Geschiedenis van Sint-Annaland: van Anna van Bourgondië tot Watersportplaats

Anna van Bourgondië, geboren in 1435 als dochter van hertog Filips de Goede, speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van Sint-Annaland. Haar leven, gekenmerkt door twee huwelijken en een leven aan het Bourgondische hof, verbond haar met de Zeeuwse adel en de politieke macht van haar tijd.

Levensloop van Anna van Bourgondië

Anna werd geboren in 1435 als de dochter van de Bourgondische hertog Filips de Goede uit zijn buitenechtelijke relatie met Jacqueline van Steenberghe. Ze groeide op aan het Bourgondische hof in de Nederlanden en werd gouvernante van de latere hertogin Maria van Bourgondië.

In 1457 huwde ze met de Zeeuwse edelman Adriaan van Borselen, een bekwaam militair die geridderd werd in 1426. Hij was tevens kamerheer van de hertog en bezat tal van heerlijkheden op Walcheren, waaronder West-Souburg, Oost-Souburg, Brigdamme, Popkensburg, Koudekerke, Zoutelande, Kleverskerke, Grijpskerke, Meliskerke, Ritthem en Sint Laurens. Het echtpaar bewoonde het kasteel van Souburg, dat aan de familie van Borselen toebehoorde.

Kasteel van Souburg, het voormalige woonhuis van Anna van Bourgondië en Adriaan van Borselen.

Tweede Huwelijk en Politieke Invloed

In 1468 stierf haar man Adriaan zonder wettige kinderen na te laten, waarna Anna al zijn bezittingen erfde. In 1470 hertrouwde ze met Adolf van Kleef, heer van Ravenstein en Wijnendale. Voortaan droeg ze de titel van vrouwe van Ravenstein. Adolf was een nauwe verwant van de hertogelijke familie en bevelhebber in het Bourgondische leger. Tussen 1475 en 1477 bereikte hij de top van zijn politieke carrière als stadhouder-generaal van de Nederlanden. In 1483 werd hij medelid van de regentschapsraad, die de Nederlanden bestuurde namens de minderjarige Filips de Schone. Adolf van Kleef was niet onbekend in Zeeland: hij had het Hof van Kleef bij Zierikzee bewoond en was ook heer van Dreischor en Breskenszand.

Overdracht van Heerlijkheden

In het jaar 1498 droeg Anna van Bourgondië haar ambachtsheerlijkheid Sint-Annaland, Hannevosdijk en Moggershil over aan haar stiefbroer Boudewijn van Bourgondië (1446-1508). Hij was eveneens een onwettig kind van Filips de Goede. Behalve in Zeeland had Anna ook in Brugge een eigendom. Kort na 1470 verwierf ze het Hof van Leffinge dat omgedoopt werd tot Hof van Ravenstein. Dat stadspaleis behield ze minstens tot 1501 en waarschijnlijk tot haar dood.

Overlijden en Nalatenschap

Anna overleed op 14 januari 1508. Haar hart werd begraven bij haar eerste man in de kerk van West-Souburg. Haar lichaam werd echter overgebracht naar de eerste, afgebroken Dominicanenkerk in Brussel en daar begraven bij het lichaam van haar tweede man. Ze liet geen eigen kinderen na. Sinds haar tweede huwelijk was ze wel de stiefmoeder van Filips van Kleef. Het kasteel van Souburg en de Zeeuwse polders uit haar nalatenschap gingen na haar dood naar Filips van Bourgondië, een andere halfbroer van Anna, die in 1509 bisschop van Utrecht werd en stierf in 1514. De hiervoor genoemde Boudewijn van Bourgondië kreeg het Hof van Ravenstein in Brugge, echter hij stierf nog hetzelfde jaar.

Inpoldering en de Stichting van Sint-Annaland

Anna van Bourgondië is op de Zeeuwse eilanden vooral bekend wegens het indijken en inpolderen van schorren. Samen met haar eerste man stichtte ze er dorpen en financierde ze de bouw van kerken, zoals Sommelsdijk (1464), Bruinisse (1466) en Sint Philipsland (1487), wat vervolgens in 1532 weer door de zee werd verzwolgen. Hiervoor werd uiteraard ook samengewerkt met andere grondbezitters.

Kaart van Zeeland met de polders gesticht door Anna van Bourgondië.

De Naam Sint-Annaland

Samen met haar tweede man zette Anna haar inpolderingswerk in Zeeland voort. Sint-Annaland ontstond als polder door het indijken van schorren en slikken in 1476. Deze slikken en schorren hadden aan Anna’s eerste man toebehoord. Hiervoor had ze op 6 januari 1475 aan het Hof te Brugge de toestemming - het octrooi - van Karel de Stoute verkregen. Anna stichtte er een kerk die ze opdroeg - en daarmee het gehele dorp - aan haar schutspatrones, de heilige Anna. Sint-Annaland, door de bewoners Stalland genoemd, was voor de gemeentelijke herindeling op het eiland Tholen van 1 juli 1971 een zelfstandige gemeente die binnendijks 1600 ha groot was. Er wonen nu circa 3500 inwoners.

Het gemeentewapen werd in 1817 bevestigd. Het vertoont Sint-Anna met haar dochter Maria op de ene en het Christuskind op de andere arm. Dit wapen werd ook in de eerste helft van de 17e eeuw gevoerd. Uit de Cronijk van Smallegange (1696) is een ander wapen bekend, namelijk een 8-puntige ster van goud op een rood veld.

In 1476 gaf hertog Karel de Stoute de schorren genaamd Hannevosdijk, den Hamel, 's-Gravencreke en Malland buiten de dijken van Sint-Maartensdijk en Poortvliet en langs het Keeten ter bedijking uit aan zijn nicht Anna van Bourgondië, vrouwe van Ravenstein. Nog in hetzelfde jaar werden aan weerszijden van de Breedenvliet de ringdijken van de Anna Vosdijkpolder en de polder van Sint-Annaland gesloten. Later werden nog bedijkt de Mariapolder (1506), de Breedenvlietpolder (1560) en de Susannapolder (1670). Laatstgenoemde polder werd genoemd naar Susanna Huygens, de echtgenote van de ambachtsheer en de enige dochter van Constantijn Huygens en Susanna van Baerle.

Moggershil werd tussen 1419 en 1426 bedijkt. Na verschillende overstromingen en herdijkingen is de polder - veel kleiner dan de 15e-eeuwse polder - in 1660 in zijn huidige vorm bedijkt. Een restant van het in 1532 overstroomde Moggershil is de Grote Nol voor de Anna Vosdijkpolder. Het grondgebied van Moggershil maakt al lang deel uit van de ambachtsheerlijkheid Sint-Annaland. Ook een deel van de Pluimpotpolder behoorde tot Sint-Annaland. In de 19e eeuw werd nog de Johanna Mariapolder ingepolderd (1860), die Adriaan Tak - de bedijker van deze polder - naar zijn echtgenote J.M. Pous noemde. De laatste vergroting van het grondgebied ontstond door de demping van de haven, waarvoor bij K.B. van 24 oktober 1960, nr. 24 concessie is verleend.

Overstromingen en Dorpsontwikkeling

De oudste polders van Sint-Annaland zijn overstroomd in 1511, 1530, 1532, 1570, 1682 en 1953. De 16e-eeuwse dijkdoorbraken waren mede een gevolg van de onbeschutte ligging toen Stavenisse 'drijvende' was (1509-1599). Het Diepe Gat, ontstaan na de doorbraak van de Paaldijk in 1566, is tegenwoordig een natuurgebied. Ook de Susannapolder is vele malen geteisterd door calamiteiten. Bij de bedijking van de twee oudste polders werd rekening gehouden met de aanleg van een dorp. Qua type is Sint-Annaland een ring-voorstraatdorp, waarbij de Voorstraat aan de ene zijde werd afgesloten door de haven en aan de andere zijde door de Ring met daarin de kerk en het kerkhof.

Artistieke impressie van een ring-voorstraatdorp in Zeeland.

De kerk, die in 1494 werd aanbesteed, werd aan Sint Anna, de moeder van Maria, gewijd. Dit verklaart ook de naam van dit gebied. Voordien stond hier al een woning van de pastoor, die in 1486 werd gebouwd. Ook is er een klooster van de Kruisheren gesticht dat in 1492 werd ingewijd. In 1505 werd de kerk aan het kapittel van Oudmunster onttrokken en bij het klooster ingelijfd.

De Reformatie en Verdere Ontwikkeling

De Reformatie op het eiland Tholen vond plaats in 1578. In 1586 werd Matthijs van de Broecke de eerste predikant. De oude kruiskerk is aan het eind van de 19e eeuw afgebroken en vervangen door de huidige in 1899 gebouwde kerk, die in 1957 aanzienlijk is vergroot. De Christelijk afgescheidenen bouwden in 1855 een kerk aan de Tienhoven. In 1873 werd aan de Weststraat een nieuwe kerk gebouwd, die thans wordt gebruikt door de Gereformeerde gemeente. Circa 1950 verlieten een aantal leden laatstgenoemde kerk en bouwden in 1953 tussen de Tuinstraat en de Ooststraat een eigen kerk (Gereformeerde gemeenten in Nederland).

Sint-Annaland door de Eeuwen Heen

Het dorp werd op 23 mei 1692 getroffen door brand. Binnen enkele uren gingen 56 huizen, de nieuwe meestoof, de brouwerij en 34 schuren aan de Ring en Voorstraat verloren. De brand is waarschijnlijk begonnen op de mestvaalt achter het huis met de fraaie vroeg 17e-eeuwse gevel aan de Voorstraat (nr. 38).

Sint-Annaland is van oudsher een agrarisch gebied. De teelt en verwerking van meekrap was een belangrijk middel van bestaan. Het Aardrijkskundig Woordenboek (1839) vermeldt dat jaarlijks meer dan 500 personen de gemeente verlieten om als drogers, stampers en drijvers in de meestoven in Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland te gaan arbeiden. Het was seizoenwerk. Ze vertrokken met het hele gezin in september en kwamen in april of mei van het jaar daarop terug.

Wanneer de eerste meestoof in Sint-Annaland is gesticht, is niet bekend. In 1607 is er echter sprake van een Stoofhof waarmee ook nu nog een erf wordt aangeduid waar een meestoof stond. In deze gebouwen werd de wortel van de meekrapplant (Rubia tinctorum) gedroogd en fijngestampt om als grondstof te dienen voor de fabricage van een rode verf voor onder meer het verven van wol. Door de uitvinding van de synthetische verfstoffen in 1868 stortte in enige jaren de markt voor dit product volledig ineen. De oudste meestoof in deze gemeente, de Hersteller, werd in 1877 gesloopt. De Eensgezindheid, die in 1850 werd gesticht, kon met de verwerking van cichorei zijn bestaan rekken tot in 1913.

Illustratie van meekrapwortels en een meestoof.

Van oudsher heeft Sint-Annaland een haven, die zoals in deze getijdenwateren gebruikelijk bij de uitwateringssluis werd aangelegd. Volgens de Tegenwoordige Staat (1753) werd deze door vele vaartuigen bezocht. Bij onstuimig weer en harde wind bood deze haven aan de vaarweg tussen Antwerpen en Holland een veilig toevluchtsoord. In 1953 bleek deze haven aan de Krabbenkreek, die direct tegen de bebouwing lag, een zwakke schakel in de zeewering. De coupure brak door waarna de Oudelandpolder dras kwam te staan. In 1960 is de haven gedempt (Havenplein), waarna meer zeewaarts een nieuwe haven is aangelegd die ook met laagwater toegankelijk is. Droogvallen met het schip op een zate was toen verleden tijd.

Het dorpsbestuur bestond uit een baljuw of schout, die tevens rentmeester van de ambachtsheren was, één burgemeester en 6 schepenen. Zij waren belast met bestuurlijke en rechterlijke zaken. Na de Franse tijd kwam er een gemeentebestuur zoals we dat in grote lijnen nog kennen. De vergaderingen vonden eerst plaats in een herberg in de rechtkamer. In 1728 werd een eigen rechthuis betrokken dat op de hoek van de Molendijk en Kaay stond. In 1854 is op deze plaats een nieuw gemeentehuis gebouwd. Het laatste gemeentehuis werd in 1940 aan de Bierensstraat gebouwd dat na de gemeentelijke herindeling in 1973 door het streekmuseum voor Tholen en Sint-Philipsland, de Meestoof, in gebruik is genomen. In de loop der jaren is de collectie en het museumcomplex uitgebreid. Men kan er een winkeltje uit grootmoeders tijd zien evenals een klas van een dorpsschool. Verder herbergt het museum een collectie landbouwwerktuigen, een smederij, klederdracht en aardewerk gevonden in de verdronken stad Reimerswaal. Ook wordt er aandacht besteed aan de meekrap. In 2003 is op het museumterrein nog een Noorse woning geplaatst die Noorwegen in 1953 aan Stavenisse had geschonken.

Molens en Nutsvoorzieningen

De houten standerdmolen dateert van 1684/85. De stenen stellingmolen De Vier Winden werd in 1847 gebouwd. De drinkwaterleiding op het eiland Tholen is in 1923 in gebruik genomen. Ook Sint-Annaland was op dit net aangesloten, dat het water uit de omgeving van Halsteren betrok. De gemeente is in 1929 aangesloten op het elektriciteitsnet, dat uit Brabant van stroom werd voorzien. Het Groningse aardgas bereikte het eiland Tholen aan het eind van de zestiger jaren.

Tijdlijn van Belangrijke Gebeurtenissen in Sint-Annaland

Jaar Gebeurtenis
1475 Karel de Stoute verleent Anna van Bourgondië octrooi voor bedijking.
1476 Start bedijking van Malland, Hannevosdijk, den Haemel en ’s Graevenkreecke. Bouw dorp conform model ring-voorstraatdorp.
1492 Inwijding klooster van de Kruisheren.
1494 Ingebruikname kerk aan de Ring, gewijd aan de Heilige Anna.
1586 Matthijs van de Broecke wordt eerste predikant.
1590 Oprichting De Weezen Armen van Sint-Annaland.
1662 Bouw Hoeve Huygens in de Annavosdijkpolder.
1685 Bouw houten standerdmolen.
1692 Grote dorpsbrand verwoest 56 huizen en 34 schuren.
1728 Ingebruikname rechthuis (voorloper gemeentehuis).
1817 Bevestiging gemeentewapen.
1847 Bouw stenen stellingmolen De Vier Winden.
1855 Bouw kerk aan de Tienhoven door Gereformeerde Gemeente.
1870 Einde meekrapnering door introductie synthetische verfstoffen.
1899 Inwijding nieuwe kerk aan de Ring.
1923 Ingebruikname drinkwaterleiding.
1929 Aansluiting op elektriciteitsnet.
1940 Bouw nieuw gemeentehuis aan de Achterweg.
1953 Bouw kerk tussen Oostraat en Tuinstraat (Gereformeerde gemeenten in Nederland).
1971 Gemeentelijke herindeling; Sint-Annaland wordt onderdeel van Gemeente Tholen.
1975 Oude gemeentehuis wordt Streekmuseum De Meestoof.
2000 Viering 525-jarig bestaan met introductie Setallands Hymne.

Chalets in Zeeland, Sint-Annaland aan de Oosterschelde. Drone shots 4K.

Het Dorp en zijn Museum

Het voormalige raadhuis (Bierensstraat 6), thans Streekmuseum de Meestoof, werd in 1940 in traditionalistische vormen gebouwd naar ontwerp van A. Rothuizen. Het heeft twee lagere achtervleugels, een lager dwars bouwdeel (rechts) en een sobere toren met een kleine lantaarn. In terracottategels is het wapen van Sint Annaland aangebracht. Het raadhuis herbergde tevens een veldwachterwoning, een cachot en een brandspuitenhuis. Het sinds 1973 in het pand gevestigde streekmuseum De Meestoof is een cultuurhistorisch museum en geeft een overzicht van het vroegere leven en werken op de eilanden Tholen en Sint Philipsland. De collectie biedt onder andere plaats aan Thoolse sieraden en klederdracht, gereedschappen die werden gebruikt voor de meekrapteelt en werk van schilder en glaskunstenaar Chris Lanooy. Lanooy werd in 1881 op Sint-Annaland geboren.

tags: #hervormde #kerk #sint #annaland