De gemeente van Holwierde, gevormd in december 2008 door de fusie van de gereformeerde kerk Bierum - Holwierde, de hervormde gemeente te Bierum en de hervormde gemeente te Holwierde - Krewerd, kent een rijke kerkelijke geschiedenis. Tot voor kort beschikte de gemeente over drie kerkgebouwen: de Irenekerk (gereformeerd) en de Sebastiaankerk (hervormd) in Bierum, en de Stefanuskerk (hervormd) in Holwierde. De twee oorspronkelijk hervormde kerken, waaronder de Stefanuskerk in Holwierde, zijn Rijksmonumenten en werden op 14 september 2014 overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken.
De Stefanuskerk in Holwierde behoort tot de oudste kerken in de Nederlandse provincie Groningen. De kerk, gelegen in het wierdedorp, werd oorspronkelijk gebouwd als een eenbeukige romaanse kerk van tufsteen rond het einde van de elfde, begin twaalfde eeuw. Deze stond op een verhoogd deel van een van de wierden van Holwierde.

Architectonische evolutie van de Stefanuskerk
Vroege bouwfasen en uitbreidingen
Het oudste deel van de kerk wordt gevormd door het tufstenen onderstuk van de muren van het schip, dat aan de oostzijde werd afgesloten met een inspringende halfronde koornis. De ingangen bevonden zich aan de lange gevels, een traditie die teruggaat tot de heidense tijden en tot in de late 14e eeuw werd aangehouden. Kleine rondboogvensters, nog herkenbaar in het muurwerk, werden hoog in de muur aangebracht.
Tufsteen, afkomstig uit het Eifelgebergte, werd per vlot via de Rijn en IJssel naar Deventer vervoerd, om vandaar verder per schip over de Zuiderzee en Waddenzee naar Groningen te komen. De bouw van een kerk was in die tijd een kostbare onderneming.
Romano-gotische transformatie
In het derde kwart van de 13e eeuw onderging de kerk een ingrijpende verbouwing in de stijl van de romano-gotiek. Deze periode kenmerkte zich door het gebruik van baksteen, waarbij alle mogelijkheden van dit materiaal werden benut om muren en gewelven te versieren. De bouw van een bakstenen kerk was een gemeenschapsproject waarbij de gehele bevolking van het kerspel betrokken was.
De muur van het schip werd in de 13e eeuw aanzienlijk verhoogd met bakstenen muren. De oorspronkelijke rondboogvensters werden hierbij gedicht en vervangen door smalle spitsboogvensters in spaarvelden tussen nieuwe lisenen. Bovenaan werden de muren afgesloten met boogfriezen.
Gotische toevoegingen
Begin 14e eeuw werd de kerk uitgebreid met een transept in de stijl van de romanogotiek. Daarna werd het vijfzijdige, overwegend gotische koor met straalgewelf gebouwd. Hierdoor ontstond de vorm van een Latijns kruis.
De romano-gotische koepelgewelven over de dwarspanden, viering en koor zijn tot op de dag van vandaag behouden gebleven.

Interieur en kunstschatten
Gewelfschilderingen en muurschilderingen
Tussen circa 1300 en 1570 werden verschillende gewelfschilderingen aangebracht in de kerk, waaronder een afbeelding van de patroonheilige Stephanus. Op de muren zijn ook schilderingen bewaard gebleven.
De oudste schilderlaag op de gewelven is decoratief, de tweede laag bestaat uit twee symbolische voorstellingen met onder andere de vier evangelisten (Mattheüs als engel, Marcus als leeuw, Lucas als stier en Johannes als adelaar). De jongste laag is een beschildering met bloemmotieven.
Op de muren vindt men aan de zuidzijde een restant van een jachttafereel en op de noordwand de figuur van de heilige Sebastiaan, patroon van de boogschutters en beschermer tegen de pest.
Het Oksaal en de Preekstoel
De Stefanuskerk is een van de weinige kerken waar het laatgotische oksaal uit 1560 intact is gebleven. Dit oksaal, de houten afsluiting tussen koor en schip, dateert uit circa 1300-1570 en is uniek voor een dorpskerk.
Tussen koor en kruising bevindt zich een scheidingswand met oksaal. Tegen deze wand staat de preekstoel met trap en achterschot en klankbord.
Meubilair en Gedenktekens
De kerk bezit een avondmaalstafel met twee 17e-eeuwse banken. Er zijn ook twee blokken banken, waarvan er één is voorzien van gesneden panelen met het jaartal 1557. Verder zijn er blokken banken met gesneden lijsten en bekroningen.
In de kerk bevinden zich ook diverse predikantenzerken: een 16e-eeuwse, drie 17e-eeuwse, twee 18e-eeuwse en een 19e-eeuwse. Een gedenkbord uit 1567 herinnert aan de plaatsing van een uurwerk in de voormalige juffertoren.

Sarcofaagdeksels
Bij binnenkomst in het westportaal bevinden zich twee zandstenen sarcofaagdeksels die tegen de zijwanden zijn opgesteld. Het deksel tegen de zuidelijke muur toont een voorstelling van twee figuren, vermoedelijk een echtpaar, met erboven twee engelen met een ziel ertussen, die de opgang naar de Hemel symboliseert. Dit soort voorstellingen is zeer bijzonder voor dit gebied en dateert waarschijnlijk van rond 1170.
Het andere deksel, voorzien van een kelk, is afkomstig van een priestergraf. Een derde deksel tegen de zuidmuur diende eens als stoeptrede.
De Toren en de Klokken
De verloren Juffertoren
Bij de kerk heeft een van de drie Juffertorens van Groningen gestaan. Deze toren werd vermoedelijk gebouwd in de 14e eeuw, was naar verluidt 70 meter hoog en diende ook als lichtbaken voor schepen op de Eems.
De naam 'juffertoren' is afkomstig van een legende over drie rijke zusters die tot inkeer kwamen en beloofden waar ze ook terecht zouden komen, een toren te bouwen ter ere van God. De drie torens zouden gelijk zijn.
Verwoesting en vervanging
In 1807 werd de toren vanwege bouwvalligheid verlaagd tot de helft en voorzien van een houten spits. Deze spits ging in 1836 echter verloren tijdens een zware storm. In 1853 werd de toren op afbraak verkocht en een jaar later afgebroken na een ernstig ongeval tijdens het luiden van de klokken voor nieuwjaar.
De Dakruiter en de Klokken
In 1855 werd op de kerk een dakruiter geplaatst waar de kleinere Mariaklok uit 1467 werd gehangen. Deze klok werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers geroofd.
De grote Stephanusklok, gegoten in 1620 door Joannes en Anthonius Symon en Petrus Joly, werd verkocht aan ene Van Rijh. De Mariaklok, gegoten in 1467 door Henriek Rekenacker, werd in 1855 in de nieuwe toren teruggeplaatst. Deze klok werd tijdens de bezettingstijd door de Duitsers weggevoerd. De klok is versierd geweest met de figuur van Maria met het kind Jezus aan de ene en de gekruisigde Christus aan de andere zijde. Na de oorlog werd de klok opgespoord en door de toenmalige kerkvoogden verkocht aan het Rijksmuseum, dat haar naar het Nationaal Beiaardmuseum in Asten liet overbrengen. Vermoedelijk is de klok verkocht om de restauratie mede te financieren.
Restauraties en Herbestemming
Restauratie na de Tweede Wereldoorlog
In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog heeft het dorp Holwierde en de kerk aanzienlijke schade opgelopen. In de jaren 1945-1950 werd de kerk, naar de toenmalige inzichten, door architecten Adriaan Wittop Koning en Rienk Offringa 'teruggebracht in oorspronkelijke stijl'.
Bij deze restauratie werden de in 1896 verwijderde topgevels in vrije vormen gereconstrueerd. Het kerkinterieur werd verplaatst om beter zicht te krijgen op het straalgewelf in het koor. De kansel werd voor het doksaal geplaatst en het doophek verwijderd. Twee unieke herenbanken uit 1559 werden deels gesloopt en herplaatst als een nieuwe herenbank. De schilderingen op de oude gewelven werden weer zichtbaar gemaakt.
Tegenstrijdige visies
De restauratie van de jaren 1940 was controversieel. Tegen de wens van de predikant, kerkvoogden en gemeente in, drukte de architect zijn visie door. Hij vond dat de architectuur van het gebouw zoveel mogelijk tot zijn recht moest komen en de indeling op de tweede plaats kwam. Volgens hem diende de blikrichting in een middeleeuwse kerk naar het koor te zijn, om zo het volle zicht op het koorgewelf te krijgen.
Take Me To Church
Met het project 'Take Me To Church' geeft Groninger Kerken jongeren tussen 16 en 26 jaar symbolisch de sleutel van de dorpskerk. Een jongerencommissie bepaalt onder begeleiding van een professional zelf welke activiteiten er plaatsvinden, hoe de ruimte wordt ingericht en welke rol de kerk krijgt in hun leven. Het project beoogt jongeren actief te betrekken bij het behoud en de vernieuwing van erfgoed.
Meer dan een monument
Naast het jongerenproject blijft de kerk een belangrijke rol spelen voor het dorp. Inwoners kunnen er zelf iets organiseren of vieren. De kerk is tevens te huur als trouw- en rouwlocatie, en leent zich voor feestjes, partijen, ontvangsten en andere bijeenkomsten.
De Heilige Stephanus
De Stefanuskerk is vernoemd naar de martelaar Stephanus, die reeds in de vroege Middeleeuwen grote verering genoot. Stephanus, wiens naam 'kroon' betekent, was een van de eerste diakenen in de christelijke gemeente van Jeruzalem. Hij werd gestenigd op beschuldiging van afwijzing van de joodse wet en de tempel, en wordt beschouwd als de eerste martelaar van de vroeg-christelijke kerk.
Zijn feestdag valt op 26 december. Relieken van de heilige verspreidden zich door heel het christendom, en hij werd vaak gekozen als patroon van kerken, kathedralen en steden. In de volksdevotie geldt Stephanus als de beschermer van kuipers, koetsiers, metselaars, kleermakers, wevers, steenhouwers en timmerlieden.