Introductie tot het Leven van Pieter Holtrop
Op 3 augustus 2012 overleed Pieter Holtrop, emeritus hoogleraar zendingswetenschappen aan de Protestantse Theologische Universiteit te Kampen. Hij werd in 1987 benoemd en ging in 2005 met emeritaat. Tijdens de herdenkingsdienst op 30 augustus 2012 werd zijn werkomschrijving door ds. Carel ter Linden abusievelijk als 'hoogleraar kerkgeschiedenis' aangeduid, wat, hoewel feitelijk onjuist, wel een symbolische weergave van zijn diepere passie was.
Holtrop zou naar verwachting hartelijk om deze verspreking hebben gelachen, aangezien hij zijn wetenschappelijk werk veel liever had gezien binnen de kerkgeschiedenis dan binnen de missiologie. Desondanks was de zendingsopdracht van essentieel belang voor zijn wereldwijde betrokkenheid binnen de kerk.

Wetenschappelijke Carrière en Internationale Betrokkenheid
Vanuit zijn achtergrond in de missiologie en zijn ervaringen in Indonesië, waar hij van 1977 tot 1982 doceerde aan de Theologische Hogeschool in Ujung Padang, werd Pieter Holtrop in 1989 lid van het uitvoerend comité van de World Alliance of Reformed Churches (WARC). In 1997 werd hij een van de twee vicepresidenten van deze organisatie. Na zijn statutaire aftreden in 2004 bleef hij als adviseur verbonden aan de WARC.
Binnen de WARC voelde Holtrop zich in zijn element. Hij reisde de wereld rond voor de organisatie, droeg bij aan de ontwikkeling van nieuwe verhoudingen, zoals het theologische afscheid van de Apartheid in Zuid-Afrika in de jaren '90, en genoot er grote waardering. Wetenschappelijk lag zijn hart echter onmiskenbaar bij de geschiedenis van kerk, zending en oecumene.
Academische Prestaties en Onderzoeksdomeinen
Gedurende zijn periode als wetenschappelijk medewerker aan de Vrije Universiteit (VU) van 1968 tot 1976, voltooide hij zijn proefschrift: Tussen Piëtisme en Reveil. Het Deutsche Christentumsgesellschaft in Nederland 1784-1833 (Amsterdam, 1975). De ambiance van het Reveil, een opwekkingsbeweging die zich richtte op bevlogen individuen uit hogere standen met de ambitie om religieus en maatschappelijk betekenis te hebben, resoneerde sterk met Holtrop zelf, wiens familie behoorde tot de gereformeerde 'adel'. Hoewel hij in de omgang soms als 'Haagse Heer' wat elitair kon overkomen, was zijn wens om met zijn leven en werk verschil te maken duidelijk.
Als hoogleraar zendingswetenschappen combineerde Pieter Holtrop zijn kerkhistorische voorkeur met zijn academische opdracht. Zijn onderzoek concentreerde zich enerzijds op de geschiedenis van de Nederlandse zending in Indonesië, en anderzijds, in de laatste vijftien jaar van zijn leven, op de geschiedenis van de Hollandse Hervormde Kerk van Sint-Petersburg in Rusland. Beide onderzoeksvelden verkenden de vraag hoe het Nederlands protestantisme zich overzee manifesteerde en wat de gevolgen daarvan waren.

Bijdragen aan de Geschiedschrijving van de Indische Zending
Holtrop's inzet voor de geschiedschrijving van de Indische/Indonesische zending blijkt niet alleen uit zijn talrijke artikelen, maar ook uit zijn actieve deelname aan de 'Werkgroep voor de geschiedenis van de Nederlandse zending en overzeese kerken'. Deze werkgroep publiceerde omvangrijke bronnenpublicaties over de zending in Indië en gaf elf jaar lang (1994-2004) het tijdschrift Documentatieblad voor de geschiedenis van de Nederlandse Zending en Overzeese kerken uit.
Onderzoek naar de Hollandse Hervormde Kerk in Sint-Petersburg
Hoewel Holtrop samenwerkte aan de Indische geschiedschrijving, was hij de onbetwiste leider en inspirator van zijn eigen onderzoeksteam gericht op de geschiedenis van de Hollandse Hervormde Kerk van Sint-Petersburg (1717-1927). Vanaf zijn studententijd had hij al interesse in dit onderwerp, en de kans diende zich aan toen anderen het archief van de Hollandse kerk hadden opgespoord.
Vanaf 1997 organiseerde Holtrop diverse activiteiten rondom dit thema, waaronder boeken, artikelen, een tentoonstelling, een symposium en studiereizen naar Rusland met zijn onderzoeksteam. Deze extra activiteiten droegen bij aan de bekendheid en waardering van dit kerkhistorische onderwerp. Hij streefde ernaar niet alleen te studeren, maar ook gelezen en gehoord te worden, en zijn passie voor historie te delen met anderen.
De bronnenpublicatie De Hollandse Hervormde Kerk in Sint-Petersburg 1713-1927. Teksten uit kerkenraadsprotocollen, brieven en andere documenten, bezorgd door P.N. Holtrop en Th.J.S. van Staalduine, verscheen in drie delen in 2003 en 2004.

Latere Jaren en Postume Publicaties
Na zijn dissertatie verschenen er, afgezien van twee Indonesisch-talige boeken uit 1982, geen monografieën meer van Holtrop. Hoewel er rond 2004 plannen waren voor een boek over Sint-Petersburg en hij na zijn emeritaat de opdracht kreeg een biografie van W.A. Visser 't Hooft te schrijven, verhinderde zijn ziekte de voltooiing hiervan. Postuum verscheen in juni 2013 de artikelenbundel Pieter Holtrop e.a. (red.), Twee eeuwen Nederlanders in Sint-Petersburg. De Hollandse Kerk als sociaal en religieus middelpunt.
In deze bundel staat een door Holtrop geschreven verhaal over de familie van de schilderes Dorothea Merian. Zelfs in de laatste maanden van zijn leven bleef hij actief betrokken bij het debat over de dooppraktijken in Sint-Petersburg, wat zijn diepe passie voor het onderwerp onderstreepte. Vrienden en collega's bleven tot op het laatste moment met hem in discussie.
Bibliografie en Verdere Publicaties
Pieter Holtrop's bibliografie (1975-2010) is te vinden in Volker Küster (ed.), Mission Revisited. Between Mission History and Intercultural Theology (Münster, 2010, pp. 175-182). Opmerkelijk is dat hierin een publicatie ontbreekt: Pieter Holtrop, Gij mijn God. Teksten, liederen en gebeden (Zoetermeer, 1997), een bewerkte weergave van een aantal diensten uit zijn periode als predikant.
Zijn kerkhistorische artikelen werden gebundeld in Herdacht Landschap (2010), een uitgave in eigen beheer, die hij als afscheidsgeschenk aan vrienden meegegeven heeft.
De Magische Klank van Sint-Petersburg
De fascinatie van Pieter N. Holtrop voor Sint-Petersburg begon al in de jaren zestig, mede door de Zwitserse priester Gossner, een figuur uit de mystieke opwekkingsbeweging binnen de Rooms-Katholieke Kerk rond 1800. Gossner, die na diverse omzwervingen in Rusland terechtkwam, was medeoprichter van het eerste buitenlandse bijbelgenootschap in Rusland en vertrouweling van tsaar Alexander I. Hij preekte in de Petrikerk in Sint-Petersburg.
Ruim dertig jaar later, tijdens het onderzoek voor zijn dissertatie, stuitte Holtrop op Gossner, wat een magische klank aan Sint-Petersburg gaf. Hoewel Holtrop voorlopig geen tijd had voor Gossner, wijdde hij een groot deel van zijn tijd aan het onderzoek naar de Nederlandse hervormde gemeente in de stad, in samenwerking met Russische archivarissen en wetenschappers.
Het Ontsluiten van Archiefmateriaal en Samenwerking met Rusland
Het project rond de Nederlandse hervormde gemeente in Sint-Petersburg kwam bijna toevallig tot stand. In 1994 las Holtrop over de vondst van de Petersburgse archieven van de hervormde kerk. Na contact met de archivaris van de hervormde kerken in Nederland, werd een speurtocht opgezet naar de exacte locatie van deze archieven, die succesvol werd afgerond. De toegang tot de archieven was aanvankelijk problematisch.
Door de goede relaties tussen Holtrop en de Nederlandse archivaris, en gezamenlijke reizen naar Sint-Petersburg om goodwill te kweken, werden vriendschappen gesloten. Dit leidde zelfs tot contact met een kleindochter van Leonid Tolstoj, die zich voor het project inzette. Het wantrouwen van de Russische kant, die vreesde voor commerciële motieven, verdween geleidelijk. Holtrop benadrukte dat het project puur wetenschappelijk was en geen winstoogmerk had.
Er ontstond een unieke samenwerking waarbij Russische archivarissen de documenten ontsloten, waarvoor zij betaald werden. De Nederlandse onderzoekers kregen vervolgens toegang om alles te bekijken en op microfiche te zetten. De teksten werden ingevoerd op de computer en na documentatie op cd-roms gebrand, die ook aan de Russische archieven beschikbaar werden gesteld. Dit proces duurde bijna vier jaar, en het project ging pas in februari 1998 van start.

Uitdagingen en Bureaucratie in Russisch Archiefwerk
De onderzoekers stuitten op typisch Russisch papierwerk, waarbij microfiches en fotokopieën als originelen werden beschouwd en niet zomaar uitgevoerd mochten worden. Aanvankelijk vereiste het maken van één fotokopie het invullen van 24 formulieren. Holtrop moest uiteindelijk een streng verbod afkondigen op het te gretig spitten naar materiaal, om de planning niet in gevaar te brengen.
Eind 1999 moest er een lijvige publicatie gereed zijn met alle bronnen en hun vindplaatsen, gevolgd door de daadwerkelijke, verhalende geschiedschrijving over de Nederlanders in Sint-Petersburg en hun kerk. Het Petersburgse onderzoek werd gesubsidieerd door de ministeries van Buitenlandse Zaken en Onderwijs en ingepast in het grotere project «Neerlandica», dat tot doel had alle archieven met materiaal over de Nederland-Rusland verhouding op te sporen.
De Hollandse Kerk in Sint-Petersburg: Architectuur en Historische Context
De huidige Hollandse kerk in Sint-Petersburg, gebouwd in 1834, is een kolossaal gebouw dat een prominente plaats inneemt aan de Nevski Prospekt. Tsaar Peter de Grote zelf deed voorstellen voor de verandering van de gevel, wat zijn betrokkenheid bij de kerk onderstreept. De nauwe banden tussen de Romanovs en het Nederlandse koningshuis, versterkt door het huwelijk van Anna Paulovna met Willem II, speelden hierin een rol.
Het gebouw aan de Nevski Prospekt volgde een piepklein kerkje op, waaruit de Hollandse gemeente snel groeide. Al in 1708 liet vice-admiraal Cornelis Cruys, half-Nederlands en half-Noors, een houten kapel oprichten. Sint-Petersburg was vanaf de stichting een westerse stad, waar Peter de Grote buitenlanders uitnodigde, waaronder Nederlanders, gewaardeerd om hun vakmanschap.
Nederlandse artsen, architecten, scheepsbouwers, zeelieden en kooplui vestigden zich in de stad. Peter de Grote stond geloofsvrijheid toe voor buitenlanders, die hun eigen kerkgemeenschappen konden oprichten. Het eerste Hollandse kerkje was een oecumenisch avant la lettre, waar Lutheranen, Gereformeerden, Anglicanen en Franse protestanten samenkwamen. Door taalverschillen ontstonden echter al snel aparte kerken voor verschillende nationaliteiten.
St.Petersburg, city tour met bezoek aan een aantal highlights. Versie 2
De Nederlandse Gemeenschap in Sint-Petersburg: Handel, Cultuur en Identiteit
De eerste generatie Nederlanders in Sint-Petersburg steeg snel op de maatschappelijke ladder, sommigen vergaarden grote rijkdom in de handel, anderen werden beloond voor hun diensten aan de tsaar. Hoewel sommigen generaties lang in Rusland bleven, keerde men vaak terug naar Nederland, waarbij de zonen de zaak overnamen. Ondanks de internationale oriëntatie van Sint-Petersburg, bleven de Nederlanders hun Nederlandse identiteit behouden.
Er was een strijd om het Nederlands als voertaal in de kerk te behouden, mede vanwege de aanvankelijke samenwerking met andere genootschappen, zoals de Duitse lutheranen. Het behoud van de Nederlandse taal was cruciaal voor het voortbestaan van het archief. Handelaren die korter in Sint-Petersburg verbleven, argumenteerden dat hun schepen bij binnenkomst vijf roebel moesten betalen, bestemd voor de kerkdiensten van hun natie.
Talloze families in Nederland hebben hun oorsprong in Sint-Petersburg en vice versa. Vooral in de eerste helft van de achttiende eeuw vertrokken veel Nederlanders naar het oosten. De inwoners van het Twentse dorp Vriezenveen, bekend om hun textielhandel, waren sterk vertegenwoordigd in Sint-Petersburg. De zogenaamde 'Ruslui' uit Vriezenveen vormden een belangrijke kern van de Nederlandse aanwezigheid in de stad.
De welvaart van de Ruslui eindigde met de communistische revolutie in 1917. Berooid keerden zij terug naar Vriezenveen, waar ze zich vervreemd voelden van hun Nederlandse identiteit.
Bloeiperiode en Culturele Betekenis van de Hollandse Kerk
In de negentiende eeuw hadden de Ruslui veel invloed binnen de Nederlandse kringen in Sint-Petersburg. Ongeveer twintig tot dertig families woonden er anderhalve eeuw. Sommige families werden volledig Russisch, met kinderen die opklommen tot generaals en admiraals.
Mede dankzij de Ruslui bloeide de Hollandse kerk in de negentiende eeuw als nooit tevoren. Onder dominee Hendrik Gillot was het een centrum van het culturele leven in Sint-Petersburg. De beroemde courtisane Lou Salomé, die mannen als Frank Wedekind, Paul Ree, Friedrich Nietzsche en Rainer Maria Rilke bekoorde, begon haar minnaressenbestaan na catechisatie in de Hollandse kerk.
Lou Salomé, dochter van een Russische generaal en een Duitse moeder, werd door haar moeder naar de Hollandse kerk gestuurd. Daar kwam ze in contact met Gillot, een charismatische predikant. Zijn moderne theologische ideeën, ontleend aan filosofen als Schelling, trokken veel internationaal publiek. Lou Salomé raakte door zijn modernisme van haar geloof af, en Gillot werd verliefd op haar, wat leidde tot een schandaal dat werd afgedekt. Uiteindelijk werd Lou Salomé door haar moeder het land uitgestuurd om te studeren, waardoor ze mannen als Nietzsche en Rilke ontmoette.

Pieter Holtrop: Een Leven Gewijd aan Wetenschap en Geloof
Pieter Holtrop (1943-2012) was hoogleraar zendingswetenschappen en het vierde kind in een gereformeerd, Schevenings domineesgezin. Na zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, werd hij onderzoeker bij kerkhistoricus Jan van den Berg. In 1975 promoveerde hij op een proefschrift over het Deutsche Christentumsgesellschaft, een opwekkingsbeweging die streefde naar nieuwe impulsen binnen de christelijke traditie.
De verbinding tussen praktische vroomheid en het dagelijks bestaan, een centraal thema in zijn leven, kwam ook tot uiting in zijn geloof. God was voor hem geen abstractie, maar moest blijken in daden en denken.
Ervaringen in Indonesië
Na zijn promotie werd Holtrop docent Kerkgeschiedenis en Oecumenica aan de Theologische Hogeschool te Ujung Padang, Indonesië. Hij was tevens adviseur van de kerken in Oost-Indonesië, waarbij hij veel reisde en de kerken en leden goed leerde kennen. Hij nam deel aan synodes, schreef adviezen en bouwde een uitgebreid netwerk op. In het Indonesisch publiceerde hij twee boeken over de Indonesische kerkgeschiedenis en oecumene.
Tijdens zijn reizen in Indonesië legde hij de nadruk op kerkelijke archieven. Vanwege de erbarmelijke staat van veel archieven door de tropische omstandigheden, richtte hij in 1980 het Instituut voor de Geschiedenis van de Kerken in Oost-Indië op, dat zich inzette voor de beschrijving en bewaring van archieven, en als centrum diende voor de studie van de kerkgeschiedenis in Sulawesi, Ambon, Sumba en Irian Jaya.

Predikantschap en Terugkeer naar Academisch Werk
Na zijn terugkeer uit Indonesië in 1983 werd Holtrop predikant van de gereformeerde kerk aan het Raphaëlplein in Amsterdam. Hij genoot van het predikantschap, met name van het preken, dat hij losjes, informeel en vroom beoefende. Hij bleef zijn hele leven preken, ook tijdens reizen, en raakte met zijn preken het hart van de mensen.
Hij was een van de initiatiefnemers van Kerk in Mokum, het kerkelijk radiostation van Amsterdam. Ondanks het plezier in het predikantschap, miste hij de rust van wetenschappelijk werk en archiefonderzoek. In 1987 werd hij daarom hoogleraar Missiologie, Oecumenica en Godsdienstgeschiedenis aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken te Kampen.
Internationale Verbreding en Debat
In Kampen ontwikkelde hij zijn leerstoel tot een internationaal georiënteerde eenmanszaak in de zendingswetenschappen en de geschiedenis van de oecumene. Hij initieerde de Duits/Nederlandse Missiologische Vereniging en werd in 1989 lid van het dagelijks bestuur van de World Alliance of Reformed Churches (WARC), waarvan hij van 1997 tot 2004 vice-voorzitter was.
Zijn reizen voor de WARC verbreedden zijn blik. Hij merkte op dat de Nederlandse Protestantse Kerk te veel op Nederland gericht was en te weinig oog had voor de wereldwijde ontwikkelingen. Holtrop schuwde confrontaties niet als hem iets niet zinde en was niet bereid een ingenomen standpunt om diplomatieke redenen op te geven.
Onderzoek naar Evangelie en Cultuur
Holtrop's onderzoek richtte zich op de interactie tussen evangelie en cultuur, zowel in de Westerse als in niet-Westerse culturen. Hij onderzocht wat er gebeurde wanneer het Westerse christendom in andere culturen werd verkondigd en hoe zendingsmensen en de omringende cultuur elkaar beïnvloedden.
Herontdekking van de Geschiedenis van de Hollandse Kerk in Sint-Petersburg
Na de val van het communisme werd aandacht gevraagd voor de geschiedenis van de Hervormde kerk in Sint-Petersburg, met name door een nazaat van een van de koopmansfamilies die zich vanuit Vriezenveen in de stad had gevestigd. Dit leidde tot een samenwerkingsproject tussen de Commissie voor de Archieven van de Nederlandse Hervormde Kerk, het Centrale Staats Historisch Archief te Sint Petersburg en de Theologische Universiteit te Kampen, via Pieter Holtrop.
De Nederlandse kerk in Sint-Petersburg kende een bloeiend bestaan in de negentiende eeuw tot aan de Russische Revolutie van 1917, waarna zij verdween en vergeten werd. Na het verdwijnen van het communisme werden de archieven toegankelijk en kon de vergeten geschiedenis gereconstrueerd worden. Met hulp van studenten, vertalers, het Nederlandse consulaat en fondsen, grotendeels door Holtrop zelf bijeengegaard, werden de archieven uitgeplozen, geordend en toegankelijk gemaakt.
Een bundel artikelen, Herdacht Landschap, gaf hij aan vrienden mee als afscheidsgeschenk. Ondanks de diagnose kanker werkte hij tot vlak voor zijn dood aan de biografie van W.A. Visser 't Hooft. Zijn laatste boek, Twee eeuwen Nederlanders in Sint-Petersburg, werd na zijn dood voltooid.
