De Hervormde Kerk in Doesburg: Een Historisch Overzicht
De Grote of Martinikerk, ook wel bekend als de Hervormde Kerk, Sint-Maartenskerk of Sint-Martinuskerk, is de hoofdkerk van de Hanzestad Doesburg in de provincie Gelderland. De geschiedenis van dit markante gebouw strekt zich ver terug in de tijd, met wortels die teruggaan tot 1228. Vele rampen hebben het gebouw en de toren geteisterd door de eeuwen heen, maar de kerk is telkens weer heropgebouwd en behoudt tot op heden haar grandeur.
De Oorsprong en Vroege Geschiedenis
Volgens een oorkonde, die weliswaar als vals wordt beschouwd maar waarvan de inhoud grotendeels accuraat wordt geacht, schonk bisschop Willem van Utrecht in 1228 het patronaatrecht over de kerk aan het klooster Bethlehem bij Doesburg. De voorganger van de huidige kerk werd in 1340 verwoest bij een overstroming. De nieuwe kerk, eveneens gewijd aan Sint Maarten, werd in het hart van de stad gebouwd. De huidige vorm ontstond voornamelijk in de 15e eeuw.
Architectuur en Ontwikkeling door de Eeuwen Heen
Rond 1430 was de toren gereed. In 1483 richtte een brand grote schade aan, waarna de kerk in de oude vorm werd heropgetrokken. Het formaat en de rijke afwerking getuigen van de welvarende status van Doesburg als Hanzestad. De architectuurstijl is een basiliek in Nederrijnse gotiek, zonder dwarsschip. De zijbeuken lopen door langs de toren en het koor. Oorspronkelijk bezat waarschijnlijk het gehele schip stenen gewelven, waarvan nu nog netgewelven in de zijbeuken resteren.
In 1547 zorgde blikseminslag voor aanzienlijke brandschade, waarbij enkele traveeën van het schip hun gewelven verloren. In 1552 stortte nog een gewelf naar beneden, wat te lezen is op een pilaar.
De Reformatie en Latere Schade
In 1586 ging Doesburg over tot de Reformatie, waarna de kerk vaak Grote of Hervormde Kerk werd genoemd. De toren werd in 1672 door de Fransen in brand geschoten. In 1717 was het opnieuw de bliksem die brand veroorzaakte. Op 15 april 1945 bliezen de terugtrekkende Duitsers de toren op, met grote schade aan de aangrenzende delen van de kerk tot gevolg.
Restauraties en Hedendaagse Staat
Na de verwoesting in 1945 werd de toren in 1965 hersteld tot de oorspronkelijke hoogte van 94 meter, waarmee het de hoogste kerktoren van Gelderland en de op zeven na hoogste van Nederland is. De restauratie van het gehele kerkgebouw werd in 1972 afgerond.

De Stoelbroederschappen van Doesburg
In de 17e eeuw kende Doesburg een aantal zogenaamde stoelbroederschappen. Dit waren kleine verenigingen die in de Martinikerk een eigen bank of gestoelte beheerden. Vroeger was het niet eenvoudig om lid te worden van een stoelbroederschap; net als lidmaatschap van een gilde, gaf het behoren tot een stoelbroederschap een zekere status, omdat men zich een betaalde vaste plaats in een 'herenbank' of 'stoel' kon veroorloven.
Herstel van de Traditie
Aan de laatste stoelbroederschap kwam een einde toen de kerk door het opblazen van de toren in 1945 zwaar beschadigd raakte en het meubilair, waaronder de gestoelten van de broederschappen, grotendeels verloren ging. In april 1977 werd de traditie van de stoelbroederschappen, zij het in gewijzigde vorm, in ere hersteld door de oprichting van de 'Stoelbroederschap Martinikerk Doesburg'. De vereniging werd opgericht uit noodzaak, omdat de toenmalige Kerkvoogdij der Hervormde Gemeente onvoldoende fondsen had om het onbruikbaar geworden kerkmeubilair te vervangen.
Lidmaatschap en Activiteiten
Tegenwoordig is iedereen, man of vrouw, die de Martinikerk een warm hart toedraagt welkom als lid. Door een eenmalige bijdrage te betalen, mag men zich voor de rest van zijn of haar leven 'Stoelbroeder' noemen. Vrijwel elke stoelbroeder doneert op vrijwillige basis jaarlijks een zelf te bepalen bedrag aan de vereniging.
Jaarlijks, in de maand september, vindt de jaarlijkse vergadering plaats, naar oud gebruik 'Teerdag' genoemd. Tijdens deze bijeenkomst worden de leden geïnformeerd over de activiteiten van het afgelopen jaar en de plannen voor het komende jaar. Het tweede deel van de bijeenkomst bestaat uit een passende lezing of een andere bijdrage die ook toegankelijk is voor niet-leden. Deze worden uitgenodigd via persberichten in regionale kranten en folders die in de kerk en bibliotheek worden verspreid.
Interieurverfraaiing en Fondsenwerving
Verzoeken voor interieurverfraaiing van de Grote of Martinikerk kunnen uitsluitend worden gedaan door het College van Kerkrentmeesters van de Protestantse Gemeente te Angerlo-Doesburg. Het bestuur van de Stoelbroederschap beoordeelt of de aanvraag past binnen de doelstellingen. Indien dit het geval is, wordt overgegaan tot fondsenwerving. De Stoelbroederschap initieert ook zelf projecten die verfraaiing van het interieur tot doel hebben, waarbij het College van Kerkrentmeesters toetst of deze voldoen aan de gestelde eisen.
Met het geld dat binnenkomt via fondsenwerving en donaties van leden, worden projecten gefinancierd. Het bestuur zorgt er tevens voor dat er voldoende geld in kas blijft om de Oudhollandse knopstoelen in de kerk, indien nodig, te kunnen laten repareren. Het bestuur denkt actief mee met het College van Kerkrentmeesters over de inrichting, het gebruik en beheer van de Martinikerk, met speciale aandacht voor het behoud van het historisch en monumentaal karakter van het interieur.
Enkele projecten waaraan de Stoelbroederschap heeft bijgedragen zijn:
- Aanschaf van de oudhollandse knopstoelen na de restauratie.
- Rode kussens op de oudhollandse knopstoelen.
- Restauratie van de kroonluchters en het aanbrengen van schildjes.
- Herstel en opnieuw bekleden van de kussens van de Pilaarstoel (Stoelbroederbank).
- Restauratie en aanbrenging van een lantaarn boven de ingang van de voormalige consistorie (nu de Stiltekapel).
- Aanbrengen van predikantenborden in de zuidelijke zijbeuk.
- Een houten paneel met de spreuk “Silvesti cecidit Doesburgh in prodicionem” boven de ingang van de Martinikerk.

Bijzondere Elementen en Geschiedkundige Feiten
In de noordbeuk van de kerk wordt de geschiedenis weergegeven in woord en beeld middels een permanente tentoonstelling. In de kerkwinkel zijn diverse artikelen te koop, waaronder religieuze cadeautjes, ansichtkaarten, boeken, cd's en grammofoonplaten. Sinds het voorjaar van 2021 is ook het Zilvermuseum Doesburg in de Martinikerk gevestigd.
De Grote of Martinikerk is tevens een locatie voor diverse culturele evenementen, zoals concerten, markten en lezingen. De kerk is geopend op Open Monumentendag en tijdens exposities. Een hoek van de kerk is ingericht als kerkcafé waar bezoekers kunnen genieten van koffie of thee.
Het Doesburgse Carillon
De geschiedenis van het Doesburgse carillon begint in 1655 met het op proef sturen door Pieter en François Hemony van een klein klokkenspel van 20 klokken. Dit werd in 1656 aangekocht, waarbij de erfgenamen van Hemony nog lang een schuld te vereffenen hadden. Het was een licht klokkenspel met een specifieke toonladder.
In 1723 werden door Jan Albert de Grave, een opvolger van de Gebr. Hemony, nog drie klokjes bijgeleverd. Tijdens een restauratie in 1912 werden de klokken binnen in de toren geplaatst, waarbij een van de klokjes door Petit & Fritsen werd hergoten. Na de verwoesting van de toren in 1945 werd een zwaardere beiaard geïnstalleerd met slechts 8 van de geredde klokken. In 1965 werd, na geldinzamelingen, een beiaard van 47 klokken geplaatst, waarvan 39 klokken door Eijsbouts werden geleverd.

Het Walcker-orgel
Het hoofdorgel van de Martinikerk is een Walcker-orgel uit 1916. Dit imposante instrument beschikt over 4 klavieren, 75 registers en 5415 pijpen, en is een belangrijk onderdeel van de muzikale traditie van de kerk.
Stadhuis en Waag van Doesburg
Het stadhuis van Doesburg, een gotisch gebouw gelegen op de hoek van de Roggestraat en de Koepoortstraat, dateert uit de 14e eeuw. Het gebouw onderging diverse verbouwingen en restauraties, waaronder een grondige restauratie in de jaren 1939-1940.
De voormalige Waag, oorspronkelijk het stadsbierhuis, werd na grotendeels verwoesting in 1947 aangekocht en vrijwel herbouwd in laatgotische stijl. Tegenwoordig fungeert het gebouw als café-restaurant.

Hotel Hof Gelria
Het Hotel Hof Gelria, een laatgotisch huis, heeft een lange geschiedenis als herberg. Na in de 19e eeuw te zijn verminkt, werd het in 1952-1953 gerestaureerd. Het gebouw wordt gekenmerkt door trapgevels en korfboognissen.