Geschiedenis van de Hervormde Kerk van Obergum

De historie van Obergum is onlosmakelijk verbonden met haar zusterdorpen Winsum en Bellingeweer. Oorspronkelijk vormde Obergum een van de drie delen van het dorp Winsum, samen met Winsum ten zuiden van het Winsumerdiep en het grotendeels verdwenen Bellingeweer. Deze drie dorpen lagen elk op een wierde, een verhoogde woonheuvel ter bescherming tegen overstromingen.

Landschap van Obergum met wierden en het Winsumerdiep

Vanwege de oorspronkelijke ligging van de Hunze, een rivier die vrij dicht langs Winsum stroomde, werd het dorp al vroeg een belangrijke handelsnederzetting. In 1057 verkreeg Winsum markt-, munt- en tolrecht. Ondanks deze vroege bloei stagneerde de verdere ontwikkeling, waardoor Winsum nooit tot een stad is uitgegroeid. In 1267 stichtten de dominicanen op de wierde van Winsum een van de belangrijkste kloosters van Groningen.

De Hervormde Kerk van Obergum

De kerk van Obergum, ook wel de Sint Nicolaaskapel genoemd, bevindt zich op het hoogste deel van de wierde. Het kerkhof, omsloten door een beukenhaag, ligt ten noorden van de kerk en is door eeuwenlange begrafenissen opgehoogd tot ongeveer een halve meter boven de kerkvloer.

Bouwgeschiedenis

De kerk werd gebouwd in de 13e eeuw als een eenvoudige, eenbeukige zaalkerk. De westelijke romaanse traveeën van het schip, met de aanzetten van muraalbogen en gordelbogen, dateren uit deze bouwperiode. In de 15e eeuw werd de kerk naar het oosten verlengd, wat zichtbaar is aan een verticale inspringing in de noord- en zuidmuur. Deze verlenging omvatte een triomfboog en een driezijdige koorsluiting, waarbij de toenmalige, aanvankelijk vrijstaande 14e-eeuwse toren met zadeldak met de kerk werd verbonden.

Artistieke impressie van de 13e-eeuwse zaalkerk van Obergum

De spitsboogramen uit de 18e eeuw zijn aanzienlijk groter dan de rondboogramen in het oudere deel van de kerk. Tegelijkertijd kreeg het koor toen een driezijdige sluiting met versneden steunberen. De bovenkant van de muren is rondom voorzien van een zaagtandfries.

De Toren

De 14e-eeuwse toren met zadeldak was oorspronkelijk vrijstaand, maar werd later met de kerk verbonden. In de toren bevindt zich een luidklok uit 1948, die een oudere klok uit 1899 verving. Deze oudere klok werd in de Tweede Wereldoorlog geroofd door de Duitse bezetters. Het uurwerk in de toren dateert uit de 17e eeuw.

Grafkelders

Onder het koor bevinden zich drie grafkelders. Eén daarvan is voorzien van een overwelving en een toegangstrap, daarnaast is er een vierkante en een eenpersoonsgrafkelder.

Interieur en Inventaris

Het kerkinterieur onderging meerdere verbouwingen. In 1844 werd de kerk verbouwd, waarbij de oude kap mogelijk plaatsmaakte voor een jufferkap en een houten tongewelf werd aangebracht. In 1970-1971 vond een ingrijpende restauratie plaats.

Tot de inventaris behoren:

  • Een preekstoel in Lodewijk XV-stijl met de wapens van de families Van Nyeveen, Sichterman en Vinkers (1780).
  • Een eenvoudige avondmaalstafel (1790).
  • Een herenbank (eind 18e eeuw).
Gedetailleerde foto van de preekstoel in Lodewijk XV-stijl

Sinds 1971 bevindt zich in het koor een kabinetorgel, vervaardigd door H.H. Hess uit circa 1770. Na diverse omzwervingen en restauratie door de firma Bakker & Tamminga, kreeg dit orgel in 1971 een plek in de kerk van Obergum. Het originele orgel, van de hand van Martin Vermeulen, stond tot 1905 in de kerk en werd daarna gesloopt.

Verbouwingen en Restauraties

In de 17e eeuw werden vermoedelijk de bestaande vensters in de zuidmuur vergroot. Van eind 18e tot begin 19e eeuw onderging de kerk een ingrijpende verbouwing. De vensters in de zuidgevel van het schip werden vergroot om ze gelijk te maken aan de vensters in het koor. De toren kreeg in 1790 een nieuwe toegang. De eigenaren van de borg 'De Brake' voorzagen de kerk in deze periode van nieuw meubilair.

Nadat in 1905 een orgel was geplaatst, werd in 1913 een venster in de zuidgevel gemaakt om meer licht te creëren op de orgeltribune. In de jaren daarna werden neogotische vensters geplaatst in de noordgevel en werden grafzerken en plavuizen in het middenpad vervangen door dubbel hard gebakken tegels met een geometrisch motief.

De Restauratie van 1964-1971

In 1964 startte de kerkelijke gemeente, in afwachting van een rijkssubsidie, een restauratie onder leiding van architect Klaas Olsmeijer. Tijdens deze fase werden meubilair verwijderd, vloeren opengebroken en muren afgebikt om de bouwhistorie beter te bestuderen. Het restauratieplan werd echter afgekeurd door het Rijk. Door een fusie met de kerk van Winsum en onduidelijkheden over de orgelplaatsing, werden de werkzaamheden stilgelegd.

De kap van kerk en toren en de balken bleken verrot. Delen van de preekstoel en het opzetstuk van de herenbank werden gestolen of vernield. De kerk werd uiteindelijk overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken, die de restauratie in 1971 voltooide. Deze restauratie was zeer rigoureus, met een focus op reconstructie in plaats van conservering. Funderingen werden als afwijkende voegen in de vloer opgenomen en oorspronkelijke ingangen werden zichtbaar gelaten. Echter, een spitsboognis en dichtgemetselde toegangen werden weggerestaureerd. Grafkelders werden overdekt met een betonvloer, en vensterroeden werden vervangen door stenen vorkroeden met glas-in-loodramen. Gotische vensters werden deels vervangen door romaanse vensters, terwijl andere weer werden opengemaakt. Het tongewelf werd vervangen door een blauw geschilderde balkenzoldering. De geplande ontmanteling van de toren ging niet door, maar spaarvelden werden aangebracht. De bestaande galerij werd deels verwijderd.

Interieur van de kerk na de restauratie van 1971

Bij deze restauratie verdween bijna al het meubilair uit de 18e en 19e eeuw. De herenbank werd in 1964 ontmanteld en verbrand. Alleen de avondmaalstafel uit 1790 en delen van de preekstoel uit 1780 zijn behouden gebleven.

Kerkelijke Gemeente en Ontwikkelingen

Het kerspel Obergum viel oorspronkelijk onder de proosdij van Baflo binnen het Bisdom Münster en wordt voor het eerst genoemd in een 15e-eeuws decanaatsregister. In 1726 werd Maarhuizen toegevoegd aan de gemeente, en in 1811 Ranum.

Het collatierecht van de kerk was lange tijd in handen van de familie Van Nijeveen van de borg De Brake. Midden 19e eeuw vererfde dit recht op Mello Sichterman, die het echter meestal aan de kerk zelf overliet. In 1911 werd het recht afgekocht.

Vanaf 2013 onderhoudt een groot aantal vrijwilligers de begraafplaats de Hof van Obergum. In 2002 werd de kerk aangewezen als 'huis der gemeente' en wordt deze gebruikt als trouwlocatie. Ook worden er muziekuitvoeringen en zangavonden georganiseerd.

In 1966 fuseerde de gecombineerde gemeente Obergum-Ranum-Maarhuizen met de kerk van Winsum tot de hervormde gemeente Winsum-Obergum, waarop het kerkgebouw van Obergum in 1970 werd afgestoten. In 2010 ging deze gemeente, samen met de gereformeerde kerk, op in de protestantse gemeente Winsum-Obergum.

De Stichting Oude Groninger Kerken had plannen voor een verdere aanpassing van de kerk, waaronder een doorbraak in de oudste muur en de aanleg van een verdieping, om de kerk geschikt te maken voor meerdere doeleinden. Deze plannen werden echter in 2018 als "van de baan" beschouwd.

tags: #hervormde #kerk #obergum