Jan de Bakker: Eerste Protestantse Martelaren in de Nederlanden

In het begin van de 16e eeuw groeide er kritiek op de kerk. Vele gelovigen stoorden zich aan de handel in zogenaamde 'aflaten', waarmee men zijn zonden kon afkopen. De Duitse geestelijke en hoogleraar Maarten Luther uitte hierover zijn bedenkingen en vroeg zijn bisschop of een zondaar geen berouw meer hoefde te tonen. Toen hij daarop geen antwoord kreeg, spijkerde hij in 1517 zijn 95 in het Latijn geschreven stellingen op de deur van de slotkerk in de Duitse universiteitsstad Wittenberg. Deze stellingen, hoewel vergelijkbaar met eerdere uitingen, waren blijkbaar zo bijzonder dat ze vrijwel onmiddellijk werden vertaald en gedrukt. Binnen een week waren ze in veel plaatsen in Duitsland te lezen, wat leidde tot onrust en protesten die zich als een olievlek over (vooral) Noordwest Europa verspreidden. Hiermee was de Reformatie begonnen.

Illustratie van Maarten Luther die zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg spijkert.

Jan de Bakker: De Eerste Martelaren van de Reformatie in de Nederlanden

Jan Jansz., beter bekend als Jan de Bakker (1499-1525), wordt beschouwd als het eerste slachtoffer van de kettervervolging in de Nederlanden. Hij was een Nederlands pastoor en het eerste slachtoffer in de noordelijke Nederlanden dat door een vonnis van de inquisitie op de brandstapel kwam.

Vroege Jaren en Opleiding

Jan de Bakker, officieel Jan Jansz, werd rond 1 september 1499 geboren in Woerden. Zijn vader, Jan Dirksz, was sinds 1493 koster in Woerden. Jan Jansz volgde tot zijn 12e jaar onderwijs op een van de scholen in Woerden. Hierna bezocht hij van 1511 tot 1514 in Utrecht eerst de kapittelschool en aansluitend van 1514 tot 1520 de Hiëronymusschool van de Broeders van het Gemene Leven, waar hij les kreeg van Hinne Rode. In Utrecht kwam hij in aanraking met de hervormingsbeweging. Na te zijn teruggeroepen naar Woerden om daar te worden aangesteld in de "officie" van zijn vader, verkondigde hij daar denkbeelden die strijdig waren met het katholicisme. In 1521 ging hij mede op aandrang van zijn vader naar Leuven, waar hij onder andere werd onderwezen door de humanist Erasmus, een oude bekende van zijn vader.

Radicalisering en Prediking

Toen hij in 1522 terugkwam uit Brabant, bleek Jan Jansz nog verder geradicaliseerd te zijn. Hij werd beroepen tot het kerkelijk ambt van pastoor te Jacobswoude, een later in de golven verdwenen dorp dat vlak bij het latere Woubrugge lag. Hij predikte in Jacobswoude in de geest van de latere reformatie en stopte zelfs met het opdragen van de mis. Reeds een jaar later keerde hij terug naar Woerden. Daar zat hij korte tijd gevangen, maar werd al snel weer vrijgelaten, waarschijnlijk met de boodschap van de plaatselijke autoriteiten het land te verlaten en niet meer terug te komen. Vervolgens verbleef hij enige tijd in Wittenberg, de stad van Maarten Luther. In de zomer van 1523 verbleef hij weer enige tijd in Woerden. Hij legde een oproep om in Utrecht verantwoording af te leggen naast zich neer. Daarna reisde hij enige tijd rond in de Nederlanden. Begin 1524 was hij in Haarlem.

Kaart van Nederlanden met de locaties Woerden, Utrecht, Leuven en Wittenberg gemarkeerd.

Gevangenneming, Proces en Executie

Op 10 mei 1525 werd Jan de Bakker op bevel van de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk gevangengenomen. Hij werd wegens ketterij gevangengezet in de Voorpoort te 's-Gravenhage, waar hij met tussenpozen vier maanden lang werd verhoord. Tijdens deze verhoren verklaarde hij het celibaat te verwerpen en zelf in het geheim getrouwd te zijn. Dit huwelijk, met ene Jacob(a) Jansdochter, was een directe breuk met de kerkelijke regel die priesters verbiedt te trouwen, een speerpunt van de vroege kerkhervormers.

Na een proces werd hij op 11 september tot de brandstapel veroordeeld. Na een laatste poging om hem te bekeren, werd hij door onder andere de inquisiteurs Ruard Tapper en Claes Coppijn veroordeeld op grond van zijn Wycliffitische en lutherye ketterijen. Lutherye was een algemene term voor ketterij en stond niet alleen voor de denkbeelden van Maarten Luther. Een belangrijk verwijt dat men hem maakte was dat hij de Katholieke sacramenten en ceremoniën zoals de eucharistie verwierp.

Vier dagen later, op 15 september 1525, werd het vonnis voor het Haagse Prinsenhof, een thans verdwenen aanbouw van het Binnenhof, in bijzijn van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk en vele andere hoogwaardigheidsbekleders ten uitvoer gebracht. Hij werd min of meer tegelijkertijd gewurgd, verbrand en opgeblazen. Een stalen band om zijn hals werd aangetrokken, terwijl het vuur brandde. Een kruitzakje op zijn borst maakte ten slotte een einde aan zijn leven. Zijn medegevangenen zongen intussen ofwel Psalm 31 of het Te Deum.

Ja ja ja Jan de Bakker!

Nasleep en Nalatenschap

Ook Jans familie moest het ontgelden. Zijn vader werd uit zijn functie ontheven. Jacob(a) Jansdochter werd ook gevangengezet, maar zij herriep haar overtuiging. Ze werd niet geëxecuteerd, maar wel in het openbaar vernederd.

De directe invloed die Jan de Bakker had op het geloofsleven en de Kerk in Nederland is ietwat onduidelijk. Duidelijk is wel dat de opzet van Jans straf, waarbij de verbranding als doel had dat “van hem geen memorie meer en zij”, mislukte. Protestanten herinnerden zich het martelaarschap van Jan de Bakker in de eeuwen die volgden, in de eerste plaats de lokale lutherse gemeente. Deze gemeente beschouwt Jan als lutheraan en verwijzingen naar hem kwamen vaak terug. De lutherse gemeente gebruikte bijvoorbeeld een afbeelding die de verbranding van Jan de Bakker moest voorstellen voor de zegels en stempels van de kerk. Jan de Bakker zou zichzelf overigens niet als lutheraan hebben beschouwd. Het lijkt er meer op dat Nederlandse hervormers zoals Hinne Rode hem hebben beïnvloed en Jans gedachten over specifieke zaken, zoals het avondmaal, wijken af van de lutherse orthodoxie. Verder werd in 1948 op voorstel van de lutherse kerkenraad de straat waaraan de lutherse kerk is gelegen, omgedoopt tot Jan de Bakkerstraat.

In gereformeerde kringen ontstond ook interesse in Jan als voorloper van het eigen gedachtegoed. Zo schreef de eerste gereformeerde predikant van Woerden, J.W. Gunst, een lijvige biografie over Jan de Bakker getiteld Johannes Pistorius Woerdensis, de Latijnse naam van de hervormer. Dit werk werd vierhonderd jaar na Jan de Bakkers dood uitgegeven.

Er bestaat weinig archiefmateriaal over Jan de Bakker. Het merendeel van wat we weten over zijn leven lijkt terug te gaan op het werk van Guilhelmus Gnapheus (Willem de Volder) en daaropvolgende (sympathieke) verslagen. Gnapheus protesteerde tegen Jans gevangenschap en werd vervolgens zelf, en dus opnieuw, gevangengenomen. In de gevangenis kwam hij Jan tegen, die hem de inhoud van zijn verhoren vertelde. Gnapheus tekende Jans ervaringen op en publiceerde die. Dit werd later een van de belangrijkste werken over het leven van Jan de Bakker. Uit dit werk komt een beeld naar voren van typische theologische twistpunten. Zo verdedigde Jan zijn overtuigingen en daden, zoals zijn huwelijk, vooral op basis van Bijbelteksten en niet de diverse tradities van de Katholieke Kerk. Jans vader werd er tussentijds nog bijgehaald in de hoop dat hij zijn zoon op andere gedachten zou brengen. Dit werkte echter averechts: de vader drong er bij zijn zoon op aan om standvastig te blijven.

Herdenking van Jan de Bakker

In 1853 protesteerden Nederlandse protestanten tegen het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in hun land met de leus: "Protestanten, weest nu wakker, want gedenk een Jan de Bakker!". In Woerden zijn een straat en een reformatorische school naar Jan de Bakker vernoemd. In Den Haag is in de Grote- of St. Jacobskerk een Jan de Bakker-raam van gebrandschilderd glas te zien. Het Carmen AntiThomaticon waarin Jan de Bakker geëerd wordt, is nog altijd een belangrijk geuzenlied dat onder meer gezongen wordt door studenten van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Een gebrandschilderd glas-in-lood raam ter herdenking van Jan de Bakker.

Er bestaan diverse, moderne publicaties over Jan de Bakker, een aantal daarvan zijn te raadplegen op de studiezaal van het RHC (regionaal historisch centrum).

Andere Predikanten genaamd Bakker

Hoewel Jan de Bakker een prominente figuur is in de vroege geschiedenis van de Reformatie, zijn er ook andere predikanten met de achternaam Bakker die een rol hebben gespeeld in de Nederlandse kerken.

Ds. Robert Jan Bakker

Ds. Robert Jan Bakker, gereformeerd emeritus predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), stopte in mei 2016 met zijn werk als predikant in de Protestantse Wijkgemeente Osdorp-Sloten na 36 jaar dienst. Hij werd op 17 februari 1980 bevestigd als predikant voor halve werktijd in de Sloterkerkgemeente. In 1988 werd hij voltijds predikant, waarna ook de hervormden die kerken in kerkgebouw De Uitweg onder hem vielen. Memorabel is de Eeuwigheidszondag 1989. Ds. Bakker hecht veel waarde aan de mensen in de kerk en kent iedereen, ook buiten de wijkgemeente. Zijn belangstelling voor het individuele mens, met vreugde en zorgen, maakte hem tot een geliefde pastor. Velen, ook mensen die weinig of niet in de kerk komen, vroegen hem een uitvaartdienst van een geliefde te verzorgen. Zijn belangstelling voor mensen, in hun geloofsvragen en dagelijkse bezigheden, leidde ook tot waardering voor de contacten met andere christelijke kerken en de islamitische gemeenschappen in de buurt. De 'verstadste' Sassenheimer voelde zich zo thuis in Osdorp-Sloten dat hij na zijn emeritaat in Osdorp bleef wonen.

Ds. J. Bakker

Op zondag 30 januari [datum onbekend, waarschijnlijk rond 2016] overleed te zijner huize in Veenendaal ds. J. Bakker, na een aantal jaren emeritaat te hebben genoten. Hij werd geboren in 1902 en was achtereenvolgens predikant te Bleiswijk, Veenendaal, Giessendam en Randwijk. Zijn emeritaat volgde op 1 mei 1968. Met hem ging een predikant van de oude stijl heen. Predikantszoon als hij was, bleef dit ook door zijn persoon en optreden merkbaar. Er wordt gesproken over een periode van samenwerking in Giessendam-Nederhardinxveld, die niet licht vergeten zal worden. Collega Bakker behoorde nog tot de oude garde die de gemeente op de fiets in alle richtingen doortrok, van alles op de hoogte bij iedere zieke bekend. Dit deed hij met een lichaam dat reeds de kwaal te lijden kreeg die hem tenslotte ten grave sleepte. Daarnaast werd zijn organisatie- en bouwtalent benadrukt. Hij wist met consequente volharding zijn doel te bereiken en de gemeente ervan te doordringen ruimte te scheppen voor de verkondiging van het evangelie. De laatste tijd kwam de verstilling en de diepe verootmoediging voor het naderende einde meer en meer over hem.

tags: #jan #bakker #predikant