Na de herbouw van de muur van Jeruzalem door Nehemia, lezen we in Nehemia 7:1 dat hij, samen met de poortwachters en de Levieten, zangers aanstelde. Dit benadrukt het belang van lofzang in de bescherming van de gemeente, die hier gesymboliseerd wordt door de stad Jeruzalem met haar muur. De muur staat voor bescherming tegen kwade invloeden, en de gemeente van God is de plaats waar God de Vader ontvangt wat Hem toekomt. Dit uit zich in de gezongen liederen.
Romeinen 13:15 spoort ons aan: "Laten wij dan door Hem voortdurend een lofoffer brengen aan God, dat is de vrucht van de lippen die zijn naam belijden." In onze liederen danken wij God de Vader, in de naam van de Heer Jezus, voor de grote genade die ons ten deel is gevallen in zijn Zoon. Hij heeft ons in Hem 'bekwaam' gemaakt, geschikt om voor eeuwig deel te hebben aan de hemelse erfenis in het licht.
Kolossenzen 3:16 voegt hieraan toe dat wij via de liederen elkaar 'leren' en opbouwen in het geloof (1 Korintiërs 14:12). Dit gebeurt door 'geestelijke' liederen, die in de samenkomsten worden opgegeven (zie 1 Korintiërs 14:16-17, 26).
Verval in de lofzang
Helaas is er ook op dit gebied verval ingetreden. Vaak worden er geen geestelijke liederen gezongen, maar liederen die niet overeenkomen met het woord van God. Dit zijn liederen die niet dankzeggen of lofzingen, maar vragen aan God stellen over zaken die wij in werkelijkheid al bezitten.
Vrijwel alle evangelische gemeenten en steeds meer traditionele kerken maken gebruik van de zangbundel 'Opwekking', uitgegeven door de gelijknamige stichting die diverse charismatische leringen promoot. Hoewel er prima liederen in deze bundel staan, is er ook veel dat niet voldoet aan wat de Bijbel als 'geestelijke' liederen aanduidt.

Voorbeelden van problematische liedteksten
Een treffend voorbeeld is het lied 'Maak mij rein voor U als gelouterd goud, en zuiver zilver. Was mij witter dan sneeuw, laat mij rein voor U staan.' Terwijl de Bijbel leert dat wij door Gods genade kinderen van God zijn en gezegend met alle geestelijke zegeningen in Christus (Efeze 1:4), zingen velen tot de Vader 'laat mij nooit meer gaan'. Er lijkt geen zekerheid te zijn over onze positie als nieuwe schepping in Christus en ons deelhebben aan het eeuwige leven.
Vergelijkbare teksten zijn:
- 'Maak mij rein voor U' (hoewel bedoeld om een verlangen uit te drukken, is de woordkeuze 'rein' ontleend aan onze positie voor God).
- 'Zie mij voor U staan zondig en onrein' (lied 125).
- 'Kom, o Heilige Geest' (lied 452, 754), of 'Vader, stort Uw Geest uit' (lied 522), alsof de Vader de Heilige Geest opnieuw zou moeten uitstorten, en dan ook nog 'op alle volken die bestaan' (lied 522), wat een gebrek aan kennis van de gemeente van God uit de volken (Handelingen 15:14) toont.
Liederen over toewijding
Dan zijn er nog de liederen die gaan over onze toewijding, zoals: 'Jezus, alles geef ik U, wat ik ben en heb en wat ik ooit zal zijn.' Dit suggereert dat God de Vader tijdens een 'ere'-dienst wil horen wat wij voor Hem gaan doen. Andere voorbeelden zijn: 'Ik geef u mijn hart' (lied 501), 'U bent mijn doel' (lied 616), 'ik geef mijn leven' (lied 481). Voortdurend wordt tegen de Vader gezegd wat wij voor Hem doen, in plaats van Hem te danken voor wat Hij voor ons heeft gedaan. Bovendien zijn de meeste van deze liederen in de 'ik'-vorm, terwijl we als gemeente samen zijn.
Gevoelsliederen
Tenslotte zijn er de 'gevoelsliederen', die gericht zijn op het verlangen naar een ervaring met God. Teksten als 'Jezus, ik wil heel dicht bij U komen, in Uw nabijheid wil ik zijn. Zo dicht bij u voel ik uw liefde stromen. Ik voel Uw kracht en stijg op als een arend' (lied 488), of 'Til mij op, neem mij in uw armen. Til mij op, houd mij dicht tegen U aan. Til mij op, ik wil U omarmen', zijn talrijk in bundels als 'Opwekking'.
Zonder er erg in te hebben, komt zo de geest van ongeloof, hang naar gevoel en ervaring, en het ik-gerichte denken de gemeente binnen. Omdat er zoveel 'slechte' liederen tussen de goede staan, is er geen selectie meer en zingt men wat de 'aanbiddingsleider' voorschotelt, zonder na te denken of het wel volgens het woord van God is en tot eer van God de Vader.
De rol van de aanbiddingsleider en de vrouw in de gemeente
Een gemeente wordt daardoor 'afhankelijk' van de 'aanbiddingsleider'. Vaak zijn dit vrouwen, die over het algemeen meer naar gevoel en emotie neigen. Bovendien is dit helemaal niet de plaats van de vrouw in de gemeente, om op deze manier leiding te geven.
De Heer Jezus zegt in Hebreeën 2:12: 'In het midden van de gemeente zal Ik u lofzingen.' Zo is het bedoeld: dat de Heer Zelf in de gemeente de Vader grootmaakt. En als wij de Heer Jezus aanbidden, eren wij de Vader. Waar de Heilige Geest (die gekomen is om Christus te verheerlijken) de liederenkeuze bepaalt, is het de Heer Jezus die via onze monden de Vader prijst. Het gaat dan niet meer over onszelf, wat wij willen voelen of hoe wij de Heer gaan dienen, maar dan zal er pure aanbidding zijn naar Johannes 4:23-24. Via de liederen vertellen we aan de Vader hoe groot de Heer Jezus is voor onze harten. Waar dat gebeurt, zijn de 'zangers' werkelijk actief om de 'muur' van de gemeente sterk te maken. Dan stijgt er een 'geur' vanuit de gemeente omhoog naar de Vader.
MUZIEK IN DE KERK: Wat zegt de Bijbel? | Instrumenten, Tradities & Aanbidding uitgelegd
Een voorbeeld van ware aanbidding is te vinden in teksten als:
"Door U, Heer Jezus is het leven, onsterf’lijkheid aan ’t licht gebracht. Eens zult U ons met eer omgeven en deelt met ons Uw troon en macht. Is ’t Vaderhuis straks onze woning, dan zullen wij U zien, o Heer."
Vrijheid van godsdienst en de rol van de overheid
De overheid kan niet passief blijven wanneer een religie vanuit een andere religie het belijden onmogelijk wordt gemaakt. Sinds enige weken wordt een groep Nederlanders, Christenen voor Israel, geterroriseerd om wat zij vinden, denken en belijden. Hun bijeenkomsten kunnen niet meer onbelemmerd plaatsvinden, terwijl dit voorheen nooit een probleem was. Christenen voor Israel is een organisatie waarvan nog nooit geweld is uitgegaan en die tot de meest vreedzame organisaties in dit land behoort. Hun enige wapens zijn gezangen en gebeden.
Wat we hier zien is een bestrijding vanuit één geloofstraditie jegens een andere. Een zorgelijke ontwikkeling, ongekend voor ons land, dat dreigt af te glijden naar een situatie waarin het ene geloof het andere onmogelijk wil maken. Dit doet denken aan gebeurtenissen uit de geschiedenis, zoals de moord op de christelijke Bonifatius bij Dokkum.
Tot de kern van onze grondrechten behoren vrijheid van geloof en levensovertuiging en de vrijheid van vergadering. Met burgemeester Van der Tak van Barneveld, waar het (voorlopig?) laatste incident zich voordeed, zeggen wij dat samenkomsten er mogen zijn. Burgemeester Van der Tak heeft aangifte gedaan van bedreiging naar aanleiding van een demonstratie. Treurig dat de burgemeester is bedreigd en niet meer dan begrijpelijk dat hij daarvan aangifte doet.
De discussie over Psalmen, Gezangen en Geestelijke Liederen
Er is een discussie gaande over waarom er vaak zo negatief wordt gekeken naar gezangen als 'Scheepke onder Jezus hoede' of 'Abba Vader', terwijl iedereen gewoon psalmen zingt zoals psalm 89 of 146:1.
Standpunt over Psalmen
Ds. W. merkt op dat het jammer is dat er negatief tegen bepaald gezangen wordt aangekeken. Hij is het ermee eens dat in veel gezangen een rijk gedachtegoed wordt verwoord, waarin open en direct over het verzoenende werk van Jezus Christus wordt gezongen, de kern van het evangelie. Het argument om alleen Psalmen in de eredienst te gebruiken, omdat deze zijn gemaakt naar aanleiding van Gods geopenbaarde Woord, wordt echter gerelativeerd door het feit dat er een bewerking aan vooraf is gegaan.
Hoewel het wenselijk zou zijn om bijbelteksten te zingen die niet bewerkt zijn, is dit muzikaal en op grote schaal vrijwel onuitvoerbaar. Daarom wordt vaak gekozen voor de berijmde Psalmen, eventueel aangevuld met enkele bijbelliederen. Een barrière is dat Christus en Zijn werk vaak indirecter in de Psalmen worden bezongen, wat meer moeite kost om de tekst dichtbij te brengen. Ook is duidelijk merkbaar dat de 'slijtage' van andere liederen hoger is dan van de Psalmen.
De rol van geestelijke liederen
Ds. W.G. benadrukt dat 1 Korintiërs 14:26 en Efeze 5:19 wijzen op het zingen van 'geestelijke liederen' naast de psalmen. Hij stelt dat kerken die alleen psalmen zingen, kortzichtig bezig zijn door deze geestelijke liederen te weren.
De Dordtse synode van 1618-1619 bepaalde dat in de kerken alleen de 150 psalmen Davids, de Tien Geboden, het Gebed des Heren, de Artikelen des Geloofs en de Lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon gezongen mochten worden. Het gezang "O God, Die onze Vader zijt..." werd in de vrijheid der kerken gelaten. Lange tijd werd zich hieraan gehouden, maar de vraag naar gezangen werd steeds groter, wat leidde tot de bundel 'Evangelische Gezangen' in 1807. Het zingen van deze gezangen stuitte op tegenstand en speelde een rol bij de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886.
Belangrijk is om dit probleem niet op de spits te drijven, oog te hebben voor mogelijke ketterijen in gezangen, en rekening te houden met de strijd die kan ontstaan als het zingen van gezangen vrijgegeven wordt. De rijke inhoud van het psalmenboek wordt erkend, maar ook de wens om de naam van Christus te noemen, wat kan in de toegestane 'enige gezangen'.
Kritische reflectie op liederen en de EO-stelling
De EO lanceerde de stelling: 'We moeten veel kritischer zijn op wat we zingen in de kerk.' Dit roept veel reacties op, en het is belangrijk om hierover in gesprek te blijven, aangezien wat we zingen invloed heeft op wat we geloven.
Emotie versus inhoud
Veel reacties benadrukken dat kritisch zijn mag, mits anderen niet worden afgebroken. De teksten moeten Bijbels zijn, en het probleem kan al liggen bij de 'theologie' van tekstschrijvers/vertalers. Efeze 5:19-20 wordt als leidraad genoemd. Het is belangrijk dat we beseffen wat we zingen, en niet alleen meezingen omdat een nummer lekker klinkt. Het verstand moet meedoen met het hart.
Sommige teksten kunnen niet met het hele hart gezongen worden. Moderne liederen worden door sommigen als te persoonlijk ervaren, terwijl muziek persoonlijk is. Anderen verlangen naar de 'oude' Psalmen en gezangen.
De muzikale stijl en de Bijbelse norm
Er is kritiek op de muzikale stijl van veel hedendaagse liederen, die als 'lawaaierig', 'scheurend' of 'klef' wordt omschreven. Er wordt gepleit voor een balans en verscheidenheid, niet alleen Opwekking, maar ook Johan de Heer, Sela, etc. Tegelijkertijd zijn er mensen die blij zijn met Opwekking of Hillsong.
Het is goed om altijd kritisch te blijven. We geloven met ons hele hart, verstand en gevoel. De Psalmen, die in de evangelische wereld zo goed als vergeten lijken te zijn, worden gemist. De leegte die Opwekking heeft gevuld, heeft een nieuwe leegte gecreëerd. Gelukkig zien we bij Opwekking meer breedte in de laatste cd's.
Kaders voor liedkeuze
In onze gemeente gaan we nadenken over ons repertoire. We zingen voornamelijk uit Opwekking en daar heel breed uit. Als persoon mis ik soms een stuk breedte en diepgang, als muzikant is het niet prettig om steeds nieuw repertoire eigen te moeten maken, en als kerkganger is het lastig meezingen met liederen die weinig worden gezongen. Kaders kunnen helpen bij de liedkeuze.
Een lied moet Bijbels te verantwoorden zijn. Dit betekent niet noodzakelijk liederen die letterlijk uit de Bijbel komen, maar er moet ook ruimte zijn voor Bijbelse liederen, zoals de Psalmen, die direct Gods woord zijn. De teksten moeten niet noodzakelijk ingewikkeld zijn. Het repertoire moet een breed palet aan thema's behandelen, met houvast in het verleden ('de kerk der eeuwen'). Het mag soms krachtig zijn, maar er moet ook rust zijn.

Het is duidelijk: iedereen vindt wel iets over muziek. En met kaders los je dat nooit helemaal op.