderwijs over de Bijbel en het doel is dat ze Zijn Naam gaan belijden. De kinderen van de gemeente noemen we doopleden. Nog geen belijdend lid. Wel echt lid, ook als dooplid. Maar het is nog niet mogelijk dat het kind zelf de Heere belijdt. Ouders geven antwoord op doopvragen en beloven hun kind op te voeden bij de Bijbel en bij de zuivere leer. Het kind krijgt Gods rijke beloften verzegeld in het sacrament van de Heilige Doop, maar de instemming met die beloften door het geloof is nog niet mogelijk. Daar zien de ouders wel naar uit, daar ziet ook de gemeente naar uit: dat het moment aanbreekt dat het kind zelf zal gaan belijden.

Zolang het kind de betekenis van het Evangelie nog niet begrijpt, kan het ook nog niet deelnemen aan het Heilig Avondmaal. Daar is immers zelfbeproeving voor nodig, het ‘onderscheiden van het lichaam van Christus’. Er moet dus een moment komen dat een dooplid toegang krijgt tot het Heilig Avondmaal. Dat gebeurt met het afleggen van openbare geloofsbelijdenis. Toen jij gedoopt werd, kon je nog geen antwoord geven op doopvragen. Dat hebben je ouders voor jou gedaan. Omdat jij het nog niet kon. De situatie die daarbij ontstaan is, heeft dus iets voorlopigs. Er moet een vervolg komen. Daarom spreken we wel eens over het ‘overnemen van je doop’. Het is de vraag of dat zo’n gelukkige uitdrukking is. Maar er zit toch wel iets in. Dat wat je toen nog niet kon, kan je nu wel: zelf antwoord geven op Gods vragen en beloften, niet meer je ouders als het ware voor je laten spreken, maar zelf uitspreken dat je bij Hem en Zijn kerk wilt horen.

Een schema dat de relatie tussen doop, catechisatie en belijdenis toont.

De Inhoud van de Geloofsbelijdenis

De Heere roept ons samen rondom het Woord. Hij nodigt ons ook als zijn leerlingen aan zijn tafel, waar Christus zelf de Gastheer is. Een feestmaal heeft Hij voor ons bereid, waar het brood ons zal verzadigen en de wijn het hart verheugt. De apostolische geloofsbelijdenis, die dateert uit de tweede eeuw na Christus, is een van de oudste voorbeelden van een belijdenisgeschrift. In het Latijn heet dit ‘credo’, wat ‘ik geloof’ betekent. Naast deze oude belijdenissen zijn er de reformatorische belijdenisgeschriften, zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis (Confessio Belgica) en de Augsburgse Confessie (Confessio Augustana). Deze geschriften geven kernachtig weer wie de drie-enige God is en wat het wonder van het Evangelie is.

De leer waarmee je instemt als je belijdenis doet, gaat over de kern van het Evangelie: de boodschap van zonde en genade, van verlorenheid en redding. Het gaat niet om een soort samenvatting van allerlei wetenswaardigheden uit de Bijbel, maar om de leer die naar de godzaligheid is. Hoe kun je daar hartelijk mee instemmen zonder dat het je persoonlijk aangaat?

Persoonlijk Geloof versus Kerkelijke Leer

Sommigen zeggen dat het bij belijdenis doen niet om persoonlijk geloof gaat, maar om de leer van de kerk. Anderen benadrukken juist het persoonlijke geloof. Beide zienswijzen zijn onvolledig, tenzij ze worden samengenomen. De leer kan niet zonder persoonlijk geloof. Je kunt niet instemmen met Gods Woord zonder hartelijke betrokkenheid op de God van dat Woord. Aan de andere kant gaat het ook mis als we alleen maar de nadruk leggen op ons persoonlijk geloof. Dan kun je gemakkelijk zelf centraal komen te staan. Het gaat bij belijdenis doen primair om het belijden van de Heere Jezus. Van daaruit mag je zeggen: Hij is ook mijn Heere.

In het geloof gaat het niet om jouw verhalen, om wat jij meegemaakt hebt. Je belijdt niet wat er in jouw leven allemaal gebeurd is. Je belijdt de Heere! Dat belijden is echt geloofsbelijdenis. Maar in dat geloof staat de Heere centraal. Je ziet van jezelf af en je ziet op Hem, de Heere Jezus Christus. Daarom wordt in de belijdenisdienst vaak alleen het ‘ja-woord’ gegeven. Het gaat niet om persoonlijke verhalen, maar om het instemmen met de leer van Gods Woord, wat iets heel persoonlijks is, maar tegelijkertijd het persoonlijke overstijgt. Je mag gaan meezingen in het koor dat al eeuwen voor God de lofzang zingt.

Een afbeelding van een Bijbel met een open pagina, symbolisch voor de leer.

De Leeftijd en Voorwaarden voor Belijdenis

Wat is een goede leeftijd om belijdenis te doen? De vraag is niet zozeer wat de belangrijkste vraag is, maar wat de Heere van je vraagt. Heeft Hij er geen recht op dat je Zijn Naam gaat belijden? Is Hij het niet waard? Het doopformulier spreekt over het moment dat kinderen ‘tot hun verstand gekomen zijn’. Dit betekent dat er een moment komt dat kinderen zelf verantwoordelijkheid gaan dragen ten opzichte van Gods beloften. Vroeger, in de tijd van Calvijn, lag de gebruikelijke leeftijd voor belijdenis lager, mogelijk tussen de 10 en 14 jaar. Het gebruik van één belijdenisdienst per jaar is ook niet zo oud en stamt vermoedelijk uit de 19e eeuw.

Tegenwoordig wordt de leeftijd waarop verantwoordelijkheden worden gegeven later, en ook de volwassen leeftijd is opgeschoven. Sommigen studeren nog op hun 18e, en er gebeurt nog veel in hun ontwikkeling. Anderzijds zijn er kerken die de deuren tot belijdenis al openzetten op 16-jarige leeftijd, of soms zelfs eerder. Daar is principieel niets op tegen. Het kan wenselijk zijn dat jongeren op jonge leeftijd al een verlangen tonen om de Heere te belijden en toegang te vragen tot het avondmaal.

De Geloofseis

Naast de leeftijd is er ook de geloofseis. Zonder persoonlijk geloof kan het niet. Maar wat als je de leeftijd hebt, maar nog geen helderheid over je persoonlijk geloof? Belijdenis doen uitstellen in de hoop dat er ooit nog eens sprake zal zijn van persoonlijk geloof, is ook niet de oplossing. De vraag is waarom je het zou uitstellen. Is de Heere het niet waard om gediend en beleden te worden? Hoe ben je bezig geweest met het zoeken naar geloof? Moet je er echt op gaan wachten?

Als het nog niet kan, moet het dan maar zonder geloof? Zeker niet. Je moet er mee in de klem komen. Je kunt niet meer achteruit, want je leeftijd houdt je niet tegen. Maar je kunt ook niet vooruit, omdat je nog geen persoonlijk geloof hebt? Nee, alleen de weg naar boven is nog open. Het is juist goed om er mee in de klem te komen. Stel niet langer uit, maar zoek de Heere dan te meer. Uitstel kan gevaarlijk zijn.

Een weegschaal die kennis en geloof symboliseert.

De Rol van de Gemeente en de PKN

Belijdenis doen is een persoonlijke zaak tussen God en jou, maar het is ook een zaak van de gemeente. Je doet belijdenis in het midden van de gemeente waarbij je mag horen. De plaatselijke gemeente is de basis van het kerk zijn. Christus schrijft Zijn brieven aan gemeenten. Waar het Woord is, daar is de kerk.

In de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) komen mensen samen rond het evangelie van Jezus Christus. De PKN is een belijdende kerk. De belijdenisgeschriften, de kerkorde en de visienota vormen de grondbeginselen van haar identiteit. Gemeenteleden getuigen in de kerkelijke gemeenten die behoren tot de PKN van hun geloof, bijvoorbeeld door het afleggen van de openbare geloofsbelijdenis. De PKN erkent en belijdt verschillende belijdenisgeschriften, waaronder de Apostolische geloofsbelijdenis, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Augsburgse Confessie.

Belijdenis in de Gereformeerde Gemeenten

In de Gereformeerde Gemeenten wordt belijdenis gedaan om de volgende redenen: de Bijbel geldt maar één ware belijdenis, de belijdenis van Petrus: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.’ Waar deze Petrusbelijdenis gevonden wordt, daar is de Kerk. Het gaat er ten diepste om of we een levend lidmaat zijn van de ware Kerk. Het uiterlijke lidmaatschap van die kerk is niet genoeg. De kerk maakt ons niet zalig.

Onze gemeenten zijn voortgekomen uit de kerk van de Afscheiding (1834) en de gemeenten van ds. Ledeboer (1841). Op de synode van 1907 zijn de Gereformeerde Gemeenten ontstaan. Ds. G.H. Kersten speelde daarbij een belangrijke rol. Hij heeft vooral gewaarschuwd tegen een oppervlakkige verbondsbeschouwing. Onze vaderen hebben gebeden, geleden en gestreden voor de kerk. Dat geeft een liefdesband met hen.

Een kaart van Nederland met de locaties van verschillende kerkelijke gemeenten gemarkeerd.

Belijdenis doen is een kerkelijke instelling waardoor doopleden de status krijgen van volwassen leden, die zelf hun geloof belijden in het midden van de gemeente. Je neemt nu je doop, die je als kind ontving, bewust over. Door de band van de belijdenis blijf je verbonden aan de gemeente. Het is een keuze om bij de dienst van de Heere te blijven en niet de wereld te dienen.

Gevolgen en Verantwoordelijkheden van Belijdenis

In veel kerken zijn alleen de belijdende leden ‘volwaardig’ lid van de kerk. Dit houdt onder meer in dat alleen zij deel mogen nemen aan het avondmaal, stemrecht hebben en ambten binnen de kerk mogen bekleden. In steeds meer kerken zijn deze beperkingen in de laatste decennia van de twintigste eeuw afgeschaft of versoepeld.

De gemeente staat in de wereld, maar is niet van de wereld. Dit is ook in het uiterlijke te zien: je kleding, muziekkeuze, omgang met moderne media, matigheid, eenvoud enz. De wereld om ons heen is in toenemende mate geseculariseerd. We leven in de eindtijd. Belijdende leden zullen steeds meer moeten uitkomen voor hun principes. Anders zullen we langzaam meegevoerd worden met de stroom. Dat kan soms heel moeilijk zijn. Je zult steeds meer het gevoel hebben alleen te staan, wanneer je ervoor uitkomt dat je christen bent. Belijdende leden van de Heere Jezus staan in de strijd.

Paulus wekt Timotheüs op met de bekende woorden uit 1 Timotheüs 6:12: ‘Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis hebt beleden voor vele getuigen.’ Deze strijd is een goede strijd, want ten diepste is dit een gewonnen strijd, die Christus behaald heeft door Zijn opstanding.

Apostolische Geloofsbelijdenis uitgelegd

De vraag is of er wel zo’n groot verschil is tussen de Nederlandse Hervormde Kerk met de Hervormde Kerkorde (HCO) en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) met de Protestantse Kerkorde (PKO). Mijns inziens is er sprake van een gradueel, niet van een essentieel (wezenlijk) verschil tussen beide. Ook in de NHK gebeurde al zoveel wat voor Gods aangezicht niet kon en mocht.

We moeten dus trouw zijn op de plaats waar de Heere ons heeft gesteld en met de ons geschonken gaven meewerken aan het herstel en de opbouw van de gemeente, eerst plaatselijk en daarna ook landelijk. Het is een blijde dag wanneer jonge mensen belijdenis doen. Er is blijdschap in de gemeente en bij de kerkenraad. Er is ook blijdschap voor ouders, die hun kinderen voor in de kerk zien zitten.

tags: #belijdenis #een #plek #in #de #gemeente