Protestantse Geschiedenis van Roelofarendsveen: Van Kapel tot Moderne Kerk

De Sint-Petruskerk: Een Historisch Overzicht

Roelofarendsveen kent een rijke kerkelijke geschiedenis die teruggaat tot de vroegste tijden. Al in 1156 werd in de geschiedschrijving van de kerk in Rijnsaterwoude vermeld dat de dorpen Oude en Nieuwe Wetering, evenals Roelofarendsveen, onder de lokale kerk ressorteerden. Deze vroege kerkelijke beleving vormt de basis voor de latere ontwikkelingen in de protestantse geschiedenis van het dorp.

De Reformatie en de Vernieling van de Kapel

Voorafgaand aan de Reformatie was er in Roelofarendsveen een kapel gesticht. Deze kapel bevond zich op het plein van de oude Ignatiusschool, dat tegenwoordig dienstdoet als muziekcentrum. Met de komst van de Reformatie, die de Rooms-katholieke leer verbood, werd de kapel omstreeks 1566 vernield. De klok uit deze kapel belandde in een nabijgelegen poel. Na later te zijn opgevist, werd deze klok door de eeuwen heen gebruikt als luidbel voor kerkelijke vieringen in opeenvolgende kerken, en functioneert tot op heden nog steeds voor dit doel.

Herstel van de Katholieke Gemeenschap en Ontwikkelingen

In 1633 arriveerde de weleerwaarde heer Antonius van der Plaat in onze streken en vestigde zich in Oud Ade. Met financiële steun van een bevriende relatie uit Leiden kocht Van der Plaat in 1659 twee woningen in Roelofarendsveen. Hij was tevens verantwoordelijk voor de aanstelling van pastoors, die in die tijd missionarissen werden genoemd. Een belangrijke figuur was pastoor Jacobus du Pré, die in 1726 door de Staten van Holland en West Friesland werd benoemd. Du Pré, geboren in Mechelen en priester van de Claerasie (Jansenist), ondanks dat hij niet welkom was in Roelofarendsveen, werkte er vijftig jaar lang. Gedurende deze periode verhuisden veel parochianen elders heen of bezochten elders kerken.

In de nacht van 30 januari 1776, een strenge winter, overleed pastoor Du Pré, die naar bed was gegaan met een kooltje-vuur in een aarden potje.

De Bouw van Nieuwe Kerken

De behoefte aan nieuwe kerkgebouwen leidde tot aanzienlijke veranderingen in het dorpsbeeld. In de periode 1854-1856 werd de tweede kerk in Roelofarendsveen gebouwd. Omstreeks die tijd schilderde Cees Castelijn nog een afbeelding van de eerste kerk. Deze fraaie tweede kerk, ook wel de 'kathedrale kerk van de Veen' genoemd, werd in 1969 gesloopt om plaats te maken voor een moderne kerk. De eerste steen voor dit nieuwe gebouw werd op 15 oktober 1970 gelegd door deken-pastoor Th. Van Niekerk. Op 26 september 1970 werd de kerk ingewijd door Mgr. M.A.

Artistieke impressie van de vernieuwde Sint-Petruskerk met focus op de centrale plaats van het altaar en de daglichttoetreding.

De Sint-Petruskerk Vandaag de Dag

Momenteel ondergaat de Sint-Petruskerk in Roelofarendsveen een ingrijpende herinrichting. Opdrachtgever is de Rooms-katholieke Parochie Emanuel, die een vernieuwing nastreeft door de samenvoeging van drie parochies uit Roelofarendsveen en Oude Wetering. Het ontwerp behoudt de kwaliteiten van de kerk uit de jaren '60 en introduceert een compleet nieuw interieur. De structuur van een basilicale kerkvorm is als uitgangspunt genomen. Door de opstelling 180 graden te draaien, hebben het altaar en de godslamp een centrale plaats gekregen. De entree-as wordt afgesloten door de sacramentsnis, voorheen de Mariakapel, waar het licht achter het kruisbeeld binnenvalt.

Nieuwe toevoegingen omvatten een dagkapel en een gedachtenisplek, beide ontworpen met bijzondere plafonds die daglicht gebundeld binnenlaten. Tevens worden een tweede mortuarium toegevoegd en de familieruimte uitgebreid. De kerk zal na de herinrichting beschikken over 400 zitplaatsen.

Het Orgel van de Sint-Petruskerk

Het orgel in de Sint-Petruskerk te Roelofarendsveen is een instrument met een rijke historie. Volgens een contract uit 1778 werd het in dat jaar geleverd door orgelmaker Pieter Stans. In de periode 1854-1856, toen het kerkgebouw werd vervangen door een nieuwe neogotische kerk, is het orgel waarschijnlijk overgeplaatst naar dit nieuwe gebouw. Er is ook een mogelijkheid dat er een nieuw orgel werd gebouwd met gebruikmaking van het oude pijpwerk.

In 1914 werd besloten het instrument te verplaatsen naar een nieuwe galerij in het transept van de kerk. De firma Jos H. Vermeulen (L. Ypma & Co.) voerde een ingrijpende ombouw uit. In feite werd een nieuw orgel in de oude kas geplaatst, voorzien van pneumatische tractuur, diverse nieuwe registers en een nieuwe, vrijstaande speeltafel. Bij deze ombouw werd de orgelkas in twee delen gesplitst, die aan weerszijden van een venster konden worden geplaatst. Het tot dan toe aangehangen pedaal werd vervangen door een vrij pedaal met een permanent klinkende Bourdon 16′.

In 1957 werd het orgel door Vermeulen geïnspecteerd en werden drie restauratievoorstellen gedaan. Hierbij werd opgemerkt dat het orgel zich in de toren bevond. De ombouw naar pneumatiek vond wel plaats in 1914.

De neogotische kerk werd in 1968 afgebroken en vervangen door een kleiner, modern kerkgebouw. Het orgel werd door Jos H. Vermeulen overgeplaatst, waarbij de opstelling van het binnenwerk werd gewijzigd. Sinds 1914 stond het zwelwerk achter het hoofdwerk. Na de verplaatsing werden de beide werken boven elkaar geplaatst, wat een minder diepe kas vereiste. Het front werd eveneens gewijzigd door de neogotische opbouw geheel te verwijderen. Er werd nu een echt vrij pedaal aangelegd met drie registers.

In 1987 werd het elektro-pneumatische kegelladen-orgel door de firma Flentrop schoongemaakt.

tags: #roelofarendsveen #kerk #protestantse