Geschiedenis van het Gemeentegebouw in Delft: Van Grafelijke Residentie tot Stadhuis

Wie op de Grote Markt in Delft staat met de rug naar de Nieuwe Kerk, kijkt uit op het oude stadhuis. Met kennis van bouwhistorie herkent men direct de gevel in "Hollandse renaissance"-stijl. Daarbovenuit rijst echter een grijze toren op, die aanzienlijk ouder is. Dit is het Nieuwe Gravensteen, de kern van het stadhuisgebouw en een imposante herinnering aan de tijd dat de Graven van Holland de scepter zwaaiden in Delft.

De Vroege Middeleeuwen: De Graven van Holland en hun Domein

Bijna duizend jaar geleden was het gebied dat we nu kennen als Holland grotendeels woest en nat, met nauwelijks steden en een overwegend agrarische bevolking. De Graven van Holland, die het gebied namens de Duitse keizer bestuurden, hadden geen vaste residentie. Ze trokken rond door hun graafschap om zaken te regelen, recht te spreken en hun macht te handhaven. Hun verblijfplaatsen waren hun uitgebreide privébezittingen, de zogenaamde 'hofland'. In de 11e en 12e eeuw behoorden grote delen van Delft en omgeving tot dit grafelijke domein.

Stukje bij beetje stonden de graven delen van hun land af, met name aan kloosterorden, zoals aan de zusters die op grafelijk terrein het klooster Koningsveld konden stichten. Andere delen werden in leen gegeven aan edelen. Uiteindelijk behielden de graven enkele terreinen in de plaats waar zij in 1246 stadsrechten verleenden: Delft.

schematische weergave van de grafelijke domeinen in de 11e-12e eeuw in de regio Delft

Archeologische Vondsten en de Geboorte van het Stadhuis

Mogelijk werd het terrein waar nu het stadhuis staat al rond het jaar 1000 door de graven gebruikt, maar dit is niet met zekerheid vast te stellen. De geschiedenis van deze specifieke locatie is grotendeels gebaseerd op archeologische waarnemingen die zijn verricht tijdens de restauratie van het stadhuis in 1980. Deze onderzoeken brachten aan het licht dat er omstreeks 1250, de periode van de eerste stadsrechten, een stenen toren van ongeveer 6 bij 6 meter werd gebouwd. Deze toren diende als gevangenis voor tegenstanders en wetsovertreders van de graaf.

Van dit 'Oude (graven)Steen' is aan de straatzijde niets meer zichtbaar, maar de resten ervan zijn verwerkt in het huidige stadhuisgebouw. Duidelijk aanwezig is echter het Nieuwe Steen, de karakteristieke grijze toren die boven het stadhuis uitsteekt. Deze werd niet veel later gebouwd, tussen 1275 en 1300, en is aanzienlijk groter, met afmetingen van ongeveer 9 bij 9 meter. Naast de huisvesting van gevangenen, diende deze toren mogelijk ook als legerplaats voor de soldaten van de graaf of als opslagplaats voor voorraden. Of de graaf hier zelf verbleef, is onbekend; er kunnen binnen het stadhuisgebouw nog andere delen hebben bestaan die tot het grafelijke complex behoorden, maar deze zijn nooit gevonden of onderzocht.

Van Grafelijk Bezit naar Gemeentelijke Overheid

De periode waarin de graven de jonge stad vanuit het Nieuwe Steen beheersten, was echter niet van lange duur. Al rond 1340 verhuurden zij de gebouwen aan de stad. Hoewel de gebouwen een eeuw later nog formeel eigendom van de graven waren, hadden zij er geen invloed meer op.

illustratie van het Nieuwe Gravensteen in de middeleeuwen

Gemeentelijke Overheden en Herindelingen

De tekst bevat ook informatie over latere gemeentelijke structuren en herindelingen, die hoewel niet direct gerelateerd aan de oorspronkelijke stadhuisbouw, wel de ontwikkeling van het gemeentelijke bestuur in de regio illustreren.

  • Op de hoek van de Noordweg en de Oostlaan stond vanaf 1732 de ambtswoning van de burgemeester, die tot 1937 door burgemeesters werd bewoond. In het naastgelegen koetshuis werd in 1837 de secretarie gevestigd. Vanaf 1937 werd de burgemeesterswoning ook als gemeentehuis gebruikt. In 1956 verhuisde het gemeentehuis naar het Witte Huis op het Raadhuisplein, waarna de oude ambtswoning werd afgebroken.
  • Een andere voormalige burgemeesterswoning, gebouwd in 1936 aan het parkje bij Station Centrum, diende als ambtswoning voor verschillende burgemeesters tot de gemeente de woning verkocht.
  • Het wapen van de voormalige gemeente Vrijenban, die in 1855 ontstond uit de samenvoeging van Vrijenban, Abtsrecht, Vrouwenrecht en Ackersdijk, is zichtbaar in de gevel van Delftsestraatweg 138. Vrijenban werd in 1921 opgeheven en het grondgebied verdeeld tussen Delft en Pijnacker.

Dit is de bijzondere geschiedenis van het treinverkeer in Delft | Kijk op Delft

De Nieuwe Kerk: Een Religieus en Architectonisch Monument

De tekst bevat ook een uitgebreide beschrijving van de Nieuwe Kerk in Delft, die ondanks dat het geen direct onderdeel is van de geschiedenis van het gemeentegebouw, wel een belangrijk historisch en architectonisch monument in de stad vertegenwoordigt.

Ontstaan en Bouwgeschiedenis

Volgens een overlevering zag een bedelaar genaamd Symon in 1351 een visioen van een gouden kerk gewijd aan de Moeder Gods. Jan Col, een inwoner van de stad, deelde deze visioenen en verkondigde de overtuiging dat Maria wilde dat er op die plek, destijds een galgenveld, een kerk zou verrijzen. Met steun van twee devote begijnen werd in de zomer van 1381 begonnen met de bouw van een rietgedekte houten kerk. Twee jaar later startte de bouw van een stenen basiliek eromheen. De eerste steen voor het hoogkoor werd gelegd in 1384, en de bouw van de toren begon in 1396, met de voltooiing exact 100 jaar later, in 1496.

Schade en Restauraties

Het dak van de Nieuwe Kerk werd van hout gemaakt vanwege de onstabiele ondergrond. De grond rond de toren werd verstevigd door grote hoeveelheden steen. Het noodlot sloeg toe op 3 mei 1536, toen een stadsbrand, vermoedelijk ontstaan door blikseminslag in de toren, de kerk zwaar beschadigde. Tijdens de protestantse Reformatie kwam de kerk in handen van de gereformeerden. In 1654 raakte de kerk opnieuw zwaar beschadigd door de Delftse donderslag, waarbij het Delftse kruithuis op de Paardenmarkt explodeerde. Het klokkenspel en uurwerk werden vanuit het stadhuis naar de kerktoren verplaatst. In 1872 werd de spits opnieuw door blikseminslag beschadigd, waarna architect Pierre Cuypers de huidige spits ontwierp. Het bovenste achtkantige deel van de toren, opgetrokken uit Bentheimer zandsteen, is gevoelig voor verwering.

Het Praalgraf van Willem van Oranje

De Oranjes waren voor de Tachtigjarige Oorlog de belangrijkste machthebbers in de Nederlanden. Vanwege de Spaanse bezetting van Breda na de dood van Willem van Oranje in 1584, werd Delft als zijn residentie gekozen als begraafplaats. Hier werd hij bijgezet, en in 1623 werd boven zijn graf een praalgraf voltooid, ontworpen door Hendrick de Keyser. Naast Willem van Oranje liggen nog 45 leden van het Huis van Oranje en Oranje-Nassau in de grafkelder van Oranje-Nassau, die hiervoor flink werd uitgebreid.

Recente Ontwikkelingen en Controverses

Vanaf 2013 is begonnen met de restauratie van de Nieuwe Kerk. De Hervormde Gemeente beoogt een ondergrondse uitbreiding met een faciliteitenkelder voor evenementen. Deze uitbreiding is omstreden vanwege onvoldoende archeologisch onderzoek naar de meer dan 2000 graven die vernietigd zullen worden. Ondanks protesten en juridische procedures, werd de bouwvergunning uiteindelijk verleend.

impressie van het praalgraf van Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk

tags: #hervormd #gemeentegebouw #delft