Johannes Swertner: Levensloop en Artistieke Bijdragen

Dit artikel tracht de tot nu toe onbekende levensloop van Johannes Swertner (1746-1813) te achterhalen, met een centrale rol voor zijn artistieke nalatenschap. Swertner, geboren in Haarlem en overleden in Bristol, is bij ons vooral bekend door enkele tekeningen en etsen van Haarlem en omgeving. Echter, een gravure van Londen door zijn hand, onderdeel van het huwelijksgeschenk van de stad Londen aan prinses Elisabeth, zal wellicht nog steeds in Buckingham Palace hangen, getuige de opmerking van de prinses: ‘We both think it perfectley charming and are delighted that it should hang in our house.’

Gravure van Londen door Johannes Swertner

Familieachtergrond en Vroege Jaren

Johannes Swertner was de zoon van Georgio Pieter Swertner (gedoopt Amsterdam 27 augustus 1710 - overleden Haarlem 5 juli 1762) en Jacomina Boon. Georgio Pieter was predikant der mennonieten omstreeks 1742-1743, kunstschilder (?) en tekenaar van patronen voor stoffenfabrikanten. Volgens Swertners aantekeningen was zijn familie afkomstig uit Polen en vluchtte zij in de 16e eeuw naar Amsterdam vanwege geloofsvervolgingen.

De familie Swertner had banden met de vooraanstaande Haarlemse damastfabrikeur en blijspeldichter Pieter Langendijk (1683-1756). Georgio Pieter Swertner was een neef van Langendijk, wat mogelijk de reden was voor zijn verhuizing naar Haarlem in 1733 na het overlijden van zijn vader, Willem Swertner (ca. 1677-1733). Georgio Pieter werd in 1733 ingeschreven als patroontekenaar bij het Haarlemse St. Lucasgilde, waar Langendijk al sinds 1723 lid van was.

Het is waarschijnlijk dat Georgio Pieter bij zijn oom Pieter Langendijk in de leer ging, mogelijk geassisteerd door zijn broer Casparius Swertner. Casparius werd in Langendijks testament bedacht met het huis waarin zijn servetrederij gevestigd was. Later dreven beide broers Swertner een ‘fabriek en negotie van inlandse witte rokken streepen’.

Op 10 juli 1735 trouwde Georgio Pieter te Haarlem met de doopsgezinde Jacomina Boon. Vanaf dat moment ging hij mogelijk over tot de doopsgezinde gemeente, waarvan hij omstreeks 1742-1743 voorganger werd. Hun eerste zoon, Pieter, werd geboren in 1736.

De Evangelische Broedergemeente en de Familie Swertner

In de periode dat graaf Von Zinzendorf op zendingsreis in Nederland was (1736), gingen vele doopsgezinden en in mindere mate gereformeerden over tot de Evangelische Broedergemeente (ook wel Hernhutters genoemd). Deze religieuze beweging, met een sterke oecumenische gerichtheid en een actief zendingsbewustzijn, had zich vanaf 1722 vanuit Moravië snel verspreid. De eerste gemeenten in Nederland werden opgericht in 's Heerendijk bij IJsselstein, gevolgd door Amsterdam (1738) en Haarlem (1744). In Haarlem werden de eerste broederbijeenkomsten van vrienden uit doopsgezinde kring al in 1739 gehouden.

Het is opvallend dat een relatief groot aantal leden van deze kleine Haarlemse gemeente een belangrijke rol speelde in het kunstzinnige leven. Een van hen was Hendrik Spilman (1721-1784), die via zijn moeder dezelfde overgrootvader had als Georgio Pieter Swertner: Constantijn Sennepart. Spilman trad toe tot de Hernhutters en zijn levensbeschrijving bevat tot nu toe onbekende biografische bijzonderheden.

Spilman, die op tienjarige leeftijd naar Haarlem kwam om patroonmaken te leren (waarschijnlijk bij zijn oom Pieter Langendijk), werd in 1742 lid van het Haarlemse St. Lucasgilde als plaatsnijder en tekenaar. Na contact met de Broedergemeente in 1750, werd hij lange tijd zaaldienaar. Hij trouwde in 1766 met Susanna van Bommel.

Johannes Swertner's Artistieke Ontwikkeling

Johannes Swertner werd geboren op 12 september 1746. Toen hij tien jaar oud was, kwam hij weer thuis en kreeg les van een privéonderwijzer. Zijn vader leidde hem op tot patroontekenaar, terwijl hij algemeen tekenonderricht ontving van de Haarlemse kunstenaar Taco Jelgersma.

Swertner ontwikkelde een voorkeur voor ‘zeetjes’ en riviergezichten, vaak gestoffeerd met schepen - de specialiteit van Jelgersma. Dit motiveerde Swertner om naar Amsterdam te gaan om zich in de scheepsbouwkunde te bekwamen. Dit vertrek vond plaats kort na het overlijden van zijn vader in 1762; zijn moeder was hem in 1751 voorgegaan.

De inventaris van de nalatenschap van Georgio Pieter Swertner (opgemaakt op 8 augustus 1762) toont aan dat Johannes en zijn broer Pieter al op jeugdige leeftijd productieve tekenaars en etsers waren. De inventaris vermeldt onder andere koperen platen, tekeningen, boeken, verf- en tekengereedschap, kunstboeken en portefeuilles met tekeningen en prenten, behorende aan de zonen.

Opvallend is dat ook Pieter Swertner tekende. Twee van zijn gesigneerde en gedateerde tekeningen uit 1760, het Klaphek te Aerdenhout en de kerk van Sassenheim, werden tot nu toe ten onrechte aan Johannes toegeschreven. Deze topografische gezichten waren veelbelovend voor een ca. 17-jarige jongen.

Tekening van het Klaphek te Aerdenhout door Pieter Swertner, 1760

Eerste Werken en Invloeden

De eerste tekeningen van Johannes Swertner dateren van 1760, toen hij dertien of veertien jaar oud was. Het betreft twee Haarlemse stadspoorten, naar 17e-eeuwse voorbeelden. Het natekenen was doorgaans de eerste stap in het tekenonderwijs.

Een jaar later vervaardigde hij zijn eerste etsje, ‘De Barmhartige Samaritaan’, genummerd ‘2’, wat suggereert dat er mogelijk meer etsjes van gelijke strekking door hem zijn gemaakt. Ook zou hij ‘prentjes in den smaak van Waterloo’ hebben gemaakt, hoewel deze niet meer bekend zijn.

In 1762 tekende Swertner naar de natuur topografische tekeningen in Haarlem en Spaarndam. Hij maakte ook zijn eerste grote ets, die het stranden van een potvis tussen Zandvoort en Wijk aan Zee op 20 februari 1762 voorstelt. Mogelijk vergezelde hij andere Haarlemse kunstenaars, zoals Jan Augustini, Vincent Jansz van der Vinne of Cornelis van Noorde, die ook afbeeldingen van dit dier maakten.

Hendrik Spilman bracht de tekening van Jan Augustini in het koper. Het is mogelijk dat Swertner samen met Van Noorde, een leerling van Taco Jelgersma, op stap ging, aangezien er meer tekeningen van beiden zijn die vrijwel identiek zijn en dezelfde datering hebben.

De meester van het licht: hoe Vermeers intieme scènes hem tot een icoon maakten | Grote kunstenaars

Misschien wel geïnspireerd door Spilman en Van Noorde, gaf Swertner in hetzelfde jaar (1763) zes etsjes uit met gezichten rond de stad Haarlem. In 1761 verscheen de eerste druk van de ‘Aangenaame Gezichten in de Vermakelijke landsdouwen van Haarlem’ door Spilman en Van Noorde, uitgegeven door Jan Bosch. Swertner vergezelde waarschijnlijk beide kunstenaars op hun tekentochten rond de stad, gezien de overeenkomst tussen zijn tekening van het Zuider Buiten Spaarne bij Scholenaar en Spilmans ets in de ‘Aangenaame Gezichten’ (tweede druk 1762).

Een ander bewijs voor de connecties tussen Van Noorde en Swertner is een exemplaar van Swertners geëtste zelfportret uit 1763.

Zijn laatste werken uit Haarlem (1764) zijn twee etsen met gezichten op het Spaarne bij de Melkbrug, waarin Swertner zijn kwaliteiten als etser ten volle benutte. Het Scheepvaartmuseum te Amsterdam bewaart twee in 1765 gedateerde tekeningen die de haven van Vlaardingen weergeven. Hierin heeft Swertner zich ontwikkeld tot een topografisch tekenaar die niet onderdoet voor Cornelis van Noorde.

Overgang naar het Predikambt

Omstreeks 1765 verliet Swertner de stad Haarlem voor een scheepsbouwkundige opleiding in Amsterdam. Hij bracht het in 3 tot 4 jaar zo ver dat hem zeer voordelige aanbiedingen werden gedaan om het bestuur over een scheepstimmerwerf op zich te nemen. Echter, Swertner, wiens vader tot de Hernhutters behoorde en die in dezelfde gevoelens was opgevoed, achtte het niet aan te nemen, vrezende te zeer te zullen verwilderen. Hij besloot daarom de scheepsbouw vaarwel te zeggen en zich geheel aan de Broedergemeente te wijden, en zich aan het predikambt te wijden.

In 1767 verscheen de vertaling uit het Hoogduits van ‘Historie van Groenland’ door David Cranz, met speciale aandacht voor de ‘verrichtingen der missionarissen van de Broeder-Kerk’. De vertaling werd door Johannes Swertner in 1766 en 1767 geïllustreerd met tien platen die het wonen en werken van de Groenlanders weergeven. Drie van deze platen tonen de Hernhuttersgemeente aldaar, waaronder ‘een bediening van de heilige doop’. Zowel de eerste als de tweede druk (1770) verschenen bij C.H. Bohn te Haarlem en H. de Wit te Amsterdam.

Uit dezelfde periode stamt Swertners contact met Joannes de Bosch (Amsterdam 1713-1785), kunstverzamelaar en amateurtekenaar. Joannes de Bosch sloot zich in 1747 bij de Hernhutters aan en werd in 1757 aangesteld als ‘choor-dienaar’. Hij verkeerde regelmatig te Zeist, wat blijkt uit een aantal topografische gezichten van het Huis te Zeist.

De laatste tekening die Swertner in Nederland maakte, dateert van 1770 en toont een driedeksschip. Volgens een aantekening op de achterzijde was het een geschenk aan zijn vriend L. In september 1771 besloot Johannes Swertner zijn leven definitief aan de Broedergemeente te wijden en vertrok naar Barby (DDR) voor een theologische opleiding aan het seminarium, die viereneenhalf jaar zou duren.

Illustratie uit de 'Historie van Groenland' door Johannes Swertner

Activiteiten in Duitsland en Engeland

Tijdens zijn studie in Barby raakte Swertner bevriend met Carl Gotthold Reichel (1751-1825), die later een belangrijke theoloog binnen de Hernhutter-organisatie zou worden. Uit hun uitvoerige briefwisseling blijkt dat Swertner zijn kunstzinnige kwaliteiten niet verwaarloosde. In 1774 bezocht hij te Berlijn onder andere de beroemde kopergraveur Meil.

Op 20 januari 1775 schreef Swertner dat hij het erg druk had met een eigen tekenschool en het geven van privélessen in tekenen. In mei 1775 werd Swertner beroepen in het Engelse Fulneck, waar hij in juli arriveerde. Toen hij de Engelse taal machtig was, kon hij in 1776 zijn eerste preek te Baildon houden. Een verzoek om naar Suriname te komen, waar de Hernhutters actief waren als zendelingen, zegde hij in 1779 af.

De Hernhutters: Geschiedenis en Betekenis

De Evangelische Broedergemeente (EBG), waarvan de leden ook wel Hernhutters of Moravische broeders worden genoemd, is een piëtistische opwekkingsbeweging die ontstond in de eerste helft van de 18e eeuw. De oorsprong ligt bij een groep gelovigen uit Bohemen (Tsjechië), geïnspireerd door de 15e-eeuwse kerkhervormer Jan Hus.

Na eeuwen van vervolging en een marginaal bestaan, bood de Duitse Graaf Nikolaus von Zinzendorf in 1722 de Broedergemeente een veilige plek op zijn landgoed. Hij noemde deze plek Herrnhut ('onder de hoede van de Heer'), waaraan de naam van de beweging is ontleend.

De Hernhutters stonden bekend om hun sterke oecumenische gerichtheid, actief zendingsbewustzijn en de centrale rol van muziek in hun spiritualiteit en liturgie. De Bijbel werd als leidraad gebruikt in de gemeenteopbouw, en er was een grote saamhorigheid met veel gemeenschappelijke activiteiten.

Historische afbeelding van Herrnhut

Vestiging in Nederland en Zeist

Halverwege de 18e eeuw trok een groep Hernhutters naar Nederland. Zij vestigden zich met toestemming van de Heer van Zeist, Cornelis Schellinger, in 1745 in de tuinen van Slot Zeist. Dit werd het centrum van de Hernhutters in Nederland, met de stichting van het Broeder- en Zusterplein. Het kerkgebouw van de broedergemeente Zeist, gebouwd in 1768, staat er nog steeds.

De komst naar Nederland hing samen met het evangelisatiewerk van de Hernhutters. Vanuit Nederland reisden zendelingen per schip de wereld in, onder andere naar Suriname, waar de EBG tot op heden de grootste protestantse geloofsgemeenschap is.

De Hernhutter Ster

De Hernhutter ster is een bekend symbool dat nauw verbonden is met Zeist en de Evangelische Broedergemeente. De eerste Hernhutter sterren werden in de eerste helft van de 19e eeuw gemaakt op een school van de EBG in Duitsland. Een wiskundedocent kwam op het idee om sterren van papier te maken om leerlingen af te leiden die heimwee hadden naar hun ouders, die vaak als zendeling actief waren.

De ster, die verwijst naar de Ster van Bethlehem, diende ook als middel om leerlingen te leren werken met geometrische figuren. De meest complexe ster, met 26 punten, vormde de basis voor de huidige Hernhutter sterren. Het in elkaar zetten van de ster vereist behendigheid en is een traditie geworden binnen de Evangelische Broedergemeente, vooral in de aanloop naar Kerst.

Hernhutter sterren in verschillende kleuren

Hernhutters in Suriname

De Hernhutters waren ook zeer actief in Suriname. Vanaf 1735 arriveerden de eerste Hernhutters in Suriname, mede dankzij de bevriende relaties van Von Zinzendorf met het bestuur van de Geoctroyeerde Sociëteit van Suriname. In 1778 werd onder leiding van de Duitse kleermaker Christoph Kersten, praeses van de EBG, de Grote Stadskerk gebouwd.

Met het oog op de mogelijke afschaffing van de slavernij, zag het koloniaal bestuur het belang in om de slaafgemaakten middels het christendom aan zich te binden en te controleren. In 1828 werd deze taak officieel toebedeeld aan de Moravische broeders. De zendelingen predikten vergeving van zonden, lijdzaamheid, gehoorzaamheid en arbeidzaamheid, en wezen gewelddadig verzet af, wat in zekere zin de koloniale status quo bestendigde.

De Eerste Vrouwelijke Dominee binnen de Hernhutters

Recentelijk heeft Almatine Leene kerkgeschiedenis geschreven door als eerste vrouwelijke dominee binnen de Evangelische Broedergemeente te worden bevestigd. Na een periode als dominee in Zuid-Afrika en verdere studie, keerde zij terug naar Nederland. In 2017 besloot de synode van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKv) dat vrouwen het predikambt konden invullen. Drie jaar later werd Leene als eerste gevraagd dominee te worden bij De Open Poort in Hattem.

Leene benadrukt dat zij, ondanks dat ze vrouw is, in de eerste plaats een dienaar van God is. De huidige situatie vanwege corona maakt het leren kennen van gemeenteleden lastiger, maar zij ziet ernaar uit om haar werk in Hattem voort te zetten en geziene te worden als predikant, niet alleen als vrouw.

tags: #hernhutter #dominee #vrouw