Geschiedenis van de Hervormde Kerk in Nieuwe Pekela

De geschiedenis van de Hervormde Kerk in Nieuwe Pekela is nauw verweven met de ontwikkeling van het dorp zelf, een veenkolonie die ontstond langs de Pekel-A. In de loop der eeuwen kende de gemeenschap zowel bloeiperiodes als periodes van onrust, met name rondom religieuze scheuringen en de zoektocht naar geloofsvrijheid.

De Vroege Ontwikkeling van Pekela

Pekela, bestaande uit Oude en Nieuwe Pekela, ontwikkelde zich vanaf de 16e eeuw als een veenkolonie. De stad Groningen speelde hierin een belangrijke rol, door in 1635 een groot deel van de venen te verwerven en de ontginning te stimuleren. De Pekel-A, een gekanaliseerde rivier, werd de levensader voor het transport van turf. Dit leidde tot de vestiging van een aanzienlijke bevolking, waaronder veel schippers en zeelieden.

In 1639 kreeg Pekela een eerste predikant, Wirichius Johannis, die voor de gereformeerde eredienst gebruik maakte van een schuur. De groeiende bevolking en de uitbreiding van de vervening naar het zuiden leidden tot de wens voor een eigen kerkgebouw. In 1640 stichtte de stad Groningen een kerk en een school in Oude Pekela. De gemeenschap groeide, en met de uitbreiding van de vervening ontstond rond 1704 ook een kerk in Nieuwe Pekela (Boven Pekela), waardoor twee kerspels ontstonden: Oude Pekela (Beneden Pekela) en Nieuwe Pekela (Boven Pekela).

De Hervormde Kerk had in deze periode niet alleen een geestelijke, maar ook een belangrijke wereldlijke functie. Ze was verantwoordelijk voor onderwijs, armenzorg en het bijhouden van burgerlijke registers. De stad Groningen, als eigenaar van de gronden, bestuurde het kerspel Oude Pekela grotendeels tot 1795 en had daarmee veel invloed.

De Hervormde Gemeente in Nieuwe Pekela

De hervormde predikant Sicco Tjaden, die van 1719 tot 1726 in Nieuwe Pekela diende, had geen hoge dunk van het zedelijk peil van de bewoners. Hij omschreef hen als "gedoopte heidenen, buitengewoon wild, woest en teugelloos", met dronkenschap en onwetendheid als voornaamste gebreken. Tegelijkertijd erkende hij hun leergierigheid en acceptatie van bestraffing.

Een halve eeuw later, van 1771 tot 1806, was Regnerus de Cock hervormd predikant in Nieuwe Pekela. Hij werd grootvader van Hendrik de Cock, de latere stichter van de Christelijke Afgescheidene Gemeente. Volgens Hendriks zoon Helenius was Regnerus de Cock geen orthodox predikant, en dit gold ook voor zijn opvolgers. Deze vrijzinnige prediking legde de basis voor de latere Afscheiding.

De hervormde kerk van Oude Pekela kende eveneens een turbulente geschiedenis. De kerk, ingezegend in 1684, werd in 1783 vergroot vanwege de groeiende bevolking. De toren kende diverse problemen, waaronder sloop en herbouw. De klok in de toren werd meerdere malen vervangen of omgesmolten. In 1842 droeg de stad Groningen de kerk over aan de hervormde gemeente.

De Afscheiding en de Vorming van de Christelijke Afgescheidene Gemeente

De vrijzinnige prediking in de Hervormde Kerk leidde begin 19e eeuw tot de vorming van conventikels. Ontevreden hervormden hielden thuis godsdienstoefeningen en bijbellezingen, vaak geleid door 'oefenaars'. Harm Elzes Gelms (1799-1863) speelde hierin een belangrijke rol. Hij hield al sinds eind 1831 oefeningen in zijn woning, die veel belangstellenden trokken.

De overheid verbood godsdienstige bijeenkomsten van meer dan twintig personen, wat leidde tot boetes voor de oefenaars. Harm Elzes Gelms werd meermaals veroordeeld voor het houden van deze bijeenkomsten. Ondanks boetes en juridische procedures zette Gelms zijn activiteiten voort. Hij uitte kritiek op de vrijzinnige prediking van hervormde predikanten, zoals ds. M.J. Adriani in Oude Pekela, die volgens Gelms de mensen "naar de eeuwige verdoemenis" leidde.

Op 10 april 1836 werd de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Nieuwe Pekela geïnstitueerd door ds. H. de Cock. Op de plaats van de vroegere strokartonfabriek ‘Wilhelmina’ in Oude Pekela stichtte hij de gemeente van Oude- en Nieuwe Pekela. Harm Elzes Gelms werd als ouderling aangesteld, samen met zilversmid Okke Hindriks Huising. Berend Geerts Kool en Johannes Walders Beumee werden als diakenen bevestigd.

De meeste leden woonden in Nieuwe Pekela, waardoor de gemeente al snel de naam 'Christelijke Afgescheidene Gemeente van Nieuwe Pekela' kreeg. Hoewel er ook in Oude Pekela een Afgescheiden Gemeente ontstond, werd deze spoedig bij die van Nieuwe Pekela gevoegd.

Harm Elzes Gelms speelde een controversiële rol binnen de Afgescheiden Kerk. Hij was een fervent tegenstander van het aanvragen van vrijheid van godsdienst bij de koning, in tegenstelling tot ds. H. de Cock. Dit leidde tot meningsverschillen en uiteindelijk tot zijn afscheiding van de Christelijke Afgescheiden Kerk. De classis Pekela verbood hem het 'oefenen', maar Gelms trok zich hier niets van aan en werd uiteindelijk door de kerkelijke gemeente onder censuur geplaatst en van de kerk afgesneden.

Oude kaart van de Pekela's met de rivier de Pekel-A

De Vorming van een Eigen Kerkgebouw en de Eerste Predikanten

De kerkenraad van Nieuwe Pekela besloot in oktober 1843 vrijheid van godsdienst aan te vragen bij de koning, onder voorwaarde van het onderhouden van eigen behoeftigen en het zelf realiseren van een kerkgebouw. Met toestemming van de burgerlijke gemeente werd op een stuk grond, eigendom van B.J. Brouwer en H.B. Kappen, een eenvoudig kerkje gebouwd. Dit gebouw werd eind 1843 ingewijd door ds. T.F. de Haan.

De gemeente zocht naar een eigen predikant. Helenius de Cock, zoon van Hendrik de Cock, werd beroepen. Hij studeerde nog bij 'professor' T.F. de Haan in Groningen. Na het slagen voor zijn examen werd hij op 21 april 1844 in het nieuwe kerkje bevestigd. Met zijn 19 jaar was hij de eerste eigen dominee van Nieuwe Pekela, hoewel hij slechts anderhalf jaar bleef. In die periode verenigde hij de twee Afgescheiden gemeenten in de Pekela's.

Na de vacature van ds. De Cock, die onder meer te kampen had met de onrust veroorzaakt door 'oefenaar' Gelms, werd eind 1846 ds. J.L.J. Epping predikant in Nieuwe Pekela. Onder zijn leiding keerde de rust terug en groeide de gemeente. Er werd gestreefd naar 'innerlijke versterking', onder andere door het aanpassen van de avondmaalsviering en het houden van 'gezelschappen'.

Er was echter ook ontevredenheid, met name over de stichting van een School met den Bijbel. Pas in 1858, na de aanbesteding, kwam de bouw van deze school van de grond.

Illustratie van een vroeg kerkje in de veenkoloniën

De Rooms-Katholieke Gemeenschap in Nieuwe Pekela

In 1849 woonden er 4.228 mensen in Nieuwe Pekela, waarvan 404 Rooms Katholieken. Deze katholieken moesten anderhalf uur lopen naar de kerk in Oude Pekela. In 1855 werd verzocht om toestemming voor de bouw van een eigen kerk in Nieuwe Pekela. Uiteindelijk werd een kerkzaal gebouwd, die op 26 november 1862 werd ingewijd.

De parochiegrenzen werden in 1868 definitief bepaald en de parochie werd gewijd aan Sint Willibrordus. Tot de Tweede Wereldoorlog kwamen regelmatig geestelijken voor "geestelijke oefening" of "missie". Tijdens de oorlog liepen de kerk en pastorie schade op. In 1943 werd de torenklok weggehaald en in 1945 na de bevrijding teruggehaald. Na de oorlog volgden diverse pastoors, waaronder pastoor J.F.M.A. Driessen, die bekend stond als streng maar vooruitstrevend.

Foto van de Sint Willibrorduskerk in Nieuwe Pekela

Structuur van de Hervormde Kerk in Oude Pekela

De hervormde kerk van Oude Pekela, gesticht in 1640, kende door de eeuwen heen vele veranderingen. De oorspronkelijke kerk had een eenvoudige zaalstructuur. De toren werd in 1715 gesloopt en opnieuw opgebouwd, en de klok werd meerdere malen vervangen. In 1783 werd de kerk vergroot en in 1842 droeg de stad Groningen de kerk over aan de hervormde gemeente.

Het interieur wordt gekenmerkt door een licht, wit houten tongewelf. Het orgel, gebouwd in 1865 door Petrus van Oeckelen, wordt gesierd door twee adelaars. De preekstoel deelt de donkergroene met goudgele kleurstelling met het orgel.

Tijdens een restauratie in 1975 werden drie eeuwenoude grafzerken aangetroffen onder de houten vloer. Begraven in de kerk was lange tijd gebruikelijk, maar werd in 1829 om hygiënische redenen wettelijk verboden.

Interieur van de Hervormde Kerk van Oude Pekela met preekstoel en orgel

tags: #hervormde #kerk #nieuwe #pekela #joy