Geschiedenis van de Hervormde Kerk van Wierum

Wierum, in de middeleeuwen ook wel geschreven als in UUirum, is een buurtschap gelegen op een tot 4,46 meter (boven NAP) hoge wierde, oorspronkelijk in de gemeente Winsum. Vroeger werd de naam Wierum ook gebruikt voor de huizen ten oosten van het Reitdiep, hetgeen sinds de 19e eeuw alleen nog als Wierumerschouw wordt aangeduid.

De wierde van Wierum wordt vermoedelijk bewoond sinds 400 v.Chr. In die tijd raakte de kwelder nog bij elke stormvloed overstroomd en dus waren de inwoners genoodzaakt om de wierde al snel op te hogen, hetgeen vermoedelijk onder de begraafplaats ligt. De eerste bewoners waren waarschijnlijk veehouders, die hun vee lieten grazen op omringende weiden. Tussen 300 v.Chr. en het jaar nul slibde de kwelder zo hoog op dat het omliggende land nog slechts zelden onderliep. In de Romeinse tijd is een grote uitbreiding en versterking gedaan aan de wierde met mest en plaggen. Er zijn veel vondsten gedaan die wijzen op een grote bevolkingstoename in die tijd. Met de val van het rijk raakte de wierde echter ontvolkt, maar in de Merovingische (481-751) en Karolingische tijd (751-987) kwamen de bewoners weer terug. Toen in de 10e en 11e eeuw de kust echter sterk opslibde, waardoor de waterafvoer verslechterde, werd bewoning -ook als gevolg van stormvloeden- echter weer moeilijker.

Illustratie van een archeologische opgraving op een wierde, met nadruk op de verschillende lagen van bewoning.

De Hervormde Kerk: Van Middeleeuwen tot Nieuwbouw

Vroeger stond er een kerk zonder toren in Wierum (de klok hing in een klokkenstoel op het kerkhof). Deze kerk moet ouder zijn dan 1378, want in dat jaar komt Wierum voor het eerst voor als parochie; een parochie die zich uitstrekte van Aduard tot Harssens. Later werd het kerkdorpje kerkelijk gecombineerd met Dorkwerd; de eerstgenoemde predikant die beide plaatsen onder zijn hoede had was Marcus Marsmannus in 1612.

Collatierecht en Kerkelijke Combinaties

Het collatierecht was tot 1520 in handen van de abdij van Aduard en vervolgens van het geslacht Gaykinga (Gaickinga). Zij hadden hun gelijknamige 14e of 15e-eeuwse Gaykingaheerd aan de naar hen vernoemde Gaaikemadijk (voor 1619 gesloopt) en waren daarvoor al collator bij de abdij. Op Sint-Bernhardsdag 1520 werden de beide broers Hendrik en Frederik Gaykinga namelijk tijdens een gevecht doodgeslagen door enkele jaloerse monniken van het klooster, waarop deze het collatierecht werd ontzegd.

Begin 19e eeuw was het collatierecht in handen van de familie Trip uit Groningen, die het in 1825 overdroeg op kerk en leden. In 1829 werd de kerk afgebroken en werd te Dorkwerd een nieuwe pastorie gebouwd. De inwoners werden daarop kerkelijk bij Dorkwerd ingedeeld, terwijl die ten oosten van het Reitdiep (Wierumerschouw) bij Adorp werden gevoegd. De klokkestoel en klok werden in de winter van 1829 over het ijs naar Dorkwerd gebracht, alwaar deze weer werd opgesteld bij de kerk van Dorkwerd (vanaf 1869 in de toren).

Historische kaart van het gebied rond Wierum, met aanduiding van de oude parochiegrenzen.

Afbraak en Nieuwbouw in de 19e en 20e Eeuw

Rond 1840 stonden er op en rond de wierde alleen nog de oude pastorie en vijf huizen, waar 30 mensen woonden, tegen 190 in Wierumerschouw. De pastorie werd echter ook afgebroken en herbouwd bij Dorkwerd.

Op 11 januari 1829 werd de kerk te Wierum afgebroken. Ds. S.A. de Jonge hield op 4 januari 1829 een laatste leerrede in Wierum, met als thema dat geen plaats of gebouw iets afdoet tot de ware dienst aan God. Hij benadrukte de gunstige verandering die door de nieuwbouw te Dorkwerd teweeggebracht zou worden, en bedankte de Koning en de betrokkenen voor hun bijdragen.

De Hervormde kerk van het voormalige vissersdorp Wierum ligt aan de voet van de zeedijk. Onduidelijk is met welke patroonheilige dit kerkje verbonden is geweest (mogelijk Maria). Opvallend is de disharmonie tussen toren en kerk: de toren stamt uit de 12e eeuw, de kerk uit 1911. In 1911 besloten de Wierumers de oude kerk af te breken en er een nieuwe voor in de plaats te zetten. Deze afbraak is vooral jammer omdat het hier ging om een van de oudste kerken uit onze omgeving.

De toren stamt vrijwel zeker uit de twaalfde eeuw en is gemaakt van tufsteen. Boven de toren prijkt trots een windvaan in de vorm van een schip, waarvan gezegd wordt dat deze afkomstig zou zijn uit de in 1832 afgebroken abdijtoren van Dokkum. De toren is niet een apart gebouw dat tegen de kerk "aanstaat" maar is als het ware in de kerk ingebouwd.

Naast de deur in de toren zit een steen met peilstreep. Daarop staat aangegeven hoe hoog het water hier eens heeft gestaan bij een dijkdoorbraak. In de plattegrond van het voormalig vissersdorp is de ligging van de kerk aan de voet van de zeedijk een opvallend fenomeen. Deze dijk maakt ter plaatse van het dorp een uitstulping in noordelijke richting. Vermoedelijk heeft de dijk ooit meer in die richting gelegen maar is hij onder invloed van de dreiging van de zee in zuidelijke richting verlegd, waarbij men de kerk binnendijks heeft kunnen behouden. Er is geen historische vermelding van deze verplaatsing bekend.

De historieschrijver Winsemius vermeldt in zijn ‘Chronique ofte historische geschiednisse van Vrieslandt’ uit 1622, dat de kerk vroeger midden in het dorp had gestaan. In het geval van Wierum is een deel van het stratenpatroon buitendijks komen te liggen en naderhand verdwenen. Het kadastrale minuutplan laat plaatselijk hoge bebouwingsdichtheden zien.

Een oude foto van de Hervormde kerk van Wierum, genomen vóór de nieuwbouw in 1911.

Architectuur en Kenmerken van de Toren en Kerk

De Hervormde kerk en toren staan in een wegens afslag door de zee verkleind kerkhof op de beschermde terp, dicht achter de zeedijk aan de noordoostzijde van het dorp. De kerk is in 1911 vernieuwd met behoud van de toren met aanbouwen.

De Middeleeuwse Toren

De toren bestaat tot ongeveer halverwege de galmgaten uit tufsteen, waarvan de blokken 25-39 cm lang zijn en ruim 9 cm dik. 10 lagen meten 100-102 cm. Van de galmgatbogen af bestaat het muurwerk uit gele steen van 29,5-30 × 7,5-8,5 cm; 10 lagen meten 89 cm. De topgevels zijn nog eens vernieuwd in bruinrode drielingsteen van 20 × 4,5 cm; 10 lagen meten 54 cm.

De westgevel van de toren vormt één geheel met de vleugelmuren. Tot de hoogte van de eerste balklaag is het torenlichaam als een risaliet afgetekend in de westgevel. De vleugelmuren zijn verlevendigd door een spaarveld, dat is afgesloten door drie rondboogjes op een kraagsteen. Het noordelijke veld gaat veel hoger op dan het zuidelijke en is voor de benedenste helft bemetseld. Aan de aangrenzende noordzijde liep het afsluitende boogfries blijkens oude foto's op gelijke hoogte als aan de westzijde. Aan de zuidzijde van de voorgevel loopt op die hoogte een laag stenen op hun plat en sluit het spaarveld zes lagen lager. De zuidermuur is in 1911 vernieuwd.

De vleugelmuren waren tot 1911 bekroond door klauwstukken van gezwenkt silhouet en bestaande uit kleine baksteen. Boven het kerkdak rijst het tufstenen torenlichaam onversierd op tot vijf lagen onder de galmgaten, waar door een kleine versnijding de bovenste geleding wordt aangeduid. Deze heeft spaarvelden aan elke zijde, die vijf lagen boven de versnijding aanvangen. De hoeklisenen gaan echter slechts zeven lagen hoog op, hoewel het tufstenen muurwerk zich aan de noord- en oostzijde nog hoger voortzet, om eerst bij de tooggeboorte der galmgaten over te gaan in baksteen. Het afsluitende fries van het spaarveld bestaat aan deze zijden uit tufsteen. Aan de zuid- en westzijde is het bovenste muurwerk in kleine steen vernieuwd.

De toren is inwendig op de begane grond en op de eerste balklaag naar drie zijden geopend met grote rondbogen die van een deels verdwenen impostlijst opgaan. De bogen bestaan uit twee rollagen; de aangrenzende ruimten openden op het schip met smalle rondbogige doorgangen, die later zijn dichtgezet; aan de noordzijde met grote steen, aan de zuidzijde met machinale steen. Ook de middendoorgang naar het voormalige schip is dichtgezet, met hergebruikte grote steen. De ruimte aan de noordzijde is met grote baksteen bijna vlak overdekt. Over de middenruimte is een bakstenen gewelf geslagen dat rust op twee pijlers in de noordelijke hoeken en op een muur met doorgang aan de zuidzijde.

De ingang van de westgevel loopt naar buiten enigszins taps toe en is gedekt door een zware eiken latei. Op de verdieping is in de noordgevel een gedicht oorspronkelijk venster bewaard, dat een neggesteen met sponning voor glas heeft. Boven de ruimten van het westwerk is aan de oostzijde een rechthoekige doorgang naar de voormalige schipkap en een ingekapte lichttoevoer in de westgevel. Hogerop is een originele lichtspleet, uitwendig gedekt door een tufstenen latei waarin een boogje is uitgekapt. Het voegwerk is hier inwendig platvol gevoegd; de maat van de tien lagen neemt naar boven toe van 92 tot 99 cm.

Onder de galmgaten is aan de zuid- en westzijde een grote ronde opening gehakt en met moderne steen omlijst. Oude foto's van de kerk vóór de afbraak van het schip laten zien, dat een vrij gaaf bewaarde, geheel tufstenen kerk is verdwenen, waarvan het koorgedeelte met een muurdikte insprong ten opzichte van het schip en de absis een steenlengte insprong ten opzichte van het rechte koorgedeelte.

Gedetailleerde tekening van de tufstenen toren van de Hervormde kerk in Wierum, met aanduiding van bouwlagen en details.

De Kerk van 1911

De kerk werd in 1912 grotendeels vernieuwd. Schip en koor werden vervangen. De oude toren en de westzijde - een gereduceerd westwerk - van de kerk bleven gespaard. Ook veel van de gewelven en rondbogige doorgangen van de oude kerk zijn nog bewaard gebleven. De gedeeltelijk van tufsteen gebouwde toren heeft een windvaan in de vorm van een aak, een schip dat door de plaatselijke vissers veel werd gebruikt.

Het mogelijk naar ontwerp van A. Oosterbaan uit Ternaard gebouwde schip heeft aan de zuidzijde een pseudotransept en aan de noordzijde een uitgebouwde consistorie. Het schip bezit grote rondboogvensters en rondboogfriezen onder de daklijst. De kerkruimte wordt gedekt door een houten gewelf met trekstangen. Tegen de oostelijke sluiting staat de preekstoel met klankbord en op de westgalerij het orgel.

Interieurfoto van de Hervormde kerk van Wierum uit 1911, met de preekstoel en het orgel.

Overige Historische Aspecten van Wierum

Het Pieterpad loopt door Wierum. Het buurtschap bevindt zich in de noordelijke punt van de gebieden de Lage Paddepoel en Selwerd. De grens tussen beide gebieden is niet duidelijk, al wordt aangenomen dat het de weg dwars over de wierde is. Wierum ligt nagenoeg aan de rivier het Reitdiep. De brug over het diep en het daar ontstane gehucht, beide Wierumerschouw genaamd, zijn dan ook naar Wierum genoemd.

De wierde had voor de afgravingen een omvang van 5 tot 6 hectare. Tussen 1912 en 1916 werd ongeveer driekwart van de wierde afgegraven voor gebruik als terpaarde op schrale zandgronden. Alleen rond de gebouwen, het kerkhof en de weg bleef de wierde intact. In de jaren 1960 brak het besef door dat wierden archeologisch van grote waarde waren en werd de wierde net als andere wierden aangewezen tot rijksmonument.

De steilwanden staken echter op sommige plekken tot 4 meter uit boven het omringende landschap en begonnen op plekken te verzakken. De grond van de wierde was ook tot vlak rond het kerkhof afgegraven. Mogelijk lagen aan de randen van het kerkhof de niet-gelovigen, die niet op het kerkhof zelf mochten worden begraven. Rond 2000 kwamen door de verzakkingen daar namelijk botten tevoorschijn uit de verzakte wierde. Dit was een van de redenen waarom de wierde in aanmerking kwam voor het wierdenherstelprogramma van de provincie Groningen.

Tussen 2006 en 2008 is het grootste deel van de wierde hersteld met gebruikmaking van 80.000 kubieke meter klei; baggerspecie uit het Van Starkenborghkanaal. Een bewoner wilde niet meewerken, waardoor een gedeelte van de wierde nog altijd lager ligt.

Nabij de kerk staat ook een standbeeld van een wjirmdolster, een pierensteekster. De klokkestoel met klok van G. Gregori, 1611, diam. 84 cm. Mechanisch torenuurwerk B. Eijsbouts, Asten.

De visserij is tot in deze eeuw van belang geweest voor het dorp. In 1749 was 62 procent van de beroepsbevolking werkzaam in deze sector. In 1893 leed de visserij een gevoelige klap door de vernietiging van een deel van de vloot tijdens een storm. Nadien is de eigen visserij verminderd en na de Tweede Wereldoorlog geheel verdwenen. Wel waren de Wierumers in deze eeuw dikwijls in dienst bij andere scheepvaartondernemingen.

tags: #hervormde #kerk #wierum