De Kogerkerk in Koog aan de Zaan: Geschiedenis en Brand in 1920

In het jaar 1920 werd de Kogerkerk in Koog aan de Zaan het toneel van een verwoestende brand. Op 2 mei van dat jaar, na een onweersbui, sloeg de bliksem in de houten torenspits, wat leidde tot een catastrofale brand die het historische gebouw zwaar beschadigde.

artistieke impressie van de Kogerkerk voor de brand

Historische Context: Doopsgezinden en de Opkomst van de Gereformeerden

De geschiedenis van de kerken in Koog aan de Zaan is nauw verbonden met de religieuze ontwikkelingen in de regio. In de periode 1580-1640 waren Koog en Zaandijk overwegend doopsgezinde dorpen. De Waterlandse doopsgezinden bouwden in 1637 hun gebedshuis, gevolgd door de Vlaamse doopsgezinden in 1648. In 1680 fuseerden zij tot de (Verenigde) Doopsgezinde Gemeente van Koog en Zaandijk, die in datzelfde jaar de huidige Vermaning aan de Lagendijk bouwde. Op dat moment telde de gemeente 250 tot 260 leden, een aantal dat groeide tot een piek van 581 in 1701.

Tegelijkertijd nam in de 17e eeuw het aantal gereformeerden in de buurtschappen aan de Lagedijk sterk toe. Zij moesten voor kerkdiensten uitwijken naar Westzaan of Oostzaandam. Een kerkpad dat in 1626 werd aangelegd, bood enige verbetering. In 1636 werd in Zaandijk een stolpboerderij in gebruik genomen als schoolhuis, maar deze voldeed al snel niet meer.

De Stichting van de Gereformeerde Kerk in Koog

In 1645 kregen de Koogse gereformeerden, bij gebrek aan voldoende leden voor een eigen kerkgebouw, de mogelijkheid om in het nieuwgebouwde schoolhuis predikdiensten en catechisaties te houden. De weg naar een eigen kerkgebouw werd geopend in 1670, toen land werd aangekocht naast het schoolhuis en de begraafplaats. In 1683, met de vereiste 100 lidmaten, werd de procedure voor een eigen kerkgebouw en predikant in gang gezet. De timmerman Jacob Reijersz., die eerder de Koger Vermaning had gebouwd, nam de bouw van de nieuwe kerk op zich.

In 1686 werd de nieuwgebouwde kerk ingewijd. De eerste steen werd gelegd door Waligh Cornelisz. Meijn. De kerk werd verlicht door koperen kaarsenkronen, en het doopbekken en de lessenaar waren eveneens van koper. De preekstoel dateerde uit hetzelfde jaar. Boven de westgevel stond een eenvoudige houten toren met een luidklok, verplaatst vanuit het schoolhuis. Het uurwerk had slechts één wijzer. De eerste predikant was Daniël le Roy (1686-1695). Een gedenksteen boven de oostelijke ingang herinnert aan de stichting van de kerk.

interieur van de Kogerkerk met de preekstoel en kaarsenkronen

Uitbreiding en Verwoesting: De Brand van 1920

Wegens groei van het ledenaantal ontstond er in 1824 behoefte aan meer ruimte. Onder leiding van architect Arend Latenstein werden twee zijbeuken aan de zuid- en noordkant aangebouwd. De oude kerktoren werd verplaatst van de westgevel naar het midden, maar bleek te laag voor deze locatie, waardoor de tijd van de klok moeilijk af te lezen was. De gebrandschilderde ramen met wapens van de schenkers zijn mogelijk bij deze verbouwing verdwenen.

Op 2 mei 1920, na een warme en zwoele dag, sloeg het noodlot toe. Een onweersbui bracht een blikseminslag in de spits van de toren, waarna kort daarna brand uitbrak. Om 10.45 uur rukte de Koger motorspuit nr. 2 uit, gevolgd door andere brandweereenheden uit Koog, Zaandijk en Zaandam. Ondanks de inzet van de brandweer, met name door commandant Gruijs en zijn manschappen die probeerden het vuur vanaf het dak te blussen, kon de brand niet effectief worden bestreden. De krachtige waterstralen konden het vuur in het hart van de toren niet bereiken. De brandweerlieden moesten het pand verlaten vanwege de toenemende gevaren.

De toren hield nog enige tijd stand, maar om 00.30 uur viel de haan van de torenspits. Om 01.00 uur stond het dak in de brand. De brandweer van Zaandam spoot met krachtige motoren op de vlammen, maar kon niet verhinderen dat het vuur zich verspreidde. Tussen de menigte nieuwsgierige toeschouwers, waaronder dronken ramptoeristen uit Amsterdam, werkten de brandweerlieden met gevaar voor eigen leven. Om 06.00 uur was de brand eindelijk geblust, en bleven alleen de vier muren overeind.

Nasleep en Wederopbouw

Uit de nasleep van deze ramp kwamen ook positieve ontwikkelingen voort. De brand leidde in 1922 tot de oprichting van de Bond van Zaanse Brandweerkorpsen, ter verbetering van de onderlinge hulp en tarieven.

De brandschade aan het interieur was aanzienlijk. Het orgel, in 1913 herplaatst en gerestaureerd, had zwaar geleden, maar kon dankzij restauratiewerkzaamheden later weer bruikbaar worden gemaakt. De banken en het doophek waren zwaar beschadigd, maar konden eveneens worden gerestaureerd. De preekstoel was, als door een wonder, gespaard gebleven. Een aantal koperen kaarsenkronen raakten beschadigd. De luidklok uit 1877 was geheel gesmolten door de hitte en werd vervangen door een nieuwe, die echter in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werd meegenomen. De huidige luidklok dateert uit 1949.

foto van de ruïne van de Kogerkerk na de brand

Onmiddellijk na de brand werden stappen ondernomen voor de wederopbouw. Burgemeester Driessen speelde hierin een belangrijke rol. In juli 1920 was het ontwerp van architect Jan de Meijer gereed. Het interieur behield de oude vorm, terwijl een nieuw ontwerp voor de toren werd gemaakt. In november 1920 werden de contracten met aannemer P. van Wort getekend. De zuidgevel stortte in november alsnog in, ondanks dat deze was gestut. Het nieuwe uurwerk, een geschenk van de Burgerlijke Gemeente, was voorzien van twee wijzers. De originele weerhaan uit 1686 werd weer op de nieuwe toren geplaatst. De kerk werd voorzien van een bliksemafleiding om herhaling van blikseminslag te voorkomen.

Gedurende de bijna twee jaar durende restauratie hielden de leden hun bijeenkomsten in de Koger Vermaning. Op 19 februari 1922 werd de gerestaureerde kerk officieel in gebruik genomen. Ds. Weeder leidde de dienst voor ongeveer 800 genodigden en leden.

Huidige Stand van Zaken en Oproep tot Steun

Momenteel zijn er gebreken aan de houtconstructie van de toren, die door de loden bekleding aan het oog zijn onttrokken. Om deze te herstellen, is geld nodig. De "Vrienden van de Kogerkerk" doen een oproep tot bijdragen voor het herstel van de toren, met vermelding van rekeningnummer NL 02 RABO 03339698 55. De Stichting is door de Belastingdienst aangemerkt als Culturele ANBI.

tags: #hervormfe #dominee #weeder #koog #aan #de