Geschiedenis van de Hervormde Kerk in Vleuten

De Vroege Geschiedenis van het Kerkgebouw

De eerste gelovigen in Vleuten kwamen waarschijnlijk bijeen in een eenvoudig houten kerkje. Op de plek van dit vroegste gebouwtje verrees later het eerste stenen zaalkerkje. Voor de bouw van dit stenen kerkje werd zeer waarschijnlijk tufsteen gebruikt, afkomstig van de ruïne van het Romeinse castellum op de Hoge Woerd.

In de tweede helft van de dertiende eeuw werd de kerk van Vleuten uitgebreid met een bakstenen toren en een groot koor. De kasteelheren uit de omgeving waren de initiatiefnemers voor deze verbouwing. Een parochiekerk met een toren gaf hen meer aanzien dan een klein zaalkerkje. Bovendien bood een grotere kerk meer ruimte voor hun familiegraven.

Tegenwoordig staat op deze plek de Torenpleinkerk. De toren is origineel, terwijl de rest van het kerkgebouw in de 20e eeuw is herbouwd.

De Parochie van Vleuten en de Reformatie

De parochie van Vleuten is toegewijd aan de heilige Willibrord. Het zou kunnen dat het eerste, waarschijnlijk houten, kerkje kort na het overlijden van bisschop Willibrord in Echternach op 7 november 739 is gebouwd. De eerste schriftelijke bewijzen voor de parochie Vleuten stammen echter uit de 13e eeuw. Op 4 mei 1267 betaalde Lambert, kanunnik van het kapittel van Oudmunster in Utrecht, een jaarlijkse rente van 12 ponden uit zijn goederen gelegen in de parochie Vleuten.

In de tijd van de Reformatie werd de kerk op 25 april 1567 door de soldaten van Brederode geplunderd. Vanaf 1579 (Unie van Utrecht) werd het voor katholieken onmogelijk gemaakt om godsdienstoefeningen te houden in een kerk. De oude Willibrordkerk verviel aan de Hervormden.

Toch bleven de meeste Vleutenaren de katholieke leer trouw, en priesters vonden onderdak in kasteel Den Ham. In 1631 vestigde pastoor Joannes van Aelst een statie op ’t Hoog in een schuilkerkje. Dit lag een eind buiten het dorp Vleuten, maar toch centraal, omdat ook katholieken uit Harmelen, Spengen, Kockengen en De Meern deze schuilkerk bezochten.

In 1795 mochten katholieken weer vrijelijk hun godsdienst belijden en werd de kerk een missiekerk, bediend vanuit Duitsland. In 1795 werd Harmelen een eigen parochie, in 1797 De Meern en in 1852 Kockengen. In 1853 werd de RK-kerk in Nederland hersteld en kwamen er weer bisschoppen.

De Bouw van de Huidige Willibrordkerk

In 1884 schonk Simon van Bijleveld, bewoner van huis Alenveld, een stuk land bij het dorp Vleuten, genaamd de Erfpacht, aan de parochie. Op dit land werd de huidige Willibrordkerk gebouwd, samen met een pastorie, een processietuin, een kerkhof met baarhuisje en een woning voor de koster. Bouwpastoor was Theo de Klaver.

De kerk, naar een ontwerp van architect Nicolaas Molenaar, had 400 plaatsen; de parochie telde 1100 zielen. De kerk werd in gebruik genomen op 3 november 1885 en door Mgr. Snickers ingewijd.

Het oude schuilkerkje op ‘t Hoog werd afgebroken en het kerkhof daar werd geruimd tijdens de ruilverkaveling van 1953.

Architecturaal ontwerp van de Willibrordkerk door Nicolaas Molenaar

Vergroting en Restauraties

De bouw en verfraaiing van de kerk hadden veel geld gekost. Toen in 1904 pastoor Ohl in Vleuten kwam, had de kerk grote schulden. Pastoor Ohl was echter een goed financier; hij belegde geld en verdiende er zoveel mee dat hij in 1934 genoeg geld over had om de kerk, die inmiddels veel te klein was, te vergroten.

Pastoor Ohl, die een grote invloed had op het sociale leven in Vleuten, overleed in 1944. Hij werd opgevolgd door pastoor Beutener, die van de Willibrordkerk de mooiste uit de wijde omgeving wilde maken. In die tijd werden enorme muurschilderingen aangebracht in de kerk, die bij de grote restauratie van 1972 werden overgeschilderd omdat ze teveel waren aangetast door vocht.

Tijdens zijn pastoraat kwamen de zusters van Heiligenstadt naar Vleuten, die er scholen en een bejaardenhuis stichtten. Na pastoor Beutener kwam pastoor Van Schaik. In 1972 werd hij opgevolgd door pastoor Batenburg, die assistentie kreeg van pastor Elisabeth van Gils. Het was de tijd waarin de kapelaans verdwenen en de pastoraal werker zijn intrede deed. In die tijd begonnen ook werkgroepen diverse werkzaamheden over te nemen.

In 1989 werd pastoor Batenburg opgevolgd door pastoor Jan Kouijzer, die in Vleuten pastoor bleef tot in 1998 een samenwerkingsverband ontstond tussen de Willibrordparochie en de parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming in De Meern. Toen werd pastoor Los teamleider en Kouijzer pastor. Hij bleef tot aan zijn emeritaat op 1 september 2009 pastor in Vleuten.

De Torenpleinkerk: Een Historisch Overzicht

De Torenpleinkerk behoort tot de oudste kerken van Nederland. In 1224 is er in de bronnen voor het eerst melding van een kerk in Vleuten. De Torenpleinkerk staat ook bekend als Oude kerk of Sint Willibrordkerk.

Een andere aanwijzing waarom deze tot de oudste kerken behoort, is de toewijding aan Willibrord. Wanneer Willibrord de patroonheilige van een kerk is, wijst dat vaak op een stichting van voor de 11e eeuw. De kerk in Vleuten was waarschijnlijk een zogenaamde eigen kerk van het kapittel van Oudmunster.

In de 2e helft van de 13e eeuw is de kerk uitgebreid met de westtoren. Deze is gebouwd met baksteen. In de 15e eeuw vond er opnieuw een verbouwing plaats. De zijbeuken zijn toen aangebouwd en doorgetrokken tot naast de toren. De nokhoogte kwam toen ook 6 meter hoger te liggen dan de oude nok. Hierdoor kwamen de galmgaten binnen de kerk te liggen. Galmgaten zijn openingen waardoor het geluid van de klokken naar buiten kan.

In 1798 werd de toren eigendom van Vleuten. De hervormde gemeente kreeg het onderhoud van het kerkgebouw. Deze besloten in 1830 een deel van de kerk te slopen. De toren kwam toen los van de kerk te staan. Pas in 1970 is tijdens een grootschalige restauratie de oude situatie hersteld.

In september 2001, bij de fusie van de hervormden en gereformeerden in Vleuten en De Meern, kreeg deze kerk, die vanwege zijn rooms-katholieke verleden ook wel Oude Sint-Willibrordkerk wordt genoemd, de naam Torenpleinkerk.

Mechanisch Torenuurwerk en Zonnewijzer

Op de uurwerkzolder van de Torenpleinkerk staat een fraai mechanisch torenuurwerk. Het uurwerk heeft een gang- en een slagwerk. Uit een inscriptie blijkt dat het is gemaakt door Th. Hogen uit Duivendrecht. Dit mechanische uurwerk loopt eigenlijk op een veer. Een elektromotor windt de veer om de zoveel tijd op. De kracht op het gangwerk is hierdoor constant (force constante).

De toren is voorzien van 2 onverlichte wijzerplaten. Op de wijzerplaat staat 'Anno 1935'. Aan de zuidelijke gevel hangt een zonnewijzer.

Nieuw Carillon

In 2010 heeft de Torenpleinkerk een nieuwe beiaard gekregen. De grootste klok heet ‘de Raadsklok’. Hierop staat een gedicht van de Utrechtse stadsdichter Ingmar Heytze: "Ik ben de bas van brons. In mijn beiaard komt een wereld samen. Tin vers uit de aarde. Afgedankte koperdraden. Muntgeld. Waterleiding. Orgelpijpen. Elk atoom is onderweg, iedere gedaante zal vergaan."

Mechanisch torenuurwerk in de Torenpleinkerk

De Geschiedenis van het Onderwijs in Vleuten

Oprichting van een School met den Bijbel

In het archief van de school is een gedenkboekje gevonden dat werd uitgegeven bij het 75-jarig bestaan van de school. Op 26 januari 1906 kwam een aantal leden van de kerkraad der Hervormde Gemeente, de zogeheten Schoolkommissie, bijeen om te praten over de oprichting van een School met den Bijbel in Vleuten. De mogelijkheden hiertoe waren ineens aanwezig, omdat door een wetswijziging een aantal financiële beletselen was weggenomen. Bovendien zou de toenmalige openbare school gelegen aan de Groeneweg (nu Schoolstraat) een nieuw gebouw gaan betrekken, waardoor er ruimte beschikbaar kwam. Voor fl. 3.000, -- werd de school met onderwijzerswoning van de gemeente gekocht.

Op 30 april 1907 was het reglement van de School met den Bijbel, uitgaande van de kerkraad en kerkvoogdij der Ned. Hervormde Gemeente te Vleuten en De Haar, gereed en werd de school geopend.

Zesenvijftig leerlingen, verspreid over zes 'klassen', kwamen als eersten op de school, met als onderwijzer meester J. van Bruggen. Deze meester was, zo lezen we in de notulen, benoemd nadat 'het lot had beslist', aangezien er nog twee geschikte kandidaten waren.

In het reglement stond dat de predikant der N.H. Gemeente voorzitter van het bestuur diende te zijn. De eerste voorzitter werd dus de toenmalige predikant, Ds. A.F. Vink, die samen met kerkraadsleden en notabelen het bestuur vormde.

De Eerste Jaren (ca. 1908-1920)

In 1908 kwam naast meester Van Bruggen een onderwijzeres, mejuffrouw Van der Meer, het 'team' versterken. Bij haar sollicitatie werd haar verteld dat zij niet moest rekenen op een hoog salaris. Er was namelijk niet veel geld, wat ook te zien is in het financieel jaaroverzicht van 1908: Uitgegeven: fl. 3.381,83; Ontvangen: fl. 3.019,62, met een nadelig saldo van fl. Mejuffrouw Van der Meer liet zich gelukkig niet afschrikken en kwam toch.

Meester Van Bruggen ging in 1912 weg en uit de acht sollicitanten werd een nieuwe meester gekozen: Meester H.J. Knopper. Zijn naam is niet weg te denken uit de geschiedenis van de school; hij bleef maar liefst vijfentwintig jaar op school. Ook zijn vrouw had veel te vertellen over de school. 'Als zij niet wilde dat iets gebeurde, of zij wilde het anders, gebeurde het zoals zij het wenste,' vertelde een oud-leerling.

In 1913 telde de school 86 leerlingen, een aantal dat sterk schommelde in de jaren daarna. Pas begin twintiger jaren was er een grote daling, waarbij er slechts 66 leerlingen waren. Om de school draaiende te kunnen houden, werd regelmatig in de kerk gecollecteerd.

In 1920 zag het financieel jaaroverzicht er duidelijk anders uit dan in 1910: Ontvangen fl. 6.219,305 (was: fl. 3.019,62); Uitgegeven fl. 5.699,635 (was: fl. 3.381,83). Men kwam beter rond, want dit resulteerde in een batig saldo van fl. Het ging steeds beter met de school en er kwam zelfs een derde leerkracht bij. Ook kreeg de schoonmaakster een flinke salarisverhoging (fl. 25,-- per jaar), weliswaar met extra instructie over haar werkzaamheden, want: 'Ieder privaat moet éénmaal per week goed worden schoongemaakt en één uur voor de aanvang van de schooltijden moeten de kachels worden uitgehaald en aangemaakt'.

Moeilijke Tijden en een Nieuwe School

Na de betrekkelijk rustige, weliswaar financieel moeilijke beginjaren, kwamen er uiteindelijk weer moeilijke tijden. Vooral van buitenaf kwamen problemen. Een verzoek van de gemengde zangvereniging om een schoollokaal voor repetities te mogen gebruiken, werd met grote felheid afgewezen. Een vraag om een landbouwcursus in de school te mogen geven, werd ook negatief beantwoord. De reden: er zouden katholieken bij kunnen zijn. Zelfs de gereformeerden werden met enige achterdocht bekeken.

'De hervormden collecteren, de gereformeerden profiteren' was een opmerking naar aanleiding van de vraag of de collecten in de Hervormde Kerk moesten worden gecontinueerd. Men besloot deze collecte te bestemmen om de hypotheek, die nog op de school rustte, af te betalen.

Er werd over een nieuwe school gesproken, aangezien de oude school en de onderwijzerswoning veel gebreken begonnen te vertonen. Na heel veel gepraat en onderhandelen werd in 1927 tenslotte grond gekocht voor de bouw van een nieuwe school. Hevige discussies waren er over het opschrift dat op de gevel van de school moest komen. Moest het School van de Hervormde Kerk zijn of School met den Bijbel? Er werd gekozen voor School van de Hervormde Gemeente, tot groot verdriet van een aantal ouders. 'Mijn vader had daar veel moeite mee', vertelt een gereformeerde oud-leerling. 'Het was voorheen geen probleem, maar dit was een klap in zijn gezicht.'

Op 21 juni 1928 's avonds om 18.30 uur werd de nieuwe school geopend. In datzelfde jaar nam Ds. Vink na 21 jaar afscheid als voorzitter; hij had een duidelijk stempel op de school gedrukt. Zijn opvolger, Ds. Israël, nam in september 1929 de voorzittershamer over en bleef tot 1932. Hij werd opgevolgd door 'De Meester' van de school, meester Knopper.

In dezelfde periode kwam er ook een vacature voor groep 3/4/5 vanwege het vertrek van één van de leerkrachten. Er waren een aantal wisselingen in het leerkrachtenteam en ook in het bestuur. Onderling liep dit niet allemaal op rolletjes en voor het eerst werd er gesproken over een ouderavond.

In 1937 nam, na 25 jaar aan de school te zijn verbonden geweest, meester Knopper afscheid. Voor zijn opvolging kwamen de ouders in het geweer. Het bestuur ontving een lijst met handtekeningen: de ouders wilden als hoofd van de school meester Van Duuren, 'zeer geliefd bij leerlingen én ouders', maar volgens sommige bestuursleden te jong en onervaren. Toch werd uiteindelijk voor meester Van Duuren gekozen.

De Oorlogsjaren (1940-1945)

Na de woelige meidagen van '40 keerden het hoofd der school en de penningmeester, de heer Migo, weer terug in Vleuten. De laatste nam het voorzitterschap waar tot in 1941 de nieuwe predikant, Ds. Harteveld, zijn intree deed.

Wegens inkwartiering van militairen, waarvoor fl. 100,-- per maand werd ontvangen, en de algemene onrust van de oorlog, was de financiële situatie van de school precair. Officiële stukken van de overheid kwamen binnen: van het Departement van Onderwijs om opgave te doen van bestuursleden, personeel of kinderen, die behoorden tot de joodse geloofsgemeenschap.

De school groeide intussen. Het leerlingenaantal nam toe van 84 leerlingen in 1940 tot 123 leerlingen in 1945. Financieel ging het zelfs de eerste jaren goed. De penningmeester kon verklaren uit de schulden te zijn. Helaas slechts voor korte tijd, want in 1943 moesten bestuursleden zelf bijspringen met renteloze voorschotten. Ook kwam de kerk weer met giften. Tegen het einde van het jaar 1944 werd de toestand moeilijker.

De Jaren Na de Oorlog en de Vijftiger Jaren

In deze periode waren veel wisselingen in het leerkrachtenteam. Het veertigjarig bestaan van de school in 1947 werd herdacht met een kerkdienst. Naast de vergoedingen van de overheid ging men ook op zoek naar andere vaste bronnen van inkomsten.

Tijdens de jaren vijftig vonden veel vernieuwingen plaats in en rondom de school. Zo kwamen er nieuwe leermethoden, werden de bomen op het plein gesnoeid, kwam er een ouderraad, werd een stofzuiger aangeschaft en zou een dame mogen plaatsnemen in het bestuur.

In 1957 werd het vijftigjarig bestaan van de school herdacht. In hetzelfde jaar werd gesproken over het kleuteronderwijs en in 1958 ging een kleuterschool van start in een van de lokalen van de school. Veranderingen vonden plaats in het gymnastiekonderwijs en het leerlingenaantal op school daalde.

Fusie en Nieuwe Namen

Een historisch jaar voor de school was het jaar 1964, toen de school werd losgemaakt van de Nederlands Hervormde Gemeente na een verbintenis van 57 jaar. Twee jaar later, in april 1966, was de oprichtingsvergadering van de Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Vleuten. De statuten werden gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant van 2 februari 1967.

In de jaren zeventig werden spoedig voorzichtige toenaderingspogingen gedaan van de kant van de Protestants Christelijke Kleuterschoolvereniging om te komen tot een fusie van de beide schoolverenigingen, die éénzelfde doel dienden: het geven van Christelijk Onderwijs. In 1975 werd hiertoe opgericht: het Onderwijs Overleg Orgaan, kortweg O.O.O., een adviesorgaan waarin alle schoolbesturen, oudercommissies, vertegenwoordigers van personeel en de gemeente participeerden.

Begin 1976 stelde het bestuur van de Vereniging een commissie in die de taak had te onderzoeken of de wenselijkheid aanwezig was om te komen tot een fusie van de Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs met de Vereniging voor Protestant Christelijk Kleuteronderwijs. Die wenselijkheid bleek er inderdaad te zijn en dit resulteerde in de oprichting van de Vereniging voor Protestant Christelijk Schoolonderwijs te Vleuten en Haarzuilens op 24 november 1976. De beide andere verenigingen werden opgeheven; de kleuterschool 't Vleutertje en de lagere school C.N.S. kwamen onder één bestuur.

Dat de naam C.N.S. eigenlijk zou moeten veranderen, was de mening van het bestuur, maar duidelijk nog niet van de ouders. Ook een prijsvraag voor een nieuwe naam leverde niets op. Het leerlingenaantal heeft tijdens de jaren zeventig geschommeld rond de tweehonderd, een hoog aantal dat nooit eerder werd bereikt. Een zevende leerkracht was toen ook werkzaam, eerst in 'De Schakel', waar een lokaal was gehuurd, later op de verbouwde zolder. Helaas moest de zevende leerkracht per 1 augustus 1979 worden ontslagen. Van de 178 leerlingen aan het begin van het schooljaar waren er nog 160 overgebleven.

In 1979 werd wederom, maar ditmaal door de oudercommissie, een prijsvraag gehouden voor een nieuwe naam voor de lagere school. Uit de vele inzendingen, de tijd was nu wel rijp, werd de naam Torenpleinschool gekozen. Op 25 januari 1980 werd door de burgemeester van de gemeente Vleuten-De Meern, Mr. M. Middelweerd, de nieuwe naam onthuld. Na School met den Bijbel (op het oude gebouw), School van de Ned. Herv. Gemeente en Chr. Nat. School was Torenpleinschool de vierde naam voor de 75-jarige school.

Oud schoolgebouw met leerlingen

De Meern: Kapellen en Kerken

Behalve de parochiekerk in het dorp Vleuten telt de parochie ook twee kleine kapellen. Die in De Meern is gebouwd vóór 1481. De bediening van de kapel is in handen van de pastoor van Vleuten. Deze kapel wordt vooral bezocht door bewoners van Oudenrijn, Veldhuizen en Reijerscop, voor wie de kerk in Vleuten te ver weg ligt.

De kerk op deze plaats is in 1912 afgebroken om plaats te maken voor de huidige Marekerk.

Voor de Reformatie had De Meern een Rk-kapel aan de Zandweg. In 1859 liet pastoor Keuken een nieuwe kerk bouwen (nu de Metaalkathedraal). De architect was Herman Jan van den Brink, die ook het seminarie bouwde in Rijsenburg. De kerk had een 'hammerbeamroof' (een steenbalkkap), waardoor het leek of het eenbeukige kerkje uit drie beuken bestond.

Pastoor Henricus Sinnige liet in het begin van de 20e eeuw de kerk verfraaien en er kwam een nieuw orgel en elektrisch licht. In 1937 werd pastoor Boelens pastoor van Oudenrijn en hij besloot vrijwel direct dat deze kerk te klein was en dat er een nieuwe moest komen in de kern van De Meern. In 1938 werd grond aangekocht en in 1939 kon de bouw beginnen. Architect was Van de Leur. Pastoor Boelens heeft wel de eerste steen gelegd, maar de nieuwe kerk nooit afgezien. Hij overleed op 6 mei 1940 en werd begraven op 10 mei, de dag dat de oorlog uitbrak. Tijdens de uitvaart werd een Duits vliegtuig door afweergeschut geraakt en het stortte neer in het weiland achter de kerk. Er brak paniek uit, maar de aanwezige priesters wisten iedereen binnen te houden tot het rustiger werd. In de middag werd de pastoor in alle stilte zonder parochianen begraven. Het maakte grote indruk op iedereen.

Na de oorlog werd de kerk verfraaid met tegelkeramieken van Leo Jungblut en een grote muurschildering voorstellende het hemelse Jeruzalem in de absis van Adriaan van der Weijden. Na Van Luenen kwam pastoor Vaessen, die in alles een vernieuwer was. Hij liet het altaar omdraaien en zorgde voor nieuwe koren, zoals een jongerenkoor. In zijn tijd deden ook in De Meern de werkgroepen hun intrede en kwamen er pastoraal werkers. De bekendste was wel Martin Los, die vanuit de gereformeerde kerk katholiek was geworden met zijn gezin. Hij had aan de Rk. Kerk gevraagd om priester te mogen worden en begon in 1987 als pastoraal werker. In 1991 werd hij met goedkeuring van de paus priester gewijd, waarna hij als assistent van pastoor Vaessen aanbleef totdat deze met emeritaat ging. Daarna volgde pastoor Los hem op in 1993.

Haarzuilens: De Slotkapel van Kasteel De Haar

De andere kapel is de slotkapel van kasteel De Haar. De eerste vermelding stamt uit 1420, maar een oorsprong in de veertiende eeuw lijkt aannemelijk. De kapel lag in eerste instantie binnen de muren van het kasteel, maar later bouwde de kasteelheer hier een eigen gebouw voor. In de kapel droeg een door de kasteelheer aangestelde kapelaan de mis op voor de bewoners van het kasteel en voor de plaatselijke bevolking.

Op de plaats van deze kapel is eind 19e eeuw een nieuwe slotkapel gebouwd.

Slotkapel van Kasteel De Haar

De Weg naar Eenwording van Parochies

Op 1 januari 2004 ontstond uit de parochie Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming in De Meern en de parochie H. Willibrord Vleuten een nieuwe parochie. De weg naar eenwording was omstreeks 1991 ingeslagen, toen de beide parochies een overleggroep vormden om zoveel mogelijk samen op te trekken.

Op 1 september 1998 werden de beide pastoors door de bisschop elk tot collega pastor in de andere parochie benoemd. De beide pastors en pastoraal werkers vormden een gezamenlijk team met pastoor Los als teamleider. Vanaf dat moment gingen beide parochies ook deelnemen in een gezamenlijk project tot opbouw van geloofsgemeenschappen in de grote nieuwbouwwijken in Leidsche Rijn, waarvan de realisatie toen een aanvang nam onder de naam: ‘Kerk zijn in Leidsche Rijn’.

Er werd een derde kerkgebouw geopend, Herberg de Hoef aan de Hogeweide 6, dat samen met de Protestantse Kerken in Leidsche Rijn werd gebruikt. Een bisschoppelijke commissie, die onderzocht hoe de beide parochies optimaal hun opdracht in deze grote nieuwbouwlocatie voor de nieuwe bewoners zouden kunnen vervullen, adviseerde de besturen om tot eenwording over te gaan. Deze moeilijke beslissing werd uiteindelijk genomen in de zomer van 2003. De nieuwe parochie werd een feit door de ondertekening van de notariële akte op 1 januari 2004.

In 2010 werd het pastoraal centrum in Vleuten geopend in de voormalige pastorie. Hier is het secretariaat van de parochie gevestigd, vergadert het parochiebestuur en het pastoraal team, bevinden zich de ledenadministratie, de financiële administratie en het archief.

In 2021 ging pastoor Los met emeritaat. Hij werd midden in de corona-periode opgevolgd op 8 december 2021 door pastoor Peter Ambting. Op 1 oktober 2024 werd pastoor Ambting ook pastoor van de parochie H. Willibrord Vleuten.

tags: #hervormde #kerk #vleuten