De discussie over het zingen van gezangen in de eredienst binnen de Gereformeerde Bond kent een lange geschiedenis en is nauw verbonden met theologische en liturgische ontwikkelingen. Dr. P.H. van Harten schreef in 2016 een brochure, getiteld Psalm en lied, naar aanleiding van de liederenbundel Weerklank. Deze brochure, die nog steeds digitaal verkrijgbaar is, werpt licht op de achtergrond van deze discussie.
Historisch gezien was het niet zingen van gezangen in een hervormde gemeente en het zich oriënteren op de Gereformeerde Bond lange tijd synoniem. De Gereformeerde Bond rekende al spoedig alle hervormde gemeenten waar geen gezangen werden gezongen tot haar achterban. Echter, deze situatie is inmiddels veranderd. Een steeds groter aantal gemeenten, waarvan de predikant lid is van de Gereformeerde Bond, zingt tegenwoordig wel gezangen.
De Liederenbundel Weerklank
De presentatie van de bundel Weerklank vond plaats op 21 april 2016. Hoewel de bundel niet tot stand kwam onder de directe verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, heeft het hoofdbestuur zich er wel achter geschaard en er ruime bekendheid aan gegeven. Dr. Van Harten stelt in zijn brochure indringende vragen bij deze ontwikkeling. Hij erkent dat het al dan niet zingen van gezangen een bijzaak is in vergelijking met de bediening van de verzoening, maar meent tegelijkertijd dat het geen onbelangrijke zaak is wat de gemeente in de eredienst zingt.
In de bundel Weerklank zijn volgens Van Harten meerdere voortreffelijke klassieke gezangen opgenomen, en men loopt niet tegen notoire dwalingen aan. Wel signaleert hij dat in meerdere liederen de donkere kant van de bijbelse boodschap naar voren komt, terwijl die kant juist meer dan eens verzwegen wordt waar zij zou moeten worden verwoord. Als voorbeeld noemt hij lied 8, een bewerking van Psalm 1 uit de bundel Opwekking. Van Harten constateert ook dat in meerdere liederen de boodschap van de twee wegen ontbreekt en de zaligheid in te algemene termen wordt verwoord.
Een punt van zorg voor Van Harten is de aanwezigheid van een rubriek met kinderliederen. Hij stelt hier terecht vragen bij, omdat de rol van ouders en gemeente in het meenemen van kinderen lijkt om te keren. Hij voegt toe dat dit een afwijking is van de bijbelse en gereformeerde visie op de eredienst, waar prediking, lied en gebed voor de gehele gemeente bedoeld zijn. Verder merkt hij op dat Engelstalige liederenbundels vaak meer diepgang vertonen en geen rubriek met kinderliederen bevatten.

Theologische en Geestelijke Verschuivingen
Van Harten merkt op dat het invoeren van gezangen binnen de Gereformeerde Bond niet los te zien is van verschuivingen in het theologisch en geestelijk klimaat. Hij noemt het steeds breder gedeelde uitgangspunt dat de gehele gemeente in de zaligheid deelt, en dat de boodschap van de twee wegen meer en meer begint te ontbreken. Hij benadrukt de noodzaak van een terugkeer naar Gods Woord en de radicale boodschap van schuld en vergeving, van hel en hemel, van veroordeling en vrijspraak, die volgens hem het rijkst en diepst verwoord is in de gereformeerde belijdenis. Wanneer deze boodschap het hart raakt, gaat men de taal van de Psalmen verstaan. Waar deze zaken minder aan de orde komen in de prediking en de geestelijke kennis ervan ontbreekt, zal de behoefte om Psalmen te zingen afnemen.
Voor wie de Engelse taal machtig is, wijst Van Harten op bundels die pleiten voor het zingen van alleen de 150 Psalmen in de eredienst. Hij noemt een bundel onder redactie van Kenneth Stewart, die bijdragen bevat, waaronder een minderheidsrapport over de eredienst van John Murray en William Young. In deze bundel wordt de opvatting weerlegd dat het werk van Christus niet met de Psalmen kan worden bezongen. David Murray benadrukt dat de Psalmen een realistische tekening geven van de gevoelens van een kind van God.
In Engeland hebben de puriteinen het beginsel verdedigd om in de eredienst alleen Psalmen te zingen. Vanaf de achttiende eeuw is het echter de gewoonte geworden om gezangen te zingen. De afgelopen decennia hebben sommige gemeenten, als vrucht van de bestudering van puriteinse geschriften, het zingen van de Psalmen weer ingevoerd, zoals de Emmanuel Evangelical Church te Salisbury. Malcolm H. Watts, de vorige predikant van deze gemeente, heeft in een brochure de praktijk om uitsluitend Psalmen te zingen beargumenteerd verdedigd.
Besluitvorming over Liturgie en Zang
De Gereformeerde Bond concludeert dat kerkenraden zelden op basis van bijbels-theologische, kerkelijke of historische argumenten tot aanpassing van de liturgie komen. De eredienst vormt het hart van het gemeente zijn, en de inrichting ervan is daarom van groot belang. De reformator Johannes Calvijn was zich hiervan bewust en besteedde veel aandacht aan een gereformeerde liturgie.
Er vinden vele veranderingen plaats in hervormd-gereformeerde gemeenten met betrekking tot de gemeentezang. De motieven en criteria voor deze veranderingen zijn van belang. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond voerde een onderzoek uit om hier meer zicht op te krijgen. Lange tijd werden in gemeenten van Gereformeerde Bondssignatuur alleen de psalmen en de 'Enige gezangen' gezongen. De laatste groep was oorspronkelijk bedoeld voor gebruik in de huisgodsdienst.
Uit een enquête onder ongeveer vijftig Gereformeerde Bondsgemeenten bleek dat bijna de helft van de ingevulde enquêtes afkomstig is van gemeenten waar alleen psalmen worden gezongen. Als motief wordt vaak aangegeven dat de psalmen onderdeel van de Schrift zijn, maar het argument van verbondenheid met Israël komt geen enkele keer voor. De andere helft van de enquêtes komt uit gemeenten die in bijzondere diensten ook andere liederen dan psalmen zingen, voornamelijk omdat 'de gemeente daar naar vroeg'. De keuze voor deze liederen berust echter nauwelijks op inhoudelijke gronden; vaak wordt gekozen voor de bundel Op Toonhoogte omdat deze bekend is. Veel liederen in deze bundel zijn moeilijk met orgelbegeleiding te zingen, wat een ernstige beperking is.
Het tweede argument voor het zingen van andere liederen is de mogelijkheid om vanuit het Nieuwe Testament te zingen en de naam van Christus en de Heilige Geest te noemen. Opvallend is het geringe aantal publicaties dat kerkenraden bij de besluitvorming gebruiken. Zingen naar de Schriften is het enige concrete materiaal dat genoemd wordt. Boeken als Gods lof op de lippen van Jan Smelik en de brochure Zuiver Zingen worden blijkbaar niet gebruikt.
Bij gebrek aan inzicht in argumenten vanuit Schrift, belijdenis en traditie, laat men de gemeente beslissen. Dit wordt bevestigd door de enquête, waarbij de gemeente vaak de leidende stem heeft. Kerkenraden zouden echter geestelijke leiding moeten geven, waarbij de stem van de gemeente weliswaar meegewogen wordt, maar niet de doorslag geeft.

De Rol van de Gereformeerde Bond en de Bundel 'Weerklank'
Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond wil leiding geven aan gemeenten ten aanzien van de liturgie, met erkenning van de eigen verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Cruciaal is dat de besluitvorming op schriftuurlijke gronden plaatsvindt. De bundel Weerklank, samengesteld door een werkgroep van predikanten, musici en neerlandici uit de kring van de Gereformeerde Bond, biedt een 'gewogen selectie' van 'eredienstwaardige' liederen. De bundel bevat naast een compleet psalter ook 618 gezangen, afkomstig uit diverse bronnen.
De bundel opent met een compleet psalmboek, omdat in de kring van de Gereformeerde Bond altijd het primaat van de psalmen is benadrukt. De bundel biedt psalmen in een toegankelijkere taal, deels uit de nieuwe berijming van 1967, deels uit het vrijgemaakte Gereformeerd Kerkboek, en aangevuld met recente berijmingen. Bij 26 psalmen is een tweede variant opgenomen, vaak op een alternatieve melodie.
Bij de selectie van de gezangen hanteerde de redactie vier maatstaven: Bijbels zijn, aansluiten bij de gereformeerde belijdenis, tekstueel van goede kwaliteit zijn en kerkmuzikaal passen binnen een gereformeerde liturgie. Enkele bekende liederen zijn qua taal aangepast om de diepe inhoud toegankelijk te maken voor volgende generaties. Een groot deel van de gezangen komt uit het Liedboek voor de Kerken, waarbij elk lied op zichzelf is bekeken.
De bundel biedt ook een forse rubriek kinderliederen, met het uitgangspunt dat een goed kinderlied door jong en oud meegezongen kan worden. De redactie schrijft niet voor dat elke gemeente kinderliederen moet gaan zingen, maar faciliteert gemeenten die dit doen.
De Gereformeerde Bond wil geen promotie voeren of vernieuwingen doordrukken, maar een handreiking bieden voor situaties waarin het zingen van gezangen aan de orde is. Het initiatief voor Weerklank wordt breder herkend, ook buiten de Gereformeerde Bond. Hoewel er geen principieel bezwaar tegen gezangen bestaat, wordt benadrukt dat de beslissing om liederen te zingen een inhoudelijke onderbouwing moet hebben, gericht op het doorgeven van het ware geloof aan komende generaties.
Argumenten voor en tegen het Zingen van Gezangen
Het argument dat het zingen van gezangen niet in de Bijbel geboden wordt, wordt beschouwd als biblicisme. Er zijn Bijbelse lijnen die aantonen dat het zingen van gezangen voor de christelijke gemeente een vanzelfsprekende zaak zou moeten zijn. De Bijbel gebiedt het zingen van gezangen niet, maar verbiedt het ook niet, wat gemeenten de vrijheid geeft om wel gezangen te zingen, mits deze in overeenstemming zijn met Schrift en belijdenis.
De zaak van de schriftuurlijke liederen naast de Psalmen wordt niet als een 'middelmatige' zaak beschouwd, maar als een kwestie die de eenheid in de waarheid vereist. Het verspreiden van dwalingen via liederen die geen berijmde Schriftgedeelten zijn, moet worden voorkomen door het aanbod van gezangen te keuren. Het Liedboek voor de Kerken wordt daarom niet als een verantwoorde liedbundel voor de gereformeerde gezindte beschouwd, aangezien het meer een bloemlezing is van diverse tradities.
Het argument dat de Psalmen voldoende zijn om het heil in Christus te bezingen, wordt weerlegd. De oproep om de daden van de HEERE te gedenken, past bij een nieuw lied. De nieuwe daden van God in Jezus Christus mogen bezongen worden, net zoals de profeten spraken over toekomstige gebeurtenissen alsof ze al hadden plaatsgevonden (perfectum profeticum). De gemeente mag zingen van Jezus Christus, die alles heeft volbracht en ook weerkomt.
De drie termen die Paulus gebruikt in Kolossenzen 3:16 (psalmen, lofzangen en geestelijke liederen) hebben betrekking op nieuwtestamentische liederen waarin het werk van Christus en de Geest direct wordt verwoord. Deze liederen zijn gericht op onderlinge versterking, bemoediging en vermaning.
De bewering dat we geen gezangen behoren te zingen omdat we aan de psalmen genoeg hebben, is niet vol te houden. Dit zou betekenen dat we ook geen belijdenisgeschriften of catechismusprediking nodig hebben.
De Betekenis van Zingen in de Eredienst en het Gezin
Zingen in de eredienst heeft een pastorale en didactische betekenis. De Heilige Geest leert ons het geloof en zijn inhoud mede door wat wij zingen. De Psalmen leren ons roemen, klagen, verootmoedigen, hopen, schuld belijden en vergeving vragen. Het zingen van andere liederen vereist zorgvuldigheid om te verzekeren dat ze een bijbelse boodschap vertolken en geestelijk aansluiten bij de psalmen en de prediking.
Opwekkingsliederen en verwante bundels worden bekritiseerd omdat ze een andere theologie zingen, met fundamentele verschuivingen in het Godsbeeld en mensbeeld. Noties als schuld, berouw, verootmoediging, vergankelijkheid en eeuwigheidsernst ontbreken hier vaak. Het werk van Christus wordt versimpeld tot een 'goedkope liefdestheologie'.
De bundel Weerklank wordt gezien als een poging om de gemeente te bewaren bij het belijden van de kerk en te behoeden voor 'platte evangelicalisering'. De vraag welk geloof wij aan komende generaties overdragen door middel van zingen, is cruciaal.
De liturgie behoort tot het hart van het gemeente-zijn. Kerkenraden mogen de gemeente niet overvallen met besluiten, maar moeten geestelijke leiding geven. Zingen is wezenlijk voor het leven met en het eren van God, zowel in als buiten de eredienst. Het zingen in het gezin bewerkt geloofsoverdracht en is van grote waarde voor het gezinsklimaat.
Het zingen in de eredienst is niet iets om mee te experimenteren, omdat het heilig is en de God die we er ontmoeten heilig is. Zuinig zijn op wat we zingen, is de boodschap. De eredienst is ere-dienst, dienst van eer aan God, en mag een 'repetitie' zijn voor de eeuwigheid.
Engelen zingen - Urker Gemengd Koor Immanuël
tags: #gezangen #zingen #gereformeerde #bond